Kwartierstaat van Matthijs Willem (Matthijs) Bremer

Welkom op de website van Matthijs


Kwartierstaat van Matthijs Willem (Matthijs) Bremer


Generatie I

1.  Matthijs Willem (Matthijs) Bremer[V][M]

Generatie II

2.  Willem Auke (Willem) Bremer[V][M][1]
  geb. te Den Helder op 14 jun 1940 Willem is geboren in het ziekenhuis te Den Helder
  musicus/muziekdocent Docent blokfluit en muziekgeschiedenis aan het Conservatorium te Rotterdam en Alkmaar. Uitvoerend musicus bij o.a. Studio Laren en het Huelgas Ensemble
  op 13 apr 1995, 
  ovl. (64 jaar oud) te Amsterdam op 18 nov 2004, 
  gecr. te Schagen op 23 nov 2004, Willem is geboren in het St. Lidwina-ziekenhuis te Den Helder. Dit was 10 dagen voor voor het grote bombardement op Den Helder in de nacht van 24 op 25 juni 1940. Willem en zijn moeder zijn toen geevacueerd naar de kelder van het ziekenhuis. De familie vertrok hierna uit Den Helder.
Na de MULO ging Willem een half jaar aan de Zeevaartschool te Den Helder studeren maar ontdekte al gauw dat dit niet bij hem paste. Hij ging vervolgens studeren aan de kweekschool te Den Helder en Alkmaar en volgde tegelijkertijd privé lessen klarinet. In 1960 doet hij staatsexamen klarinet en besluit verder te gaan in de muziek. In de periode 1962-1964 moet hij in militaire dienst. Willem is hier echter principieel tegen en weigert militaire dienst. Hij doet een beroep op de Wet Vervangende Dienstplicht. De militaire dienstplicht wordt dan omgezet in een vervangende burgerdienstplicht van ruim twee jaar die hij het eerste jaar in Vledder dient en het tweede bij het Electronisch Laboratorium van de Deltadienst van Rijkswaterstaat te Den Haag. Hier werkt hij als hulp in de administratie.
Vervolgens studeert hij in de periode 1966-1969 blokfluit bij Kees Otten aan het Conservatorium van het Muziek Lyceum te Amsterdam. Tijdens zijn studie aan het Conservatorium geeft hij bij de Kunst Stichting Amsterdam cursussen aan kinderen in de hoogste klassen van de lagere school ter voorbereiding van concertbezoeken. In deze periode raakt hij ook bekend met historische instrumenten waarop hij zich gaat toeleggen. Zo gaat hij zich in die tijd ook toeleggen op het bespelen van meerdere Renaissance-blaasinstrumenten zoals de cornetto (zink), dulciaan, pommer, schalmei en serpent.
Na zijn studie doceert hij o.a. aan muziekscholen te Den Helder, Bergen, Alkmaar en Hengelo en aan het Conservatorium te Alkmaar en Rotterdam. In Alkmaar doceert hij Blokfluit en muziekgeschiedenis van de Middeleeuwen en Renaissance en in Rotterdam geeft hij gedurende anderhalf jaar workshops in oude muziek. Willem speelt tevens in diverse ensembles en wordt regelmatig als gast/solist gevraagd bij orkesten en festivals. Hij treed op in vele zalen, concertgebouwen en kerken. (Concertgebouw, Melkweg, Paradiso te Amsterdam) Hij reist voor zijn werk regelmatig naar het buitenland en treedt op in o.a. Italië, Ierland, Portugal, Duitsland, Madeira, Polen en de Verenigde Staten.
Enkele optredens/activiteiten zijn:
-1975 met Studio Laren in het Shaffy Theater in Amsterdam een uitvoering in het kader van 25 jaar bevrijding.
-uitvoering van 'Ligieus de Robin et de Marion' in het Muiderslot dat in het kader van het Holland Festival in 1980 ook door de NOS is uitgezonden;
-1979 deelname als solist aan de Nederlandse inzending voor het Nordring Festival of Light Music te Ierland o.l.v Dolf van der Linden;
-uitvoering met de Nederlandse Opera van de 'Orpheus' van C.H. von Gluck;
-hij was de eerste cornettist in Nederland die de cornetto-partij uit Monteverdi's Maria Vespers weer uitvoerde in onze tijd met de Amsterdamse Cantorij o.l.v. Louis Mol in de Waalse Kerk
-werkte in 1983 met het Huelgas Ensemble mee aan een televisie registratie voor de RTBF (Belgische Radio en Televisie) van 'Reinhardstein ou Le Jeux du Sablier' dat is ingezonden voor de Gouden Roos van Montreux;
-is in 1976 leider van een cursus voor oude blaasinstrumenten in Urbino, Italie;
-neemt in 1990 en 1992 met zijn Renaissance blaasensemble 'Fortuna Desperata' deel aan het San Antonio Early Music Festival;
-schrijft recenties over bladmuziek voor Vereniging van Huismuziek.Tevens werkt hij mee aan de opnamen van lp's, cd's en diverse radio- en televisieregistraties in binnen en buitenland.
Studio Laren o.l.v. Marijke Ferguson: Dit ensemble bestond o.a. uit Marijke Smit Siebinga, Donald de Marcas, Maria Rondel, Hans Verzijl. Willem maakt deel uit van dit ensemble in de periode 1969-1972
Musicum Merland:Samen met Marijke Smit Siebinga en Maria Rondel Willem maakt deel uit van dit ensemble in de periode 1974-1976
Dialogo Musicale o.l.v. Leo Meilink: Willem maakte incidenteel deel uit van dit ensemble in de periode 1980-1992. Hij heeft met hun meegewerkt aan een aantal cd's en radio-uitzendingen voor de WDR te Keulen (Westdeutsche Rundfunk)
Huelgas Ensemble o.l.v. Paul van Nevel: Dit ensemble is één van Europa's bekendste groepen gespecialiseerd in de uitvoering van polyphone muziek uit de Middeleeuwen en Renaissance. Het ensemble is in 1970 opgericht door de Vlaming Paul van Nevel en bestaat uit een wisselende samenstelling van musici uit diverse Europese landen. Na het winnen van de eerste prijs tijdens de oude muziek competitie op het Festival van Vlaanderen in 1972 te Brugge speelt het Huelgas Ensemble op alle belangrijke concertpodia en geeft regelmatig concerten voor radio en TV in heel Europa. Willem maakt deel uit van dit ensemble in de periode 1980-1991.
Fortuna Desperata, blazersensemble voor Renaissance-muziek: Het ensemble heeft zijn oprichting te danken aan het "San Antonio Early Music Festival" in 1990. Aan Willem Bremer werd toen het verzoek gedaan, om voor die gelegenheid een ensemble samen te stellen van blazers, dat Renaissance-muziek op verschillende locaties ten gehore zou brengen. Vanaf die tijd echter is het ensemble blijven bestaan en heeft verscheidene concerten in Nederland en daarbuiten verzorgd. Het ensemble trad meestal in een formatie van 5 blazers op, die gezamenlijk een respectabel aantal Renaissance-blaasinstrumenten bespeelden, zoals cornetto, saqueboutes (Renaissance-trombones), tromba, schalmeien, pommers en dulciaan. Het voorbeeld voor deze samenstelling lag in de "town-bands", welke vooral in de noordelijke landen van Europa ontstonden in het einde van de 14e eeuw en tot het begin van de 17e eeuw functioneerden als gemeentelijke instellingen, die de taak hadden op allerlei momenten het sociale leven in de steden te accentueren. Zij werden echter ook zeer dikwijls ingezet voor belangrijke kerkelijke evenementen. Het ensemble legde zich niet uitsluitend toe op het spelen van blaasmuziek, maar kozen even vaak hun materiaal uit het vele vocale repertoire, hetgeen in die tijd gebruikelijk was. Willem leidt dit ensemble in de periode 1990-1992
Na een gezichtsverlamming in 1991 probeert Willem nog in de muziek actief te blijven. Aangezien het herstel niet volledig is stopt hij in 1992 met het bespelen van zijn blaasinstrumenten
  tr. (resp. 22 en 20 jaar oud) te Schagen op 14 jun 1962, 
  (gesch. te Schagen in sep 1975) 
  met 

3.   Niet openbaar [V][M][1]



Generatie III

4.  Anton (Toon) Bremer[V][M][2]
  geb. te Duisburg [Duitsland] op 5 apr 1915, 
  onderwijzer, boekhouder schrijver op het Loonbureau (salarisadministratie) van de Rijkswerf te Den Helder, onderwijzer, boekhouder met eigen kantoor te Schagen
  ovl. (79 jaar oud) te Alkmaar op 20 aug 1994 In het Medisch centrum Alkmaar overleden, aan de gevolgen van een hersenbloeding
  begr. te Schagen op 24 aug 1994 Algemene begraafplaats, Anton Bremer en familie is na de geboorte van zoon Willem naar Helmond verhuisd aangezien Anton hier een baan als onderwijzer kon krijgen. Na een korte verblijfsperiode in Moordeich en Oudesluis komt de familie na de oorlog in Schagen terecht alwaar ze eerst een huis aan de Dorpen no. 9 bewonen. Anton werkte toen voor boekhoudkantoor Roggeveen dat in het voorhuis van de Dorpen 9 was gevestigd. Eigenaar De Vries woonde in Haarlem en bood het kantoor te Schagen te koop aan waardoor Anton Bremer het boekhoud kantoor kon overnemen. Hierop heeft hij een pand gekocht aan het Noord 31 waar hij het kantoor kon vestigen en de familie kon gaan wonen. Tot aan zijn overlijden in het "Medisch Centrum Alkmaar" in 1994 heeft hij op dat adres gewoond.
De volgende adressen zijn bewoond door de familie:
Krugerstraat 72 in het eerste (boven)huis na de kruising met de Van Galenstraat richting Polderweg, Den Helder.
Moordeich, Duitsland (bij Bremen)
Advocaat Botsstraat 53, Helmond.
Den Akker, Oudesluis.
Dorpen 9, Schagen.
Noord 31, Schagen
  tr. (resp. 24 en 22 jaar oud) te Den Helder op 3 aug 1939 
  met 

5.  Elisabeth Veldman[V][M][2]
  geb. te Den Helder op 7 mei 1917, 
  op 13 apr 1995, 
  ovl. (89 jaar oud) te Schagen op 12 mrt 2007, 
  begr. te Schagen Algemene begraafplaats Schagen op 16 mrt 2007, Elizabeth is geboren in de Blomsteeg/straat? in oud Den Helder.
Op 6 jarige leeftijd is zij met haar ouders naar de van Limburg Stierumstraat in nieuw Den Helder verhuisd. Hier heeft zij tot aan haar huwelijk gewoond. Elizabeth is 32 jaar actief geweest bij de Folkloristische dansgroep te Schagen waar haar man Anton lange tijd Contrabas speelde in het orkest



6.  Jan George Watertor[V][M][3]
  geb. te Zijpe op 7 mei 1903, 
  Veehouder aan de Hoep te Schagen, 
  ovl. (81 jaar oud) te Schagen op 22 mei 1984, 
  gecr. te Schagen op 25 mei 1984, 
  tr. (resp. 33 en 22 jaar oud) te Schagen op 1 okt 1936, Jan George Watertor stond overal bekend als een vredesstichter.
In zijn jeugd gaat hij vanwege de slechte economische toestand naar Frankrijk om als boerenknecht te werken. In zijn later leven zal hij als herinnering hieraan altijd een "klotje" dragen. Na het huwelijk heeft de familie Watertor-Coevert lange tijd een boerenbedrijf aan het eind van de Hoep te Schagen. Het echtpaar rijdt bij de West-Friese markt -die altijd in de zomermaanden op donderdag in Schagen wordt gehouden- met eigen paard en wagen mee. Op latere leeftijd gaat Gerritje Coevert aan MS lijden. Dit heeft tot gevolg dat zij steeds slechter gaat lopen. Het gezin verhuist daarop naar de Dorpen 5 in Schagen. Jan George zal hier later aan ouderdom sterven en zijn vrouw Gerritje overlijdt 9 jaar later aan de gevolgen van kanker op het zelfde adres
 
  met 

7.  Gerritje Coevert[V][M][3]
  geb. te Twisk op 2 sep 1914 Geboren aan de Dorpsstraat
  dienstbode, boerin, 
  ovl. (75 jaar oud) te Schagen op 4 mei 1990, 
  gecr. te Schagen op 8 mei 1990. 



Generatie IV

8.  Willem Bremer[V][M][4]
  geb. te Den Helder op 20 jun 1887 Geboren op het adres Wijk P, nummer 100 om 18:00 uur. Bij het opmaken van de geboorte-akte waren naast de vader de volgende personen als getuige aanwezig: Martinus Oberg, zeeman 35 jaar en Reijer Ran, bode 39 jaar.
wonende te Duisburg (Duitsland), te Den Helder, te Callantsoog en te Haule (Ooststellingwerf)
(getuige: Martinus Oberg van beroep zeeman, Reijer Ban, bode), 
  Ned.Herv. Van huis uit was Willem Bremer Nederlands Hervormd. Echter bij vestiging in Den Helder in 1916 liet hij zichzelf en zijn gezin in het bevolkingsregister inschrijven als zijnde lid van de Gereformeerde Gemeente
  Slotenmaker, Bankwerker Schaver, Werktuigmaker en Machinebankwerker Van 4 december 1916 tot 1 januari 1946 was hij werkzaam op de Rijkswerf "Willemsoord" te Den Helder
  ovl. (73 jaar oud) te Haule overleden op het adres Haule(rveld) 166 op 27 mei 1961, 
  begr. te Haulerwijk Algemene Begraafplaats "Eikensingel". Willem Bremer werd begraven in graf: Rij 2 DD grafnr.72. Dit graf is tot 29 mei 2036 ingekocht) op 31 mei 1961 De begrafenis vond plaats vanuit het sterfhuis, Willem Bremer wer op 27 december 1906 door de Militieraad tot de dienst aangewezen maar vervolgens niet opgeropenn omdat hij in Duitsland woonachtig was. Volgens het militieregister was hij toen arbeider van beroep en vermoedelijk al werkzaam in de metaalindustrie waar hij ten gevolge van een staalsplinter in 1910 of 1911 zijn rechteroog verloor. Dit oog werd door een glazen prothese vervangen. Van 4 december 1916 tot 1 januari 1946 was hij als bankwerker, schaver, werktuigmaker en machinebankwerker werkzaam op Rijkswerf "Willemsoord" te Den Helder.
Rond 1951 was hij betrokken bij een ernstig verkeersongeval toen hij in dichte mist, langs het Noord Hollands kanaal ter hoogte van de Callantsoogervaart, met zijn motorfiets op een stilstaande vrachtauto reed. Willem Bremer liep hierbij een schedelbasisfractuur op en verbleef vervolgens enige tijd in het Helderse "Parkzicht" ziekenhuis
  tr. (beiden 22 jaar oud) te Duisburg [Duitsland] op 23 dec 1909, Adressen waarop het gezin Bremer van Geenhuizen volgens het Bevolkingsregister en de diverse persoonskaarten woonachtig was:
1912, Felsenstrasse 132, Duisburg-Hamborn (Duitsland).
30 11 1916, Spuistraat 15B, Den Helder, inwonend bij (schoon)zuster Trijntje Bremer (1891 1947) en (schoon)moeder Trientje Hartog.
17 01 1917, Westgracht 70, Den Helder.
28 06 1917, Middenstraat 50, Den Helder (later omgenummerd in 64). Op dit adres werd de jongste zoon Simon (Siem) op 05 11 1918 geboren.
23 01 1920, 1e Schagendwarsstraat 11, Den Helder.
10 07 1920, Janzenstraat 10, Den Helder (eigendom vanaf 1920).
01 09 1932, Oranjestraat 31, Den Helder (eigendom vanaf 1927).
06 02 1936, Krugerstraat 20, Den Helder.
19 01 1940, Langestraat 64, Den Helder (10 05 1940 aanvang oorlog).
16 01 1941, Oranjestraat 31, Den Helder.
18 11 1943, Callantsoogervaart C71, Callantsoog, "De Kaap".
15 05 1945, Callantsoogervaart C41, Callantsoog. Het betrof hier een twee onder één kap huisje op de hoek van de Callantsoogervaart en de Langevliet. Het echtpaar Bremer van Geenhuizen was pas vanaf 14 08 1945 woonachtig in het linker huisje.
01 01 1949, omgenummerd in Langevliet 17, Callantsoog.
31 10 1953, Haule(rveld) 165, Ooststellingwerf.
14 01 1959, Haule(rveld) 166, Ooststellingwerf (op dit adres overleed de man).
01 04 1964, Haule 131, Ooststellingwerf (met zoon Simon en na diens huwelijk zijn vrouw Baukje Popkema).
22 05 1967, Drie Stellingenweg 27, Oosterwolde (met zoon Simon en diens vrouw).
22 04 1969, "Huize Avondrust", Dorpen 11, Schagen. Jannigje van Geenhuizen betrok hier eerst een kamertje boven aan de achterkant. later, vlak voor haar verjaardag op 7 januari 1970, betrok zij aldaar kamer 3 (een iets grotere kamer met wastafel) boven aan de voorkant.
De verhuisbewegingen van het echtpaar Bremer van Geenhuizen waren gedurende de periode 1940 1945 anders dan het Bevolkingsregister vermeld. Oorlogsomstandigheden lagen hieraan ten grondslag. Voortdurende Geallieerde bombardementen op Den Helder, waarbij de Marinehaven en de Rijkswerf het doelwit vormden, deden vele gezinnen de wijk nemen naar elders. Dit was zeker het geval toen ook woonhuizen in omliggende woonwijken door bommen werden getroffen. De vele verhuisbewegingen van Helderse gezinnen (men ging voor het oorlogsgeweld op de vlucht) maakte het voor het Bevolkingsregister ondoenlijk om er een correcte administratie op na te houden. Men vertrok gewoon zonder zich bij het Bevolkingsregister af te melden. Bij het Bevolkingsregister bleef men dus op het laatste adres ingeschreven staan terwijl men al elders woonachtig was. Later in de oorlog werd Den Helder tot "Sperrgebied" verklaard en moest een ieder die geen werkzaamheden in de stad verichtte (welke van belang waren voor de Duitse bezetter) de stad verplicht verlaten en werd Den Helder min of meer een spookstad.
Willem Bremer en zijn vrouw verlieten eind juni 1940 Den Helder. Eerst verbleven zij enige tijd in een schuurtje achter het arbeidershuisje aan de Callantsoogervaart van het jonge echtpaar Kruit, knecht van Boer Hoogschagen. Dit huisje stond ongeveer tegenover de portierswoning van de (toen gecamoufleerde) "Witte Villa". In deze portierswoning woonde in de oorlog eerst de familie Wisse en later de familie Regtop. Ongeveer op dezelfde hoogte lag toen een loopbruggetje over de Callantsoogervaart.
Willem Bremer en zijn zoon Simon (Siem, 1918) hadden de meubelen vanuit de Langestraat 64 (huurhuis) met een handkar overgebracht naar de Oranjestraat 31 (eigendom), waar hij, omdat hij gewoon moest werken op de Rijkswerf door de week ook bleef slapen. Op dat moment reed er nog geen zogenaamde "werfbus" die de arbeiders van elder ophaalde en weer thuis bracht. Later was dit wel het geval. Zoon Simon Bremer, welke kapper van beroep was, heeft in september 1940 zijn kapperszaak opgeheven en is naar Duitsland vertrokken. Jannigje van Geenhuizen, welke vermoedelijk toen al last van reuma had mocht/ging mede daarom samen met haar man bij het echtpaar Kruit inwonen. Willem Bremer sliep in verband met de luchtaanvallen (de Oranjestraat lag vlak bij de Rijkswerf) door de week ook wel bij zijn oudste zoon Pieter (Piet, 1910 1944), die in oktober 1940 met zijn gezin op de Tuintjesweg in Huisduinen was komen wonen.
Laat in 1940 of vroeg in het voorjaar van 1941 zijn Willem Bremer en Jannigje van Geenhuizen op "De Kaap", Callantsoogervaart C71 te Callantsoog komen wonen. Tot in 1940 werd dit huis gebruikt door Duitse militairen. In de duinen achter de duinopgang aan de Callantsoogervaart was toen een Duits kamp in aanbouw. Wellicht in afwachting van de voltooiing verbleven deze soldaten tijdelijk in "De Kaap" en misschien ook wel in "De Witte Villa" welke gecamoufleerd was en nooit anders dan "De Groene Villa" genoemd werd. Omdat "De Kaap" hierna was verlaten en leeg stond en Willem Bremer met zijn vrouw nog steeds bij de familie Kruit inwonend was, is hun Duitse schoondochter Henni Meijer (vrouw van Pieter Bremer) bij de "Ortskammandant" gaan vragen of zij het konden huren, hetgeen werd toegestaan. De militairen bleken er behoorlijk in huis gehouden te hebben en de hele familie, ook de aangetrouwde, heeft meegewerkt om het schoon te krijgen.
Op "De Kaap" hebben in het begin meerdere familieleden onderdak gevonden. In de zomer van 1941 woonde niet alleen zoon Anton (1915 1994) met zijn vrouw Elisabeth Veldman (1917) en zoontje Willem Auke (Willy, 1940) er in huis, maar ook zijn schoonouders Auke Veldman en Trijntje Nieuwenhuizen met hun oudste dochter Martha en haar man. Later is ook hun jongste dochter Annie nog gekomen. Eind 1941 waren deze allemaal naar elders vertrokken.
In 1942 sliep Kornelia Bremer (zie nr.8) met haar kinderen vanwege de luchtaanvallen op Den Helder ook wel bij haar broer Pieter (Piet, 1910 1944) te Huisduinen maar nadat er ook op de Huisduinerweg bommen waren gevallen is men met z'n allen meerdere keren op de fiets naar "De Kaap" gegaan om er te gaan slapen. Het echtpaar Bremer van Geenhuizen was dus vanaf eind 1940 of begin 1941 t/m mei 1945 op "De Kaap", Callantsoogervaart C71 te Callantsoog woonachtig.
In juni 1945 is Jannigje van Geenhuizen met haar kleindochter Jannetje Clazina van Lunsen (1933) naar het zogenaamde "Hollywood" verhuisd. Dit was een nooddorpje van houten huisjes aan de weg van Groote Keeten naar 't Zand (Noord Schinkeldijk), rechts van de afslag (een smal weggetje) naar Callantsoog. Op 14 augustus 1945 vestigde Willem Bremer en zijn vrouw zich op het eerder genoemde adres Callantsoog C41 (hoek Callantsoogervaart/Langevliet)
 
  met 

9.  Jannigje van Geenhuizen[V][M][4]
  geb. te Veenendaal op 7 jan 1887 wonende te Duisburg-Hamborn (Duitsland), te Den Helder, te Callantsoog, te Haule (Ooststellingwerf) en te Schagen
  ref, 
  ovl. (87 jaar oud) te Den Helder overleden in het "Gemini Ziekenhuis" op 26 jun 1974, 
  begr. te Haulerwijk Algemene Begraafplaats "Eikensingel" op 1 jul 1974 De begrafenis vond 's middags plaats om 13:30 uur vanuit Hotel "Het Bruine Paard" aan de Norgerweg te Haulerwijk.
Jannigje van Geenhuizen werd begraven naast haar man in graf: Rij 2 DD grafnr.73)

10.  Auke Veldman[V][M][5]
  geb. te Sneek op 13 mei 1876, 
  kok bij de marine, 
  ovl. (70 jaar oud) te Oudesluis in nov 1946, 
  tr. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 20 jaar oud) in 1910 
  met 

11.  Trijntje Nieuwenhuizen[V][M][5]
  geb. te Den Helder op 29 apr 1889, 
  ovl. (86 jaar oud) te Hoorn op 14 mei 1975, 
  begr. op 17 mei 1975, 
  tr. (resp. 80 en 78 jaar oud) (2) te Grootebroek op 30 jul 1969, Er zijn geen kinderen voortgekomen uit dit huwelijk 
  met Paulus Ruijter
  geb. te Grootebroek op 13 feb 1891, 
  timmerman, 
  ovl. (87 jaar oud) te Hoorn op 10 nov 1978, 
  (Paulus tr. (resp. 45 en 48 jaar oud) (1) te Grootebroek op 12 aug 1936 met Josephine Christina Carolina Soesan.). Uit dit huwelijk geen kinderen. 

12.  Pieter Watertor[V][M][6]
  geb. te Petten op 27 mei 1865 Geboren aan het Noord-Hollands kanaal
  agrariër, 
  Ovl. (91 jaar oud) te Schagen op 15 okt 1956, 
  begr. te Schagen, In 1911 werd de paasveetentoonstelling afgelast vanwege mond- en klauwzeer. Het eerste geval van de ziekte deed zich voor op 3 mei bij veehouder Jacob de Boer aan de Dorpen. Kort daarna sloeg de ziekte over naar de dieren van Jan Boontjes aan de Nes, en enkele andere boeren. Nadat er omstreeks 18 mei geen enkel ziektegeval meer was geconstateerd, werden de zieke dieren 'geweken' verklaard. Waarna de gebruikte melkhokken gedesinfecteerd konden worden. De aan- en afvoer van vee naar de Schager markt was intussen echter gewoon doorgegaan met desastreuze gevolgen. Het was weliswaar verboden op straffe van inbeslagname van verdacht vee en het opleggen van flinke boetes om zieke dieren aan te voeren, maar veel veehouders en handelaren lapten deze bepalingen aan hun laars. Een totaal vervoersverbod bestond toen nog niet. Op 20 mei sloeg de ziekte dan ook opnieuw toe bij Klaas Blauwboer aan de Nes. Twee dagen later had het virus opnieuw zijn werk gedaan bij Piet Watertor en Corn. Stammes aan de Nes
  tr. (resp. 27 en 21 jaar oud) te Schoorl op 30 apr 1893 
  met 

13.  Anna Helena Ludeke[V][M][6]
  geb. te Hargen op 5 feb 1872 23:00
  ovl. (77 jaar oud) te Schagen op 10 feb 1949. 

14.  Nicolaas Coevert[V][M][7]
  geb. te Twisk op 9 apr 1892, 
  Slager te Twisk, 
  ovl. te Amsterdam, Zou later naar Amsterdam zijn verhuisd en is daar vermoedelijk ook gestorven
  tr. (resp. 21 en 20 jaar oud) te Hoogwoud op 5 mrt 1914 (getuige: Klaas Nieuweboer), 
  (gesch. te Alkmaar op 1 nov 1934) 
  met 

15.  Maartje Keppel[V][M][7]
  geb. te Barsingerhorn op 30 jul 1893, 

Generatie V

16.  Pieter Bremer[V][M][8]
  geb. te Polder de Waal op 15 jul 1850 05.00 (getuigen: Jan Simons Huis, van beroep schoenmaker en Cornelis Moojen, eilandsbode van beroep. Beide mede wonende aan den Burg), 
  Ned.Herv. Nederlands Hervormd
  Landbouwer, werkman, veehouder, handelaar, koopman en bankwerker Pieter Bremer was als bankwerker werkzaam bij de firma "Krupp" te Duisburg, Duitsland.
Het is niet zeker dat Pieter als bankwerker bij Krupp werkzaam is geweest. Pieter Bremer was namelijk al vroeg 'invalide' (arbeidsongeschikt) en heeft in Duisburg wellicht hetzelfde beroep gehad als op Texel, namelijk koopman.
Hij en (vooral) zijn vrouw, hebben op kleine schaal iets van handel gedreven met zgn. 'Rijnvaarders'. Zeg maar iets van een klein opslagplaatsje (winkeltje?) van waaruit zij benodigdheden leverden aan rijnaken. Aangezien Pieter zwak van gezondheid was en vaak bedlegerig, moet het vooral zijn vrouw geweest zijn die handelde, terwijl dochter Trijntje thuis de huishouding deed. Als de overlevering klopt, heeft hij ook voor zijn overlijden een lang ziekbed gehad. Ook na de dood van haar man zou Trientje Hartog de handel nog enige tijd hebben voortgezet. Bron: geboorte akte dochter Grietje.
(landbouwer)
Bron: geboorte akte zoon Simon (veehouder)
(handelaar en bankwerker bij de firma "Krupp" te Duisburg, Duitsland)
  Ovl. (63 jaar oud) te Duisburg [Duitsland] op 17 jun 1914, 
  tr. (resp. 23 en 21 jaar oud) te Texel op 7 mei 1874 (getuigen: Getuigen bij het huwelijk waren Arijen Dekker (veldwachter), Adam Kalf (veldwachter), Gerardus Moojen (eilandsbode) en Pieter Geeles (rietdekker)), Aanvankelijk was het gezin Bremer Hartog woonachtig op Texel op het adres Harkebuurt 2 (ten westen van Oosterend) in een boerderij welke in 1742 al genoemd wordt als bewoond door de boer Pieter Teunisz Kuiper alias "Visser". Pieter Bremer huurt de boerderij van de in Den Burg woonachtige Arie Jacobsz Dijksen die eigenaar van het pand is. Op 12 mei 1884 vertrekt Pieter Bremer met zijn vrouw en dan vijf kinderen naar Den Helder alwaar zij woonachtig waren op de volgende adressen:
12 05 1884, Kerkstraat Q32.
vervolgens:
Kerkstraat P108.
Hoogstraat 11.
In de periode dat het gezin in Den Helder woonachtig was oefende Pieter Bremer het beroep van handelaar uit. Op 23 februari 1892 vertrekt het gezin Bremer Hartog weer naar Texel en is dan vijf jaar woonachtig op een onbekend adres in "Eierland". Pieter Bremer is dan koopman van beroep. Omstreeks 1898 huurt het gezin de in 1897 gebouwde boerderij met ruim 30 hectare land op het adres Schorrenweg 13 in "Polder het Noorden" van Johannes Sijbrand Willemsz Koning. Hier werd Pieter Bremer landbouwer tot 1902 toen hij met zijn gezin, om vermoedelijk economische motieven, naar Duisburg (Duitsland) vertrok. Volgens overlevering was Pieter Bremer aldaar als bankwerker werkzaam bij de firma "Krupp" hoewel enige duidelijkheid hier omtrent niet met zekerheid te geven is. Mocht hij echter wel bankwerker bij "Krupp" geweest zijn dan zal dit niet lang geduurd hebben. Pieter Bremer was namelijk al vroeg "invalide" (arbeidsongeschikt) en bedreef in Duisburg in ieder geval hetzelfde beroep als op Texel en in Den Helder, namelijk dat van handelaar en koopman. Hij en (vooral) zijn vrouw, hebben op kleine schaal iets van handel gedreven met zogenaamde "Rijnvaarders". En daar Pieter Bremer zwak van gezondheid was en vaak bedlegerig, moet het vooral zijn vrouw geweest zijn die handelde, terwijl dochter Trijntje (1891 1947) thuis de huishouding deed. Ten behoeve van hun handel hadden zij een klein opslagplaatsje (winkeltje?) van waaruit zij benodigdheden leverden aan Rijnaken. Als de verhalen kloppen heeft Pieter Bremer ook voor zijn overlijden een lang ziekbed gehad. Na het overlijden van hun dochter Niesje in 1911 keert Pieter Bremer met zijn vrouw weer terug naar Texel om vervolgens na korte tijd (een half jaar?) weer naar Duisburg te vertrekken. Op 17 juni 1914 overlijd hij te Duisburg waarna Trientje Hartog vermoedelijk nog korte tijd de handel van haar man heeft voortgezet. Op 7 mei 1915 werd Trientje Hartog weer binnen de gemeente Den Helder ingeschreven. Zij is dan vervolgens woonachtig op de volgende adressen:
(opgave volgens het Bevolkingsregister)
07 05 1915, Sluisdijkstraat 88, inwonend dochter Naantje Bremer (1875 1942) en schoonzoon A.J. (Jan) Schreuder.
21 05 1915, Spuistraat 15 B.
<15 8 1917, Middenstraat 50, inwonend bij W. Warner.
15 08 1917, vertrokken naar "Eijerland" (Texel), inwonend bij schoonzoon Meijer de Waard en dochter Grietje Bremer (1876 1948).
07 01 1921, Spuistraat 15 B, inwonend bij haar jongste dochter Trijntje Bremer (1891 1947). Na deze datum is Trientje Hartog nog enige tijd woonachtig geweest bij haar schoonzuster Neeltje Bremer (1848? 1921) en zwager Rinke van der Veen op het adres Hoogstraat 31.
03 07 1922, Koningsdwarsstraat 61, ten huize van G. van Veen.
29 12 1923, Kanaalweg 49/50.
21 07 1924, Breedwarsstraat 2.
27 02 1925, Janzenstraat 10, inwonend bij haar jongste zoon Willem Bremer (nr.18).
23 01 1926, opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis (=Psychiatrische inrichting) te Bloemendaal
 
  met 

17.  Trientje (Trijntje) Leenderts Hartog[V][M][8] ook genaamd Trijntje Hartog en Trientje Leenderts Hartog
  geb. te Eierland op 11 feb 1853 Geboren om 16.00. wonende aldaar, te Den Helder, te Texel, te Duisburg (Duitsland) en te Bloemendaal (getuigen: Bij het opmaken van de geboorteakte waren als getuigen aanwezig Aris Keesman (kastelein) en Cornelis Moojen (eilandsbode) beide wonende aan den Burg), 
  Ned.Herv. Nederlands Hervormd
  Ovl. (78 jaar oud) te Santpoort overleden in het "Provinciaal Ziekenhuis" aan de gevolgen van "marasmus senilus". De letterlijke vertaling van "marasmus senilus" is ouderdomszwakte. De kenmerken van deze ziekte zijn een sterk verslechterende lichaamsgesteldheid met een hoge graad van uitputting, vermagering, verminderde spierbewegingen en een verminderde huidturgor veroorzaakt door ondervoeding waardoor een ernstig tekort ontstaat aan voor het normale leven noodzakelijke voedingsstoffen. Deze ziekte ontstond doorgaans door een chronisch uitputtende ziekte (kanker).
Trientje Hartog was op 23 januari 1926 onder patientnummer 14917 in het "Provinciaal Ziekenhuis" opgenomen vanuit het adres Janzenstraat 10 te Den Helder alwaar zij inwonend was bij haar jongste zoon Willem Bremer (zie nr.18). Uit overlevering is bekend dat zij gedurende de jaren dat zij bij haar zoon inwonend was vanuit een psychiatrisch ziektebeeld (dementie?) voor de nodige problemen zorgde. Dit nam dermate ernstige vormen aan dat zij regelmatig met het nodige (fysieke) overwicht door haar zoon (haar schoondochter en kleinkinderen lukte dit niet) op een slaapkamer opgesloten moest worden. Uiteindelijk liep het één en ander zo hoog op dat zij binnen het gezin Bremer van Geenhuizen niet meer te handhaven viel en in dit "Provinciaal Ziekenhuis" moest worden opgenomen. Het "Provinciaal Ziekenhuis", voor 1918 "Meerenberg" genoemd en thans onderdeel van het "Psychiatrisch Ziekenhuis Amsterdam" is een uit 1849 daterende psychiatrische inrichting. In de tijd dat Trientje Hartog hier opgenomen werd heerste er nog een sterk hiërarchische klasse indeling. De patienten werden ondergebracht in klassen, waarvan vier betalende klassen en een armlastige klasse. In deze laatste en tevens verreweg de grootste van de vijf klassen, werden de patienten verpleegd op kosten van de gemeente en de armenbesturen. In de eerste klasse mocht men er zijn eigen personeel op na houden. Behalve voeding huisvesting en verpleging was ook de werkverschaffing voor patienten uit de hoogste drie klassen anders dan voor de laagste klassen. Terwijl de vierde en vijfde klasse zich bezig hield met huishoudelijke en ambachtelijke arbeid, was dat voor de eertse drie klassen meer studie en lezen. Trientje Hartog was er opgenomen in de derde klasse en heeft zich er dus niet met huishoudelijke en ambachtelijke arbeid hoeven bezig te houden. Overigens was dit niet de eerste keer dat Trientje Hartog wegens psychische klachten opgenomen is geweest. Eerder was hiervan sprake toen zij in de periode van augustus 1917 tot januari 1921 bij haar dochter Grietje Bremer (1876 1948) op Texel verbleef
op 26 feb 1931, 
  begr. te Bloemendaal op 3 mrt 1931 Trientje Hartog werd op 3 maart 1931 begraven op de begraafplaats op het terrein van het "Provinciaal Ziekenhuis" onder letter K in graf 7C. Vermoedelijk betreft het hier een verzamelgraf van drie personen wat valt op te maken uit de begraafplaatsadministratie waarin ook een graf 7A en 7B genoemd worden. Deze begraafplaats, gelegen aan de rand van het terrein aan de Brederodelaan en vanaf de weg bereikbaar, was van 1870 tot 1954 in gebruik. In de jaren zestig heeft men de Brederodelaan ter hoogte van de begraafplaats iets verbreed en de begraafplaats wat versmald. Ook heeft men toen geleidelijk alle grafstenen, waaronder die van Trientje Hartog in 1964 onder nummer 11, weggehaald en deze waarschijnlijk gebruikt als onderlaag voor de nieuwe weg. Van de oude begraafplaats, waar de grafstenen dus weg gehaald zijn maar de graven nog aanwezig zijn, is alleen nog de structuur herkenbaar. Het is verworden tot een bosje met een paadje er doorheen, waarlangs wat oude bomen staan en veel wildgroei is. Omdat het vanaf de weg makkelijk bereikbaar is worden er door kinderen hutten gebouwd. Ook in het verleden was de begraafplaats vanaf de weg al makkelijk bereikbaar. Als Willem Bremer met zijn vrouw er in de jaren dertig op de motor naar toe ging stapte hij door de heg heen om even naar het graf van zijn moeder te gaan kijken.
Over de begravenis zelf valt nog te vermelden dat toen Trientje Hartog overleed het gros van haar kinderen en kleinkinderen in Den Helder en op Texel woonachtig was. Om een ieder (24 tot 26 personen) gelijktijdig en op tijd op de begraafplaats te laten verschijnen werd er door de familie een bus gehuurd welke door Kees Schnellenberg (kleinzoon van de overledene) gereden werd
, In Texelse Geslachten luidt de voornaam Trientje



18.  Antonie van Geenhuizen[V][M][9]
  geb. te Arnhem op 3 jul 1848 geboren aan de Hommelschenweg te Arnhem om 13.00 uur. wonende aldaar, te Veenendaal, te Duisburg (Duitsland), te Den Helder en te Ede (getuigen: Bij het opmaken van de geboorteakte waren Hermanus Masman, van beroep stoker op een locomotief en Willem Bakker, arbeider van beroep als getuigen aanwezig), 
  ref, 
  Smid, 
  ovl. (74 jaar oud) te Ede op 22 jun 1923 overleden om 06.00 uur in Gelders Veenendaal (gemeente Ede) (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Jan Stomphorst, van beroep arbeider en Gerrit Jansen, winkelbediende van beroep), 
  begr. te Veenendaal begraven te (Stichts) Veenendaal op 26 juni 1923 (begraven in graf nummer 164 op de Algemene Begraafplaats aan de (toen) Achterkerkstraat in (toen Stichts) Veenendaal) op 26 jun 1923, 
  tr. (beiden 22 jaar oud) te Veenendaal op 4 mrt 1871, Het gezin van Geenhuizen van Wijk vertrok op 22 Augustus 1899 vanuit Veenendaal naar Duisburg (Duitsland). De twee jongste kinderen, Jannigje (nr.19) en Jacob van Geenhuizen (1890 1967) verhuisden mee naar Duisburg. Slechte economische omstandigheden in Nederland zouden aan deze verhuizing ten grondslag gelegen hebben. Volgens overlevering zou Antonie van Geenhuizen in Duisburg werkzaam zijn geweest in de metaalindustrie (firma Krupp?). Van eind april 1919 tot in 1921 zijn Antonie van Geenhuizen en Cornelia van Wijk nog bij hun schoonzonn Willem Bremer (1887 1962) en dochter Jannigje van Geenhuizen (1887 1974) in Den Helder inwonend geweest op de adressen Middenstraat 50, 1e Schagendwarsstraat 11 en Janzenstraat 10. Uit deze periode is nog wel een anekdote bekend waarbij Antonie van Geenhuizen zijn "blinde" vrouw eens meenam naar het strand. Toen hij daar enige badgasten in badpak waarnam zou hij tegen zijn vrouw gezegd hebben: "Het is maar goed dat je niet ziet wat hier rond loopt". Uiteindelijk vestigde het echtpaar zich te (Gelders) Veenendaal (gemeente Ede) alwaar zij kwamen te overlijden.
Hoewel Antonie van Geenhuizen en Cornelia van Wijk in Gelders Veenendaal (gemeente Ede) zijn overleden, zijn zij begraven in graf nummer 164 van de Algemene Begraafplaats aan de voormalige Achterkerkstraat in het voormalige Stichtse Veenendaal (Provincie Utrecht). Dit graf stond vanaf 24 juli 1886 op naam van Bernardus Hendricus van Geenhuizen, weduwnaar van Geertrui van Schuppen, en is op 7 augustus 1922 overgeschreven op naam van Antonie van Geenhuizen. De begraafplaats is op 1 januari 1948 buiten gebruik gesteld en in de jaren vijftig is men begonnen met het overbrengen en ruimen van de graven. Op de oude begraafplaats, nu gelegen tussen Kostverloren en Weverij (een soort parkje waar men vrij doorheen kan lopen) liggen anno 2000 nog een kleine vijftig grafstenen waarop de naam van Geenhuizen niet voor komt. In het graf lagen eveneens de eerder genoemde Geertrui van Schuppen (vermoedelijk vanaf de genoemde datum van 24 juli 1886) en Joachim Henricus van Schuppen vanaf 9 mei 1880 begraven
 
  met 

19.  Cornelia van Wijk[V][M][9]
  geb. te Veenendaal wonende aldaar, te Duisburg (Duitsland), te Den Helder en te Ede op 11 jan 1849, 
  ref, 
  Fabriekarbeidster Cornelia van Wijk was in 1871 fabrieksarbeidster te Veenendaal
  ovl. (79 jaar oud) te Ede overleden om 21.00 uur in Gelders Veenendaal (gemeente Ede) op 2 okt 1928 (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde opaangifte van Jurrianus de Geit, van beroep bouwkundige en Gerard de Geit, architect van beroep), 
  begr. te Veenendaal begraven in graf nummer 164 op de Algemene Begraafplaats aan de (toen) Achterkerkstraat in (toen Stichts) Veenendaal op 6 okt 1928. 



20.  Gerbrand Ates Veltman[V][M][10]
  geb. te Haskerdijken in 1845, 
  post schipper omgeving Heerenveen, 
  ovl. (ongeveer 55 jaar oud) in 1900, 
  relatie 
  met 

21.  Martsen Aukes Heida[V][M][10]
  geb. te Appelscha circa 1845. 

22.  Rens Nieuwenhuizen[V][M][11]
  geb. te Den Helder op 6 dec 1846, 
  werkman, 
  tr. (resp. 41 en 33 jaar oud) te Den Helder op 29 mrt 1888 (getuige: Jan Nieuwenhuizen (54 jaar, koopman), Maarten Nieuwenhuizen (25 jaar, koopman), Jacob Zegel (melkverkoper)
Bij de huwelijks bijlage is een Certificaat van onvermogen gevoegd) 
  met 

23.  Elisabeth Jongebloed[V][M][11]
  geb. te Schagen op 25 mei 1854 23:00 Geboren aan het Rensgars no. 47. Getuigen bij de aangifte waren: Dirk Vredenburg (nachtwacht) en Klaas van der Meer (inlands kramer). Beide getuigen ondertekenen, verklarende Willem Jongebloed niet te kunnen schrijven als zulks niet gelezen te hebben
  zonder. 

24.  Willem Watertor[V][M][12]
  geb. te Zijpe op 12 aug 1839 13.00 Aan het kanaal nr. 317
  landman, 
  Belkermeg, aan het kanaal no 317 te Zijpe, 
  ovl. (48 jaar oud) te Zijpe op 23 dec 1887 21.30 Op den 23 december 1887 des namiddag ten half 10 ure, in de Hondsbosche vaart in de ouderdom van 48 jaar is overleden Willem Watertor van beroep landman, geboren te Zijpe en wonende aldaar, zoon van Adam Watertor en Sijtje van den Berg en overleden echtgenoot van Aagje Delver
  tr. (resp. 22 en 24 jaar oud) te Zijpe op 24 mei 1862 
  met 

25.  Aagtje Delver[V][M][12]
  geb. te Zijpe op 25 jan 1838 01:00 Bij de aangifte was Reijer Delver (landman) als getuige aanwezig
  Ned. Hervormd
  ovl. (58 jaar oud) te Zijpe op 23 mrt 1896. 

26.  Johan George Ludeke[V][M][13]
  geb. te Hargen op 11 aug 1844, 
  ovl. (80 jaar oud) te Schoorl op 13 nov 1924, 
  tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 30 jaar oud) (2) circa 1879 
  met Maartje Kooi, dr. van Jan Kooi en Guurtje Dekker, 
  geb. te Wieringerwaard op 10 feb 1848. Uit dit huwelijk 2 dochters, 
  tr. (resp. 23 en 29 jaar oud) (1) te Schoorl op 3 mei 1868 (getuigen: Adrianus Ludeke, broodbakker, 25 jaren, wonende te Egmond Binnen, broer van de bruidegom, Pieter van Eerden, grofsmid, 39 jaren, wonende te Schoorl, oom van de bruid, Adrianus Bareman, timmermansknecht, 28 jaren, wonende te Schoorl, neef van de bruid en Hendrik Coenraad Kimmel?, veldwachter, 56 jaren, wonende te Schoorl) 
  met 

27.  Grietje Bareman[V][M][13]
  geb. te Schoorl op 12 jul 1838, 
  ovl. (37 jaar oud) te Hargen op 28 jan 1876. 

28.  Gerrit Coevert[V][M][14]
  geb. te Midwoud op 10 jul 1858 Adres: Oostwoud
  werkbode, arbeider, koopman vermoedelijk als veehandelaar, 
  ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1925, Gerrit en zijn zonen worden later allen slager(sknecht) genoemd en hij gaat met zijn vrouw plus Gerbrand, Arien en Bertus in 1910 naar Texel
  Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. 51 en 45 jaar oud) (2) te Texel op 22 jul 1909 
  met Cornelia Zuidewind, dr. van Jacob Zuidewind en Martje Mossel, 
  geb. te Texel op 30 aug 1863. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. 23 en 20 jaar oud) (1) te Twisk op 5 mrt 1882 (getuige: Gerrit Nierop, Cornelis Coevert, Christiaan Rooker, Arien Wurkum), 
  (ontb. door overlijden) 
  met 

29.  Gerritje Wurkum[V][M][14]
  geb. te Twisk op 13 feb 1862, 
  Dienstbode, 
  ovl. (hoogstens 47 jaar oud) voor 22 jul 1909 (1909)

30.  Roelof Keppel[V][M][15]
  geb. te Zijpe In de Anna Paulownapolder op 26 dec 1863, 
  arbeider, 
  woont Anna Paulownapolder, op 27 dec 1863, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Anna Paulowna circa 2 jan 1924, 
  tr. (resp. 27 en 25 jaar oud) te Anna Paulowna op 5 mrt 1891 
  met 

31.  Elisabeth Leijen[V][M][15]
  geb. te Kolhorn op 14 mrt 1865, 
  ovl. (29 jaar oud) te Barsingerhorn op 10 feb 1895. 

Generatie VI

32.  Simon (Siemen) Jacobsz Bremer[V][M][16]
  geb. te Spang op 3 jul 1818 11:00 (getuigen: Bij de aangifte waren aanwezig Gerrit List 23 jaar en Klaas Kikkert, broodbakkersknecht), 
  Boer in Polder de Waal / veehouder, 
  Ovl. (80 jaar oud) te Spang In de akte staat vermeldt: oud 80 jaren, weduwnaar van Tetje Saris en Naantje visser. Zoon van wijlen de echtelieden Jacob Bremer en Martje Visser op 16 apr 1899, 
  tr. (beiden 21 jaar oud) (1) te Texel op 19 mrt 1840 Geboren en wonende op texel oud 21 jaren op huwelijk 
  met Tetje Jacobs Saris, dr. van Jacob Saris (Boer) en Niesje Jansd Kooger, 
  geb. te Polder de Waal op 19 aug 1818 08:00 (getuigen: Bij de aangifte waren als getuige aanwezig: Pieter Koning, 26 jaar boer te Zevenhuizen in Polder Oosterend en Jan Jansz. Kikkert, 23 jaar, broodbakker aan Den Burg), 
  Zonder beroep, 
  ovl. (30 jaar oud) te Texel op 28 nov 1848. Uit dit huwelijk 5 kinderen, 
  tr. (resp. 31 en 21 jaar oud) (2) te Texel op 7 mrt 1850 Uit de huwelijksakte blijkt dat de beide echtelieden de schrijfkunst machtig zijn (getuigen: Jan Reijers Eelman (boer en zwager bruidegom) Cornelis Moojen (eilandsbode), Willem Moojen (goud- en zilversmid) en Maarten Kalis (herbergier)) 
  met 

33.  Naantje Cornelis Visser[V][M][16]
  geb. te Texel op 18 jan 1829 08:00 (getuige: Bij de aangifte was als getuige aanwezig: Gerrit Hoogheid, 22 jaar), 
  ovl. (63 jaar oud) te Oosterend op 11 jul 1892. 

34.  Leendert Hartog[M][17]
  geb. te Oud en Nieuw Herkingen op 30 sep 1819 (volgens andere bronnen geboren op 20 9 1819) Kaatje Hartog tekend haar naam als K. Hartog onder de huwelijksakte van haar zoon Leendert (nr.74) op 2 juni 1843.
(Zij had van een onbekende man één zoon.)
  Boerenarbeider, Arbeider en Landbouwer, 
  ovl. (59 jaar oud) te Eierland op 25 nov 1878 00:30
  tr. (resp. 23 en 21 jaar oud) te Texel op 2 jun 1843 Bij de huwelijkse bijlage was een Attest van onvermogen gevoegd. Uit de huwelijksakte blijkt dat beide echtelieden de schrijfkunst machtig zijn (getuigen: Cornelis Moojen (eilandsbode), Reijer Spreeuw (schoenmaker), Koenraad Kalf (dienaar van politie), en Simon Luijtzen (herbergier)) 
  met 

35.  Grietje Rijkes Zijlma[V][M][17] ook genaamd Grietje Rijkes Zijlma en Grietje Zelema, (schrijft zelf Grietje Zeijlema)
  geb. te Ulrum-Vierhuizen op 11 okt 1821 geboren op het adres Vierhuizen Nr.30 om 21.00 uur (getuigen: Bij het opmaken van de geboorteakten waren als getuigen aanwezig: Albertus Kaspers Groothuis, van beroep vroedmeester en Klaas Klaasz Bos, van beroep dagloner), 
  Ned.Herv, Grietje Zijl(e)ma vertrok samen met haar zoon Cornelis Hartog, diens vrouw Trijntje Kok en hun negen kinderen naar de andere kant van de oceaan. Allen per Nederlandsche-Amerikaansche stooombootmaatschapij, agenten Koning & Co, te Texel. (Bron: Vliegend Blaadje 28 maart 1888. (voormalig krantje in Den Helder))
De familie blijkt in 1890 en 1891 woonachtig te zijn in Passaic, New Jersey, direct ten oosten van New York

36.  Antonius (Antonie) van Geenhuizen[V][M][18]
  geb. te Amersfoort wonende aldaar, te Arnhem en te Veenendaal op 27 dec 1812, 
  Fabrieksarbeider, Bleker, Stoker op een locomotief en Seinwachter, 
  ovl. (65 jaar oud) te Veenendaal op 16 mrt 1878, 
  tr. (resp. 29 en 26 jaar oud) te Amersfoort op 5 okt 1842 
  met 

37.  Elizabeth Muijs[V][M][18] Ook genaamd Aaltje Elizabeth en Elisabetha Muis
  geb. te Amersfoort wonende aldaar, te Arnhem en te Veenendaal op 15 jul 1816, 
  Naaister, 
  ovl. (65 jaar oud) te Veenendaal op 29 jan 1882. 

38.  Gerrit van Wijk[V][M][19]
  geb. te Veenendaal op 28 nov 1813, 
  ref, 
  Wolkammer, Koopman en Varkenskoopman, 
  ovl. (52 jaar oud) te Veenendaal op 6 sep 1866 overleden om 04.00 uur op het adres Wijk B, nr 776b
  tr. (resp. 23 en 19 jaar oud) te Veenendaal op 18 feb 1837, In maart 1855 woonde Cornelis van Wijk en Jannigje Janszen met acht van hun kinderen in de Zandstraat van Gelders Veenendaal. Hun kinderen waren op dat moment: Geertrui, zeventien jaar, Jannetje, vijftien jaar, Cornelius, dertien jaar, Hendrikje, elf jaar, Gerrit, acht jaar, Cornelia, zes jaar, Gerritje, vier jaar en Jacob, bijna zeventien maanden oud. Ook de vader van Jannigje Janszen, de bijna zeventig jarige varkenskoopman Cornelis Janszen verbleef toen, om onbekende redenen, bij Van Wijk en zijn gezin in huis.
Door extreem hoog water (ten gevolge van smeltwater) in combinatie met kruiend ijs brak op zondag 5 maart 1855 omstreeks 15.30 uur ter hoogte van boerderij "Groote Doove" de Grebbedijk (rivierdijk langs De Rijn) door waarna een groot deel van de Gelderse Vallei overstroomde. Ook Gelders Veenendaal (gemeente Ede) kwam in de nacht van 5 op 6 maart onder water te staan. Een deel van de bevolking wist de hoger gelegen delen van Ede te bereiken. Een ander deel van de bevolking, circa 1700 inwoners, vluchtte naar de hoogte van de vloedvrije Hervormde Kerk (Markt) en de hoger gelegen molen op de Molenstraat in Stichts Veenendaal. Naar het lijkt bleef Van Wijk met zijn gezin op een hogere verdieping van zijn huis wat voor driekwart onder water stond.
Op 8 maart, na het opsteken van een felle noordwesten wind, besloot Van Wijk om het rampgebied te verlaten, bang als hij was dat zijn huis onder het geweld van het water zou instorten en ook de nog weinige droge delen van Veenendaal blank zouden komen te staan. Hij vond de schipper Sijmen Verhoef en zijn vriend bereid om het gezin met hun huisraad in een lichter (platbodem) richting Amerongen te varen, alwaar zijn schoonmoeder verbleef. Het hele gezin en schoonvader Janszen namen in de lichter plaats zodat het aantal opvarenden, inclusief de schipper en zijn vriend uit dertien personen bestond. Daar kwam nog eens alle huisraad en beddegoed bij waardoor de lichter zwaar en instabiel werd. Buren, bekenden en vrienden van Van Wijk raadde hem de vaartocht ten zeerste af, maar Van Wijk vertrok met dramatische gevolgen.
Ze vaarden door de ondergelopen straatjes van Veenendaal, langs de Markt en verder de Kerkewijk op. Daar kreeg men last van verradelijke rukwinden en een krachtige golfslag waardoor het steeds moeilijker werd om de boot te manouvreren. In de beschutting van enkele beukebomen werd het vaartuig tegen een boom zo goed als dat ging even stil gezet. Vervolgens ging men weer verder. De wind was inmiddels stormachtig en buiten de bebouwde kom van het dorp werden de golven hoog opgejaagd. Ook ijsschotsen dreunden tegen het lichte vaartuig en uiteindelijk sloeg het om. De oude Janszen en vier van de kinderen verdwenen hier in het meters diepe water (2,70 meter). Verhoef en zijn vriend konden zich redden door zich vast te klemmen aan de beuketakken waar hun boot tussen voer. Verhoef zag hierbij nog kans om twee kinderen te redden. Ook van Wijk wist één kind en zijn vrouw, die de zeventien maanden oude Jacob aan de borst geklemd had, vast te pakken en in de takken van de bomen te krijgen. Toen er echter een ander kind voorbij kwam drijven strekte Jannigje Janszen zich uit en pakte dit kind stevig vast. Door de beweging die zij maakte schoot de jonge Jacob echter los en verdween levend in het ijskoude water. Het andere kind haalde zij omhoog maar dit bleek inmiddels te zijn verdronken. De kleine peuter verdronk eveneens.
Het hele gebeuren was, zo wordt beweerd, door inwoners van Veenendaal vanaf de Markt gadegeslagen waaronder B. Nieuwenhuis. Deze schreef in juli 1855 een gedicht over de watersnood in Veenendaal waarbij hij ook een aantal coupletten aan dit dramatische gebeuren wijdde. Zo schreef hij over Cornelis Janszen:
"Onder drie bomen doorgedreven
Mislukt het hem geheel en al
Te redden zooals zijn zoon 't leven
De takken breken zonder tal
Dees vond zijn graf ook in de golven
Treurig was ook zijn ongeval
Door 't water werd hij schier bedolven
Men zocht naar hem daar overal
Maar nergens was hij daar te vinden
Hij was verborgen voor het oog
De golven sloegen door de winden
Voor onze schuitjes veel te hoog"
Vanaf de Markt namen wethouder H.S. van der Poel en zijn knecht C. van Ojik direct initiatieven tot redding van de drenkelingen. Nadat dit eerst met een kleine boot niet lukte werd met een grotere boot een tweede poging ondernomen en wist men uiteindelijk met veel moeite bij de drenkelingen in de beukebomen van de Kerkewijk te komen. Daar maakten de redders verschrikkelijke dingen mee waarover Buitenhuis in zijn gedicht schreef:
"Men redt van Wijk met vrouw en kind'ren
Zoo spoedig men maar redden kon
Wel kwamen hier de winden hind'ren
Maar door Gods hulp men overwon.
Het mocht de redders ook gelukken
Een reeds bijna verdronken kind
De woeste golven te ontrukken
Wijl 't door de kou de dood toch vind.
Wel ging men daad'lijk aan 't verplegen
Met den jonge drenkeling
Maar wat men ook mogt overwegen:
Hier baatte niets, geen enkel ding.
Wie, wie doorziet hier Godes wegen
Nog vijf lijken en vond men niet
Men was hiermede zeer verlegen
Men vischte vruchtloos, dit gaf verdriet.
Wanhopig rukt van Wijk zijn haren
Uit het hoofd en sloeg zich op de borst
Omdat hij aan zoveel gevaren
Zich aan de zijnen wagen dorst.
Hij kwam half razend weer op 't drooge
'Ach had ik toch naar raad gehoord'
Sprak hij met tranen in zijn oogen
't Is of 'k zelf hun heb vermoord'.
Zijn vrouw viel, toen zij kwam op 't drooge
In onmacht door dit ongeval.
'O God! zie op mij uit de hoogte
toch neder in dit tranendal'.
'Ontferm U over mijn beminden
Door ons in 't ongeluk gebragt
Ach mogt hun ziel zich bij U vinden
En leid ons verder door Uw magt'".
Een maand later, op 7 april, vond men een onherkenbaar lijk wat geheel met slib em slijk bedekt was. Op grond van de persoonlijke bezittingen en de spaargelden die het bij zich droeg kon men opmaken dat het Cornelis Janszen betrof. Op dezelfde dag werd ook het stoffelijk overschot van de zeventienjarige Geertruij gevonden. Een dag later, op de achtste april, werden nog twee lijken gevonden vlak in de buurt van het ongeval. Ook deze waren onherkenbaar, maar toch kon men vaststellen wie het waren: kinderen van de zeer beklagenswaardige Gerrit van Wijk. Weer een dag later, op de negende april, werd het laatste kind gevonden. Buitenhuis schreef hier over:
"Het vijfde lijk werd nu gevonden
Dat van de jonge zuigeling
Dat in zijn Moeders arm ontbonden
Zoo jong van d'aarde heneging.
Dit was het verste weggeslagen
En door de golven meegesleurd
Ook dit werd naar het graf gedragen
En door de moeder 't meest betreurd.
't Getreur der ouders te beschrijven
Zal ik dat kunnen doen?. O, neen.
Lezers denkt hoe zoudt gij toch blijven
In zoveel reden tot geween."
Na hun redding op de achtste maart werden de overlevenden van de zo diep getroffen familie Van Wijk zo snel mogelijk naar de "Salvatorkerk" op de Markt gebracht. Adriaan P. de Kleuver, een plaatselijke geschiedschrijver, schreef hier over: ".en zo kwamen de ongelukkigen later op de Markt aan, waar onze onvergetelijke burgemeester H. van de Poll gereed stond hen uit de naar de plaats des onheils gezonden boot te halen.". Het was een verschrikkelijk gebeuren daar vlak voor de kerk. Iedereen was sprakeloos van ontzetting. De burgemeester was echter aan één stuk bezig om hulp voor de ongelukkige familie Van Wijk te krijgen. Deze hulp kwam er in de persoon van J.H. Burlage, een welgestelde Amsterdammer welke de door watersnood getroffen Gelderse Vallei bezocht en zodoende in Veenendaal aanwezig was toen Van Wijk en zijn resterende gezinsleden aan land gebracht werden. Terug in Amsterdam begon hij een privé collecte om het gezin van Van Wijk in ieder geval stoffelijk uit de nood te helpen. Hiertoe schreeft hij een stuk wat in de Amsterdamse Courant van 13 maart 1855 gepubliceerd werd en waarvan een deel van de tekst als volgt is:
"Door een golfslag, huis, have, goed, vijf kinderen en een grijzen vader verloren."
'Bij al wat gij nog te geven zult hebben, vermogenden onder mijne stadgenooten! vraag ik van velen uwer slechts eene kleinigheid: want wie in de dagen de Hollandsche liefdadigheid misbruikt, bezondigt zich voor God.
Door velen al zoo slechts iets afgezonderd voor het overschot van het Huisgezin van G. van Wijk, een ijverige en onbesproken kleinhandelaar, in het zoo zwaar geteisterde Veenendaal.
Ik erken 't gaarne, Amsterdamsche huisvaders, die voor uwe gezinnen leeft en arbeidt! toen ik op het kleine behouden gedeelte van Veenendaal voet aan wal zette, na een tamelijk vermoeiende overtogt, vervulde een ongekend gevoel van dank mijn hart dat ik zonder averij of letstel mogt aankomen, want mijn eerste blik rigtte zich op de drenkelingen, die in een soort gelijk vaartuig als het mijne, op het zelfde oogenblik aan de andere zijde van het dorp gedobberd hebbende, het slachtoffer waren geworden van denzelfden golfslag, die mij het doel mijner reize had doen bereiken.
Amsterdamsche Vrienden! Beschaamt de gelofte niet, die ik deed met het oog op u, waar mijne krachten alleen niet toereikende zijn.
Ik geef u hier geen overdreven, geene dichterlijke beschrijving van die ramp; ik verhaal u slechts het feit.'
"G. van Wijk bevindt zich, onder geleide van twee schippers, met zijne vrouw, haren grijzen vader en acht kinderen, dobberende in de u bekende laan van Veenendaal, naar de zijde van Amerongen; een even verschoonbare als onberekende zorg tot behoud van de schamele have, kostte aan zes van de dertien personen het leven. In die laan op meer dan vijftien voet water, in den golfslag wegzinkende, konden die beide schippers zich redden, door zich, even als Van Wijk, te klemmen in de takken der beukeboomen, voor zoo verre hunnen toppen boven de 15 voet water op dien straatweg uitstaken. De laatste (Van Wijk) vat zijne vrouwe, die een zuigeling aan de borst heeft.
In dien toestand, zonder menschelijke hulp, door den golfslag overstelpt en alleen steunende op de genade Gods, werpt de stroom hun toevallig nog een hunner kinderen tegemoet. "Grijp, vrouw!" roept Van Wijk de moeder toe, die den arm uitstrekt. Maar ook daardoor ontzinkt haar de nog levende zuigeling; en het kind dat zij waande gered te hebben, was reeds.een lijk!
Twee lijken, buiten dit, zijn nog slechts terug gevonden, en de onbesproken huisvader ziet zich niet alleen beroofd door de woedende golven van huis, have, goed, voedingsmiddelen en zijn weinige spaarpenningen, die met de oude man in de diepte wegzonken. De moeder verloor vijf kinderen en haren vader. De gereddenen bezitten niets dan lijfkleederen, die ik aan hun verkleumde leden zag verstijven."
Burlage was dus van het laatste deel van het drama getuige geweest. Hij vervolgde:
"Slechts één voet nog uit mijn vaartuig op behouden grond, of de Heer van de Poll reikte mij de hand met een: 'Gij zijt gelukkiger geweest dan zij die hier voor u liggen; bedenk ze daarom bij de Vrienden onder uwe Stadgenooten!'
Ik heb 't beloofd, met een dankbaar hart; en ook mijne gastvrije opname en de onvermoeide hulp van het hoofd der gemeente, verpligt mij eene gelofte gestand te blijven, die mijne Vrienden niet zullen beschamen. Met de mijnen voer ik vierentwintig uren later ongedeerd langs dezelfde boomtoppen, waar zes menschen hun graf in de golven vonden, langs en door hun nog drijvend beddegoed".
In de rest van het krantenartikel verwees Burlage naar zijn privé collecte. Een dag later kon hij al melden dat er in weinige uren voor Van Wijk en zijn getroffen gezin 500 gulden gedoneerd was. Hiermee was Van Wijk in ieder geval voor wat betreft zijn stoffelijke nood geholpen.
In de directe omgeving van de plaats waar het drama zich op 8 maart 1855 afspeelde staat sinds 8 maart 1955 een gedenkmonumentje (Stationssingel/Kerkewijk, Veenendaal).
Bron: Rik Valkenburg. Toen de vloed over het land raasde. Uitgeverij Frits Hardeman, Ede 1995.
Nb. Uit de overlijdensakten van de verdronken gezinsleden valt op te maken dat de hiervoor genoemde datums waarop deze werden terug gevonden niet geheel correct zijn.
Op 8 maart kon de dertienjarige Cornelis geborgen worden. Het lijkt er dan ook op dat hij het was die volgens het gedicht van Buitenhuis nog door de redders uit de golven gehaald werd maar toch bezweek. Gezien de aangifte van overlijden (9 maart) werd op 8 maart ook de zeventien maanden oude Jacob geborgen. Cornelis Janszen werd op 6 april gevonden. De elfjarige Hendrikje op 7 april en de vier jarige Gerritje en zeventienjarige Geertruij op 10 april
 
  met 

39.  Jannigje Janszen[V][M][19] ook genaamd Jannetje Jansen, Jannetje Janssen en Jannigje Janzen
  geb. te Veenendaal op 13 jun 1817, 
  ref, 
  ovl. (73 jaar oud) te Veenendaal op 8 apr 1891. 

40.  Ate Gerbens Veldman[V][M][20]
  geb. te Oldeboorn in 1817, 
  ovl. (ongeveer 33 jaar oud) in 1850, 
  relatie 
  met 

41.  Rinske Hylkes Hottinga[V][M][20]
  geb. te Luinjeberd (Aengwirden) circa 1821. 

42.  Auke Jans Heida[21]
  relatie 
  met 

43.  Antje Hendriks Plantinga[21]

44.  Jan Nieuwenhuizen[V][M][22]
  geb. te Den Burg circa 1809, 
  ged. te Den Burg op 29 okt 1809 (getuige: Neeltje Vermeulen), 
  werkman, tuinman, 
  Jan woont ten tijde van zijn huwelijk in Den Helder, 
  ovl. (hoogstens 79 jaar oud) te Den Helder voor 19 jan 1888 18:00 uur
  tr. (resp. ongeveer 24 en 23 jaar oud) te Texel op 21 sep 1833 (getuigen: Jan de Leeuw, timmerman, 38, Willem Ambruul, kleermaker, 44, Arien Waaiboer, arbeider, 38 en Willem van Os, 25. Allen wonende te Zijpe) 
  met 

45.  Trijntje Jans Smit[V][M][22]
  geb. te Zijpe op 9 aug 1810, 
  ged. te Zijpe op 12 aug 1810 Hervormd
  ovl. (76 jaar oud) te Den Helder op 15 mei 1887. 

46.  Willem Jongebloed[V][M][23]
  geb. te Schagen op 11 feb 1824 20:00 Willem is geboren aan het Lage Noord. Getuige bij de aangifte waren: Gerrit en willem Boonacker
  ovl. (31 jaar oud) te Schagen op 8 sep 1855, 
  tr. (resp. 29 en 24 jaar oud) te Schagen op 13 aug 1853 Uit het Certificaat Nationale Militie blijkt dat Willem is vrijgesteld vanwege zijn te kleine lengte. Ook is bij de huwelijkse bijlage een Attest van onvermogen gevoegd 
  met 

47.  Neeltje Vader[V][M][23]
  geb. te Barsingerhorn op 31 mrt 1829, 
  dienstmeid, 
  ovl. (hoogstens 58 jaar oud) voor 1888. 

48.  Adam Watertor[V][M][24]
  geb. te Heerhugowaard op 4 mrt 1797, 
  ged. gereformeerd te Oudorp op 12 mrt 1797 Uit het doopregister der gecombineerde gereformeerde gemeente van Oudorp en Oterleek is geëxtraheerd dat op den vierden maart 1797 is geboren en den 12 maart daar aanvolgende is gedoopt Adam kond van Jacob Willemsz Watertor en Trijntje Adamsdr Paardebos wonende in de Heer Hugowaard
  Landman, koehouder, 
  Ovl. (49 jaar oud) te Zijpe Aan het kanaal op 1 aug 1846 20.00
  begr. te St. Maartensbrug, Bron: testament no.143 1 juni te Alkmaar opgemaakt
  tr. (resp. 24 en 22 jaar oud) te Heerhugowaard op 26 apr 1821 (getuigen: Joris Schut, Teunis Maahal, Jan Met en Simon Boon
Adam Watertor was van ten tijde van het huwelijk koehouder van beroep.
getuige: T. Klaas Blokker) 
  met 

49.  Seijtje (Sijtje) van den Berg[V][M][24]
  geb. te Egmondermeer op 25 dec 1798, 
  ged. te Egmond aan den Hoef op 25 dec 1798 (getuige: Klaas Blokker), 
  Huisvrouw, boerin, 
  ovl. (69 jaar oud) te Zijpe (aan het kanaal) op 6 sep 1868. 

50.  Pieter Delver[V][M][25]
  geb. te Zijpe circa 1800, 
  landman, 
  ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Zijpe op 8 sep 1856, 
  tr. (resp. ongeveer 29 en 21 jaar oud) te Zijpe op 1 jan 1829 
  met 

51.  Aaltje Reijersdr. Mulder[V][M][25]
  geb. te Burgerbrug op 11 feb 1807 Bij de aangifte was Rens Biersteker aanwezig
  ged. Ned.Herv. te Petten op 15 feb 1807, 
  Dienstmeid, 
  ovl. (45 jaar oud) te Zijpe op 10 aug 1852. 

52.  Johannes Ludeke[V][M][26]
  geb. te Alkmaar op 26 mei 1812, 
  broodbakker, 
  ovl. (55 jaar oud) te Leeuwarden op 20 sep 1867, 
  tr. (resp. 46 en ongeveer 37 jaar oud) (2) te Schoorl op 27 jun 1858 
  met Neeltje Simonsdr Hoogland
  geb. te Heerhugowaard in 1821. Uit dit huwelijk een zoon, 
  tr. (beiden 23 jaar oud) (1) te Alkmaar op 22 mei 1836 
  met 

53.  Hanna Helena Boendermaker[V][M][26]
  geb. te Alkmaar op 20 mrt 1813, 
  ovl. (41 jaar oud) te Schoorl op 19 okt 1854. 

54.  Gerrit Bareman[V][M][27]
  ged. Hervormd te Schoorl op 4 apr 1809, 
  winkelier, 
  ovl. (ongeveer 91 jaar oud) te Schoorl op 9 feb 1901 22:00
  tr. (resp. ongeveer 27 en 26 jaar oud) te Schoorl op 1 mei 1836 
  met 

55.  Geertje van Bodegraven[V][M][27]
  geb. te Schoorl op 31 dec 1809, 
  ged. te Schoorl op 7 jan 1810 Bij de doop was Trijntje Volkers als getuige aanwezig
  ovl. (74 jaar oud) te Groet op 30 jul 1884 15:00 Aangegeven door Gerrit Bareman van beroep winkelier, oud 75 jaren, wonende te Schoorl echtgenoor van de overledene en Pieter Bareman, veldwachter, oud 42 jaren, wonende te Schoorl, zoon van de overledene

56.  Germent Coevert[V][M][28] Alias: Couvert
  geb. te Oostwoud op 29 okt 1799, 
  boerenknecht, dagloner, arbeider Woonplaats: Oostwoud
  ovl. (69 jaar oud) te Oostwoud op 12 nov 1868, 
  tr. (resp. 24 en ongeveer 22 jaar oud) (1) te Midwoud op 2 nov 1823 (getuige: Jacob Druijf, om bruid Jan Meurs, Gerrit Couvert, Hendrik Hendriksz Coevert) 
  met Dieuwertje Meurs
  geb. circa 1801, 
  ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Oostwoud op 20 mrt 1850. Uit dit huwelijk 12 kinderen, 
  tr. (24 jaar oud) (2) te Twisk op 2 nov 1823 
  met Dieuwertje Meurs
  geb. te Winkel, 
  ovl. te Twisk voor 1851. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. 51 en 23 jaar oud) (3) te Midwoud op 10 jul 1851 
  met Lijsbeth Smit, dr. van Cornelis Smit (dagloner) en Antje Liefhebber, 
  geb. te Opperdoes op 11 jan 1828, 
  werkbode. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. 51 en 23 jaar oud) (4) te Midwoud op 10 jul 1851 (getuige: Reindert Smit, oom bruid Dirk Kooij, Gerrit Coevert, Hendrik Hendriksz Coevert) 
  met 

57.  Lijsbeth Smit[V][M][28]
  geb. te Opperdoes op 11 jan 1828, 
  werkbode, naaister woonplaats(en): Oostwoud
  ovl. (64 jaar oud) te Oostwoud op 8 feb 1892. 

58.  Klaas Wurkum[V][M][29]
  geb. te Twisk circa 1824, 
  Arbeider, 
  ovl. (hoogstens 52 jaar oud) voor 1876, 
  tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Twisk op 9 apr 1848 
  met 

59.  Maartje Doovis[V][M][29] ook genaamd Maartje Dovis
  geb. te Barsingerhorn circa 1823, 
  Arbeidster, 
  ovl. (minstens 59 jaar oud) na 1882. 

60.  Jan Keppel[V][M][30]
  geb. te Herwijnen op 15 jul 1832, 
  arbeider, 
  ovl. (76 jaar oud) te Anna Paulowna op 21 aug 1908, 
  tr. (resp. 24 en 26 jaar oud) te Zijpe op 30 mei 1857 
  met 

61.  Gerritje Schouw[V][M][30]
  geb. te Enkhuizen op 10 apr 1831, 
  dienstmeid. 

62.  Jan Leijen[31]
  geb. te Winkel op 20 dec 1835, 
  Arbeider, 
  relatie 
  met 

63.  Maartje Strijder[31]
  geb. te Barsingerhorn op 9 mrt 1841, 
  Diensmeid. 

Generatie VII

64.  Jacob Pietersz Bremer[V][M][32] ook genaamd Jacob Breemer
  geb. te Oosterend op 11 dec 1791, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 11 dec 1791 (getuige: Guurtje Boon), 
  Boer en Landbouwer Jacob Pietersz Bremer was boer en landbouwer in Polder de Waal
  ovl. (40 jaar oud) te Polder de Waal op 23 aug 1832, 
  tr. (resp. 23 en ongeveer 23 jaar oud) te Texel op 18 jun 1815 Uit de huwelijksakte blijkt dat beide echtelieden de schrijfkunst machtig zijn (getuigen: Arie Breemer (broodbakkersknecht, broer bruidegom), Cornelis Simonsz Visser (zeeman, broer bruid), Jan Boon (logementhouder) en Reier Kikkert (eilandsbode)) 
  met 

65.  Martje Simonsdr Visser[V][M][32]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 1 mrt 1792, 
  ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te De Waal op 13 mrt 1864. 

66.  Cornelis Pieterszn Visser[V][M][33]
  geb. te Oost op 1 sep 1801, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 27 sep 1801 (getuige: doopgetuige was Trijn Teunis Stark), 
  zeeman en schipper, 
  ovl. (59 jaar oud) te Oost op 21 jan 1861, 
  tr. (resp. 23 en 22 jaar oud) te Oosterend op 30 jan 1825 Uit de huwelijksakte blijkt dat beide echtelieden de schrijfkunst machtig zijn (getuige: Meindert Visser (52 jaar, zeeman, oom bruidegom), Biem Vlaming (29 jaar, landbouwer, neef van de bruid), Dirk Kikkert (53 jaar, herbergier, neef van de bruid), Cornelis Jacobsz Bruin (52 jaar, broodbakker)) 
  met 

67.  Tetje Maartensdr Vlaming[V][M][33]
  geb. te Oost op 12 jan 1803, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 23 jan 1803 (getuige: doopgetuige was Jantje Vlaming), 
  ovl. (72 jaar oud) te Oost op 23 jan 1875 overleden om 08.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Johannes Zoetelief, 38 jaar oud, veldwachter, behuwd zoon van de overledene en Simon Mossel, 53 jaar oud, boodschaploper, beide wonende op Texel). 

69.  Kaatje Hartog[V][M][34] Kaatje Hartog tekend haar naam als K. Hartog onder de huwelijksakte van haar zoon Leendert (nr.74) op 2 juni 1843
  geb. te Sommelsdijk, 
  ged. te Sommelsdijk wonende te Herkingen en te Texel op 20 feb 1788, 
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Eierland op 21 okt 1859 overleden om 19.00 uur. In de overlijdensakte werd vermeld dat Kaatje Hartog een dochter was van Boelhouwer Hartog en Neeltje van der Mast. Bij haar overlijden was zij 68 jaar oud hetgeen zou betekenen dat zij in 1791 werd geboren. Dit blijkt niet te kloppen want op 27 maart 1791 werd van het echtpaar Hartog van der Mast te Sommelsdijk een dochter met de naam Christina gedoopt. Van het zelfde echtpaar werd op 20 februari 1788 eveneens te Sommelsdijk een dochter met de naam Kaatje gedoopt), 71 jaar oud (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Leendert Hartog, zoon van de overledene en van beroep arbeider en Anthonie Diederik Vrij, koopman van beroep. In de overlijdensakte werd vermeld dat Kaatje Hartog een dochter was van Boelhouwer Hartog en Neeltje van der Mast. Bij haar overlijden was zij 68 jaar oud hetgeen zou betekenen dat zij in 1791 werd geboren. Dit blijkt niet te kloppen want op 27 maart 1791 werd van het echtpaar Hartog van der Mast te Sommelsdijk een dochter met de naam Christina gedoopt. Van het zelfde echtpaar werd op 20 februari 1788 eveneens te Sommelsdijk een dochter met de naam Kaatje gedoopt), 71 jaar oud). 

70.  Rijke Egberts Zijlma[V][M][35] ook genaamd Rijke Zijlema
  geb. te Vierhuizen op 4 dec 1790 wonende aldaar en te Ulrum
  ged. Nederduits-gereformeerd te Vierhuizen op 11 dec 1790, 
  landbouwersknecht en dagloner, 
  ovl. (56 jaar oud) te Vierhuizen op 6 jul 1847 (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Derk Harms Tint (nabuur van de overledene, van beroep dagloner) en Roelf Jans Loots (nabuur van de overledene en van beroep schoenmaker)), 
  tr. (resp. 26 en ongeveer 20 jaar oud) te Ulrum op 16 jan 1817 (getuigen: Jelte Gerrits Beukema, Goossen Berents Colk, Albert Hindriks Noordhuis en Klaas Eppes) 
  met 

71.  Trijntje Jacobs Visser[V][M][35] ook genaamd Trijntje Jackobsdr Visser, Trientje Jacobs en Trijntje Jacobs
  geb. te Zoutkamp wonende te Zoutkamp, te Vierhuizen en te Ulrum
  ged. Ned.Herv. te Vierhuizen op 29 mei 1796, 
  Dienstmeid en Daglonersche, 
  ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Leens op 3 mei 1864. 

72.  Bernardus van Geenhuizen[V][M][36]
  ged. Rooms Katholiek te Amersfoort gedoopt in R.K. Kerk "Kromme Elleboog" op 22 jan 1778 (getuige: Everarda Evers), 
  bleeker, 
  ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te Amersfoort op 1 aug 1821, 
  otr. te Amersfoort op 22 dec 1797, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 19 jaar oud) te Amersfoort op 7 jan 1798 
  met 

73.  Anna van der Maat[V][M][36] ook genaamd Johanna van der Maath en Antje van der Maat
  ged. Oud-Katholiek te Amersfoort Gedoopt in de oud Katholieke parochie "t Zand" op 19 jun 1778, 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Amersfoort op 5 okt 1836. 

74.  Govert Muijs[V][M][37]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 30 aug 1787 wonende te Amersfoort (in de Beneden Stad)
  wever en fabriquear, 
  wonende te Amersfoort (in de Beneden Stad), 
  ovl. (ongeveer 79 jaar oud) te Amersfoort op 12 mrt 1867 18.00 (getuigen: Overleden in een "gasthuis/grachthuis" aan de Singel nr. 67. De overlijdensakte werd opgemaakt op aangifte van Willem Klomp en Antonie Burgstede), 
  tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 8 okt 1815 Het gezin Muijs Meijer was woonachtig in de Krommestraat te Amersfoort Gehuwd om 11.00 uur 
  met 

75.  Helena Meijer[V][M][37]
  geb. te Nijmegen in 1790 (1787?)
  Nederduits-gereformeerd, 
  Dienstmeid, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Amersfoort op 30 mrt 1850 overleden in de Slijkstraat, wijk Breul, om 03.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Hendrik Wettelaar en Jan Kroes). 

76.  Cornelis Aartsen van Wijk[V][M][38]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 5 feb 1775, 
  Wolkammer en Wolkammersknecht, 
  ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Veenendaal op 7 mrt 1842 (volgens andere bronnen overleden op 6 maart 1842)
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 21 jaar oud) te Veenendaal circa 5 jan 1805 (volgens andere bronnen 25 jan 1805) 
  met 

77.  Geertrui van Schuilenburg[V][M][38] ook genaamd Geertruij Hendriksen van Schuijlenburg
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 27 apr 1783, 
  Spinster, 
  ovl. (ongeveer 80 jaar oud) te Veenendaal op 21 jul 1863. 

78.  Cornelis Janszen[V][M][39] ook genaamd Cornelis Jansen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 13 feb 1785 (mogelijk is hij op 13 februari 1785 gedoopt)
  Wolkammer en Keueskoper (varkenskoopman), 
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Veenendaal op 8 mrt 1855 verdronken tijdens watersnoodramp 1855 Aangegeven op 6 april 1855. Cornelis Jansen is op door den 2den getuige (Hendrik Sukkel) in het water dezer gemeente op 6-4-1855 gevonden, Bij het overlijden van Cornelis Janszen werd aangetekend dat hij een zoon was van Breunis Jansen en Maria van Holten. Bij zijn huwelijk in 1808 werd hij al genoemd met de familienaam/patroniem van zijn vader. Dit is in zoverre vreemd omdat dit meestal pas in 1812 of daarna gebeurde
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 25 jaar oud) te Veenendaal op 16 dec 1808 
  met 

79.  Jannigje Jacobsen van Agterberg[V][M][39] ook genaamd Jannetje Achterberg en Jannetje van Agterberg
  geb. in 1783, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 24 okt 1784, 
  ovl. (ongeveer 90 jaar oud) te Veenendaal op 17 nov 1873 overleden des namiddags om half 2 in de woning Wijk A, nr.255 (getuigen: aangegeven door haar zoon Jacob Jansen, oud 52 jaar en van beroep wolkammer). 

80.  Gerben Ernstes Veldman[V][M][40]
  geb. te Oldeboorn in 1773, 
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) in 1844, 
  tr. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 31 jaar oud) in 1806 
  met 

81.  Jacobje Thijssens Verstevens[40]
  geb. te Oldeboorn circa 1775. 

82.  Hylke Andries Hottinga[41]
  relatie 
  met 

83.  Jitske Jans de Vries[41]

88.  Renze Jansz Nieuwenhuizen[V][M][44]
  geb. te Den Burg circa 1777 huwelijksakte zoon Jan
  (getuige: Aagje Willems), 
  arbeider, 
  tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 30 jaar oud) te Den Burg op 21 aug 1805 
  met 

89.  Neeltje Jans Vermeulen[V][M][44]
  geb. te Texel circa 1775 huwelijksakte zoon Jan
  ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Den Burg op 21 jan 1847 om 18:00 uur

90.  Jan Smit[45]
  geb. vermoedelijk te Zijpe circa 1778 huwelijksakte dochter Trijntje
  arbeider, 
  relatie 
  met 

91.  Aagtje Hilgonde[45]
  geb. circa 1782 huwelijksakte dochter Trijntje

92.  Dirk Jongebloed[46]
  geb. circa 1787, 
  daglooner, 
  ovl. (ongeveer 59 jaar oud) te Schagen op 7 aug 1846, 
  tr. (beiden ongeveer 28 jaar oud) circa 1815 
  met 

93.  Elisabeth Herman[46]
  geb. circa 1787, 
  arbeidster. 

94.  Simon Cornelisz Vader[V][M][47]
  geb. te Zijpe op 29 sep 1782, 
  ovl. (54 jaar oud) te Barsingerhorn op 28 mei 1837, 
  tr. (resp. 40 en 29 jaar oud) te Barsingerhorn op 1 dec 1822 
  met 

95.  Trijntje Sijmonsdr Tulling[V][M][47]
  geb. te Zijpe op 7 apr 1793, 
  naaister, 
  ovl. (53 jaar oud) te Barsingerhorn op 22 jan 1847. 

96.  Jacob Willemsz[V][M][48] Ook genaamd Jacob Watertor
  geb. te Heerhugowaard op 7 nov 1764, 
  ged. Nederlands Hervormd te Ursem op 11 nov 1764, 
  boerenstand, 
  ovl. (66 jaar oud) te Heerhugowaard op 17 apr 1831 07.00 Op den 17 april 1831 is te Heer Hugowaard ten zeven ure des morgens overleden Jacob Watertor oud 66 jaar, wonende en overleden in H.H. Waard.
7 nov 1764, zoon van Willem Watertor en Beletje Hoogland.
In september 1836 vindt de scheiding plaats van de nalatenschap van Jacob en Trijntje ten bedrage van ƒ23.010,= door notaris Schoehuizen te Alkmaar. De erven zijn Adam Watertor, Dirk Groninger en zijn dochters Antje en Trijntje alsmede Arie Bult en zijn dochter Trijntje. Iedere erfgenaam ontvangt ƒ7.670,=, te weten Adam in contant geld, Dirk de boerderij met boet en land aan de Jan Gleijnisweg te Heerhugowaard (voor ruim ƒ4300,=) plus een contant bedrag en Arie een huis en erf te Noord Scharwoude (voor ƒ90,=) alsmede een bedrag in contant geld. (ONA 1284 en 1304, akten 1672, 1673 en 1682)
, Jacob Willemsz, zich later noemende Watertor.
In het trouwboek stond Jacob reeds genaamd als Watertor.
Uit overlevering gaat het verhaal dat hij deze naamswijziging heeft aangenomen toen hij wilde onderduiken om aan de dienstplicht te ontkomen.
Hij zou voor Napoleon naar het Russische front moeten. Deze versie lijkt echter zeer onwaarschijnlijk, aangezien de naam Watertor in 1792 al voorkomt in zijn huwelijksakte en Napoleon pas in 1812 oorlog voerde tegen Rusland. Waar de naam Watertor wel vandaan komt blijft tot nu toe onduidelijk.
In het polderarchief der Heerhugowaard komen we de naam van Jacob Watertor tegen. In het Missivenboek (L48) doet op 15-2-1811 het Dijk- en polderbestuur aan de Commissaris tot het werk der Verponding te Alkmaar een opgave van "een getal van zes brave, eerlijke en landbouwkundige personen", waarop vermeld staan Aldert Pater, Jan Knijn, Jan Ewoudsz Spaan, Rens Hartman, Jacob Watertor en Pieter Slovis. (bron: "Westfriese Families" 31e jrg. no. 4 blz. 108)
  kerk.huw. (beiden 27 jaar oud) te Oterleek op 1 apr 1792 1e gebooden, 18 maart Jaacob Willemsz Watertor, jongeman en Trijntje Adams Paardebos, jongedochter, beiden in de H. Huigenwaard. Betoog uitgegeven naar Oterleek den 1 april 1792, Er is een notariële akte bekend onder nummer 53 inventaris nr 755, datum 1794 mrt. den 22. tussen de "egtelieden in de Heer Hugo Waard".
Dit is een testament waarbij de gezamelijke echtelieden elkaar over en weder de ervenis nalaten. Op deze akte staat de aantekening dat Trijntje Adams Paardebos is overleden den 29 april 1822
 
  met 

97.  Trijntje Adams Paardebos[V][M][48]
  geb. te Heerhugowaard op 28 apr 1764, 
  boerenstand, 
  ovl. (58 jaar oud) te Heerhugowaard op 29 apr 1822 18.00

98.  Cornelis Jansz van den Berg[V][M][49]
  ged. te Egmond-Binnen op 16 sep 1766, 
  landman, 
  ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Oudorp op 29 mei 1835 12.00 Van Cornelis van den Berg, 29 mei 1835, ten twaalf ure, des namiddags, oud 69 jaar, wonende en overleden te Oudorp, beroep landman geboren te Egmond Binnen, eerst gehuwd geweest met Maartje Blom en thans bij het overlijden echtgenoot van Antje Ton, en zoon van wijlen Jan van den Berg en de moeder onbekend
  tr. (resp. ongeveer 53 en 47 jaar oud) (2) te Koedijk op 4 jun 1820 
  met Aafje Vennik
  geb. te Limmen op 4 apr 1773. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (beiden ongeveer 60 jaar oud) (3) te Heerhugowaard op 30 nov 1826 
  met Antje Ton
  geb. te Oterleek circa 1766. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 21 jaar oud) (1) te Egmond aan den Hoef op 4 mei 1794 Den 4 meij 1794 zijn te Egmond op de Hoeff getrouwd, Cornelis Jansz van den Berg jonkman te Egmond Binnen met Maartje Klaas Blom jonge dochter in de Egmonder meer 
  met 

99.  Maartje Klaasd. Blom[V][M][49]
  ged. te Heiloo op 4 mrt 1773, 
  ovl. (ongeveer 45 jaar oud) te Heerhugowaard op 19 feb 1819 03.00 Dat Maartje Klaasdr Blom, huisvrouw van Cornelis van den Berg, op den 19 februari 1819 des morgens ten drie uren, in het huis aan het einde van de Middenweg te Heerhugowaard is overleden in den ouderdom van 46 jaar

100.  Jan Delver[V][M][50]
  geb. te Zijpe op 16 apr 1758, 
  landman, 
  ovl. (56 jaar oud) te Zijpe op 27 jun 1814, 
  kerk.huw. (resp. 30 en 20 jaar oud) te Zijpe op 6 dec 1788 (getuige: genealoog A. Mekken) 
  met 

101.  Aagje Tol[V][M][50]
  geb. te Warmenhuizen op 17 jul 1768, 
  ovl. (59 jaar oud) te Zijpe op 10 sep 1827. 

102.  Reijer Mulder[V][M][51]
  ged. te Petten in 1777, 
  boer, 
  ovl. (ongeveer 35 jaar oud) te Zijpe op 16 sep 1812, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 21 jaar oud) in 1805 
  met 

103.  Antje Pieters Boetel[V][M][51]
  ged. te Petten op 5 jan 1783, 
  ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Zijpe op 4 jan 1858. 

104.  Johann George (Jurriaan) Lüdecke[V][M][52]
  geb. te Hofgeismar [Duitsland] Woonplaats(en): amsterdam, Alkmaar op 27 jun 1781, 
  ovl. (68 jaar oud) te Schoorl op 10 apr 1850, 
  kerk.huw. (resp. 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Alkmaar op 6 mei 1806 Het kerkelijk huwelijk is voltrokken in de Grote kerk te Alkmaar 
  met 

105.  Immetje Schram[V][M][52]
  ged. te Den Hoorn op 21 nov 1780, 
  ovl. (ongeveer 38 jaar oud) te Alkmaar op 26 mei 1819. 

106.  Adrianus Boendermaker[V][M][53]
  ged. te Alkmaar op 6 mrt 1785, 
  ovl. (ongeveer 37 jaar oud) te Alkmaar op 10 aug 1822, 
  tr. (resp. ongeveer 27 en 20 jaar oud) te Alkmaar op 10 mei 1812 
  met 

107.  Wilhelmina Mentink[V][M][53]
  geb. te Alkmaar op 27 nov 1791, 
  ovl. (76 jaar oud) te Alkmaar op 11 sep 1868. 

108.  Adrianus (Adriaan) Bareman[V][M][54] Baareman
  geb. te Hulst circa 1768, 
  ged. te Hulst in 1779 (getuige: aangetrouwd tante Susanna Willemsen, zijn aangetrouwd oom Joannes Gerardus Schoneveld), 
  Schoenmaker, 
  ovl. (ongeveer 75 jaar oud) te Warmenhuizen op 21 mei 1843, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 25 jaar oud) te Schoorl op 28 dec 1805 
  met 

109.  Grietje Gerrits Hoogvorst[V][M][54]
  geb. in 1780, 
  ged. in 1780, 
  ovl. (ongeveer 61 jaar oud) te Groet op 21 mei 1841. 

110.  Pieter van Bodegraven[55]
  geb. circa 1775, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 34 jaar oud) in 1809 
  met 

111.  Neeltje Kuijper[55]
  geb. circa 1775. 

112.  Hendrik Coevert[V][M][56] alias:Couvert
  ged. te Medemblik op 16 okt 1768, 
  timmerman, 
  ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Twisk Oostwoud op 4 mrt 1823, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 23 jaar oud) te Medemblik op 5 mei 1789 
  met 

113.  Volkertje Jacobs Danser[56]
  geb. te Harlingen circa 1766, 
  dagloonster, arbeidster, 
  ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Oostwoud op 24 dec 1843. 

114.  Cornelis Smit[57]
  geb. te Oostwoud circa 1804, 
  dagloner, arbeider, boerenknecht woonplaats(en): Opperdoes
  ovl. (ongeveer 93 jaar oud) te Opperdoes op 4 okt 1897, 
  tr. (resp. ongeveer 43 en 52 jaar oud) (2) te Opperdoes op 14 nov 1847 
  met Dieuwertje Haringhuizen
  geb. te Opperdoes op 10 sep 1795, 
  ged. te Opperdoes op 13 sep 1795, 
  vroedvrouw, naaister, 
  ovl. (67 jaar oud) te Opperdoes op 31 dec 1862. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 23 en 21 jaar oud) (1) te Opperdoes op 22 apr 1827 
  met 

115.  Antje Liefhebber[57]
  geb. te Opperdoes op 12 mrt 1806, 
  ged. te Opperdoes op 23 mrt 1806, 
  boerenmeid, 
  ovl. (31 jaar oud) te Opperdoes op 10 sep 1837. 

116.  Aarjen Workum[V][M][58] ook genaamd Aarien Wurkum
  geb. te Abbekerk circa 1792, 
  Boerenknecht, Bouwman, 
  ovl. (minstens 49 jaar oud) na 1841, 
  tr. (beiden ongeveer 21 jaar oud) te Twisk op 12 nov 1813 Jan Kwantes, oom bruid Jan Stapel, Mattheus Kruisveld, Louris Workum 
  met 

117.  Guurtje Schuit[58]
  geb. circa 1792, 
  Naaister, 
  ovl. (minstens 49 jaar oud) na 1841. 

118.  Gerrit Jansz Doovis[59]
  Bouwerman, 
  tr. 
  met 

119.  Elisabeth Jansdr Wiepkes[59]

120.  Jan Keppel[V][M][60]
  geb. te Herwijnen op 1 feb 1809, 
  arbeider, 
  ovl. (66 jaar oud) te Anna Paulowna op 17 apr 1875, 
  relatie, Het gezin Keppel-Vos werd op 8-11-1870 overgeschreven naar de gemeente Anna Paulowna 
  met 

121.  Dirkje Vos[60]

122.  Dirk Schouw[61]
  relatie 
  met 

123.  Maretje Harrelaar[61]

Generatie VIII

128.  Pieter Jacobsz Bremer[V][M][64] ook genaamd Pieter Breemer
  geb. in 1768, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 28 aug 1768, 
  Municipal en Broodbakker, 
  Ovl. (Ongeveer 89 jaar oud) te Oosterend op 1 apr 1857, Geappoincteerde requesten:
12-9-1805 Pieter Breemer, wedn. van Aaltje Spigt overleden augustus 1799 te Oosterend, kinderen Jacob 13, Arie 12, Guurtje 10, Nan 7, vraagt toestemming om de goederen die de kinderen hebben geerfd van grootmoeders en moederszijde te gebruiken voor de opvoeding. (bron: Miriam Klaassen)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 35 en ongeveer 28 jaar oud) (2) te Texel op 6 okt 1803 
  met Gerbrig Klaas Brouwer ook genaamd Gerbregt
  geb. circa 1775 (1777 ?)
  ovl. (ongeveer 73 jaar oud) in 1848. Uit dit huwelijk een zoon, 
  otr. (1) te De Waal, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en 20 jaar oud) te Oosterend op 28 jan 1791 
  met 

129.  Aaltje Ariësdr Spigt[V][M][64]
  geb. te Oosterend op 9 feb 1770, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 11 feb 1770 (getuige: Jantje Sukoms Dogger
Doopgetuige was Jantje Sukoms Dogger), 
  ovl. (29 jaar oud) te Oosterend op 26 aug 1799, 
  begr. te Oosterend Aaltje Spigt werd begraven in het achterportaal bij de achteringang van de Nederlands Hervormde kerk, toen nog Nederduits Gereformeerde kerk te Oosterend. Op de grafsteen valt te lezen: Aaltje Spigt overleed den 26 augs 1799 in den ouderdom van 29 jaar 6m(aanden) 17 d(agen). Het graf is nog steeds aanwezig maar ligt gedeeltelijk onder een houten beschot

130.  Simon Meindertszn Visser[V][M][65]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend wonende te Nieuweschild (Texel) op 19 feb 1747 (getuige: Martje (Cornelis) Potter), 
  Zeeman, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Oosterend op 26 feb 1812 overleden te Nieuweschild op het adres huis nr.197 om 22.30 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Meindert Visser, 35 jaar, zeeman en zoon van de overledene en Pieter Mossel, 39 jaar, zeeman en buurman van de overledene, beide wonende in Nieuweschild), 
  otr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 28 jaar oud) (1) te Texel op 24 feb 1774 
  met Cornelisje Jacobs Boon
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 5 sep 1745 (getuigen: doopgetuigen waren An Iewes en Meijs Teunis), 
  ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 7 mrt 1783, dochter van Jacob Iewesz Boon en Trijntje Jans de Haas. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 23 jaar oud) (2) te Nieuweschild op 7 mrt 1783 
  met 

131.  Neeltje Jansdr Burger[V][M][65] schrijft zelf Neeltje Burger
  geb. in 1760 wonende te Nieuweschild (Texel)
  ovl. (ongeveer 59 jaar oud) te Nieuweschild op 25 feb 1819 overleden om 02.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Harmen de Wijn, 37 jaar, zeeman en neef van de overledene en Cornelis Visser, 32 jaar, zeeman en zoon van de overledene, beide wonende op Texel). 

132.  Pieter Corneliszn Visser[V][M][66] schrijft zelf Pieter Visser
  geb. wonende te Oost (Texel)
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 22 dec 1765 (getuige: doopgetuige was Neel Teunis Stark), 
  Visser, Schipper en Zeeman, 
  ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Oost op 15 feb 1834 overleden om 10.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Pieter Dogger, 52 jaar, metselaar en Gerrit List, 38 jaar, zaakwaarnemer, beide wonende in Den Burg), 
  otr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 21 jaar oud) te Oosterend op 6 apr 1792 
  met zijn achternicht 

133.  Grietje Aarjensdr Hoek[V][M][66] Schrijft zelf G.A. Hoek
  geb. wonende te Oost (Texel)
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 26 aug 1770 (getuige: doopgetuige was Hiltje Pieters), 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Oost op 1 jan 1829 overleden om 02.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Gerrit list, 33 jaar, kantoorbediende en Cornelis L(eendertsz) Kok, 44 jaar, werkman, beide wonende in Den Burg). 

134.  Maarten Biemszn Vlaming[V][M][67] Schrijft zelf Maarten Vlaming
  geb. te Oosterend op 1 mrt 1778, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend wonende te Oost (Texel) op 8 mrt 1778 (getuige: doopgetuige was Aafje Cornelis), 
  Boer, Zeeman en Oestervisser Maarten Biemsz Vlaming was in de periode 1811 1818 boer. Van 1825 tot in ieder geval 1853 was hij visser en in 1843 en 1846 oestervisser
  ovl. (78 jaar oud) te Oost op 20 jan 1857 overleden om 06.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Cornelis Visser, 55 jaar, zeeman, schoonzoon van de overledene, wonende in Oost en Cornelis Moojen, 81 jaar. eilandsbode, wonende in Den Burg), 
  otr. (resp. 24 en ongeveer 26 jaar oud) te Oosterend op 3 mrt 1802, Het echtpaar Vlaming Bakker bewoonde de boerderij "Trentgeest" op Oostkaap 1. Zij kwamen na 1810 van "De Lange Gang". In 1823 woonden zij op "Het Varken", Oost 68 Texel 
  met 

135.  Cornelisje Klaasdr Bakker[V][M][67]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend wonende te Oost (Texel) op 31 dec 1775 (getuige: doopgetuige was Aafje Maartens), 
  ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Oost op 18 sep 1839 overleden om 14.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Cornelis Visser, 38 jaar, zeeman, behuwd zoon van de overledene en Klaas Vlaming, 32 jaar, zeeman, zoon van de overledene, beiden wonende te Oosterend), Cornelisje Klaas Bakker tekend de huwelijksakte van haar dochter Tetje Maartens Vlaming (nr.147) op 30 januari 1825 met E.K. Bakker

138.  Boelhouwer Jacobsz ook genaamd Boelhouder Jacobs Hartog Hartog[V][M][69]
  ged. te Sommelsdijk op 14 jan 1753 wonende te Melissant
  ovl. (minstens 62 jaar oud) na aug 1815 Minstens 62 jaar oud
  otr. te Dirksland op 21 okt 1780, 
  tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) te Dirksland (of te Sommelsdijk) op 19 nov 1780, 
  kerk.huw. te Dirksland (of te Sommelsdijk) op 19 nov 1780 
  met 

139.  Neeltje Philips van der Mast[V][M][69] Ook genaamd Neeltje Mast
  geb. te Dirksland (te Sommelsdijk) in 1758 wonende te Melissant en te Herkingen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Dirksland op 25 nov 1758 (5 november 1758?) (getuigen: Phillipus van der Mast (vader) en Elisabeth van der Vorm (moeder)), 
  Arbeidster, 
  ovl. (ongeveer 75 jaar oud) te Herkingen op 20 dec 1833 (getuige: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Engel Goemaat, 56 jaar, schoonzoon), 
  tr. (resp. minstens 42 en minstens 31 jaar oud) (2) te Herkingen na 1800 
  met Cornelis Kaslander
  geb. in 1769 (rond 1758?)
  ged. te Herkingen op 8 okt 1769, 
  ovl. (minstens 64 jaar oud) na 20 dec 1833 minstens 75 jaar oud. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  geen kinderen. 

140.  Egbert Edes Zijlma[V][M][70] ook genaamd Egbert Eites en Egbert Eddes Zijllema
  geb. circa 1761 wonende te Vierhuizen en te Aduarderzijl (getuigen: Het opmaken van de geboorteakte geschiedde op aangifte van Claas Boelens, van beroep.dagloner en Sijbrand Cornelis Hazenberg eveneens dagloner van beroep), 
  Nederduits-gereformeerd, 
  dagloner, 
  Wonende te Vierhuizen en te Aduarderzijl, 
  ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Vierhuizen op 5 apr 1812 overleden in het huis No.24 te Vierhuizen/Ulrum
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en 22 jaar oud) te Vierhuizen op 1 jun 1788 
  met 

141.  Aafke Rijkes Beukema[V][M][70] ook genaamd Aafke Rijkes, Aefke Rijkes en Aafke Riekes
  geb. in dec 1765, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Vierhuizen op 22 dec 1765 (28-08-1768?)
  Daglonersche, 
  ovl. (53 jaar oud) te Vierhuizen (Ulrum) op 1 jul 1819. 

142.  Jacob Siewerts[V][M][71] ook genaamd Jacob Sieverts en Jacob Siewert
  geb. in 1760 wonende te Zoutkamp en te Niehove
  ged. Nederduits-gereformeerd te Niehove op 20 apr 1760, 
  Schipper, 
  Wonende te Zoutkamp en te Niehove, 
  ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te Zoutkamp op 20 mei 1803, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 24 jaar oud) te Vierhuizen op 1 jul 1787 
  met 

143.  Aaltjen Berents Colk[V][M][71] ook genaamd Aaltje Berends Kolk en Aeltien Berents
  geb. wonende te Zoutkamp en te Zoutkamp/Hoogland
  ged. Nederduits-gereformeerd te Vierhuizen op 12 jun 1763, 
  Wonende te Zoutkamp en te Zoutkamp/Hoogland, 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) te Zoutkamp op 27 jul 1809. 

144.  Hendrik Maasen van Geenhuijsen[V][M][72] ook genaamd Henricus van Geenhuijzen
  ged. Rooms Katholiek te Amersfoort in 1738, 
  begr. te Amersfoort op 6 mrt 1800, 
  otr. te Amersfoort op 19 apr 1771, 
  tr. (beiden ongeveer 33 jaar oud) te Amersfoort (Gerecht) op 3 mei 1771 (getuige: Elsje Ebbing
Gerecht) 
  met 

145.  Margaretha van Havenbeek[V][M][72] ook genaamd Margaretha van Haverbeek en Margrita van Havicbeeck
  ged. Rooms Katholiek in 1738, 
  ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Amersfoort op 19 mrt 1812 Overleden om 19.00 uur (getuigen: De overlijdensakte werd opgemaakt op aangifte van Bernardus van Geenhuijzen. Hierbij waren Wessel Keijzer en Jan Barend Seelnik als getuigen aanwezig). 

146.  Tijmen Wulfertsz van der Maat[V][M][73] ook genaamd Tijmen van der Maath en Timotheus
  geb. te Amersfoort op 3 mrt 1750, 
  ged. te Amersfoort op 6 mrt 1750 (getuige: Margaretha van Donkelaar-van der Maat), 
  ovl. (76 jaar oud) te Amersfoort op 21 jun 1826, 
  tr. (resp. 43 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Amersfoort (Gerecht) op 21 feb 1794 (getuige: getuige was Alijda Craan) 
  met Anthonia van de Bleek, dr. van Arien van de Bleek en Alijda Craan, 
  geb. circa 1769. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (1) te 's-Gravenhage op 23 sep 1774, 
  tr. (resp. 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort (Gerecht) op 23 sep 1774 
  met 

147.  Francisca van Duuren[73] ook genaamd Francijntje van Deuren en Francina van Deuren
  geb. te 's-Gravenhage circa 1749, 
  Wonende te 's-Gravenhage en Amersfoort, 
  ovl. (hoogstens 45 jaar oud) voor 21 feb 1794. 

148.  Govert Muijs[V][M][74]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 28 sep 1759, 
  Bouwman en Mandenmaker, Mandenmakersbaas (1793), 
  ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te Amersfoort op 14 okt 1821, 
  otr. te Amersfoort op 5 dec 1776, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 17 en ongeveer 19 jaar oud) te Amersfoort op 22 dec 1776 
  met 

149.  Alijda van Arler[V][M][74] ook genaamd Alijda Arbon, Alijda Arler, Aaltje van Arler, Alyda van Arlar en Aleida van Arlen
  ged. Nederduits-gereformeerd In 1775 was Alijda van Arler lidmaat van de Hervormde Gemeente te Amersfoort te Amersfoort op 19 jun 1757, 
  Veehoudster, 
  ovl. (ongeveer 84 jaar oud) te Amersfoort op 5 jan 1842 ten tijde van haar overlijden was Alijda van Arler woonachtig in de Langestraat, Wijk Camp, te Amersfoort. Overleden op 6 januari?

150.  Martinus Meijer[V][M][75] ook genaamd Martin Meijer en Martinus Meger
  geb. circa 1757 (?) wonende te Arnhem, te Venlo, te Vianen en te Amersfoort
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort, 
  Schoenmaker en Sergeant Martinus Meijer was in 1786 Sergeant in het 2e Bataljon van het Regiment Van Baden en gelegerd in Venlo. Later was hij schoenmaker te Vianen
  Wonende te Vianen, 
  ovl. te Amersfoort, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 24 jaar oud) te Venlo op 12 jan 1786 Beiden komen dan op attest uit Arnhem 
  met 

151.  Elisabeth Oldenbroek[75] ook genaamd Elizabeth Elzenbroek
  geb. circa 1762 (?) wonende te Arnhem, te Venlo en te Amersfoort
  ovl. (hoogstens 53 jaar oud) voor 18 okt 1815. 

152.  Aart Jacobsz van Wijk[V][M][76] ook genaamd Aart van Wijk en Arnoldus Jacobs van Wijk
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 1 jan 1739, 
  Spinner, 
  ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Veenendaal op 12 dec 1816 des nachts tussen 1 en 2 uur in de woning Kerkstraat nr. 243
  otr. (resp. ongeveer 55 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Veenendaal op 11 mei 1794 
  met Geertje Evertsen
  geb. circa 1769, 
  ovl. (hoogstens 29 jaar oud) voor 2 nov 1798, (Zij was weduwe van Lammert van Ginkel, geboren rond 1769 (?), overleden voor 11 mei 1794, hoogstens 25 jaar oud.). Uit deze relatie geen kinderen, 
  tr. (resp. minstens 58 en minstens 41 jaar oud) (3) na 1798 
  met Maria Hendrina van Asperen
  ged. te Veenendaal op 1 feb 1756, 
  Spinster, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Veenendaal op 12 nov 1816 des morgens om 9 uur in de woning Kerkstraat nr. 240. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 28 jaar oud) (1) te Veenendaal op 22 jul 1759 
  met 

153.  Maayke Hendriksen van Kampen[V][M][76] ook genaamd Maijke van Kampe en Maaijke Hendriksen van Kempen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 17 jun 1731, 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) voor 11 mei 1794. 

154.  Hendrik van Schuijlenburg[V][M][77] ook genaamd Hendrik Schuijlenburg en Hendrik Willemsen van Schuijlenburg
  ged. te Veenendaal op 18 dec 1746, 
  Tabaksplanter, 
  ovl. (ongeveer 61 jaar oud) te Veenendaal op 24 mei 1808, 
  begr. te Veenendaal op 24 mei 1808 hij werd in de kerk begraven in graf nr.7 op het koor
  kerk.huw. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 23 jaar oud) op 24 jun 1781 
  met 

155.  Gerritje Jansen Hardeman[V][M][77] ook genaamd Gerrigje Janse Hardeman en Gerritje Hardeman
  ged. te Veenendaal op 19 feb 1758, 
  begr. te Veenendaal op 2 dec 1805 Begraven in de kerk op het koor in graf nr.7, Men was het er blijkbaar niet over eens hoe Gerritje Jansen precies heette. Ze wordt dikwijls "van Hardeveld" genoemd. Bij het huwelijk van haar dochter Jannetje werd er nog een acte van bekendheid opgemaakt. Hierin werd door Bruinis van Rotterdam en drie andere getuigen verklaard dat ze "van Hardeveld" heette. Ze hebben dit met de eed bevestigd onder de woorden: "dat zweer ik". Toch heette ze Hardeman en men nam het ondanks de eed niet zo nauw met de waarheid

156.  Breunis Jansen van Manen[V][M][78] ook genaamd Breunis Jansen van de Krommerijn en Breunis Jansen van Manen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 14 jul 1752 Op 14-07-1752 is gedoopt Brunis. De vader is Jan Cromring, de moeder is Kaatje van de Biezen. Opmerkingen: Stichts Veenendaal, vader afwezig. (Bron: NH doopboek van Veenendaal
  ovl. (hoogstens 40 jaar oud) voor 23 sep 1792, Breunis gebruikte oorspronkelijk het patroniem (Jansen), maar is later bij zijn huwelijk, doop van de kinderen en begraven ook zijn herkomst/familienaam (van de Krommerijn/Van Manen) gaan gebruiken
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 19 jaar oud) te Veenendaal op 20 jun 1779 opmerking in het trouwboek van Veenendaal BG Krommerijn (Bruidegom afkomstig van de Kromme Rijn.) 
  met 

157.  Maria Teunissen van Holten[V][M][78]
  ged. Nederduits-gereformeerd op 5 aug 1759, 
  Spinster, 
  otr. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 37 jaar oud) (2) te Veenendaal op 23 sep 1792 
  met Cornelis Cornelissen Vink
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 27 jul 1755, 
  ovl. (hoogstens 44 jaar oud) voor 16 aug 1799, zoon van Cornelis Vink en Lijsbeth Ros. (Hij is eerder getrouwd te Veenendaal op 13 januari 1782, op 26 jarige leeftijd met Barbara Petersen Vink (22 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 16 september 1759 (Nederduits Gereformeerd), wonende aldaar, overleden aldaar voor 23 september 1792, hoogstens 33 jaar oud, dochter van Peter Joosten Vink en Aartje Willemsen van Dijk.) Zij is later getrouwd te Veenendaal op 16 augustus 1799, op 40 jarige leeftijd met haar behuwdzwager Harmen Lammerts van Rijklijkshuijsen (42 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 19 juni 1757 (Nederduits Gereformeerd), zoon van Lammerts Harmsen van Rijklijkshuijsen en Geertruij van Glebbik. (Hij is eerder getrouwd te Veenendaal op 23 maart 1783, op 25 jarige leeftijd met Gerritje Cornelissen Vink (23 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 24 juni 1759 (Nederduits Gereformeerd), wonende aldaar, overleden aldaar voor 28 augustus 1785, hoogstens 26 jaar oud, dochter van Cornelis Vink en Lijsbeth Ros. Hij is eerder getrouwd te Veenendaal op 28 augustus 1785, op 28 jarige leeftijd met Gerritje Sandersen van de Biesen (36 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 6 juli 1749 (Nederduits Gereformeerd), wonende aldaar, overleden aldaar voor 16 augustus 1799, hoogstens 50 jaar oud, dochter van Sander Wessels van de Biesen en Dirkje Gerritsen van Klarenbeek. (Zij is eerder getrouwd te Veenendaal op 28 maart 1770, op 20 jarige leeftijd met Gerrit Hendriksen van Manen (22 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 16 juli 1747 (Nederduits Gereformeerd), wonende aldaar, overleden aldaar voor 28 augustus 1785, hoogstens 38 jaar oud, zoon van Hendrik Gerritsen van Manen en Marij Elisabeth Jacobs van Valkensweert.))). Uit dit huwelijk geen kinderen. 

158.  Jacob Jacobs van Agterberg[V][M][79]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 3 jun 1753, 
  ovl. (hoogstens 50 jaar oud) te Veenendaal voor 4 nov 1803, 
  tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 20 jaar oud) te Veenendaal op 3 mrt 1775 
  met 

159.  Hendrikje Jansen Veenendaal[V][M][79]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 12 mei 1754, 
  Spinster, 
  ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Veenendaal op 2 okt 1823 overleden des nachts om 4 uur in de woning in het zand nr.188
  tr. (resp. ongeveer 49 en ongeveer 41 jaar oud) (2) te Veenendaal op 4 nov 1803 
  met Gijsbert Evertsen Ros
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 26 sep 1762, zoon van Evert Gijsbertsen Ros en Woutertje Fransen Slotboom. (Hij is eerder getrouwd te Veenendaal op 7 augustus 1791, op 28 jarige leeftijd met Hendrikje Jansen Vrekenhorst (25 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 16 februari 1766 (Nederduits Gereformeerd), wonende aldaar, overleden aldaar voor 4 april 1800, hoogstens 34 jaar oud, dochter van Johannes Egberts Vrekenhorst en Judik van Brakel. Hij is eerder getrouwd te Veenendaal op 4 april 1800, op 37 jarige leeftijd met Weijntje Dirksen (51 jaar oud), gedoopt te Veenendaal op 1 mei 1748 (Nederduits Gereformeerd), wonende aldaar, overleden aldaar voor 4 november 1803, hoogstens 55 jaar oud, dochter van Dirk Jansen en Aaltje Claassen van Veldhuijsen. (Zij is eerder getrouwd rond 1780, op ongeveer 32 jarige leeftijd met Jacob Hendriksen (ongeveer 30 jaar oud), geboren rond 1750 (?), wonende te Veenendaal, overleden aldaar voor 4 april 1800, hoogstens 50 jaar oud.))). Uit dit huwelijk geen kinderen. 

160.  Ernst Hendriks[V][M][80]
  geb. in 1736, 
  ged. te Wildervank in 1746, 
  tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 30 jaar oud) circa 1770 
  met 

161.  Aaltje Sybes[V][M][80]
  geb. circa 1740. 

176.  Jan Rensz Nieuwenhuizen[88]
  tr. 
  met 

177.  Stijntje Jans Vlaming[88]

178.  Jan Vermeulen[89]
  tr. 
  met 

179.  Antje Jama[89]

188.  Cornelis Vader[94]
  geb. circa 1760, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 20 jaar oud) in 1780 
  met 

189.  Lijsbeth van Twuijver[94]
  geb. circa 1760. 

190.  Sijmon Davids Tulling[95]
  geb. circa 1770, 
  ovl. te Zijpe, 
  tr. (beiden ongeveer 20 jaar oud) circa 1790 
  met 

191.  Neeltje Jans Bos[95]
  geb. circa 1770, 
  ovl. te Zijpe. 

192.  Willem Luitjes[96]
  ovl. te Heerhugowaard op 15 mrt 1766, 
  kerk.huw. (Beletje ongeveer 20 jaar oud) te Heerhugowaard op 9 mei 1762 1762 den 9 mey het eerste gebod Willem Luijtjes, jongeman en Belitje Hoogland, jongedochter, beyden in de Heer Huygenwaerdt. Den 23 april betoogh gegeven 
  met 

193.  Beletje Jacobs Hoogland[V][M][96] Beeltje
  ged. te Oudorp op 23 jul 1741, 
  ovl. (ongeveer 86 jaar oud) te Wimmenum op 20 jun 1828, 
  otr. (2) te Heerhugowaard op 1 nov 1767, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 25 jaar oud) te Ursem op 15 nov 1767, Samenwonen: In 1774 kwamen Klaas Andries Pluijm en Beletje Jacobs Hoogland te Oterleek aan als lidmaten van Ursem 
  met Klaas Andriesz Pluym Klaas, zn. van Andries Claasz Pluym en Stijntje Wouters Wijnbergen, 
  ged. te Berkhout op 29 jul 1742, 
  ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te Oterleek op 14 dec 1789, In de 'Exacte lijst van weerbare mannen in de Heerhugowaard' staat vermeld 'Klaas Pluym, vermogend'. Uit dit huwelijk een zoon, 
  kerk.huw. (ongeveer 50 jaar oud) (3) te Zijpe op 9 jan 1792 Impost Heerhugowaard 18-12-1791 en Zijpe 24-12-1791, beiden f 3,= 
  met Gerrit Jansz Wit
  Gerrit deed belijdenis op 22-2-1763 te Zijpe. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

194.  Adam Jacobsz Paardebos[V][M][97]
  geb. in 1729, 
  ged. te Oude Niedorp op 20 mrt 1729, 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Oterleek op 16 feb 1787 Aangegeven door Klaas Hogendijk. 3 cl. ƒ 6,-
  kerk.huw. (resp. ongeveer 34 en 23 jaar oud) te Heerhugowaard op 27 mrt 1763 (getuigen: O.B.S. 241 trouwboek H.H.Waard
Adam Paardebos, jongeman in de H.H.Waerdt en Trijntje Krijns Kamer, jongedochter in de Schermer den 10 april betoogh gegeven) 
  met 

195.  Trijntje Krijns Kamer[V][M][97]
  geb. te Oterleek op 13 sep 1739, 
  ged. te Oterleek op 13 sep 1739 Op de plaets van de Raeds Heer van der Miede
  boerin, 
  ovl. (54 jaar oud) te Heerhugowaard op 30 nov 1793 Aangegeven door Jacob Wz. Watertor. 4 classe ƒ 3,-

196.  Jan van den Berg[V][M][98]
  geb. te Heiloo op 5 jan 1739, 
  landman, 
  ovl. (70 jaar oud) te Egmond-Binnen op 17 jun 1809, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 24 jaar oud) te Groet in 1763 (getuige: genealoog A. Mekken) 
  met 

197.  Afie Cornelisdr Dalenberg[V][98]
  geb. te Groet circa 1739, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Egmond-Binnen op 3 mrt 1792. 

198.  Klaas Pieters Blom[V][99]
  geb. te Zuid-Scharwoude circa 1739, 
  landman, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Egmond-Binnen op 11 apr 1792, 
  tr. (resp. ongeveer 20 en 19 jaar oud) te Zuid-Scharwoude op 3 jan 1759 3 januari 1759 heeft Claas Pietersz Blom jongeman van Zuijd Scharwoude, zullende trouwen met Sijtje Pieters Wit, jongedochter van Winkel, hem aangegeven te gehoren onder de classe van ƒ 3,- 
  met 

199.  Sijtje Pieters Wit[V][M][99]
  geb. te Winkel op 3 nov 1739, 
  ovl. (ongeveer 42 jaar oud) te Oudorp in 1782. 

200.  Klaas Jacobs Delver[V][M][100]
  geb. te St. Maarten op 29 jan 1727, 
  kerk.huw. (resp. 25 en 21 jaar oud) te Burgerbrug op 7 mei 1752 
  met 

201.  Neeltje Gerrits Schoorl[V][M][100]
  geb. te St. Maartensbrug op 19 nov 1730. 

202.  Pieter Cornelis Tol[V][M][101]
  geb. te Warmenhuizen op 12 jun 1722, 
  meelmolenaar, 
  ovl. (84 jaar oud) te Warmenhuizen op 25 feb 1807, 
  kerk.huw. (resp. 33 en 21 jaar oud) te Warmenhuizen op 5 jun 1756 
  met 

203.  Antje Wognum[V][M][101]
  geb. te Warmenhuizen op 30 okt 1734, 
  ovl. (61 jaar oud) te Warmenhuizen op 1 apr 1796. 

204.  Cornelis Reijerts Mulder[V][M][102]
  ged. te Petten op 16 mei 1751, 
  winkelier, 
  ovl. (ongeveer 76 jaar oud) te Amsterdam op 21 mrt 1828, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 24 jaar oud) te Petten op 23 sep 1775 
  met 

205.  Aalte Jansdr de Jong[V][M][102]
  geb. te Petten circa 1751, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Zijpe op 11 jan 1816. 

206.  Pieter Boetel[V][103]
  geb. te Petten op 2 jan 1752, 
  ovl. (42 jaar oud) te Alkmaar op 24 sep 1794, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 28 jaar oud) in 1780 
  met 

207.  Aaltje Pieters Pronk[103]
  geb. te Eenigenburg circa 1752, 
  ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Zijpe op 10 jan 1783. 

208.  Johann Henrich Lüdecke[V][M][104]
  geb. te Hofgeismar [Duitsland] op 28 sep 1742, 
  ovl. (57 jaar oud) te Hofgeismar [Duitsland] op 12 aug 1800, 
  kerk.huw. (resp. 37 en ongeveer 31 jaar oud) te Hofgeismar [Duitsland] op 2 mrt 1780 
  met 

209.  Gertruth Bruncke[104]
  ged. te Hofgeismar [Duitsland] op 8 okt 1748, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Hofgeismar [Duitsland] op 14 mrt 1814. 

210.  Jan Klaaszn Schram[V][105]
  geb. vermoedelijk te Zaandam West Zaandam (geboorte plaats is niet zeker.) circa 1747, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 26 jaar oud) te Den Hoorn op 14 nov 1773 
  met 

211.  Aegje Cornelisdr Dekker[V][M][105]
  ged. te Den Hoorn in 1747, 
  ovl. (ongeveer 79 jaar oud) te Den Hoorn op 27 dec 1826. 

212.  Cornelis Boendermaker[V][M][106]
  ged. te Alkmaar op 26 okt 1757, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 23 jaar oud) te Oudorp op 24 dec 1780 
  met 

213.  Grietje van Straete (Straaten)[V][M][106]
  ged. te Akersloot op 29 apr 1757. 

214.  Willem Mentink[V][M][107]
  geb. te Haarlem circa 1748 Geboorteplaats is onzeker
  ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Alkmaar op 29 mei 1815, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 26 jaar oud) te Alkmaar op 12 mei 1782 
  met 

215.  Anna Burger[107]
  ged. te Haarlem in sep 1755 Geboorte plaats onzeker
  ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te Alkmaar op 20 mrt 1818. 

216.  Carel (Karel) Bareman[V][M][108] Baareman
  geb. te Zaamslag, 
  otr. te Hulst op 12 sep 1761, 
  tr. te Hulst op 27 sep 1761 
  met 

217.  Anna Catharina (Kaatje) Hermans[108]
  geb. te Lamswaarde. 

218.  Gerrit Jansz Hoogvorst[109]
  tr. 
  met 

219.  Dieuwertje Jans Kluft[109]

224.  Hendrik Hendriksz Coevert[112]
  kerk.huw. te Medemblik op 18 jun 1768 
  met 

225.  Dirkje Jans de Vries[112]

232.  Louris Workum[116]
  tr. (1) voor 1784 
  met Maartje Leek
  ovl. voor 1792. Uit dit huwelijk een dochter, 
  tr. (Jantje minstens 24 jaar oud) (2) na 1792 
  met 

233.  Jantje Zwaan[116]
  geb. te Opmeer circa 1768, 
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Twisk op 22 feb 1839, woonplaats(en): Abbekerk

240.  Roelof Keppel[120]
  relatie 
  met 

241.  Geertje van Weelde[120]

Generatie IX

256.  Jacob Johannesz Bremer[V][M][128] ook genaamd Jacob Jansz Bremer
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 13 sep 1733 (getuige: doopgetuige was Grietje Potter), 
  Commandeur op Groenland (walvisvaart), Schepen van de Texelse Vroedschap en Municipal, 
  Ovl. (Ongeveer 66 jaar oud) te De Waal op 20 nov 1799, 
  begr. te De Waal op 20 nov 1799, In de periode 1766-1786 was Jacob Johannesz Bremer als walvisvaarder commandeur (gezagvoerder) op Groenland. Over zijn jeugd is niets bekend maar het is wel zeker dat hij voor hij commandeur werd, jarenlang in een lagere rang aan boord van één van de Texelse walvisvaarders gevaren zal hebben. Jacob Bremer vaarde, behalve zijn laatste reis, steeds voor de Amsterdamse rederij Hendrik de Haan en tot 1777 telkens op het zelfde schip: "De Vrouw Wyvalda". In 1766 kwam hij op 15 augustus thuis met twee walvissen (50 vaten spek). In 1767 was hij al op 28 mei terug, leeg want het schip had "lekkagie". Ook het jaar daarop was hij zeer onfortuinlijk en kwam hij op 9 september leeg terug. Een jaar later echter zat het goed. Nadat de hele Texelse walvisvloot tussen 5 en 9 maart van Texel was uitgevaren, kwam Jacob Bremer al op 9 juli behouden thuis, met tien walvissen (190 vaten). Hij had samen gevist met de Texelse commandeur Jacob Potter die voor dezelfde rederij voer op "De Vrouw Anna". Uiteraard had Potter dezelfde vangst, want men placht als men samen gejaagd had, de totaalvangst te delen.
In 1770 was Jacob Bremer op 23 augustus terug met vier walvissen (170 vaten). Het jaar daarop was het weer foute boel en hadden Potter en hij elk een halve walvis (18 vaten). Bovendien waren ze pas op 20 oktober terug. In 1772 was Jacob Bremer op 18 augustus terug met vier walvissen (155 vaten), in 1773 op 23 augustus met drie walvissen (65 vaten) en in 1774 op 6 september met zes walvissen (280 vaten). Het jaar daarop kwam "De Vrouw Wyvalda" op 17 september geheel leeg naar Texel terug. Het walvisbedrijf was niet alleen wisselvallig voor wat betreft de vangst maar ook gevaarlijk.
Na een voorspoedige reis in 1776, waarbij Jacob Bremer al op 21 augustus terug was met 9 walvissen (290 vaten), is in het jaar daarop "De Vrouw Wyvalda" met drie walvissen (80 vaten) op 68 graden noorderbreedte "in het ijs gebleven", als één van de zeven Nederlandse schepen die in dit jaar tijdens de walvisvangst vergingen. Jacob Bremer had hierbij het ongelooflijke geluk om niet, zoals de scheepsbemanningen van enkele andere walvisvaarders, op het barre Groenland te hoeven overwinteren of, nog erger, om te komen na een vergeefse dwaaltocht over de mistige ijsvelden. Hij kon, met zijn bemanning, op andere schepen thuis varen evenals de Helderse commandeur Klaas Keuken de Jonge en de Borkummer commandeur Roelof Gerritsz Meyer. Ongeveer driehonderd mannen zijn in dat rampjaar omgekomen. Slechts honderdenveertig man was zo gelukkig te overleven, waarvan de meeste pas na ruim een jaar weer thuiskwamen, doordat ze op Groenland moesten overwinteren.
In 1778 bleef Jacob Bremer thuis, de rederij had nog geen ander schip voor hem ter beschikking. In 1779 voer hij uit met het schip "De Harpoenier", maar op 4 oktober kwam hij onverrichter zaken weer leeg (in het Vlie) terug.
In 1780 was hij nog juist voor het uitbreken van de vierde Engelse oorlog uitgevaren en kwam hij op 4 september met dertien walvissen (170 vaten) op Texel terug, maar in 1781 en 1782 mocht hij, vanwege de oorlog niet uitvaren. In de loop van 1783 werden de verhoudingen met de Briiten al wat beter en voer een deel van de walvisvaarders weer uit, al werd de vrede pas in het vroege voorjaar van 1784 getekend. Jacob Bremer kwam op 27 september 1783 weer binnen met drie walvissen (65 vaten). Het jaar daarop echter was het goed fout: op 24 april zat het schip De Harpoenier, "onder de Vlieter in de grondt, vol water, en alle zijn masten gekapt, door storm. Het volk geborgen door de loodsschuyten". Misschien was het schip reddeloos verloren want in 1785 is Jacob Bremer niet uitgevaren. Misschien hield de rederij het (met hem) voor gezien, in elk geval voer Jacob Bremer in 1786 uit voor de rederij Lourens Brandligt en zoons te Amsterdam, op het schip "De Prinses van Pruisen". Op 13 september was hij op Texel terug met één walvis (45 vaten). In elk geval hield hij het voor gezien, waarschijnlijk had hij "zijn schaapjes op het droge". Terwijl de lagere bemanning een vast maandgeld ontving (circa 20 gulden) voeren de commandeur en officieren "op part": behalve een vast bedrag van circa 150 gulden bij het uitvaren kreeg de commandeur doorgaans 25 gulden per gevangen walvis. In 1795 werd Jacob Johannesz Bremer met enkele andere patriotten in de "municipaliteit" van Texel gekozen. Bron: Drs. J.T. Bremer, Jacob Jansz Bremer (1733 1799), Commandeur ter Walvisvaart. Historische Vereniging Texel, no.4 1987.
De walvisvaart zou Jacob Bremer geen windeieren hebben gelegd. Hij was zeer vermogend en heeft als schepen deel uitgemaakt van de Texelse vroedschap. In de 19e eeuw waren zijn afstammelingen bakkers en boeren in en rond Oosterend (bron: Texelse geslachten)
  otr. te Texel op 16 dec 1757, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en 26 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Oosterend op 12 feb 1758 "Voor beyde de eerste classe van ƒ60,-" 
  met 

257.  Guurtje Pieters Boon[V][M][128]
  geb. te De Waal op 8 apr 1731, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 9 apr 1731 (getuige: doopgetuige was Anna Giels), 
  begr. te De Waal op 2 mei 1805, Dochter van de burgemeester van De Waal

258.  Arie Klaasz Spigt[V][M][129] ook genaamd Ariaan Klaaszn Spigt en Ariën Klaasz Spigt
  geb. vermoedelijk te Oosterend in 1735, 
  Boer Arie Klaasz Spigt was boer te Oosterend
  Wonende te Oosterend op kerkplein 2.(Texel), 
  ovl. (ongeveer 76 jaar oud) te Oosterend op 3 okt 1811 overleden om 13.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Jan Klein, 32 jaar, zeeman, buurman van de overledene, woonachtig in Oosterend en Pieter Dogger, 29 jaar, boer, (stief)schoonzoon van de overledene, woonachtig in Waalenburg), 
  begr. te Oosterend in 1811, 
  tr. (2), 
  (ontb. door overlijden voor 17 dec 1762) 
  met Maartje Dirks Makkelijk
  ovl. voor 14 dec 1762. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (resp. ongeveer 67 en ongeveer 42 jaar oud) (3) te Oosterend op 14 aug 1802 
  met Pietertje Cornelis Boon, dr. van Cornelis Pietersz. Boon[V][M] en Feijtje Jans Bremer, 
  geb. te Texel in 1760, 
  ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Oosterend op 9 okt 1811 overleden om 23.00 uur in het huis nr.86 te Oosterend (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Cornelis Cornelisz Boon, 49 jaar, boer, broeder van de overledene, wonende op Texel en Pieter Bremer, 43 jaar, broodbakker, naaste buurman van de overledene, wonende in Oosterend), 
  (Pietertje tr. (beiden ongeveer 22 jaar oud) (1) in 1782 met Jacob Sakoms Dogger.). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (beiden ongeveer 27 jaar oud) (1) te Oosterend op 17 dec 1762 
  met 

259.  Antje Nannings Dijker[V][M][129] ook genaamd Antje Nannings en Antje Nannes
  ged. te Oosterend wonende te Oost (Texel) op 6 jan 1735, 
  Wonende te Oost (Texel), 
  ovl. (hoogstens 47 jaar oud) voor 19 sep 1782. 

260.  Meijndert Meijndertsz Meindertsz (Meindert) Visser[264][130]
  geb. te Oudeschild circa 1702 (1703)
  loods, kaagschipper en winkelier, 
  otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 24 jaar oud) te Oosterend op 11 feb 1731 
  met 

261.  Naantje (Nantje Cornelis) Cornelis[264][130] ook genaamd Marijtie Cornelis en Nantje Cornelis Marijtie Cornelis en Naantje Cornelis
  geb. te Nieuweschild in 1707 wonende te Oudeschild (Texel)
  ged. in 1707, 
  Afkomstig uit Nieuweschild (Texel), 
  ovl. (hoogstens 95 jaar oud) te Oudeschild voor 1802. 

262.  Jan Pietersz Burger[V][M][131]
  geb. in 1720, 
  ged. te Oosterend op 25 feb 1720, 
  Wonende te Nieuweschild (Texel), 
  ovl. (hoogstens 91 jaar oud) voor 1811, 
  otr. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 31 jaar oud) te Texel op 23 mrt 1753, Bij hun huwelijk was Jan Pietersz Burger afkomstig van Nieuweschild. Martje Dirks List was afkomstig van De Waal 
  met 

263.  Martje Dirks List[V][131]
  ged. te Oosterend op 14 sep 1721, 
  Wonende aan De Waal (Texel). 

264.  Cornelis Meijndertsz Visser[V][M][132]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 19 aug 1735 (getuige: doopgetuige was Martje Cornelis), 
  ovl. (hoogstens 75 jaar oud) voor 1811, 
  otr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 22 jaar oud) te Texel op 23 apr 1762 
  met 

265.  Trijntje Teunis Stark[V][M][132]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 17 jan 1740 (getuige: doopgetuige was Dirkje Dirks), 
  ovl. (hoogstens 70 jaar oud) voor 1811. 

266.  Ariaan Cornelisz Hoek[V][M][133]
  ged. gereformeerd te Oosterend op 7 jul 1743 (25-12-1744?) (getuige: doopgetuige was Bregje Ariens), 
  ovl. (hoogstens 67 jaar oud) voor 1811, 
  otr. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 42 jaar oud) (2) te Texel op 3 feb 1781 
  met Martje Jans Timmer
  geb. circa 1739 (1740?)
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) in 1809, dochter van Jan Cornelisz Timmer en Neeltje Cornelis Kooijman. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 20 jaar oud) (1) te Texel op 3 feb 1769 
  met 

267.  Neeltje Pieters Sijm[V][M][133]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 18 aug 1748 (getuige: doopgetuige was Sijmon Vlaming), 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) voor 1811. 

268.  Biem Symonsz Vlaming[V][M][134]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 29 jan 1747 (getuige: doopgetuige was Maarten Biems), 
  Burgemeester van Oosterend, Oesterschipper, Wweesmeester en Landeigenaar, 
  ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Oost op 4 dec 1824 overleden om 16.00 uur. Texelse Geslachten deel 1 vermeld als overlijdensdatum 4 december 1825 (pag.222). Dit is onjuist) (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Cornelis Vlaming, 43 jaar, landbouwer, zoon van de overledene, wonende in De Waal en Sakom Roosendaal. 35 jaar, zeeman, behuwd zoon van de overledene, wonende in Oosterend), "Oesterteelt aan de Texelse oostkust".
in 1754 zonden de Texelse oestervissers een rekest aan de Staten van Holland waarin verzocht werd een eind te maken aan de vrijheid van oesters vissen door buitenlanders. Niet alleen waren er te veel vissers, alleen de Texelaars hadden zo'n zestig oesterkagen, maar zij waren er bovendien toe overgegaan "te planten of aen te kweeken". De tijd van het wilde vissen was voorbij.
Elke oestervisser had gemiddeld een perceel van zo'n honderd vierkante el afgebakend door gemerkte stokken. Op dat perceel hadden de meeste vissers kleine, onvolgroeide oesters uitgezet, zodat er in feite sprake was van oesterteelt. De oogst begon na de winter. Bij eb liet de schipper zijn kaag droogvallen en ging dan met een sleepbak achter zich aan, het wad op. De knecht deed de bijeengeraapte of geharkte oesters in de bak. Raakte de bak vol dan werden de schelpdieren op een hoop geworpen, totdat er genoeg was om, bij vloed, de kaag te laden en naar de wal te gaan.
Korren.
De 18e eeuwse auteur Rutger Daladanus vertelt dat men in dieper water gebruikmaakte van korren, ijzeren geraamtes met daaraan een net, waarmee de oesters van de wadbodem geschraapt werden. Daarbij bleef de schipper doorgaans in de kaag, twee knechts stapten over op de begeleidiende haringschuit en haalden de korren op, om ze vervolgens in de kaag te legen. "Alle korrers beginnen boven stroom bij het door hun gemaekte of genomen teken (boei, stok, enz.) en dryven zoo voor de stroom af, totdat zij bij het tweede teken komen, als wanneer de korren worden opgehaald". Heeft men voldoende opgevist dan gaan de vissers weer naar de wal "om aldaer twee of drie dagen te vertoeven, nieuwen vooraed van water, brood, meel, gort, erweten of wat dies meer zij in te schepen en men legt het daer zoe op toe, dat men ook de statelijke Godsdienst kan bijwonen". Dat laatste was uiteraard zeer belangrijk want men wist: "aan Gods zegen is alles gelegen".
Oesters doodgevroren.
Het oesters vissen duurde meestal tot november. De oogst was wisselvallig: in 1773 en 1774 was die goed, in 1775 na een strenge winter waarin veel oesters doodvroren, slecht. In die jaren was acht gulden per duizend oesters een redelijke prijs. Als het meezat, oogstte een schipper f.800, per seizoen. De oudste knecht had meest f.150, a f.160, per jaar (en vrije kost), de jongen f.50, a f.60. De schipper had dus zo'n f.600, maar daar moesten de kosten (eten, afschrijving visgerij en schip) nog af. Een volledig uitgerust schip kostte zo'n f.750, maar ging dan vaak ook wel twintig jaar mee. Biem Symonsz Vlaming, burgemeester van Oosterend in 1780, 1784 en 1793, was zo'n oesterschipper, evenals zijn broer Gerrit en zijn zwager Jacob Boon. Daarnaast trad hij als voorman voor de oestervissers op Texel op.
De armenvoogden van Oosterend hadden dankzij een in 1765 door de Staten van Holland verleend octrooi recht op een aandeel van de opbrengst van de in het gewest verkochte oesters. Uitgaande van dit "oestergeld" moeten er in die jaren één a drie miljoen oesters verhandeld zijn. Maar zelfs als er dire miljoen verhandeld werden, konden er slechts dertig schippers elk een jaargeld van f.800, toekomen bij prijzen van f.8, per duizend oesters. Niet genoeg dus voor de zestig oesterkagen die er ook in de Franse tijd nog in bedrijf waren. Daar kwam nog bij dat de prijzen na 1800 kelderden. Wel staat er tegenover dat er soms gigantisch verdiend werd aan het smokkelen van met name koffie en tabak, producten waarvan de invoer door Napoleon streng verboden was om de Engelse handel te treffen, maar die de oestervissers ophaalden vanuit Helgoland en Duitsland, en van Engelse smokkelaars op zee. Totdat de op het eiland gestationeerde Franse douane ook daar een eind aan maakte.
Biem Symonsz Vlaming was boer in de jaren 1814-1816. Tevens was hij oesterschipper en wordt hij in 1824 als landeigenaar vermeld. In 1780, 1784 en 1793 was hij burgemeester van Oosterend. Tevens vervulde hij de functie van weesmeester en trad hij op als voorman van de oestervissers op Texel
  otr. (2) te Texel op 29 apr 1790, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 42 en ongeveer 32 jaar oud) in 1790 
  met Maartje Barts Bruijn, dr. van Bartel Caspersz Bruijn en Cornelisje Maartens, 
  ged. te Den Burg op 2 okt 1757 (getuige: doopgetuige was Martje Maartens), 
  ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Oost op 8 feb 1812 overleden te Oost in huis nr.214 om 18.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Cornelis Biemsz Vlaming, 40 boer, wonende in de polder De Waal en Maarten Biemsz Vlaming, 34 jaar, boer, wonende in Oost, beiden stiefzoon van de overledene), dochter van Bartel Caspersz Bruijn en Cornelisje Maartens. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (resp. ongeveer 21 en 21 jaar oud) (1) te Texel op 27 jan 1769 
  met zijn achternicht 

269.  Tetje Cornelis Mossel[V][M][134]
  geb. op 31 okt 1747, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 27 nov 1747, 
  ovl. (41 jaar oud) te Oost, 
  begr. te Oosterend op 29 jul 1789. 

270.  Klaas Jacobsz Bakker[V][M][135]
  ged. te Oosterend wonende te Oost (Texel) op 8 dec 1748, 
  Zeeman (1812), 
  ovl. (ongeveer 80 jaar oud) te Oost op 30 nov 1829 overleden om 04.00 uur (getuigen: Het opmaken van de overlijdensakte geschiedde op aangifte van Maarten Vlaming, 52 jaar, zeeman. schoonzoon van de overledene en Jacob Drijver, 39 jaar, zeeman, beide wonende in Oost), 
  otr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 23 jaar oud) te Texel op 26 jul 1771 
  met 

271.  Antje Hendriks de Lange[V][M][135]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 21 jan 1748, 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) voor 1811. 

276.  Jacobus Boelhouwersz Hartog[V][M][138] ook genaamd Jacob Hartog en Jacob Boelhoudersz Hartog
  geb. te Stad aan 't Haringvliet circa 1725, 
  ged. te Oude-Tonge op 7 okt 1725 wonende te Sommelsdijk
  ovl. (ongeveer 68 jaar oud) in 1793, 
  tr. (resp. ongeveer 51 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Middelharnis op 25 aug 1776 
  met Maria Abrahams van der Waal
  geb. circa 1751, 
  ovl. (hoogstens 38 jaar oud) voor 13 feb 1789. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 61 en ongeveer 38 jaar oud) (3) te Oude-Tonge op 13 feb 1786 
  met Geertje Cornelis van der Sloot
  geb. circa 1748, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) op 11 jun 1808. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 19 jaar oud) (1) te Sommelsdijk op 30 okt 1749 
  met 

277.  Kaatje Abrams van den Boogaart[V][M][138] Ook genaamd Kaatje van de Bogert, Maatje Abrahams van den Bogert en Kaatje Boogaart
  ged. te Sommelsdijk op 18 dec 1729, 
  ovl. (hoogstens 46 jaar oud) voor 25 aug 1776. 

278.  Philip (Phillippus) van der Mast[V][M][139] ook genaamd Philip Cornelisz van der Mast, Philips van der Mast, Phillipus van der Mast en Filip van der Mast
  ged. Nederduits-gereformeerd te Spijkenisse op 30 jan 1718 wonende te Dirksland (getuige: Pleuntie Claasz Knegt), 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Dirksland op 18 mrt 1771, 
  otr. te Spijkenisse op 21 apr 1741, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 19 jaar oud) in 1741 
  met 

279.  Elisabeth van der Vorm (Fournai)[V][M][139] ook genaamd Elizabeth van der Vorm, Lijsbeth Fournai, Lijsbeth Fornai, Lijsbeth Forne en Elisabeth Vorm
  geb. te Geervliet, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Geervliet op 6 jul 1721 Wonende te Dirksland

280.  Ede Egberts Zijlma[140]
  tr. 
  met 

281.  Elsien Hendriks[140]

282.  Rijke Rijpkes Beukema[V][M][141]
  geb. in dec 1724, 
  ged. te Leens op 17 dec 1724, 
  tr. 
  met 

283.  Trijntje Jans[141]
  Nederduits-gereformeerd, 
  Wonende te Vierhuizen. 

284.  Siewert Jacobs[V][M][142] ook genaamd Sijwert Jacobs
  geb. te Niehove in mei 1725, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Niehove op 3 jun 1725, 
  Wonende te Niehove, 
  kerk.huw. (resp. 28 en ongeveer 23 jaar oud) te Oldehove op 20 apr 1754 
  met 

285.  Tetje Gerrits[142] ook genaamd Thieke Gerrijts en Tijke Gerrits
  geb. te Oldehove wonende te Niehove circa 1731, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Wonende te Niehove. 

286.  Berent Albers[V][M][143]
  geb. op 11 okt 1722 wonende te Zoutkamp/Hoogland
  Nederduits-gereformeerd, 
  Landbouwer, 
  Wonende te Zoutkamp/Hoogland, 
  ovl. (minstens 66 jaar oud) na 11 dec 1788, R.A. XLIII h dd. 19 januari 1766. Meerten Sikkes te Houwerzijl, voogd over de twee pupillen van Jan Gerrits bij
wijlen Rentje Sikkes verwekt, verzoekt in de plaats van Sikke Jans die is overleden, tot sibbevoogd aan te stellen
Egbert Willems en tot vreemde voogd Berend Alberts.
R.A. XLIII h dd. 2 december 1774. Pieterke Gozens te Zoutkamp verzoekt voogden te stellen over haar vijf
pupillen bij wijlen Folkert Jans geprocreëerd. Benoemd worden Eijsse Lues van Vierhuizen als voormond,
Harke Gozens van Rasquert als sibbevoogd en Berent Alberts van de Zoutkamp als vreemde voogd.
R.A. XLIII h dd. 2 december 1774. Jan Folkerts, zoon van Pieterke Goosens en wijlen Folkert Jans van de
Zoutkamp, gedoopt te Vierhuizen op 6 augustus 1752, verzoekt zelf zaken te mogen regelen. Geassisteerd met
zijn moeder Pieterke Goosens, Berent Alberts als aangehuwde oom en IJsse Lues als neef.
R.A. XLIII c 2 dd. 6 december 1774. Huwelijkscontract tussen Sijbolt Sjabbes en Pieterke Gosens, weduwe van
Folkert Jans. Getuigen aan zijn kant Egbert Remges als zwager en als aangehuwde oom van bruidegoms
voorkinderen, Berent Venecamp als vreemde voogd. Aan haar kant Jan Folkerts als zoon, Berent Alberts als
zwager en vreemde voogd over haar voorkinderen, Eijsse Lues als oude neef en voormond en Harke Gosens als
vreemde voogd.
R.A. XLIII h dd. 1 februari 1777. Aafke Alberts te Zoutkamp verzoekt voogden te benoemen over haar twee
pupillen bij wijlen Lammert Geerts Jolman in egte verwekt. Claas Hiddes wonende te Bellingeweerstermeeden
voormond, Berent Alberts van de Zoutkamp sibbevoogd en Jan Lammerts van Niekerk vreemde voogd.
R.A. XLIII c 4 dd. 21 juni 1786. Lue Rienjes en Aafke Alberts te Vliedorp lenen van Berent Alberts en Grietje
Gosens te Zoutkamp de somma van 330 Car. gld
  kerk.huw. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 34 jaar oud) in 1760 ? of rod 1750, Zij bewoonden een kleine boerderij aan de noordkant van het dorp Zoutkamp, aan de Dorpsstraat. In de 20e
eeuw was dit de boerderij van Tiemen Horneman. Hun landerijen lagen tussen de tegenwoordig aan de oostkant
van het dorp staande Hervormde kerk en het later gegraven Hunsingokanaal terwijl zij tevens een smalle strook
land bezaten aan de weg naar Houwerzijl enkele honderden meters buiten het dorp Zoutkamp. In het kader van
de dorpsvernieuwing van 1969 werd deze boerderij afgebroken. In 1830 was de boerderij eigendom van Gerrit
Jans Helder, de tweede echtgenoot van Hijlkjen Rijpkes Beukema
 
  met 

287.  Grietje Gosijns[V][M][143] Ook genaamd Grietje Gosens
  geb. te Warffum circa 1726 wonende te Zoutkamp/Hoogland
  Nederduits-gereformeerd, 
  Wonende te Zoutkamp/Hoogland, 
  ovl. (minstens 62 jaar oud) na 11 dec 1788. 

288.  Maes Hendrickse van Geenhuyse[V][144] ook genaamd Maes Hendrickse van Geenhuijsen
  geb. circa 1699 wonende te Amersfoort
  Rooms Katholiek, 
  Wonende te Amersfoort, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) (1) (Rooms Katholiek) R.K. kerk de Kromme Elleboog te Amersfoort op 13 mrt 1723 
  met Maria Gerrits van Helmerhorst
  geb. circa 1698. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 25 jaar oud) (2) (Rooms Katholiek) R.K. kerk "Kromme Elleboog" te Amersfoort op 6 okt 1736 (getuigen: Hendrik Jacobs en Jannick van Geele), Akten van indemniteit:
1741: Maas Hendriksen van Geenhuijsen, ten laste van het stadsbestuur van Amersfoort, is vertrokken naar Hilversum met zijn echtgenote Aleijda Ebbink en hun kinderen Hendrik, oud 3 jaar en Anna, oud 1 jaar; mogen te allen tijde terugkeren naar Amersfoort; betreft een marginale aantekening bij de akte d.d. 11-04-1740 met de opmerking "gelijke beloftenis"
 
  met 

289.  Aleida Ebbinck[V][144]
  geb. circa 1711, 
  Wonende te Amersfoort. 

290.  Barend van Havebeek[145] ook genaamd Barend van Haverbeek
  geb. circa 1706, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 25 jaar oud) in 1737 
  met 

291.  Evertje Everts[145]
  geb. circa 1712. 

292.  Wulphert Thijmensz van der Maat[V][M][146] Ook genaamd Wulfranis van der Maet, Wulfrani Thijmese, Wulpher van der Maath en Wulfer van der Maat
  ged. te Amersfoort op 21 feb 1725 doopgetuige was Margaritha Gijsberts
  Bakker en Tabaaksplanter, 
  ovl. (ongeveer 83 jaar oud) te Amersfoort op 1 jun 1808, (volgens akte van boedelscheiding voor notaris G. van Kleef, dd. 21 10 1810. Volgens Eemlandse Klappers 28, pag.283 overleden op 31 juli 1808), 83 jaar oud.
Wulfer van der Maat was tussen 1752 en 1771 bakker te Amersfoort. In 1771 was hij bakker en tabaksplanter en nadien tot in 1788 tabaksplanter
  otr. (2) te Amersfoort op 2 dec 1772 (gerecht)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 19 dec 1772 gehuwd in de Oud Katholieke kerk 't Zand (getuigen: Letje van der Maat en Tijmen van der Maat) 
  met Maria Gerrits
  geb. in 1747, 
  ovl. (ongeveer 50 jaar oud) te Amersfoort volgens akte van boedelscheiding voor notaris C. Suijck, dd. 20-01-1799 op 16 jan 1797, 
  begr. te Amersfoort op 19 jan 1797. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (1) te Amersfoort op 25 nov 1749, 
  tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 29 jaar oud) te Amersfoort op 9 dec 1749 (gerecht) (getuigen: Tijmen van der Maath, Grietje van Donkelaar, Hermannus Ekus en Joannes van der Maat), 
  kerk.huw. (Oud-Katholiek) Oud Katholieke kerk "'t Zand" te Amersfoort (gehuwd in de Oud Katholieke Kerk 't Zand) op 9 dec 1749 Het kerkelijk huwelijk was belast met een uitgang van 10 gulden ten behoeve van de Sint Joriskerk en 7 stuivers ten behoeve van de Lieve Vrouwekapel. Johanna Ekus werd bij haar huwelijk door haar vader geassisteerd, Op 30 december 1752 kochten Wulphert van der Maath, bakker en burger binnen Amersfoort, en diens vrouw, van de kinderen en erfgenamen van Johannes van Donckelaer en zijn vrouw Grietje Schothorst, een "huis, erf en grond aan de noordzijde van de Kampstraat omtrent de Koningstraat en met 'n gangetje in die straat uit komende, met aan de ene zijde op de hoek van de Koningstraat de kinderen van Matthijs Scheerder en aan de andere zijde de weduwe van Reijnier van Coeverden". De betreffende Johannes van Donckelaer en Grietje Schothorst waren de grootouders van Wulphert van der Maath.
Op 24 juni 1771 kocht Wulphert van der Maath van Johanna Heijsters, weduwe van Willem Ling, mede als moeder van en voogdes over haar drie minderjarige kinderen Aaltje, Geertruid en Jannetje Ling, een "huis, erf en grond, staande achter de Kamp, in de Pothstraat, en met een hof daarachter met een vrije toegang daartoe, die daartoe afgezet is met het recht tot de pomp, waterlozing en zinkgat, gemeen met het belendende huis van Jan Ling, door de schuur van Evert van de Tol". Wulphert van der Maath en de eigenaar van het belendende perceel waren ieder voor de helft aansprakelijk voor het onderhoud aan de pomp en het zinkgat
 
  met 

293.  Johanna Hermans Ekus[V][146] ook genaamd Johanna Ecus, Joanna Ecus, Johanna Hermans Ischkus en Johanna Hermans Ekkus
  geb. circa 1720 wonende te Amersfoort
  Wonende te Amersfoort, 
  begr. te Amersfoort op 6 jul 1772. 

296.  Willem Muijs[V][M][148]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 24 aug 1734, 
  Mandenmaker, 
  begr. te Amersfoort op 27 jul 1775, 
  otr. te Amersfoort op 23 dec 1757, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en 23 jaar oud) op 8 jan 1758 
  met 

297.  Anna van Schendel[V][M][148] ook genaamd Johanna van Schendel
  geb. te Amersfoort op 27 mrt 1734, 
  begr. te Amersfoort (begraven in de St. Joriskerk) op 7 jan 1768 Op 26 mei 1768 vond er een boedelscheiding plaats tussen de (onlangs) overleden Anna van Schendel en haar echtgenoot Willem Muijs. De enige erfgenaam betrof hun kind Govert Muijs.
Notariële archieven recordnr: 5275
Akten Boedelscheiding: 26-05-1768 A. Methorst AT 037a033 rep 54. Testament: 26-06-1765 A. Methorst AT 037a030 rep 31
, Op 3 november 1746 werd Anna van Schendel samen met haar zusters Neeltje en Geertruijdt en haar broer Dirck, ingeschreven in het Burgerweeshuis te Amersfoort. Ze was toen 13 jaar oud.
Met Pasen 1757 vertrok zij uit het weeshuis "om zig te generen met wollenaijen". Bron: Burgerweeshuis, inv. nr. 225

298.  Gerrit Arler[V][M][149] ook genaamd Gerrit van Arler
  geb. in 1724, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort (gedoopt in de St. Joriskerk) op 8 sep 1724, 
  Meesterschoenmaker en Schoenmakersbaas, 
  begr. te Amersfoort op 23 nov 1782, 
  otr. (1) te Amersfoort op 3 feb 1747, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 22 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Amersfoort op 19 feb 1747 
  met Jannetje Jacobs van Beek
  geb. te Amersfoort in 1725, 
  begr. te Amersfoort op 9 dec 1751, dochter van Jacob van Beek en Annetjen Jacobs van de Pol. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Amersfoort op 21 jan 1752, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 27 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Amersfoort op 6 feb 1752 
  met Johanna van Raatsveld
  geb. te Amersfoort in 1725, 
  ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Amersfoort op 1 apr 1756. Uit dit huwelijk 2 dochters, 
  otr. (3) te Amersfoort op 10 sep 1756, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 22 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Amersfoort op 26 sep 1756, Op 20 mei 1761 kopen Gerrit van Arler, meester schoenmaker en zijn vrouw Elizabeth Withoos van Evert Koppe, banketbakker en diens vrouw Anna van Burgstede een huis in de Langestraat bij de Vismarkt in Amersfoort. Aan de rechterzijde belend op de hoek van de Vismarkt door Jan van Assenrade, wieldraijer, en aan de andere zijde door de bakker Johannes van Birkhove. Tevens lenen zij 500 gulden van het echtpaar Koppe Van Burgstede.
Op 10 augustus 1771 leenden Gerrit Arler en Elisabeth Withoos van Wilhelmina van Bemmel 399 gulden en 19 stuivers. Als onderpand diende hun huis aan de Langestraat "omtrent de Vismarkt"
 
  met 

299.  Elisabeth Withoos[V][M][149]
  ged. Gereformeerde Gemeente Kerk te Amersfoort op 27 aug 1734, 
  begr. te Amersfoort op 15 apr 1799. 

300.  Joost Meijer[150] (Meijers)
  ged. in 1715 (1720?)
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 9 jaar oud) circa 1740, 
  kerk.huw. in 1740 
  met 

301.  Jannetje Costers[150]
  geb. in 1731 (?) andere bronnen spreken van ca 1720/25

304.  Jacob Aartsen van Wijk[V][M][152]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 7 dec 1704, 
  otr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 23 jaar oud) te Veenendaal op 15 mrt 1733 
  met 

305.  Jannetje Cornelissen van Holten[V][M][152]
  ged. te Veenendaal op 8 dec 1709. 

306.  Hendrik Celen van Kampen[V][M][153] Ook genaamd Hendrik Celen van Kempen, Hendrik Marcellissen van Kampen en Hendrik van Campen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 7 aug 1697, 
  Landbouwer, 
  otr. te Veenendaal op 23 feb 1716, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 18 jaar oud) te Veenendaal op 11 mrt 1716 
  met 

307.  Neeltje Hendriksen Slotboom[153] ook genaamd Neeltje Hendriks
  geb. circa 1698 wonende te Veenendaal
  Wonende te Veenendaal. 

308.  Willem Willemsen Schuijlenburg[V][M][154]
  ged. te Veenendaal op 13 jun 1706, 
  Wolkammersbaas, 
  begr. te Veenendaal op 16 jul 1788 Op 16 juli 1788 werd een Willem Schuijlenburg begraven in de kerk van Veenendaal. De kosten bedroegen 4 gulden en 6 stuivers. Het kan hier echter ook zijn zoon Willem betreffen welke op 1 mei 1740 te Veenendaal gedoopt werd
  otr. te Veenendaal op 28 sep 1732, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 26 jaar oud) te Veenendaal op 3 okt 1732, Bij het huwelijk van Willem Schuijlenburg en Anna van Holten werd ook hun dochter Willemijntje gewettigd. Deze was op 4 juni 1730 te Veenendaal gedoopt. Het trouwboek vermeldt: "met haar kont tussen haar beiden staande dat zij te vooren bij malkander hadden verwekt". Anna van Holten verklaarde hierbij dat Willem Schuijlenburg de vader was.
In 1749 woonde het gezin Schuijlenburg-van Holten te Veenendaal "in de Benedenbuurt aan de Stichtse Zijde". Ze bezaten er een huis. Inwonend was Gerritje Gerrits, weduwe van Arien Gaasbeek
 
  met 

309.  Anna van Holten[V][M][154] ook genaamd Anna Jansen Holten en Annetje Jansen van Holten
  ged. te Veenendaal op 24 jan 1706 Er is op 17 juli 1707 nog een Anna van Holten te Veenendaal gedoopt. Ze was een dochter van Cornelis van Holten en Maria Willems. Op grond van de doopnamen van hun kinderen is echter aangenomen dat Jan en
Cathrijn de ouders waren van deze Anna Holten

310.  Jan Aartsen Hardeman[V][M][155] ook genaamd Jan Aartse
  ged. te Veenendaal op 14 feb 1717 Zijn ouders zijn afgeleid uit de doopnamen van zijn kinderen. Op 29 maart 1716 was er ook al een Jan Hardeman in Veenendaal gedoopt als zoon van Aart Hardeman en Maria de Mellim. De naam Maria komt echter bij de kinderen van deze Jan Aartsen Hardeman niet voor.
Er is ook een Jan Aartsen Hardeman gedoopt te Veenendaal op 29 maart 1716 als zoon van Aart Hendriksen Hardeman en Maria Teunissen. Bij deze komt echter geen kind met de naam Gerritje of Gerrigje voor
  Arbeider, 
  otr. te Veenendaal op 11 apr 1746, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 27 jaar oud) te Veenendaal op 17 apr 1746 
  met 

311.  Geertje Geurts van Elst[V][M][155] ook genaamd Geertje Geurts, Grietje Geurts en Grietje Geurts van Elst
  geb. in 1719, 
  ged. te Veenendaal op 23 jul 1719 Grietje Geurts was een dochter van Geurt Jansen en Jantje Gerrits. Dit aangenomen en afgeleid uit de doopnamen van haar kinderen. Haar doopnaam was Geertje. Onder deze naam trouwde ze ook op 9 november 1738 te Veenendaal met Harmen Harmsen. Wanneer ze op 19 oktober 1719 te Veenendaal zou zijn gedoopt als dochter van Geurt Hermensz en Jannetje Bartels dan zou ze Geurtje hebben geheten. Ze werd echter nooit Geurtje genoemd maar wel Grietje of Geertje
  kerk.huw. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 30 jaar oud) (1) te Veenendaal op 9 nov 1738 
  met Harmen Harmsen
  geb. te Oosterbeek circa 1708 Wonende te Veenendaal
  ovl. (hoogstens 38 jaar oud) voor 17 apr 1746. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

312.  Jan Woutersen Cromring[156]
  geb. circa 1721 wonende te Veenendaal
  Grenadier in het batt. van Gen. de Malaprade Jan Woutersz Crommering was ten tijde van zijn huwelijk grenadier in het battalion van Generaal de Malaprade. Bij zijn huwelijk staat vermeld: bruidegom afkomstig van Krommerijn
  ovl. (hoogstens 52 jaar oud) voor 16 jul 1773, 
  otr. te Veenendaal op 20 mrt 1750, 
  tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 37 jaar oud) te Veenendaal op 12 nov 1752, In het NH trouwboek van Veenendaal staat opgenomen: Datum Huwelijk 12-11-1752
Man: Jan Woutersz Crommering wonende te Veenendaal.
Vrouw: Catharina van der Biezen wonende te Veenendaal.
Crommering is hier vermoedelijk niets anders dan een verschrijving van Cromrijn/Crommerijn (Krommerijn)
 
  met 

313.  Catharina van der Biezen[V][M][156] ook genaamd Catrina Breunissen, Catrijntje Breunissen, Catrijntje van der Biesen en Kaatje van de Biezen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 10 feb 1715, 
  otr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 30 jaar oud) (1) te Veenendaal op 30 jul 1741 
  met Cornelis Bouwman
  geb. te Veenendaal circa 1711, 
  ovl. (hoogstens 39 jaar oud) voor 20 mrt 1750. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (beiden ongeveer 58 jaar oud) (3) te Veenendaal op 16 jul 1773 
  met Hendrik Gerritsen van Manen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 25 nov 1714, zoon van Gerrit Hendriksen van Manen en Marrigje Berendsen de Jager. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

314.  Teunis Cornelissen van Holten[V][M][157]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 17 sep 1713, 
  otr. (resp. ongeveer 17 en ongeveer 26 jaar oud) (1) te Veenendaal op 29 jul 1731 
  met Hendrikje Albertsen Bolderman
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 21 dec 1704, 
  ovl. (hoogstens 43 jaar oud) voor 10 dec 1748, dochter van Albert Geurtsen Bolderman en Neeltje Dircks van der Meijden. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Veenendaal op 10 dec 1748, 
  tr. (resp. ongeveer 35 en ongeveer 41 jaar oud) te Veenendaal op 17 dec 1748 
  met Lijsbeth Jelissen de Ridder
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 30 mrt 1707, 
  ovl. (hoogstens 46 jaar oud) voor 1 mei 1753, dochter van Ellis Willemsen de Ridder en Gijsbertje Lamberts van Eepe. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (3) te Veenendaal op 1 mei 1753, 
  tr. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 23 jaar oud) te Veenendaal op 31 mei 1753 
  met 

315.  Geertruij van Klaveren[157]
  geb. circa 1730 wonende te Veenendaal

316.  Jacob Evertsen Agterberg[V][M][158]
  geb. te Achterberg, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Rhenen op 26 jun 1707 afkomstig uit Achterberg
  Arbeider, wonende te Veenendaal. In 1747 bezit Jacob Evertsen van Agterberg "1 huijssie in eigendom en heeft 2 kostgangers, Jacobus Rabijnen en Lambert Schake"
  otr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 22 jaar oud) te Veenendaal op 9 okt 1735 
  met 

317.  Hendrikje Geurtsen van Woudenberg[V][M][158] ook genaamd Hendrikje Geurts van Woudenberg
  ged. Nederduits-gereformeerd te Woudenberg op 2 apr 1713. 

318.  Johannes Berendsen Veenendaal[V][M][159]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 10 sep 1719, 
  Soldaat, 
  otr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 21 jaar oud) te Veenendaal op 10 mrt 1743, huwelijk tussen neef en nicht 
  met zijn nicht 

319.  Trijntje Cornelissen Ros[V][M][159]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 10 1721. 

320.  Hindrik Caspers[160]
  geb. circa 1710, 
  tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) circa 1735 
  met 

321.  Klaasjen Eernst[160]
  geb. circa 1710. 

322.  Sijbe Sijbes[161]
  geb. circa 1710, 
  tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 25 jaar oud) circa 1740 
  met 

323.  Gerbrig Cornelis[161]
  geb. circa 1715. 

386.  Jacob Gerrits Hoogland[193]
  ged. in 1712, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Heerhugowaard op 28 apr 1772 Aangegeven door Claas Pluim Molenaar. "Sal in de Schermer begraven worden in de cl van ƒ 6,-. Laat kinders na."
  begr. te Schermer, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 27 jaar oud) in 1739 
  met 

387.  Neeltje Pieters Schermer[193]
  geb. circa 1712, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Heerhugowaard op 29 mrt 1772 Aangegeven door Jacob Hoogland. Zal in Schermer begraven worden in de cl-6
  begr. te Schermer. 

388.  Jacob Adams[194]
  geb. circa 1704, 
  relatie 
  met 

389.  Trijntje Cornelis[194]

390.  Krijn Dirks Kamer[195]
  geb. circa 1715, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 17 jaar oud) te Opmeer op 13 jan 1732 In het doopboek van Opmeer staat vermeld dat Krijn Dirks afkomstig is uit de N. Schermeer en Trijntje Dirkz uit de Z. Schermeer 
  met 

391.  Trijntje Dirks[195]
  geb. circa 1715. 

392.  Albert van den Berg[196]
  geb. circa 1710, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 24 jaar oud) (1) te Heiloo op 24 sep 1734 
  met Grietje Dirks
  geb. circa 1710. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (2) te Egmond 
  met 

393.  Saartje Jansd.[196]
  geb. circa 1710. 

394.  Cornelis Dalenberg[197]
  geb. circa 1725. 

396.  Pieter Blom[198]
  geb. circa 1725. 

398.  Pieter Simonsz Wit[199]
  geb. circa 1715, 
  ovl. (ongeveer 24 jaar oud) te Winkel in 1739, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 23 jaar oud) te Winkel op 13 dec 1738 (getuige: genealoog A. Mekken) 
  met 

399.  Neeltje Jochems[199]
  geb. circa 1715. 

400.  Jacob Michiels[200]
  geb. circa 1700, 
  relatie 
  met 

401.  Neeltje Dircks[200]
  geb. circa 1700. 

402.  Gerrit Jans Schoorl[201]
  geb. circa 1705, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 25 jaar oud) in 1730 
  met 

403.  Grietje Simons[201]
  geb. circa 1705. 

404.  Cornelis Tol[202]
  geb. circa 1700, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 22 jaar oud) in 1722 
  met 

405.  Antje Jans[202]
  geb. circa 1700. 

406.  Cornelis Wognum[203]
  geb. circa 1709, 
  relatie 
  met 

407.  Maartje Garmonds[203]
  geb. circa 1709. 

408.  Rijer Mulder[204]
  geb. te Petten op 28 sep 1727, 
  ovl. (45 jaar oud) te Petten op 26 aug 1773, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 23 jaar oud) in 1750 
  met 

409.  Grietje Cornelisdr Mosch[204]
  geb. circa 1727, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Petten op 23 dec 1780. 

410.  Jan Teunisz de Jong[205]
  geb. circa 1725, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 25 jaar oud) in 1750 
  met 

411.  Aaltje Jacobsdr Mosch[205]
  geb. circa 1725. 

412.  Maarten Boetel[206]
  geb. te Hazepolder in 1777, 
  ovl. (ongeveer 28 jaar oud) te Petten op 8 mei 1805. 

416.  Christophell Lüdecke[V][M][208]
  ged. te Hofgeismar [Duitsland] op 26 jun 1708, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Hofgeismar [Duitsland] op 15 jan 1733 
  met 

417.  Anna Gertraut Richter[208]
  geb. circa 1708. 

420.  Klaas Schram[210]
  geb. circa 1722. 

422.  Cornelis Simonsz Dekker[211]
  ged. in 1722, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 23 jaar oud) te Den Hoorn op 26 sep 1745 
  met 

423.  Trijntje Appels[211]
  ged. te De Rijp in 1722. 

424.  Pieter Boendermaker[212]
  ged. in 1732, 
  begr. te Alkmaar op 13 nov 1804, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 24 jaar oud) te Alkmaar op 4 apr 1756 
  met 

425.  Trijntje Kroon[212]
  geb. circa 1732, 
  begr. te Alkmaar op 15 jun 1789. 

426.  Pieter van Straete[213]
  geb. circa 1732, 
  begr. te Akersloot op 12 jun 1802, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 20 jaar oud) te Akersloot op 2 jul 1752 
  met 

427.  Maartje Jans Aaker[213] Maartje Jans Aker
  geb. circa 1732, 
  begr. te Akersloot op 6 apr 1785. 

428.  Jan Dirk Menting[214]
  geb. circa 1718, 
  begr. te Alkmaar op 6 okt 1790, 
  tr. circa 1848 
  met 

429.  Wilhelmina Kerkhof[214]
  geb. circa 1718. 

432.  David Bareman[216] Baerdman
  geb. te Aagtekerke in 1695, 
  ovl. (ongeveer 43 jaar oud) te Zaamslag op 21 okt 1738, 
  tr. 
  met 

433.  Elena de Beers[V][M][216]
  geb. te Terneuzen circa 1699, 
  ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Zaamslag op 11 jan 1768. 

Generatie X

512.  Johannes (Jan) Harmensz Bremer[V][M][256]
  ged. Rooms Katholiek te Polder Waal en Burg op 8 okt 1699 (getuige: Antje Cornelis), 
  begr. te De Waal op 24 feb 1766, 
  otr. te Oosterend op 19 aug 1731, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 27 jaar oud) Nederduits Gereformeerd te Oosterend op 19 aug 1731 
  met 

513.  Diewertje Jacobs Potter[V][M][256]
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 25 jun 1704 (getuige: doopgetuige was Gerrit Vlaming), 
  begr. te De Waal op 8 aug 1766. 

514.  Pieter Meijertsz Boon[V][M][257]
  geb. te De Waal in 1688, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 29 feb 1688 (getuige: doopgetuige was Reijnoutje Cornelis), 
  Boer, Hoofdingeland, Regent, Burgemeester en Pachter van de Eierlandse kwelder, 
  Ovl. (Ongeveer 74 jaar oud) te De Waal circa 27 apr 1762 (tussen 27 april 1762 en 5 mei 1763), Een aartsvader op de Eierlandse kwelder.
"Struggle for life" op het eenzame "Quelderhuis", 1699 1763.
In 1610 was er een zanddijk gelegd van het eiland Callantsoog naar het eiland Huisduinen en in 1629 werd Texel op de zelfde wijze verbonden met Eierland, zodat hoge vloeden vanuit de zee de oostelijke wadvlakten niet meer overstroomden. Het gebied kwam tot rust, de zandbanken tussen de honderden zwinnen en prielen droogden op en verstoven tot lage nollen. Regen spoelde het zout uit de gronden, grassen en distels gingen de zanddijken kleuren, helm hield de nollen vast. Op de zilte schorren aan de oostkant groeiden kweldergras, strandkruid, zeepostelein, paars lamsoor en zilvergrijze, kruidige zeealsem. Op de slikken tussen schor en zee kleurde zeekraal het wad in de herfst roestig rood. 's Zomers, oostwaarts turend naar de glinsterende Waddenzee was in de trillende lucht de overgang van land naar water niet te onderscheiden. Waar hield het land op, waar begon de zee bij het rijzen van de vloed op het grijze wad?
Een prachtig, maar verraderlijk land. Wie zich op de uitgestrekte kwelders waagde, moest goed letten op veranderingen in de lucht. Want een opstekende storm stuwde het water in de prielen omhoog en veranderde de hele kwelder in één kolkende watermassa, waarin alleen de nollen als vluchteilanden overbleven.
Stond in de decemberstorm van 1741 het water niet twee tegels hoog aan de haard van Adriaan Cornelisz Vader op de hoge gronden benoorden de Callantsoger Helmdijk en moest niet zijn buurman Hillebrand Muller met zijn gezin door opgezwiept water wadend naar diezelfde dijk vluchten?
Het was met recht "buitenveld", waarvan gezegd werd: "en wordt er wat gewonnen, daar vallen ook jammerlijke slagen".
"Een huis in het vogelparadijs".
Meer dan een halve eeuw bleef de Eierlandse kwelder het domein van de vogels. Duizenden sterns krijsten boven hun kolonies; kieviten en scholeksters nestelden op de kwelder, tureluurs en grutto's broedden in hoger gras, wulpen in de ruigte aan de dijk en zilvermeeuwen in de Eierlandse duinen. In het voorjaar raapte de kastelein van het Eierland duizenden eieren en lui van Oosterend tot Kolhorn stroopten met manden de broedkolonies af.
's Winters waren er de wilde ganzen en ontelbare wadvogels. Pas aan het eind van de 17e eeuw ging de mens het kweldergebied wat intensiever gebruiken. Maarten Cornelisz, sluiswachter van de polder Walenburg, pachtte de buitengronden voor zeventig gulden van het gewest en liet er zijn schapen vanaf de Ruigedijk op de kwelder grazen. In de zomer van 1698 kwam een commissie de dijken, stranden en het Eierlandse Huis inspecteren en concludeerde dat de gronden véél meer konden opbrengen. De huur aan Maarten Cornelisz werd opgezegd en 's Lands opziener Adriaen Harmensz Wentel moest op 7 november 1698 naar Hoorn komen met een bestek voor een "bouwhuis", een boerderij, te bouwen "ter bekwamer plaats" op de kwelder. Wentel wist wel een gunstige plek: enige hogere nollen van de Quelder in het zuidelijk deel van het buitenveld. Terwijl de bouw van de boerderij snel vorderde deed Harmen Jansz Bremer (zie nr.2304) het hoogste bod en pachtte de boerderij én kwelder voor 630 gulden per jaar tot 1706.
Eind april 1699 was de bouw van het huis zover gevorderd, dat de schilders aan de gang konden. Wentel kreeg op 1 mei van dat jaar opdracht de boerderij met een "doncker te weten verw te laten bestreecken". Op 5 juni bezichtigde de inspectiecommissie de bijna voltooide bouw. De boerderij zou omstreeks St. Jan (24 juni) opgeleverd worden. In de zomer betrok Bremer het huis. Er waren afspraken gemaakt tot wáár de kastelein van Eierland zijn schapen mocht laten lopen en tot waar Bremer, maar hoe dat in het veld in de praktijk af te bakenen was, zou de tijd leren. Al in augustus 1699 kregen Bremer en de Eierlandse "kastelein" (voogd) Lambert Kickert ruzie over de vraag wie waar mocht hooien. En dat ondanks het feit dat Adriaen Wentel in juni al een zestal palen had gezet in een raai van het Zanddijkshuis op een hoog huis in het gehucht Oost( Texel). Het bleef zeuren.
De opdracht van Wentel Luidde: "U dient er hen op te wijzen dat zij zich van de feitelijkheden moeten onthouden en in vrede leven".
In 1713 kwam er een nieuwe scheidingsovereenkomst tot stand, waarbij Pieter Meijertsz Boon, de opvolger van Bremer, de Oosterbollen kreeg toegewezen.
"Belastingschulden leiden tot ontruiming en nieuwe verpachting".
Harmen Bremer hield het niet lang uit. Na vijf jaar moest hij wegens belastingschulden, "zijn menigvuldigde restanten op des Gemenelands imposten op Texel", letterlijk het (buiten)veld ruimen.
Op 25 april 1703 vond een openbare veiling plaats en Meijert Meijertsz (Boon) (zie nr.2306), burgemeester van de Waal, werd de nieuwe pachter van de "Quelderboerderij" en de "westgronden van het Eierland" voor drie achtereenvolgende jaren tegen 630 gulden per jaar. Zo nu en dan mocht hij wat minder betalen: in 1704 honderd gulden, omdat hij een kade rond het huis had aangelegd, in 1706 50 gulden omdat hij een regenbak had gemaakt, in 1707 25 gulden omdat hij enige hooilanden had omkaad. Met ingang van 1706 rondden Gecommitteerde Raden de pachtsom af op zeshonderd gulden 's jaars.
Meijert Meijertsz bezat land onder de Waal, waar zijn koeien graasden en waarop hij terug kon vallen als de kwelder voor kortere of langere tijd door overstromingen onbruikbaar was. Op de kwelder hield hij schapen en enig jong vee. In de winter jaagde hij op konijnen in het gedeelte van de Zanddijk dat aan zijn veld grensde en in de Oosterbollen. In het voorjaar verzamelde hij eieren, die hij naar de grote steden verkocht.
Meijert Meijerstz overleed eind november 1711. Gecommitteerde Raden continueerden op 3 december 1711 voor drie jaar de pacht met zijn zoon Pieter Meijertsz Boon, geboren in 1688. Pieter kende het bedrijf van jongsaf. Verbeten vechtend met de weerbarstige natuur en met de medemensen die hem in zijn bestaan op de kwelder bedreigden, zou hij taai volhardend, ruim een halve eeuw het bedrijf leiden.
"Aartsvader Boon".
Pieter Meijertsz Boon trouwde in 1714 met Martje Pietersdochter Cock. In 21 huwelijksjaren kreeg het echtpaar veertien kinderen, waarvan er acht in leven bleven.
Terecht kon hij in 1752 zeggen: ik heb veel verbeteringen aangebracht en met behulp van 's Lands opziener Pieter Muller vele pogingen ondernomen om het bedrijf welvarend te maken, omdat ik niets verloren wilde laten gaan. Binnendijks heb ik langzamerhand zoveel land gekocht dat ik mijn plan om één aaneengesloten geheel te vormen, heb kunnen verwezelijken. Het gebruik van binnendijks land in combinatie met het buitendijkse veld is nuttig en nodig. Zonder de buitendijkse landen zijn de binnendijkse voor mij van weinig nut. Ik heb mijn kinderen daarbij opgevoed en ze niets anders laten leren dan veeteelt en landbouw.
Pieter leefde op het Eierlandse veld als een vrij man, maar ook met alle risico's en dreigingen van de weerbarstige natuur om hem heen. Daarnaast ruziede hij om de uiterste grenzen van zijn domein met de kastelein van Eierland, met de opziener van 's Lands Werken, met de ingelanden van de polder Walenburg, kortom met ieder die, naar hij dacht, hem te na kwam. Als hij meende dat er in zijn rechten gestreden werd, stoof hij op als een kievit die kraaien in de buurt van zijn nest bespeurt. Maar hij legde zich loyaal neer bij de beslissingen van de Gecommitteerde Raden, want hij had een heilig ontzag voor de overheid die van godswege over hem gesteld was.
Soms werden de rampen hem te groot. Zo verdronken in december 1727 bij een plotseling opstekende storm zes van zijn koeien. Bovendien stierven kort daarna meer dan driehonderd van zijn schapen aan leverbot en waterigheid (ingewandsziekte). Tot overmaat van ramp waren alle konijnen in de Oosterbollen verdronken. Hij vroeg vermindering van de pacht tot vijfhonderd gulden. Bovendien wilde hij gedurende vijf jaar een jaarlijkse vergoeding voor het ophogen van de konijnenbergen, het bekaden van hooilanden, het graven van greppels om de hooilanden onder de Zanddijk te draineren en het ophogen van de kaden rondom zijn boerderij.
Gecommitteerde Raden zegden toe dat bij ernstige ziekte onder zijn schapen over vermindering van pacht te spreken zou zijn als hij zes weken vóór Kerstmis opgave van zulke grote verliezen zou doen. Maar voorlopig werd de pacht niet verlaagd. Met ingang van 1728 werd de pacht voor vijf jaar op 612 gulden vastgesteld. Wel lieten de Gecommitteerde Raden in 1729 de boerderij opknappen en kreeg de hooiberg een nieuwe kap, maar de door Pieter Boon te betalen pacht bleef tot 1743 ongewijzigd.
Ook verboden de heren hem om zijn knechts op het westerstrand naar aangespoelde goederen te laten zoeken. Dat was tegen de bepalingen van de strandvonderij. Ook werd hem erop gewezen dat de Zanddijk niet tot zijn gronden behoorde en dat hij er géén konijnen mocht vangen. Dat laatste was het recht van de kastelein van Eierland en de opziener van 's Lands Werken.
Gecommitteerde Raden vonden blijkbaar dat de boerderij meer moest opbrengen, want ondanks het aanbod van Pieter om de pacht te verhogen tot 750 gulden kwam het tot een openbare veiling op 28 oktober 1743 en vanaf Kerstmis 1743 moest Pieter, die tot elke prijs wilde blijven zitten, 855 gulden per jaar betalen.
"Moeilijkheden: belastingen, grensconflicten, eier en hooidieven".
In 1750 kreeg Pieter Boon een aanslag van de belastingen. Zijn verontwaardiging was groot: zolang de familie op het buitenveld woonde was er vrijdom van belasting geweest! Inderdaad, dat was destijds als aanmoediging voor de pioniers op het buitenveld bedoeld, maar de pioniersfase was voorbij.
Drie jaar duurde het gevecht met de autoriteiten. Boon schreef ellenlange rekesten, maar verloor in zoverre dat het met de belastingvrijdom voorgoed voorbij was. Wel kreeg hij in 1743 over deze drie achtreenvolgende jaren 200 gulden pacht terug en werd de pacht teruggebracht op 600 gulden 's jaars.
Gecommitteerde Raden vonden in 1753 wel dat het "Quelderhuis" aan een grote herstelbeurt toe was. Er werd een nieuwe "zomerwoning" aangebouwd, het rieten dak hersteld, een nieuwe "estrickten" (plavuizen) vloer in de binnenkamer gelegd voor totaal f 5320.
In de vijftiger jaren waren er ook moeilijkheden met de kastelein van Eierland. Op 3 juli 1752 verklaarden getuigen, waaronder Pieters jongere halfbroer, de 51 jarige Cornelis Meijertsz Boon, president schepen van Texel, dat reeds ten tijde van hun vader de Oosterbollen (Ronde bol en Noordbol) tot hun bezit behoorden. Maar toen vader Meijert in 1711 overleed had de kastelein van Eierland "tersluip" konijnen uit de Ronde en Noorderbol gedolven. Daarom had de opziener van 's Lands Werken de grensscheiding destijds opnieuw afgerooid, maar veertig jaar later moest Pieter Boon opnieuw aan de Gecommitteerde Raden schrijven: Wij hebben jaren achtereen gesmeekt om uw besluit eindelijk een definitieve scheiding bij de Oosterbollen vast te stellen, want wij zijn "seer moede van vele verontrustingen". Tenslotte kreeg opziener Matthijs Berger in 1753 opdracht de grensscheiding definitief te markeren.
Tot de vele verontrustingen behoorden ook de stormen die soms het water tot aan de kaden om zijn huis en soms daaroverheen tot in de tuin opjoegen als in oktober 1746.
Elk voorjaar opnieuw bezorgden eierrovers van Oosterend en Kolhorn Pieter Boon grote ergenis. Met schuiten en vletten kwamen ze aan land, zogenaamd om bot te steken in de zwinnen. Het krijsen van de vogels waarschuwde de boer, maar eer hij en zijn zoons waren toegesneld, waren de rovers er al weer vandoor met manden vol eieren.
Telkenmale deed Pieter Boon zijn beklag bij de Gecommitteerde Raden. Telkenmale lieten de heren Gecommitteerde Raden biljetten met verboden ophangen in de Texelse dorpen en Kolhorn. De dreigementen waren niet mis: verbeurdverklaring van de schuit, desnoods lijfstraf, maar 't haalde weinig uit. Op 4 januari 1762 schreef Pieter Boon weer eens een lange brief met klachten o.a. over de eierrovers. Volk van Oosterend met honden bij zich had niet alleen zijn eieren geroofd, maar bovendien zijn schapen de dood ingejaagd. Diverse malen waren schapen door honden gebeten, zelfs verscheurd. Ook waren schapen zó opgejaagd dat ze te water liepen en verdronken of zo over hun toeren geraakten, dat ze kort daarna stierven.
Nog onlangs, schreef Pieter, was "een merkelijk getal schapen daaraan gestorven, soodat ik den volgenden morgen resolveerde de gehele partij te aderlaten", waardoor ik verdere sterfte voorkwam.
Ook aan de zuidkant van het buitenveld was er voortdurend ergernis. Op 28 december 1752 schreef Boon dat de huurder van de Walenburger Ruigdijk een grote koppel schapen op de dijk liet lopen, die dan steeds op zijn buitendijkse gronden afdwaalde en graasde. Er werd dan wel beweerd dat de "geregtigheid" van de polder Walenburg zich een stuk buiten de dijk in het buitenveld uitstrekte, maar "dit is een wanbedrijf". Het was zelfs zo ver gekomen dat genoemde huurder, terwijl Pieter Boon en zijn zoons naar de kerk waren, hun hooi van het veld haalde. Dit scheen in opdracht gebeurd te zijn van Dirk Vuyk en Gerrit Eelman. De laatste was op 14 juni (volgens een ander artikel op 13 juli waarover later meer) van dat jaar ook al betrapt met een mand geroofde eieren. Hij had niet eens ontkend, maar werd evenmin vervolgd, want Eelman was heemraad van de polder Walenburg (dit verhaal blijkt toch enigszins anders zoals later uit de tekst zal blijken).
Pieter Boon klaagde: wij zijn eenvoudige, ongeletterde lieden en weten in procederen niet de weg. Dat hij toch niet zo eenvoudig en ongeletterd was als hij voorgaf te zijn, blijkt uit dezelfde brief: "Ik heb vele jaren als regent wegens de Waal gefungeerd en heb daarmee mijn eigen voordeel niet gezocht, maar veel tijd en moeite gespandeerd en tot welstand van het eiland gewerkt. Ook als heemraad van de polder Walenburg heb ik gewerkt. Gerrit (Eelman) is in mijn plaats gesuccedeerd, ik heb hem niet uit zijn functie proberen te stoten. Ik ben inderdaad door de ingelanden tot hoofdingeland verkoren. Ik heb daarin mijn best gedaan. Maar er is geen toezicht op Gerrit Eeelman, hij kan nu regeren als souverrein, hij heeft zijn vrienden daar, en zelfs bij aanbestede werken wordt niet geschouwd".
Aan het westeind van de Zanddijk lagen bij de scheiding en de Kogerduinen enige valleien, waar Boon uitsluitend hooi maaide en slechts in noodgevallen weidde, omdat de schapen daar ongans werden. Omstreeks de vijftiger jaren hoedden anderen daar vee en maaiden er ruigte, waaraan Pieter zo'n behoefte had, "omdat wij bij het huis veel stroyinge nodig hebben", opdat het vee "droog kon sitten". Er was namelijk te weinig hoogte bij het huis, reden waarom er vroeger al een kade om het erf was gelegd.
"Vijanden alom en nieuwe tegenslagen".
Pieter Boon schreef in 1752 dat hij zich van alle zijden door indringers en vijanden belaagd voelde. Hij was toen 65 jaar en vijftig jaar hadden zijn vader en hij de Westgronden in pacht gehad, maar nu verzuchtte hij: "U Ed. dienaar is der tegenheden seer moed en sad, soodat indien des Heeren wet mijne vermakinge niet ware geweest, ik was allang in den druk vergaan. Edel Mogende Heeren, den vroomen en kunnen niet bewilligen in dingen, die regtdraats onregtvaardig zijn. En wat sal ik meer seggen, soo mijn vijanden nog meer over moeten triumferen en mij voor uytvaagsel en aller afschrabsel houden?". Als u niet ingrijpt komt er geen eind aan "mijne ontrustinge". Maar al in september 1751 hadden ingelanden van Walenburg zich bereid verklaard om tot een regeling te komen. Gecommitteerde Raden gaven Matthijs Berger opdracht met ingelanden van de Walenburgerpolder een regeling over de Ruigedijk te treffen en op 10 februari 1757 kwam dit contact tot stand. De polder Walenburg had recht op een strook grond met een breedte van 75 meter buiten de voet van de Ruigedijk. Gecommitteerde Raden bekrachtigden deze regeling bij resolutie van 31 maart 1757.
In een lange brief van 4 januari 1762 schreef Boon over de tegenslagen met zijn schapen. Sedert de nazomer van 1758 had zich weer een "besmettinge van ongans" op de kwelder geopenbaard, waaraan bijna alle schapen waren gestorven. In het resterende koppel stak het kwaad steeds weer de kop op. Boon had het bij het merendeel van de schapen bevonden, "dat hare lever door bot verteerd" was. Hij had geprobeerd nieuw aangekochte schapen en lammeren verder te telen, want het bestaan op de kwelder hing grotendeels af van de schapenteelt: "anders kan ik in 't geheel geen middel van bestaan aldaar tegemoet zien". Hij schreef: "Hoewel het opnieuw aangelegde vee nu vrij gezond schijnt, sterven er bij ons op de Quelder naar rato meer schapen als in binnendijks land. De veestapel is zelden vrij van ongans". In 1759, 1760 en 1761 had hij van 80 schapen binnendijks meer kaasjes afgeleverd dan van al zijn vee op de kwelder.
Alles overziend schreef hij in 1762, 74 jaar oud: "Dog mij aangaande ben seer moede, soo dat ik om enige duysenden sulke onregtvaardige behandeling, schandaal, moeyten en moeylijkheden niet opnieu soude begeren te ondergaan, alsoo als een geheel verlatene geschenen hebbe en als een spot en smaad bij velen".
Opziener Matthijs den Berger vond de argumenten van Boon overdreven. Had hij meer greppels gegraven, dan waren er niet zoveel plassen blijven staan en zouden zijn schapen niet ongans zijn geworden. Ook in de andere zaken wees hij op de querulante en onverdraagzame houding van Boon.
"Des levens sad, en het einde nabij".
In april 1762 voelde hij zich aan het eind van zijn leven. Hij schreef op 27 april een brief aan Jan Mossel van Stralen, secretaris van Gecommitteerde Raden, waarin hij continuatie van de huur voor hem en zijn zoons vroeg. "Hoewel ik des levens sad en alleen genegen ben aan het eeuwige, hemelse, volmaakte leven te gedenken, en in vergelijking daarmede soo is het, dat door mij alles dat de wereldt heeft en geeft als niets geagt worde, soo soude egter geen vaderlike pligt van mij zijn, soo ik het beste in tijd en eeuwigheydt niet over mijne kinderen wenste" en "vermits onse boedel onder mij nog in zijn geheel blijft, soo heb ik en de kinderen nog goedgevonden wederom op mijne en kinderen naam continuatie in huer te verzoeken". Een jaar later overleed Pieter Meijertsz Boon.
Gecommitteerde Raden sloten op 5 mei 1763 een nieuw contract met Pieter en Jan Pietersz Boon. Borgen waren daarbij de broers Meijert en Cornelis. Tot en met 1775 bleef de pacht 600 gulden. Ingaande 1776 moest Jan Pietersz Boon 1000 gulden betalen, ingaande 1786 1200 gulden, waarbij de behuizing wel een opknapbeurt kreeg: nieuwe deur in de middelschuur, dakpannen en rieten daken, verven van deuren, kozijnen en tuinhek, teren van houtwerk met "moscovische teer" en afgevallen tegeltjes in de zomerwoning inzetten, "20 teegeltjes, landschappen in 't rond", totaal f.110.
De laatste pachters van de "Kwelderbeek" betaalden, vóór de bedijking van de Eierlandse gronden in 1835, 2140 gulden per jaar. Zij hielden toen 1250 schapen, vijf of zes paarden en twintig stuks vee. Nog steeds raapten zij eieren in het voorjaar en vingen konijnen in de hoge nollen.
Pas met de bedijking van de Eierlandse gronden in 1835 kwam, om de woorden van een tijdgenoot te gebruiken, aan deze "aartsvaderlijke" toestand een einde.
"Boon versus Huydecoper"
Behalve het harde bestaan als pachter van de Eierlandse kwelder met alle daar uit voortkomende teleurstellingen, ergernissen en conflicten had Pieter Boon, vanuit zijn functie als burgemeester van De Waal en lid van de schepenbank, ook het nodige van doen met de schout en dijkgraaf van Texel, Balthazar Huydecoper.
Toen Hendrik Reael, de oude schout en dijkgraaf van Texel, in de tweede week van het jaar 1732 overleed, keken de Staten uit naar een geschikte opvolger. Zij meenden die te vinden in Balthazar Huydecoper, een in 1695 uit een aanzienlijk patriciërs geslacht geboren Amsterdammer en vernoemd naar een oom die secretaris van deze stad was geweest. Op 14 maart 1732 benoemden de Staten hem tot schout en dijkgraaf van Texel. Huydecoper was toen zevenendertig jaar, oud genoeg om Texel, dat voor Amsterdam van niet te onderschatten betekenis was, tot het meeste voordeel van de grote reders en kooplieden te regeren. Huydecoper, welke in 1723 regent was van het Burgerweeshuis te Amsterdam en daarmee ook regent van de Amsterdamse schouwburg, had zich in de loop van zijn leven ontwikkeld tot een consciëntieus en wetenschappelijk man. Als kind bezocht hij de Latijnse school en als 16 jarige beëindigde hij zijn eerste school met het uitspreken van een Latijnse oratie in het koor van de Nieuwe Kerk. Waarschijnlijk bezocht hij toen het Atheneum Illustre en werd daarna ingeschreven aan de Utrechtse academie, waar hij een tijd lang rechten studeerde. Hij studeerde niet af. Tevens hield hij zich bezig met uitvoerige studies van de Nederlandse taal en poëzie in geschrift en spraak wat resulteerde in zijn "Proeve van Taal en Dichtkunde", een werk van tegen de zevenhonderd dichtbedrukte bladzijden waarvoor hij uit niet minder dan zeshonderd bronnen had geput. Daarnaast schreef hij tragedies in Frans classisistische stijl, welke onder andere in de Amsterdamse schouwburg op het repertoire stonden en gelegenheidsgedichten. Een geleerd en geletterd man dus die weldra kennis zou maken met een eilandbevolking van schapenboeren, vissers en ander ruw zeevolk welke niets gaf om zijn fluwelen jas en bepoederde pruik en ook niets van zijn levenshouding begreep. Het was onvermijdelijk dat dit tot conflicten moest leiden.
Het koste Huydecoper niet veel moeite om in Den Burg een geschikte woning te vinden. Hendrik Reael had al zijn eigendommen nagelaten aan Johan Reael, de president schepen van Amsterdam en deze wilde wel van zijn Texelse erfenis af. Aangezien de bestuurders van de hoofdstad elkaar allen kenden, lag het voor de hand dat Huydecoper het voorstel werd gedaan om de bezittingen over te nemen. De Heren waren het spoedig met elkaar eens en zo vond op 16 juni 1732 de overdracht plaats van een huis, erf en tuinen, benevens een stal en brouwhuis en het nodige aan land op het eiland. Huydecoper nam ook Reaels inboedel over en voor een bedrag van f. 4100, was Balthazar uiteindelijk eigenaar van de gehele nalatenschap van zijn voorganger geworden. Zijn huis op de Vismarkt behoorde tot de allermooiste van Den Burg en met zijn hoge trapgevel en brede toegangsdeur was het een voor die tijd indrukwekkend gebouw alwaar Balthazar Huydecoper zich in het jaar 1732 als schout en dijkgraaf van Texel vestigde.
Een jaar later, op 23 maart 1733, benoemden de aanzienlijke Amsterdammers Jan Elias Huydecoper (een oom), G.A. Hasselaar en S. Geelvinck hem tot schout en dijkgraaf van Waalenburg, een Texelse polder waar zij veel grond in eigendom bezaten. Om zijn aanstelling aannemelijk te maken, hadden zij Balthazar in dezelfde polder een terrein van 6 morgen en 212 roeden tegen een schappelijke prijs overgedaan. De nieuwe schout zou in het bestuur van Waalenburg weldra kennis maken met Pieter Meijertsz Boon, de burgemeester van de Waal, die ook grondeigenaar in de polder was.
"Het eerste conflict".
Kort nadat hij in functie was getreden, vroeg Huydecoper aan de burgemeesters inzage van de oude privileges en handvesten, waarin de rechten van het eiland waren vastgelegd. Hij had vernomen dat de orginele stukken verloren waren gegaan, maar dat er goede afschriften van waren. Eerst begreep hij maar niet waarom er niet aan zijn verzoek werd voldaan, maar iets later werd hem duidelijk dat de heren klaarblijkelijk redenen hadden inzage te weigeren. Toen herhaald verzoek aan burgemeester Pieter Boon weer geen gevolg had, bestelde hij bij een boekhandelaar de privileges en handvesten van Alkmaar. Die waren van dezelfde inhoud als de Texelse en gedrukt voor iedereen te koop. Daarop traden de schepenen hun schout wat vriendelijker tegemoet. Zij vertelden dat zij de oude stukken nooit hadden gezien, maar zij stelden hem een papier met hun ambtseed ter hand. Huydecoper las toen dat nieuw aangewezen schepenen in het komende jaar vonnis zouden wijzen "tussen poorter en poorter, tussen een poorter en een gast, tussen de Heer Officier en zijn wederpartij". Juist zoals de schout moesten de schepenen zich bij het aanvaarden van hun ambt verplichten "alle plakkaten, ordonantiën en missieven van de Hoge Overheid te handhaven en alle privileges, handvesten en keuren voor te staan, ieder naar zijn vermogen". Een belangrijke plaats in de eedsformule stelde vast dat de schepenen niet beïnvloed mochten worden, "nog om gaven, nog om magen". Dit betekende dat recht gesproken moest worden zonder omkoperij.
Huydecoper ontving de privileges van Alkmaar en zijn secretaris Zacharias Gravius overhandigde hem een oud Memoriaalboek van Texel, een foilant waarin van alles was opgetekend. Op zijn gemak lezend in dit dikke boek vond hij enige besluiten van zijn voorgangers, onder andere tot zijn verbazing een overeenkomst van 8 april 1694, waarbij tussen de schout Adriaen van der Graaff en de burgemeesters werd vastgesteld, dat de burgemeesters tot in de derde graad niet aan elkaar verwant mochten zijn. Ook was toen overeengekomen dat de burgemeesters niet langer dan twee achtereenvolgende jaren zitting mochten hebben. Nu ging Huydecoper een licht op en begreep hij de weinig welwillende houding van de burgemeesters. Hij had namelijk gehoord dat Pieter Meijertsz Boon, de burgemeester van De Waal, en Jacob Vermeulen, de burgemeester van Den Hoorn, zwagers waren! De heren waren dus ernstig in gebreke en aanstonds greep Huydecoper in. Uiteraard viel dit niet goed en konden de burgemeesters niet hebben dat zij op de vingers getikt werden.
Toen in 1735 opnieuw burgemeesters uit dubbeltallen aangewezen moesten worden, was Huydecoper op zijn hoede en viel het hem niet moeilijk vast te stellen dat opnieuw werd geprobeerd de wet te ontduiken. Nu bleek dat Jan Leen en Claas Grauw, beiden van Den Hoorn, zwagers waren. Schepenen hadden de lijst met dubbeltallen opgemaakt, terwijl zij dit wisten; zij waren dus bij het bedrog betrokken. Huydecoper liet de lijst door zijn bode naar de schepenen terugbrengen met de mededeling dat hij niet aan wetsontduiking wenste mee te werken en hij verlangde een andere lijst. Hij wilde geen familieregering op het eiland. Hierin stond hij volledig in zijn recht, maar was het niet vreemd, dat hij de familieregering in Amsterdam vanzelfsprekend vond? Maar Huydecoper was nu eenmaal van mening dat er een groot verschil bestond tussen Texelse schapenboeren en Amsterdamse patriciërs. Echter, eigenzinnig als de Texelse schapenboeren waren bleven zij zich tegen Huydecopers ingrijpen verzetten, zoals in 1736 bleek bij het overlijden van de burgemeester van De Waal. Pieter Meijertsz Boon werd toen opnieuw als burgemeester van De waal voorgesteld, ondanks het feit dat zijn zwager Jacob Vermeulen op dat moment burgemeester van Den Burg was.
Nog steeds had Huydecoper geen inzage in de oude stukken gekregen, de burgemeesters bleven weigeren hem deze ter hand te stellen. In een bijeenkomst van de schepenbank heeft hij daartoe een laatste poging ondernomen. Hendrik van der Merct, de president van deze schepenbank, en de andere schepenen kregen te horen dat hij niet zou aarzelen om zich tot de Gecommitteerde Raden te wenden, desnoods tot de Staten, als zijn verzoek niet ingewilligd werd. Van der Merct deelde toen mee dat hij opnieuw de bode langs alle huizen van de burgemeesters had gestuurd. Deze was teruggekomen met de mededeling dat de heren pas na onderling beraad bereid waren een beslissing te nemen. De schepenen kozen ditmaal allen de zijde van hun schout en de secretaris Zacharias Gravius kreeg opdracht in een uitvoerig protocol de hele gang van zaken nauwkeurig vast te leggen. Het was een ernstige zaak en natuurlijk kwam de burgemeesters ter ore wat de schepenbank had beslist. Zij begrepen dat het tijd werd om bakzeil te halen. Desondanks duurde het nog drie weken voor de schout de stukken in handen kreeg. Toen schreef de opgeluchte Huydecoper: "Handvesten en privileges eindelijk 8 juli 1736 in handen". De schout zou weldra ervaren dat de burgemeesters zijn vijanden waren.
"De verhoudingen spitsen zich toe".
Huydecoper werd bij zijn benoeming van schout ook dijkgraaf. Van waterstaatszaken had hij echter geen enkele kennis, maar omdat hij niet van plan was de betrekking persoonlijk waar te nemen, behoefte dit geen bezwaar te zijn. Hij vond een uitnemende plaatsvervanger in de wagenmaker Hendrik Luytsz uit Den Burg, een gezien man die enige malen president burgemeester van Texel was geweest. Omdat het onderhoud van de dijken niet alleen een Texels maar ook een provinciaal belang was, hadden de Gecommitteerde Raden in 1733 Luytsz benoeming goed gekeurd. Sindsdien stond hij bekend als "gequalificeerd van haar Edel Mogenden over Lands Werk".
Luytsz werd als substituut dijkgraaf terzijde gestaan door Willem Ernst Disper, de "klerk van de dijkagie", een man die zijn betrekking sedert 1720 vervulde, toen hij was aangesteld door de schout en dijkgraaf Mr. Adriaen van der Graaff. In rang was Disper niet alleen ondergeschikt aan Huydecoper, maar ook aan Hendrik Luytsz.
Disper, jarenlang gewend zijn eigen weg te gaan, had met zijn vroegere chefs nooit moeilijkheden gekend, hij was bevriend met de burgemeesters of oud burgemeesters Pieter Meijertsz Boon en Jacob Vermeulen, voorname ingelanden, die het onderhoud van de dijk graag aan hem overlieten omdat dit in hun belang was. Zij hadden er voor gezorgd dat hij kosteloos een paard tot zijn beschikking kreeg, waarmee hij na stormweer de dijk afreed om na te gaan of er ergens schade was aangericht.
Toen Huydecoper hoorde dat Disper voor het gebruik van zijn paard niet hoefde te betalen, zinde dit hem niet en gaf hij Luytsz opdracht aan Disper mee te delen dat deze in het vervolg zelf f.50, in de onderhoudskosten van het dier zou moeten bijdragen. Aanstonds liep Disper naar Boon en Vermeulen om zich over het eigenzinnige optreden van Huydecoper te beklagen. Na overleg met zijn vrienden besloot hij toen om, met voorbijgaan van de schout, een brief aan de Gecommitteerde Raden te schrijven met het verzoek zijn paard als voorheen kosteloos te mogen rijden. Vanzelfsprekend kwam dit Huydecoper ter ore. Hij ontbood de klerk en zette de man zó onder druk dat hij wel genoodzaakt was om de brief in te trekken. Tegen de schout met zijn machtige vrienden was de kleine Disper niet opgewassen. Opnieuw had Huydecoper zich echter een vijand gemaakt.
Disper inde sinds jaren de boeten op overtredingen van het dijkreglement. Hij moest de opbrengst verrekenen met de dijkgraaf aan de hand van een speciaal daarvoor aangelegde lijst. Uit een deel van de opbrengst kreeg Disper zijn loon, andere delen waren voor Luytsz en Huydecoper. Eens maakte Huydecoper een aanmerking op het afrekenen en natuurlijk viel dit niet in goede aarde. Nog slechter werd de verhouding toen de dijkgraaf Disper verweet dat hij alles deed om bevriende aannemers met particuliere oogmerken te begunstigen. De timmerman Vermeulen, nota bene een broer van Jacob Vermeulen en aangetrouwde familie van Pieter Meijertsz Boon, was naar zijn mening al te gemakkelijk het storten van een grote hoeveelheid steen gegund. Andere aannemers mopperden daarover, ook zij wilden wel eens voor leveranties in aanmerking komen. De heren wonden zich op en Huydecoper ontsloeg Disper toen op staande voet en daarmee raakten de poppen pas goed aan het dansen!
Boon en Vermeulen zonnen op wraak. Wat dacht die schout eigenlijk van de Texelaars? Zij hadden maling aan die hele Huydecoper en zonder de andere burgemeesters of schepenen daarin te kennen, schreven zij toen een lange brief aan de Hoogmogende Heren de Staten van Holland en deden daarin een boekje vol klachten over hun schout en dijkgraaf open. Volgens gebruik zonden de Staten de brief door naar de Gecommitteerde Raden om advies en ook volgens gebruik zonden de Raden een afschrift aan schout Huydecoper. Op 6 juni 1737 heeft deze een rustige en weloverwogen brief aan de "Edele Mogende Heeren, Mijne Heeren, den President ende Raaden van Holland, Zeeland en Vriesland" geschreven, waarin werd medegedeeld hoe de vork in de steel zat. Hij was van mening dat de klachten van Boon en Vermeulen alle grond misten. Hun klacht dat hij dikwijls afwezig was geweest bij de zittingen van de Vierschaar noemde hij óók ongegrond, "zoals vijf schepenen, alle residerende aan Den Burg, de plaats des dingtaals, wilde getuigen, elk van den tijd zijner regeeringe". Hij dacht dat deze mannen meer geloof verdienden dan Boon en Vermeulen. Reeds op 25 mei hadden de schepenen of oud schepenen Abram Kikkert, Dirck Klaase Vuyck, Jan Vermeulen, Dirk Gravius en Hendrik van der Werf hiervan in een brief aan de Gecommitteerde Raden getuigd. Zij berichten dat Balthazar Huydecoper "meestijds de vierschaar heeft gespannen en alles heeft gedaan wat een goed schout te doen staat".
In hun brief vol grieven hadden Boon en Vermeulen ook hun misnoegen over Luytsz te kennen gegeven. Huydecoper op zijn beurt liet niet na om Luytsz te prijzen. Hij was "met kennis en approbatie van Heren Gecommitteerde Raden" benoemd en ook aangesteld tot opziener van 's Lands Werken. Hij noemde hem "de kundigste persoon van Gantsch Texel in 't stuk der dijkagie", die ten onrechte door Boon en Vermeulen in een kwaad daglicht was gesteld.
Paulus Kikkert, door Huydecoper benoemd tot substituut schout, was ook door de beschuldigende brievenschrijvers veroordeeld. Zij noemden hem onbekwaam zijn betrekking naar behoren te vervullen. Huydecoper schreef dat deze klacht hem niet verwonderde omdat hij de gang van zaken op het eiland danig in het oog hield en natuurlijk zinde dit Boon en Vermeulen niet, die al jarenlang gewend waren geweest om hun eigen gang te gaan. Schamper voegde hij er aan toe dat iedereen maar naar zijn eigen inzicht wilde handelen, men stoorde zich aan God noch gebod, gezag voor hogergeplaatsten was er niet. Niet berustend in de houding van de bevolking schreef hij: "Texelaars recht, weet heer noch knecht". Terrecht wees hij in het slot van zijn brief op de knoeierijen bij de aanbestedingen. Hij was voornemens aan de conditiën, de voornaamste oorzaak van het ongenoegen, streng de hand te zullen houden.
Balthazar Huydecoper was een nauwgezet man en hield ervan om belangrijke kwesties uitputtend te behandelen. Hij verzuimde niet de Staten mee te delen dat na het overlijden van de burgemeester Jan Boon, die maar één jaar burgemeester was geweest, Pieter Meijertsz Boon opnieuw als zijn opvolger was aangewezen. Daartegen zou geen bezwaar zijn als Boon voor één jaar was benoemd. Maar dat de schepenen hem voor de jaren 1736, 1737 en 1738 als burgemeester voorstelden, dat was tegen de wet. Hij vertelde erbij dat de heren hem van de voordracht volkomen onkundig hadden gelaten, "zelfs toen dit geschied was, wierde mij geen communicatie gegeven". De ontboden president schepen had daarop toegegeven dat Pieter Meijertsz Boon ten onrechte was benoemd. Boon kreeg een briefje met de mededeling dat zijn benoeming voor de jaren 1737 en 1738 kwam te vervallen.
's Heren molens draaiden langzaam, óók in de 18e eeuw. Pas een half jaar later kreeg de dijkgraaf van de Gecommitteerden een bericht dat zij met Dispers ontslag akkoord gingen en dat Claas Luyts door het overlijden van zijn vader Hendrik Luyts tot plaatsvervangend dijkgraaf was benoemd. Bij vergissing was Huydecopers lange brief ter secretarie van Hunne Edelmogenden vier maanden blijven liggen!
"Een barbaarse burgemeester".
Het mag waar zijn dat Huydecoper zich slecht in de Texelse verhoudingen kon schikken, het is even waar dat sommige van zijn bestrijders, zelfzuchtige, eigenwijze en op macht beluste potentaatjes waren. Pieter Meijertsz Boon had eerder ook met Hendrik Reael overhoop gelegen, onder meer omdat hij "kwade aangifte van een dood kind had gedaan". Voorts was er ongenoegen geweest over de huur van een stukje grond. Boon en Vermeulen hoorden tot de clique die op het eiland de touwtjes in handen hield, die haar verlangens wist door te drijven, helaas niet alleen tegenover de schout, maar ook tegenover eilandgenoten. Boon was herhaaldelijk burgemeester van De Waal of zat als schepen in de dingbank. Deze welgestelde boer, eigenaar van landerijen, onder andere in Waalenburg, en huurder van de kwelder, was het type van een man die noch tegenover de autoriteiten noch tegenover de gewone man tot enige toegevendheid bereid was. Een redelijk gesprek met hem was niet mogelijk. Huydecoper zag geen kans om ook maar één enkel vergelijk met hem te treffen. Na een reeks moeilijkheden met Boon en diens soortgenoten, waarin de schout doorgaans aan het langste eind trok, bracht deze hem in hoger beroep voor het Hof van Holland in Den Haag ingevolge "gewelt en mishandeling op de publieke weg.aan Gerrit Arisz Eelman en zijn huisvrouw Marretje Kors" (zie ook het Hoofdstuk "Moeilijkheden: belastingen, grensconflicten, eier en hooidieven"). In het kort volgt hier het verhaal omdat dit zo duidelijk maakt wat voor mens Pieter Meijertsz Boon was.
Op het Eierlandse Huis, officieel het Gemeenlandshuis of kortweg 's Lands Huis genoemd, was de ongeveer 40 jarige kastelein Hendrik Dekker aangesteld door de Gecommitteerde Raden. Hij beheerde behalve het huis met omringende weiden en duinen ook een groot stuk van de wadvlakte bezuiden Eierland, dat het Buitenveld werd genoemd. Een deel van dit Buitenveld verhuurde hij aan Gerrit Arisz Eelman, een boer uit het buurtschap Ongeren. Op 13 juli 1752 reden Eelman en zijn vrouw Marretje Kors naar het Eierlandse Huis om daar aan Dekker hun huurpenning te gaan betalen. Marretje had een van haar kinderen meegenomen, want het jaarlijkse tochtje werd door de familie Eelman als een uitgaansdag beschouwd. De verstandhouding tussen de families Dekker en Eelman was vriendschappelijk en het was dus geen wonder dat Eelman reeds jaren toestemming had om op het Buitenveld eieren te rapen van de duizenden vogels die daar nestelden.
Terugkerend van het Eierelandse Huis over de uitgestrekte wadvlakte, had Gerrit Arisz Eelman herhaaldelijk zijn paarden ingehouden. Marretje en het kind waren dan afgestapt om in een mandje eieren te verzamelen. Omdat de weg van het Buitenveld naar Ongeren over een andere wadvlakte, de Kwelder, voerde, was het niets bijzonders dat Pieter Meijertsz Boon en zijn zoon Pieter Pietersz Boon de familie al uit de verte zagen aankomen. Zij hadden gezien dat Eelman dikwijls had gestopt en dat dan eieren werden opgeraapt. Toen Eelman vader en zoon Boon was genaderd, ontstaken dezen in woede en schreeuwden dat het een brutaliteit was op hun grond eieren te roven. Gerrit Eelman, de Boontjes kennende, wilde door rijden zonder stil te houden. De Boons sprongen toen op hun eigen kar om Eelman achterna te zetten. Weldra haalden zij Eelman in, die van zijn kar stapte en zijn vervolgers onbevreesd tegemoettrad. Op hoge toon eiste de burgemeester teruggave van de gestolen eieren, maar toen Eelman weigerde daaraan te voldoen greep Boon sr. zijn zweep en striemde hem daarmee in het gelaat. Toen pas zei de geheel onthutste man dat de eieren van het Buitenveld kwamen en dat Hendrik Dekker hem had toegestaan deze te rapen. Boon, niet voor rede vatbaar, bleef razen en tieren, gaf Eelman een harde klap op diens arm, trok zijn mes en sneed woedend de zelen en touwen van de paarden aan stukken om daarmee te voorkomen dat de eierdief ervandoor zou gaan. Gerrit Eelman kon niet beletten dat de woestelingen het mandje eieren meenamen en dat ze ook nog de spoorstokken en het haampje gapten. De familie Eelman bleef volkomen van streek op de Kwelder achter.
Het relletje op de Kwelder was echter uit de verte waargenomen door Albert Pietersz uit het dorp Oost, die zich had afgevraagd wat er gaande was. Een goed deel van het gebeurde had hij gevolgd. Toen de Boontjes waren vertrokken ging hij naar Gerrit en Marretje en hielp de paardentuigen zo goed mogelijk herstellen en, wat heel belangrijk was, hij verklaarde zich bereid voor het gerecht als een belastende getuige op te treden.
Eelman deed ten spoedigste aangifte op het rechthuis en beklaagde zich daar over de schandelijke behandeling hem door Pieter Meijertsz Boon en diens zoon aangedaan. Tot zijn opluchting hoorde hij toen dat tegen de Boontjes een vervolging ingesteld zou worden. Gesommeerd door de gerechtsdienaar is Pieter Boon toen voor de schepenbank gekomen, waar hij door Huydecoper, toch al niet zijn vriend, in staat van beschuldiging werd gesteld. Toen deze hem vroeg of hij met de tenlastenlegging akkoord ging, weigerde hij echter enig antwoord te geven. Na enige verwikkelingen is de zaak toen in hoger beroep voor het Hof van Holland behandeld. Boon werd veroordeeld en gedwongen de lang niet lage proceskosten te betalen. Wrokkend ging Boon naar De Waal terug en zwoer zich nog eens op Huydecoper te zullen wreken. Of het zover ooit gekomen is vermeld de geschiedenis niet. Balthazar Huydecoper ging er steeds meer toe over om Texel vanuit zijn geliefde Amsterdam te regeren en zodoende verflauwde zijn belangstelling voor de gebeurtenissen op het eiland. In de periode 1758 tot 1769 (het jaar van zijn ontslag als schout en dijkgraaf) bezocht hij Texel geen enkele keer meer. Pieter Meijertsz Boon overleed in het voorjaar van 1762 en daarmee kwam er een eind aan de jarenlange vete tussen beide heren.
Bron: blz. 53 t/m 56 Varensgasten en ander Volk
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 20 jaar oud) te Den Burg op 5 apr 1714, 
  kerk.huw. te Den Burg op 5 apr 1714, Bij haar huwelijk was Martje Pieters Kok afkomstig uit Den Burg 
  met 

515.  Martje Pieters Kok[257] ook genaamd Martje Pieters Cock
  geb. te De Waal in 1694, 
  ovl. (ongeveer 59 jaar oud) te De Waal in 1753, 
  begr. te De Waal Aan grafrechten moest ƒ 30,- worden betaald

516.  Claas Jansz Spigt[V][258]
  geb. circa 1697 afkomstig uit Haringhuizen
  Rooms Katholiek, 
  Klaas Jansz Spigt was waarschijnlijk boer
  kerk.huw. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 19 jaar oud) te Haringhuizen op 18 okt 1722 
  met 

517.  Aaltje Pieters[V][258]
  geb. circa 1703. 

518.  Nanning Cornelisz Dijcker[V][M][259] ook genaamd Groote Nan
  geb. in 1689, 
  ged. ref te Oosterend wonende te Oost (Texel) op 28 sep 1689, 
  Schoenmaker en Boer, 
  Afkomstig uit Oost, 
  begr. te Oost op 19 mrt 1765, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 22 jaar oud) te Oosterend op 15 dec 1715 (andere bronnen spreken van 12 februari 1716) 
  met 

519.  Martje Hertjes[259] Dieuwertje Neeltje (?)
  geb. te Den Horn in 1693, 
  Afkomstig uit Den Hoorn (Texel), 
  begr. te Oosterend op 14 feb 1786. 

524.  Pieter Janse[V][M][262]
  geb. in 1698, 
  ged. te Oosterend op 5 feb 1698, 
  otr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 25 jaar oud) te Oosterend op 26 nov 1719 
  met 

525.  Jantie Gerrits[262]
  geb. te Nieuweschild circa 1694 (?)

526.  Dirk Dol[263] Dirk Dool
  geb. circa 1689 (?)

528.  = 260 Meijndert Meijndertsz Meindertsz (Meindert) Visser[264][130]
  otr. 
  met 

529.  = 261 Naantje (Nantje Cornelis) Cornelis[264][130] ook genaamd Marijtie Cornelis en Nantje Cornelis Marijtie Cornelis en Naantje Cornelis

530.  Teunis Hendriksz Stark[V][M][265]
  geb. circa 1707 wonende te Oosterend
  ged. in 1707, 
  Timmerman, 
  begr. op 31 mei 1792 de impost op het begraven bedroeg zes gulden
  otr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 23 jaar oud) te Oosterend op 16 mei 1733 
  met 

531.  Vrouwtje Aries Hoek[V][M][265] ook genaamd Bregje Ariëns en Vrouwtje Ariës
  ged. Nederduits-gereformeerd op 19 mei 1709 (getuige: doopgetuige was Naan Klaas). 

532.  Cornelis Aries Hoek[V][M][266] Ook genaamd Cornelis Ariënsz
  geb. te Oost in 1705, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 18 feb 1705 (getuige: doopgetuige was Trijn Pieters), 
  ovl. (ongeveer 55 jaar oud) te Texel op 11 mrt 1760, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 51 en ongeveer 43 jaar oud) (2) te Texel in apr 1756 
  met Reijnoutje Biems[V][M][268], dr. van (1074) Biem Maartensz[V][M][537] en (1075) Pietertje IJsbrands Snip[V][M][537]
  geb. in 1713, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 9 jul 1713 (getuige: doopgetuige was Martje IJsbrants), 
  ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Texel op 12 jan 1769, 
  (Reijnoutje kerk.huw. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 30 jaar oud) (1) Nederduits Gereformeerd te Oosterend op 23 okt 1735, Op 7 oktober 1736 lieten Simon Gerritsz Vlaming en Reinoutje Biems hun testament opmaken met Symon Gerritsz Vlaming[V][M][268], zn. van (1072) Gerrit Simonsz Vlaming[V][M][536] (Schipper, Schepen, Weesmeester en Burgemeester) en (1073) Jannetje Pieters Mossel[V][M][536].), 
  (Reijnoutje otr. (3) te Texel op 18 sep 1761, kerk.huw. (resp. ongeveer 48 en ongeveer 51 jaar oud) in 1761 met Jacob Simonsz Mossel[V][M], zn. van (1076) Simon Pietersz Mossel[V][M][538] en (1077) Tetje Cornelis[538].). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 24 jaar oud) (1) te Oosterend op 19 jan 1738, 
  kerk.huw. gereformeerd 
  met 

533.  Naantje Nannings Kok[V][M][266]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 30 dec 1713 (getuige: doopgetuige was Meijs Teunis), 
  ovl. (hoogstens 42 jaar oud) voor apr 1756. 

534.  Pieter Gerritsz Sijm[267]
  geb. circa 1716, 
  ged. te Oosterend op 2 mei 1723 doopgetuige was Anna Pieters
  ovl. (hoogstens 58 jaar oud) voor 1 jan 1774, 
  otr. (ongeveer 45 jaar oud) (2) te Texel op 18 feb 1761 
  met Trijntje Cornelis de Leeuw. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 25 jaar oud) (1) gereformeerd te Oosterend op 27 mrt 1746 
  met 

535.  Grietje Reijers[267] Ook genaamd Martje Reijers
  geb. circa 1721, 
  ovl. (hoogstens 40 jaar oud) voor 18 feb 1761. 

536.  Symon Gerritsz Vlaming[V][M][268] Ook genaamd Simon Gerritsz Vlaming
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 26 jul 1705 (getuige: doopgetuige was Willem Simons), 
  Boer, 
  begr. te Oost op 18 sep 1754, Symon Gerritsz Vlaming trad minder op de voorgrond dan zijn vader (Gerrit Simonsz Vlaming) in openbare functies wordt hij niet genoemd. Uit zijn aanzienlijk landbezit valt af te leiden, dat hij zich hoofdzakelijk met het boerenbedrijf bezig hield.
Hij was waarschijnlijk eerst getrouwd met zijn volle nicht Vrouwtje Willems Boon; van dit huwelijk zijn echter geen kinderen gevonden. In 1735 trouwde hij als weduwnaar met de 22-jarige Reijnoutje Biems, eveneens afkomstig uit Oost. Haar vader, Biem Maartensz, werd op 21-2-1665 te Oosterend gedoopt als zoon van Maarten Cornelisz en Naan Biems, van Oost. Haar moeder, Pietertje IJsbrandts, gedoopt op 13-3-1672, was een dochter van IJsbrant Jacobsz en Reijnou Alberts, allen van OOst.
Na de dood van Symon Vlaming hertrouwde Reijnoutje Biems in april 1756 met Cornelis Ariaansz Hoek, gedoopt 18-2-1705 als zoon van Arie Nansz Hoek en Neeltje Cornelis. Deze overleed op 11-3-1760. Op 18-9-1761 trad zij voor de derde maal in het huwelijk, met Jacob Simonsz Mossel (een neef van haar eerste man) gedoopt 9-1-1709 te Oosterend als zoon van Simon Pietersz Mossel en Tetje Cornelis
  kerk.huw. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 29 jaar oud) (1) gereformeerd te Oosterend op 12 jan 1727 
  met zijn nicht Vrouwtje Willems Boon, dr. van Willem Simonsz Boon[V][M] en Martje Simons Jager, 
  ged. te Oosterend op 24 mrt 1697 (getuige: doopgetuige was Jantje Pieters), 
  ovl. (hoogstens 38 jaar oud) voor 3 okt 1735. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (2) 
  met 

537.  Reijnoutje Biems[V][M][268]
  tr. (2) 
  met Cornelis Aries Hoek[V][M][266] Ook genaamd Cornelis Ariënsz, zn. van (1062) Arie Nannings Hoek[V][532][531] en (1063) Neeltje Cornelis[532][531]
  (Cornelis tr. (1) met Naantje Nannings Kok[V][M][266], dr. van (1066) Nan Klaasz Kok[533] en (1067) Martje Jacobs Boon[V][M][533].). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (3) 
  met Jacob Simonsz Mossel[V][M]
  ged. te Oosterend op 9 jan 1709. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

538.  Cornelis Simonsz Mossel[V][M][269]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 1 mei 1712 (getuige: doopgetuige was Willem), 
  begr. te Oost op 27 aug 1781, 
  otr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 21 jaar oud) te Oosterend voor de kerk op 13 jan 1743 
  met 

539.  Jantje Klaas Saris[V][M][269]
  ged. te Oosterend op 25 mei 1721, De naam Saris is afgeleid van een voormannm Saris, die op Texel het eerst werd vermeld in een akte van 1622, waarin Saris Claasz wordt genomed als zoon van Claas Maartensz en Geertje Pieters. Ze hadden waarschijlijk familie op Vlieland. In 1644 woonde in Oosteren Claas Sarosz (blijkbaar een zoon van Saris Claasz), maar pas in het begin van de achtiende eeuw, bij de oesterschipper Claas Jacobsz Saris (geboren in 1686) wordt de naam als achternaam gebruikt. Hij kreeg deze naam niet van zijn vader Jacob Elmertsz, maar via zijn moeder Martje Claas, die vrijwel zeker een dochter was van de eerder genoemde Claas Sarisz. Zijn zoon Jacob Claasz Saris (geboren in 1715) heeft vele malen het ambt van schepen op Texel bekleed, De familie Saris is nooit uitgebreid geweest, maar bleef toc tot in de 20e eeuw op Texel bestaan. Eerst waten het zeelieden maar te beginnen met Jacob Saris (geboren in 1777) beoefenden zij later vooral het boerenbedrijf. De oorspronkelijke godsdienst van deze familie was gereformeerd

540.  Jacob Jansz Bakker[V][M][270]
  ged. te Oosterend wonende te Oost op 25 mei 1721, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 15 jaar oud) in 1747 
  met 

541.  Aafje Maartens Mossel[V][M][270]
  ged. te Oosterend wonende te Oost op 10 dec 1731. 

542.  Hendrik Jansz (De) Lange[V][M][271]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 30 jun 1726 doopgetuige was Hendrikje, Er waren vroeger twee families (de) Lange op Texel. De eerste begint met Maarten Jansz (geboren tond 1631), schoolmeester in Oosterend, gehuwd met Geertje Hendriks. het echtpaar wat gereformeerd was, kreeg negen kinderen met als gevolg dat practisch heel Oosterend van hen afstamt. Hij gebruikte nooit een achternaam. Een van zijn zoons heette Pieter Maartensz Loots, een andere zoon, Hendrik (geboren in 1663), gehuwd met Frouwtje Nannes, was schoolmeester in de Waal en werd reeds in een enkel geval "Lange" genoemd. Diens zoon Jan (geboren in 1696), was waarschijlijk buiten Texel wekzaam, maar diens zoon Hendrik woonde later weer in Oosterend. Deze Hendrik betreft vermoedelijk de hier genoemde Hendrik Jansz Lange. Zijn nakomelingen, voornamelijk zeelieden, zetten de naam tot in de negentiede eeuw op Texel voort.
Een tweede familie Lange, eveneens gereformeerd, woonde in Oudeschild en begint met Jan Likasz (Luijtsz) de Lange, geboren ca. 1704 in de buurt van Wanneperveen. Hij was kaagschipper en huwde met Vrouwtje Douwes Zaadman uit Oudeschild. Hun vier zoons vormden alle gezinnen. De afstammelingen waren meest zeelieden, maar ook schoenmakers. Ook in deze familie stierf de naam in de negentiende eeuw op Texel uit
  kerk.huw. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 26 jaar oud) in 1748 
  met 

543.  Martje Cornelis Hoogheid[271] ook genaamd Martje Cornelis Kooijman
  geb. circa 1722. 

552.  Boelhouwer Jacobsz Hartog[V][M][276] Ook genaamd Boulhouwer (Abrams) Jacobsz Hartog
  ged. te Oude-Tonge op 27 nov 1695, 
  begr. te Oude-Tonge op 16 mrt 1731, 
  tr. (resp. ongeveer 24 en minstens 20 jaar oud) te Oude-Tonge op 29 jun 1720 (29 juli 1720, 29 januari 1720?) 
  met 

553.  Maria Willemse Hagenaar[V][M][276] Ook genaamd Marie Willems Hagenaars
  geb. te Oude-Tonge voor jan 1700, 
  ovl. (minstens 25 jaar oud) na okt 1725. 

554.  Abraham Isaacsz van den Boogaart[V][M][277] ook genaamd Abraham Boogaart en Abram Isaacszn Boogaart
  geb. te St. Annaland wonende te Sommelsdijk
  tr. (Christine minstens 19 jaar oud) te Sommelsdijk op 8 jul 1729 (getuigen: getuigen waren Marinus Abrams en Neeltje Cornelis) 
  met 

555.  Christine Willemse Buth[V][M][277] ook genaamd Christina Willems But
  geb. te Sommelsdijk voor dec 1709 (tussen 1709 en 712 ?)

556.  Cornelis Phillipse van der Mast[V][M][278]
  geb. te Spijkenisse circa 1673, 
  ged. doopsgezind te Spijkenisse op 24 mrt 1701 gedoopt tijdens de belijdenis op 27 jarige leeftijd
  Bouwman, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Spijkenisse op 26 mrt 1738, 
  otr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 23 jaar oud) (1) te Spijkenisse op 6 mei 1707 beide in de classe van drie gulden 
  met Ida Willems van Bodegom
  geb. te Spijkenisse, 
  ged. Nederduits-gereformeerd op 23 apr 1684, 
  ovl. (ongeveer 23 jaar oud) te Spijkenisse op 3 mrt 1708, 
  begr. te Spijkenisse. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Spijkenisse op 24 dec 1716 Trouwboek Spijkenisse 24 december 1716: "Zijn alhier op een acte van drie gulden wederzijds opgenomen in ondertrouw Kornelis Filipse van der Mast, wed. van Ida van Bodegom, met Elisabeth Rochusse Knegt, Jdr. van Hoogvliet, beide woonende alhier, 1e voorstel 27 december 1716, 2e 3 januarij 1717, 3e 10 januarij 1717, en zijn den 17 alhier door mij getrouwd"
  tr. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 24 jaar oud) te Spijkenisse op 17 jan 1717 
  met 

557.  Elisabeth Rochusse Knegt[V][M][278] ook genaamd Lijsbeth Rochesdr Knegt en Elisabeth Rochusdr Visser
  ged. Nederduits-gereformeerd te Hoogvliet op 10 feb 1692 wonende te Spijkenisse (getuige: Johanna van Driel), 
  ovl. (ongeveer 62 jaar oud) te Spijkenisse op 27 jun 1754. 

558.  Govert Lamberts Fournai[279] (de familienaam Fournai wordt ook geschreven als Forné, Forna, Fournai en Vorna)
  geb. afkomstig uit Bilrich?? kan ook Bilreich of Billmerig zijn. wonende te Geervliet circa 1689, 
  otr. te Geervliet op 2 nov 1720, 
  tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 29 jaar oud) te Geervliet op 18 dec 1720 Voor beiden zou dit het eerste huwelijk zijn. Aeltje Jans van der Zon had echter eerder een relatie gehad met Gijsbert de Haas. Uit deze relatie werd een zoon met de naam Gijsbert geboren (1718-1724). Deze werd door Govert Lamberts Fournai bij zijn huwelijk met Aeltje Jans van Zon officieel geaccepteerd 
  met 

559.  Aeltje Jans Aeltje Jans van Zon was een onwettig kind van Jan de Grijp en Neeltje Lambrechts.
Govert Lamberts Fournai en Aeltje Jans van Zon zijn in 1721 woonachtig te Spijkenisse "op den poort"
van Zon[V][M][279] ook genaamd Aaltje op De Poort
  ged. Nederduits-gereformeerd te Geervliet op 20 mei 1691 wonende te Spijkennisse (getuige: Lijsbeth Roobol), 
  begr. te Geervliet in 1762, 
  relatie (1) 
  met Gijsbert de Haas
  geb. circa 1691, 
  ovl. (hoogstens 28 jaar oud) voor 1719. Uit deze relatie geen kinderen. 

564.  Rijpke Rijkes Boijkema[V][M][282]
  geb. in feb 1698, 
  ged. te Leens op 13 feb 1698, 
  tr. (24 jaar oud) te Leens op 20 dec 1722 
  met 

565.  Martjen Jans[282]
  geb. te Wehe-Den Hoorn wonende te Leens (Gr)
  ovl. te Leens in 1768. 

568.  Jacob Jans[284]
  tr. 
  met 

569.  Aiske Goeijkes[284]

572.  Albert Berends[286]
  geb. circa 1690 afkomstig uit Leens (Gr)
  Landbouwer en Diaken, 
  ovl. (ongeveer 39 jaar oud) te Niekerk op 19 feb 1729, Albert Berends wordt lidmaat te Niekerk op 15 maart 1722, met attestatie van Leens. Op 26 december 1725 wordt hij tot
diaken verkozen en op 20 januari 1726 wordt hij als zodanig bevestigd. Obiit den 19 februari 1729. Na zijn
overlijden wordt op 26 mei 1729 Lammert Harms in zijn plaats verkozen.
Albert Berends was vermoedelijk landbouwer op "Blamaheerd" te Niekerk, de boerderij die later wordt bewoond door zijn dochter Aafke Alberts. (Bron: Genealogie Kolk)
  otr. te Niekerk op 16 nov 1721, 
  tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 27 jaar oud) te Niekerk op 25 dec 1721 
  met 

573.  Aaltje Jans[V][M][286]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Niekerk op 31 dec 1693, 
  otr. (2) te Niekerk op 25 mrt 1730, 
  tr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 30 jaar oud) te Niekerk op 10 apr 1730, Sicke Jans en Aaltje Jans worden op 10 juni 1736 aangenomen als lidmaat te Niekerk, na voorgaande belijdenis 
  met Sicke Jans
  geb. te Niekerk circa 1700, 
  ged. te Niekerk op 8 jun 1736, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) te Niekerk op 28 apr 1765. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

574.  Gosen Harkes[287]
  geb. wonende te Warffum (Gr)
  tr. 
  met 

575.  Trijntje Sjabbes[287]
  geb. wonende te Warffum (Gr)

576.  Hendrik Maasen[288]

578.  Hendrik Ebbinck[289] ook genaamd Hendrik Ebbing

584.  Thijmen Wulfertsz van der Maat[V][M][292] ook genaamd Thijmon van der Maath, Timothei Wulferse van der Maat, Thimotheus Wulphertsz van der Maet en Tijmen van der Maat
  geb. circa 1693 wonende te Amersfoort (Ut)
  Tabaksplanter, 
  Wonende te Amersfoort, 
  begr. te Amersfoort op 27 mei 1758, Op 27 maart 1725 kocht Thijmen van der Maath van Mattheus Scheerder en zijn vrouw Geertruijd van Roomen binnen Amersfoort een huis, hof en hofstede aan de zuidzijde van de Kamppoort met een vrije uitgang toch achter aan het St. Janskerkhof, met aan de noordoostzijde de erfgenamen van Jannetje Evers, weduwe Speuijenburgh, en aan de andere zijde de erfgenamen van Pieter Lok.
Op 22 maart 1743 kochten Thijmen van der Maath en zijn vrouw (Margaretha van Donckelaer) van Steven van Brinkesteyn, "notaris en eerste clerq der secretarije, voor zich en zijne vrouw Anna Maria Gabrij; voor Coenraad Temmink, raad in de Vroedschap en schepen, en zijn vrouw Elisabeth Johanna Kool; een morgen tabaksland, tussen het Liendertse voetpad en de stads buitengracht met de tabaksschuur van 12 gebinten, de latten en spijlen en 4 tabakskisten en luiken, met aan de ene zijde: Pieter Coedijk; aande andere zijde: Francina van Bogarijen, weduwe Sasse, ofwel de Watersloot, tussen haar boomgaard en dit land naast gelegen zijnde".
In juni 1762 was de weduwe van Thijmen van der Maath woonachtig aan de westzijde van de Bolderstraat aan de stadswallen van Amersfoort.
Op 29 april 1763 vond er een boedelscheiding plaats waaruit blijkt dat Thijmen van der Maath en Margaretha van Donckelaer in het bezit waren van tabaksland met tabaksschuur genaamd "Het Geijn onder Emiclaar" bij de Zielhorstersteeg te Hoogland. Een schuur in de Bolderstraat aan de noordzijde bij de Wal en twee huisjes te Amersfoort. Een huisje aan de zuidzijde van het St. Aagtenstraatje eveneens te Amersfoort. Land in de Horsseweide, tabaksland aan de Hogeweg tegenover het Lazurushuis en land in polder de Haar (de Haar en Zevenhuizen) te Duijst. De erfgenamen waren de kinderen Wulphert, Pieter, Johannes en Maria van der Maath.
Op 15 oktober 1763 kochten Johannes en Maria van der Maath, kinderen van Margaretha van Donckelaer, weduwe van Thijmen van der Maath, van Wessel Bakker en zijn vrouw Christina Verhoef, "een huis met erf staande op of over het St. Janskerkhof, met aan de ene zijde een gang of steegje van de acceptantenhuijs op de Camp en aan de andere zijde Cornelis van Bunteler" als buurman.
Op 10 juni 1765 verkochten Wulphert van der Maath, bakker, Pieter (Petrus) van der Maath, tabaksplanter, Johannes van der Maath, chirurgijn, alsmede hun zuster Maria van der Maath aan Hendrik Hooft van Huijsduinen, koopman, een "half morgen tabaksland, in de Horsseweide, buiten de Bloemendalse poort met ten oosten de koper en ten westen het St. Pieters Gasthuis". Betreffende verkopers zijn de kinderen van Thijmen van der Maath en Margaretha van Donckelaer en vermoedelijk ging het dan ook om tabaksland wat van hun ouders geweest was.
Op 1 september 1766 vond een akte van boedelscheiding plaats (gevolgd door verkoop op 3 januari 1767) waaruit blijkt dat Thijmen van der Maath en Margaretha van Donckelaer ten tijde van hun overlijden in Amersfoort in het bezit waren van tabaksland even buiten de Camppoort aan het Liendertse voetpad, tabaksland aan de Lageweg, een pakhuis tussen de Bolderstraat en het St. Aagtenstraatje en een huisje in de Bolderstraat. In Hoogland bezaten zij tabaksland met schuur en woning op "Emiclaar" tegenover de steeg van de hofstede de Zielhorst vanouds genaamd "Het Geijn". Verder bezaten zij eveneens te Hoogland tabaksland bij de Liendertseweg
  otr. te Amersfoort op 9 nov 1723, 
  tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 23 nov 1723 (gerecht)
  kerk.huw. Oud Katholieke parochie "'t Zand" te Amersfoort Oud Katholieke parochie "'t Zand" op 23 nov 1723 (getuigen: Johannes van Donkelaer, Gijsbertus van Donkelaer en Catharina van der Maet) 
  met 

585.  Margareta van Donckelaar[V][292] ook genaamd Margarita Jans van Donkelaar, Grietje Donkelaar en Margarita van Donkelaer
  geb. circa 1698 wonende te Amersfoort (Ut)
  Wonende te Amersfoort, 
  begr. te Amersfoort op 24 mei 1762. 

586.  Hermannus Ekus[293]
  geb. circa 1698. 

592.  Govert (Gerrit) Muijs[V][M][296]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 12 jan 1708, 
  ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Amersfoort op 23 okt 1759, 
  otr. te Amersfoort op 23 mei 1732, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 26 jaar oud) te Amersfoort op 13 jun 1732 
  met 

593.  Cornelia van Diemen[V][M][296] ook genaamd Corneelia van Diemen
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 4 dec 1705. 

594.  Jan Aerts van Schendel[V][M][297] ook genaamd Joannes Aertse van Schendel en Joannes Aertse van Snellenberg
  geb. circa 1700 wonende te Amersfoort
  Rooms Katholiek, 
  ovl. (hoogstens 46 jaar oud) voor 3 nov 1746, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) (Rooms Katholiek) te Amersfoort op 15 apr 1727 getrouwd in de RK kerk aan de Kromme Elleboog 
  met 

595.  Geertje Dirks[297] ook genaamd Margreta of Geertruijd Dirks Buschmans van Wijnen
  geb. circa 1705 wonende te Amersfoort
  Rooms Katholiek, 
  ovl. (hoogstens 41 jaar oud) voor 3 nov 1746. 

596.  Joannis Arler[V][M][298] Ook genaamd Johannes van Arler
  geb. in 1684, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort (gedoopt in de St. Joriskerk) op 5 aug 1684, 
  Bakker, 
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Amersfoort op 14 jan 1755, 
  begr. te Amersfoort (begraven in de St. Joriskerk) op 17 jan 1755, Transportregisters in het oud rechterlijk archief Amersfoort
10.2.1699
Leningnemer: Anna Leeckens weduwe en boedelharster van Gijsbert Geuts van Arler
Leninggever: Dirck van Ommeren, oud-schepen
Lening: 200 gulden
Onderpand: een huis, staande in de Nieuwestraat op den hoek van de Muurhuizen
Belending: aan de ene zijde de weduwe van Jan Willems van Raalt
Opmerkingen: doorgehaald, afgelost en geroyeerd op
11.8.1728 door Johannes van Arler, possesseur vant hypotheek, volgens verklaring van Dierik en Gerbrand Wijborgh nevens Jonn Teschemaker getrouwd met Gouda van Geijn, de enige nagelaten dochter van haar moeder Aleyda van der Meulen, weduwe Rutger van Geijn testamentair erfgenaam van Dirk van Ommeren zaliger
11.8.1728
Leningnemer: Johannes van Arler en zijn vrouw Anna Schutte, borgers
Leninggever: de Heeren Regenten van 't Bloklands Gasthuijs
Lening: 425 Caroli guldens, tot twintig stuijver 't stuk
Onderpand: huis, erf en grond in de Muurhuizen, op de hoek van de Nieuwstraat
Belending: aan de ene zijde, in de Muurhuizen, Willem Priem; aan de andere zijde, in de Nieuwstraat, Lubbert Claassen en Willem Proever
22.6.1733
Verkoper: Johannes van Arlar en zijn vrouw Anna Schut
Koper: Everardus van Birkhoven en zijn vrouw Johanna van Klinken
Omschrijving: huis, erve en grond op de hoek van de Nieuwestraat, belast met een plegte van vierhondert vijffentwintig gulden t.b.v. 't Bloklands Gasthuijs
Belending: aan de ene zijde in de Nieuwestraat Willem Proever; aan de andere zijde Willem Priem, in de Muurhuysen over de Schoutebrug
Notariele archieven Amersfoort
26.1.1711
Overledene: Isaij de Frogie
Overleden: (datum is niet vermeld) tot Amsterdam
Opmerkingen: Johannes van Arler (backer en borger alhier), gehuwd met Anna Schuttel; zij is moeder en momboirsse over haere drie minderjarige kinderen van wijlen Willem Frogie, haar eersten man, zoon van Isaij de Frogie. Zij geven machtiging aan .Philip, solleciteur voor het gerecht van Amsterdam.
9.12.1740, boedelscheiding
Overledene: Anna Schut (dochter van Dirck Hermen, of Hermsen, Schut)
Overleden: (datum is niet vermeld)
Echtgenoot: Johannes van Arler
Omschrijving: Amsterdam: een huis in de Weteringhstraat (afkomstig van de vader van Anna Schut)
Opmerkingen: Erfgenamen, de dochters: Johanna van Arler, gehuwd met Thomas Wijdom, borger van Amersfoort, en Alida van Arler, huisvrouw van Rijk van Hooghbetrum, borger en inwoner van Amersfoort
  tr, Op 9 december 1740 vond er een boedelscheiding plaats betreffende een huis aan de "Wetheringstraat" te Amsterdam welke eigendom was van de vader van Anna Schut. De erfgenamen waren haar dochters Johanna van Arler, gehuwd met Thomas Wijdom, burger te Amersfoort en Alida van Arler, huisvrouw van Rijk van Hoogbetrum, eveneens burger en inwoner van Amersfoort.
Op 11 augustus 1728 lenen Johannes van Arler en zijn vrouw Anna Schutte 425 Caroli guldens, tot twintig stuijver 't stuk, van de Heeren Regenten van 't Bloklands Gasthuijs. Als onderpand diende hun huis, erf en grond op de hoek van de Nieuwstraat te Amersfoort, belend aan de ene zijde, in de Muurhuizen, Willem Priem en aan de andere zijde, in de Nieuwstraat, Lubbert Claassen en Willem Proever.
Op 22 juni 1733 verkopen Johannes van Arler en zijn vrouw Anna Schut(te)hun huis, erve en grond op de hoek van de Nieuwstraat aan Everardus van Birkhoven en diens vrouw Johanna van Klinken. Het huis is dan nog belast met een plegt van 425 Caroli gulden ten behoeve van 't Bloklands Gasthuijs en is dan aan de ene zijde belend in de Nieuwstraat door Willem Proever en aan de andere zijde in de Muurhuysen over de Schoutebrug door Willem Priem
 
  met 

597.  Johanna Schutten[V][M][298] ook genaamd Anna Schutte, Anna Schuttel en Anna Schut
  geb. te Amersfoort circa 1698, 
  ovl. (hoogstens 42 jaar oud) voor 9 dec 1740 9.12.1740, boedelscheiding
Overledene: Anna Schut (dochter van Dirck Hermen, of Hermsen, Schut)
Overleden: (datum is niet vermeld)
Echtgenoot: Johannes van Arler
Omschrijving: Amsterdam: een huis in de Weteringhstraat (afkomstig van de vader van Anna Schut)
Opmerkingen: Erfgenamen, de dochters: Johanna van Arler, gehuwd met Thomas Wijdom, borger van Amersfoort, en Alida van Arler, huisvrouw van Rijk van Hooghbetrum, borger en inwoner van Amersfoort
  relatie (2) 
  met Willem Frogie, zn. van Isaij de Frogje, 
  geb. circa 1680, 
  ovl. (hoogstens 31 jaar oud) voor 26 jan 1711 26.1.1711
Overledene: Isaij de Frogie
Overleden: (datum is niet vermeld) tot Amsterdam
Opmerkingen: Johannes van Arler (backer en borger alhier), gehuwd met Anna Schuttel; zij is moeder en momboirsse over haere drie minderjarige kinderen van wijlen Willem Frogie, haar eersten man, zoon van Isaij de Frogie. Zij geven machtiging aan .Philip, solleciteur voor het gerecht van Amsterdam
. Uit deze relatie geen kinderen. 

598.  Jan Aartze Withoos[V][M][299]
  geb. circa 1700 wonende te Amersfoort
  relatie (2) 
  met Hendrijntje Jans Kardoes
  ovl. voor jan 1729. Uit deze relatie een zoon, 
  otr. (1) te Amersfoort op 28 jan 1729, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Amersfoort op 15 feb 1729 
  met 

599.  Aleida Jans Suyver[299] ook genaamd Aleijda Jans Suijvers
  geb. circa 1706 wonende te Amersfoort

608.  Aart Dirksen van Wijk[V][M][304] ook genaamd Arnoldus van Wijk
  ged. Nederduits-gereformeerd te Rhenen op 1 jan 1677, 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) voor 15 feb 1739, 
  otr. (resp. ongeveer 57 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Veenendaal op 26 dec 1734 
  met Evertje Volkrijk
  geb. circa 1709. Uit deze relatie geen kinderen, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 26 jaar oud) (1) in 1704 
  met 

609.  Aaltje Jacobs[304]
  geb. circa 1678, 
  ovl. (hoogstens 56 jaar oud) te Veenendaal voor 26 dec 1734. 

610.  Cornelis Teunissen van Holten[V][M][305][314]
  geb. te Veenendaal, 
  ged. te Veenendaal in 1670, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 36 jaar oud) (1) in 1706 
  met Anna Geurtsen
  geb. circa 1670, 
  Wonende te Veenendaal, 
  ovl. (hoogstens 36 jaar oud) te Veenendaal voor okt 1706. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Veenendaal op 17 okt 1706, 
  tr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 25 jaar oud) te Veenendaal op 17 okt 1706 
  met 

611.  Maria Willemsen[305][314]
  geb. te Rhenensche Veen circa 1681, 
  otr. (1) te Veenendaal op 2 nov 1704, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 30 jaar oud) te Renswoude op 20 nov 1704 
  met Jacob Daniëls
  geb. circa 1674, 
  Grenadier onder het regiment van Brigadier Fagel, 
  ovl. (hoogstens 32 jaar oud) voor okt 1706. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

612.  Marcelis Hendriksen van Kampen[306] ook genaamd Marcelis Hendriksen van Kempen
  geb. circa 1661, 
  Wonende te Veenendaal, 
  ovl. (hoogstens 46 jaar oud) voor 23 jan 1707, 
  otr. (1) te Veenendaal op 10 feb 1688, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 25 jaar oud) te Veenendaal op 11 mrt 1688 
  met Ariaantje Jansen van Ravenswaaij
  geb. circa 1663. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 35 en ongeveer 25 jaar oud) (2) in 1696 
  met 

613.  Maria Geurtsen[306]
  geb. circa 1671 wonende te Veenendaal
  Wonende te Veenendaal, 
  ovl. (hoogstens 31 jaar oud) voor 10 apr 1702. 

616.  Willem Jacobs Schuijlenburg[V][M][308] ook genaamd Willem Jacobsen van Schuijlenburg
  ged. Nederduits-gereformeerd te Rhenen op 21 mrt 1675, 
  Schipper, 
  Ovl. (Hoogstens 45 jaar oud) voor 14 jul 1720 Hoewel de datum van begraven van Willem Jacobs Schuijlenburg niet bekend was bezat hij wel het graf nr.7 op het koor in de kerk van Veenendaal. Dit graf was aanvankelijk van Aart Claassen van Stuijvenberg. Op 18-1-1710 werd het eigendomsrecht overgeboekt op dat van Willem Jacobs van Schuijlenburg die getrouwd was met Hendrikje Stuijvenberg, de kleindochter van de eerder genoemde Aart Claassen Stuijvenberg, Willem Jacobs Schuijlenburg bezat in Veenendaal een huis en hof. Later kocht hij nog een huis en hof te Veenendaal van Jacob Adolfs Jode.
In 1702 werd genoteerd dat hij schipper was en met bestelgoederen voer op Amsterdam
  kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 26 jaar oud) te Rhenen op 1 jun 1699, Willem Jacobs van Schuijlenburg en Hendrikje Hendriks van Stuijvenburg woonden in 1718 te Veenendaal aan de Geldersche zijde.
Een uitvoerige inventaris en een "Magescheid" werden op 18 februari 1722 opgemaakt en gesloten
 
  met 

617.  Hendrikje Hendriks van Stuijvenberg[V][M][308]
  geb. vermoedelijk te Veenendaal circa 1673, 
  Nederduits Gereformeerd
  kerk.huw. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 30 jaar oud) (2) te Veenendaal op 14 jul 1720 
  met Huijbert van den Berg
  geb. circa 1690 afkomstig uit Beusichem
  Afkomstig uit Beusichem. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

618.  Jan Jacobs van Holten[V][M][309]
  geb. te Veenendaal circa 1666, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 22 jaar oud) te Veenendaal in 1692, Op 26 augustus 1697 "stellen Jan van Holten en Catharina Hermansz Tuijren, echtelieden, wonende Stichts Veenendaal, hij gezond, zij ziek en te bed, naaste vrienden in den bloede aan als mombers over hun na te laten onmondige kinderen" 
  met 

619.  Cathrijn Harmsen Thuren[V][M][309] ook genaamd Cathrijn Hermens Thüren, Catharina Hermansz Tuijren en Cathrijn Turen
  geb. circa 1670. 

620.  Aart Hendriksen (Hardeman)[V][M][310]
  geb. circa 1672 wonende te Veenendaal
  Wonende te Veenendaal, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 24 jaar oud) te Veenendaal op 21 mrt 1704 
  met 

621.  Gerritje Teunissen Drost[V][M][310] ook genaamd Gerritje Teunissen van Roijen, Gerritje Teunissen Aartsen en Gerrigje Teunis
  ged. te Veenendaal op 7 mrt 1680 (volgens andere bronnen gedoopt op 1 maart 1680)

622.  Gerrit Jansen van Elst[V][M][311] ook genaamd Geurt Jansz en Geurt Jansen
  geb. circa 1684 afkomstig uit Elst (bij Rhenen)
  ged. te Amerongen op 13 mrt 1687 wonende te Veenendaal
  Landbouwer Gerrit Jansen van Elst was Boer in de Bovenbuurt te Veenendaal
  Afkomstig uit Els (bij Rhenen), wonende te Veenendaal, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 22 jaar oud) te Veenendaal op 28 aug 1712, Geurt Jansz en Jantje Garrits woonden aan het "Panhuijs" te Veenendaal. In 1749 hadden ze zes morgen land gepacht 
  met 

623.  Jannetje Gerritsen van Hoorn[311] ook genaamd Jantje Garrits van Hoorn, Jannitie van Hoorn en Jannegje Gerrits van Hoven
  geb. te Veenendaal circa 1690, 
  Wonende te Veenendaal. 

626.  Breunis Jansen[313] ook genaamd Breunis Jansen van der Biesen
  geb. circa 1681 wonende te Veenendaal
  tr. (2) 
  met Annetje Aartsen
  geb. circa 1681 wonende te Veenendaal
  ovl. (hoogstens 29 jaar oud) te Veenendaal voor 18 mei 1710. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (1) te Veenendaal op 18 mei 1710, 
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) op 18 mei 1710, Breunis en Lijsbet Jansen woonden bij hun huwelijk beiden achter de kerk te Veenendaal 
  met 

627.  Lijsbet Jansen[313] ook genaamd Lijsbet Sanders
  geb. circa 1687 wonende te Veenendaal

628.  = 610 Cornelis Teunissen van Holten[V][M][305][314]
  tr. (1) 
  met Anna Geurtsen. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (2) 
  met 

629.  = 611 Maria Willemsen[305][314]
  tr. (1) 
  met Jacob Daniëls. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

632.  Evert Geurtsen Agterberg[316] ook genaamd Evert Geurts Achterberg
  geb. circa 1670, 
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 20 jaar oud) circa 1695 
  met 

633.  Geertje Besselsen[316] ook genaamd Gerritje Bessels
  geb. circa 1675 (?)

634.  Geurts Elissen[317] ook genaamd Geurt Elisz
  geb. circa 1677 wonende te Woudenberg
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 21 jaar oud) te Woudenberg op 7 mrt 1703 
  met 

635.  Willemijntje Hendriks de Bree[V][317] ook genaamd Willemijn Hendriks de Bree
  geb. wonende te Woudenberg circa 1682 (?)

636.  Berend Jacobs Veenendaal[V][M][318]
  ged. te Amersfoort op 19 jul 1692, 
  ovl. (hoogstens 55 jaar oud) voor 1748, 
  otr. te Veenendaal op 20 okt 1715, 
  tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 25 jaar oud) te Veenendaal op 27 okt 1715 
  met 

637.  Jannigje Jansen van Ravenswaaij[V][M][318]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 12 jan 1690, 
  Verster en Twijnster, 
  ovl. (minstens 82 jaar oud) na 28 nov 1772, "Jannigje benoemt op 82 jarige leeftijd tot directeur van haar sterfhuis de Veenraden: Jacob Verburg en Anthonij Bijll."

638.  Cornelis Gijsbertsen Ros[V][M][319]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 9 feb 1682, 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) voor 1745, 
  otr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 24 jaar oud) te Veenendaal op 11 nov 1702 
  met 

639.  Hendrikje Jansen van Ravenswaaij[V][M][319]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Veenendaal op 10 mrt 1678. 

832.  Johannes Lüdecke[V][416]
  ged. te Hofgeismar [Duitsland] op 19 okt 1682, 
  ovl. te Elgerhausen [Duitsland], 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 26 jaar oud) te Elgerhausen [Duitsland] in aug 1708 
  met 

833.  Elisabeth Schäffer[416]
  geb. circa 1682. 

866.  Paulus de Beers[433]
  tr. 
  met 

867.  Anna Wouters van de Rhee[433]

Generatie XI

1024.  Harmen Jansz. Bremer[512] Ook genaamd Hermen Jans Bremer
  geb. te Texel Afkomst is onzeker. Kan ook West-Vlieland zijn circa 1660 (?)
  Nederduits-gereformeerd, 
  Vader van het algemeen gasthuis, Pachter van bieren en wijnen, Pachter van de Eierlandse kwelder Vader van het algemeen gasthuis (diaconiegasthuis) te Den Burg, Pachter van bieren en wijnen, Pachter van de Eierlandse kwelder, impostmeester (1696-1700)
  woont, De familie Bremer valt in twee stammen uiteen waarvan de onderlinge samenhang onzeker is. De eerste begint met Claas Willemsz Bremer, die in 1705 in Den Burg (gereformeerd) trouwde met Fijtje Jans Kloet. In 1742 woonde hij als oud zeeman in De Koog. Mogelijk was hij de zelfde als Claas Breem, zoon van Neeltje Jans van Bremen, die in 1702 uit het weeshuis van Den Burg kwam. Dit is te meer waarschijnlijk omdat ook Fijtje Jans Kloet in dit weeshuis werd groot gebracht. Jan Claasz Bremer, die in De Koog woonde, was Commandeur op straat Davis. Zijn broer Adam was schipper. Hij trouwde met een doopsgezinde vrouw uit De Waal. Zijn afstammelingen waren doopsgezind. Ook in de latere generaties waren zeemansberoepen overwegend. Pas in de 19e eeuw zochten de Bremer's het land op en werden zij boer, bakker en schilder.
-
De stamvader van de tweede tak Bremer, Harmen Jansz Bremer, zelf gereformeerd, was na twee eerdere huwelijken in 1694 voor een derde keer met een rooms katholieke vrouw getrouwd. Hun kinderen werden katholiek gedoopt. In 1706 hertrouwde hij in Den Burg (gereformeerd) met Engeltje Willems. Dit echtpaar was in 1726 vader en moeder van het algemeen gasthuis.
Harmen Jans Bremer was enkele jaren pachter van bieren en wijnen. Zijn zoon Barend en zijn kleinzoon Leendert Barendsz Bremer waren kapiteins op de grote vaart. Een andere kleinzoon, Jacob Johannesz Bremer (1733 1799) trouwde met Guurtje Pieters Boon, dochter van de Burgemeester van De Waal. Hij was Commandeur op Groenland. De walvisvaart heeft hem geen windeieren gelegd. Hij was zeer vermogend en heeft als schepen deel uitgemaakt van de Texelse vroedschap. In de 19e eeuw waren zijn afstammelingen bakkers en boeren in en rond Oosterend.
-
Voor 1696 was Harmen Jansz Bremer woonachtig op West Vlieland. In 1696 was hij inpostmeester op Texel. Vervolgens vanaf de zomer van 1699 tot april 1703 pachter van de "Quelderboerderij" en de "westgronden van het Eierland" op Texel. In verband met belastingschulden werd hem de pacht in het laatst genoemde jaar opgezegd (zie o.a. tekst bij Pieter Meijertsz Boon, nr.1154).
-
Met betrekking tot de herkomst van de naam Bremer bestaan er twee hypothesen zoals opgetekend in Texelse Geslachten namelijk:
1. De familie is afkomstig van Breem (Breehem), een buurtschap in de omgeving van het voormalige dorp "de Westen", tegenwoordig gelegen ten noorden van Den Hoorn op Texel. De inwoners van dit buurtschap zouden regelmatig op Bremen hebben gevaren.
2. De Texelse "Bremers" zijn nazaten van de broers Heinrich en Peter Bremer afkomstig uit Lexford bij Bremen welke rond 1640 schipbreuk leden voor de kust van Texel.
-
Deze hypothesen lijken gezien de laatste inzichten niet meer voor de hand te liggen. De afkomst van Harmen Jansz Bremer zelf is namelijk nog onzeker. Gezien zijn eerste 2 huwelijken lijkt het voor de hand te liggen dat hij afkomstig was van West-Vlieland. Rond 1600 was West-Vlieland een belangrijke plaats voor de scheepvaart naar de Oostzee en de walvisvaart (naar Groenland). Het lijkt aannemelijk dat hij of zijn voorouders uit Bremen afkomstig waren en zich hier vestigden voor de scheepvaart. Een verhuizing van West-Vlieland naar Texel lijkt ook logisch aangezien hij vermogend moet zijn geweest gezien zijn functies op Texel en ook de afstand tot Vlieland klein was. Of hij dan ook van oorsprong van Texel kwam en tijdelijk op West-Vlieland heeft gewoond dan wel dat hij later naar Texel is getrokken blijft vooralsnog onduidelijk. Wel is duidelijk dat vanaf 1680 West-Vlieland langzaam aan de zee ten prooi viel en de economische betekenis al sinds de verzanding van het Eyerlandse Gat afnam. Het zou dus ook kunnen dat die ontwikkeling Harmen Jansz Bremer naar Texel deed verhuizen. De afkomst van de naam Bremer lijkt vooralsnog het meest te duiden in de afkomst van de stad Bremen in Duitsland.
-
De oudste vermelding op Texel: Gereformeerd trouwen:
"7 maart 1627 sijn Jan Jansz van Bremen, jongeman en **Lijsbeth Cornelis jongedogter. Bijden woonen aan de Burg, aan de Burg getrouwt." Van Bremen wordt specifiek als achternaam gebruikt. Met daarna "jongeman van"
(20 GAT 1232) 1693, 10 maart in het weeshuis gekomen Feijtje Jans en Adam Jans. Kinderen van Jan Adams Klaas/Klaat/Kloet uit Oudeschild.
"Feijtje uit 6 april 1702". In het boek "Texelse Geslachten"van de heren Dijt, wordt vermeld, dat Feijtje in 1702 IN het Weeshuis kwam. Dit moet UIT zijn. Als alles normaal verlopen is, dan is zij op dat moment ca. 20 jaar oud. Idem voor Claas Breem.
(22 GAT 1232) 1702 "Claas Breem, soon van Neel Jans van Breemen UIT 't Weeshuis gegaan"
  tr. (1), 
  (ontb. door overlijden voor 1691) 
  met N.N
  ovl. voor 15 okt 1691. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Bolsward (Gerecht) op 15 okt 1691 opmerking: hij is weduwnaar, zij is jongedochter, aangegeven door Dirk Pieters
  tr. (ongeveer 31 jaar oud) te West-Vlieland Bevestiging huwelijk op Vlieland op 11 nov 1691, 
  (ontb. door overlijden voor 19 dec 1694) 
  met Tjitske Broers ook genaamd Tietscke
  geb. afkomstig uit Bolsward
  ovl. vermoedelijk 25 okt 1693 (in kraambed?) (in ieder geval overleden voor 29 december 1694). Uit dit huwelijk 2 dochters, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 46 en ongeveer 25 jaar oud) (4) gereformeerd te Den Burg op 21 feb 1706, Het echtpaar Harmen Jansz Bremer en Engeltje Willems was in 1726 vader en moeder van het algemeen gasthuis te Den Burg 
  met Empje (Engeltje) Willems Jd
  geb. te Hoogeberg afkomstig van de Hoogeberg (Texel). Wonende te Den Burg (Texel) circa 1681, 
  Moeder van het diaconiegasthuis te Den Burg, bron: Texelse geslachten noemt Empje als Engeltje Willems de tweede vrouw van Harmen Jansz Bremer. Dit lijkt niet te kloppen omdat bij het voorgaande huwelijk met Tjetske Broers Harmen Jans al als weduwnaar wordt genoemd. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. hoogstens 34 en hoogstens 26 jaar oud) (3) voor 29 dec 1694 Het is aannemelijk dat Harmen Jans en Hendrikje Barends getrouwd waren voor dee doop van hun zoon Dirk (19-12-1694 West-Vlieland) Het huwelijk is niet gevonden op Vlieland noch elders in Friesland. Mogelijk toch getrouwd op Texel? Een andere mogelijkheid is dat ze op Vlieland getrouwd zijn voor het gerecht omdat Hendrikje Katholiek was
  kerk.huw. RK te Texel in 1695, 
  (ontb. door overlijden voor 21 feb 1706), Uit het notarieel archief 4854 (1726) blijkt dat het echtpaar Bremer - Willems vader en moeder van het diaconiegasthuis te Den Burg was 
  met 

1025.  Hendrikje Barends[512] ook genaamd Hendrickjen Berends en Hendrickjen Baarens
  ged. Rooms Katholiek in 1668 (?)
  Wonende te Den Burg, Texel, 
  ovl. (ongeveer 37 jaar oud) te De Koog op 26 mrt 1705 (? voor 21 februari 1706)

1026.  Jacob Dirksz Potter[V][513]
  geb. wonende te Den Hoorn (Texel)
  Schepen, De familie Potter is een familie van walvisvaarders welke aanvangt met Jacob Dirksz Potter die in 1690 met Grietje Hendriks (Vlaming) trouwde. Hij was verwant met de familie Plaatsman al is niet helemaal duidelijk hoe. Jacob Dirksz Potter was in 1703 schepen in Den Hoorn (Texel). Op Texel stierf het geslacht Potter in de 18e eeuw uit
  kerk.huw. (Grietje ongeveer 23 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Oosterend op 26 dec 1690 
  met 

1027.  Grietje Hendriks Vlaming[V][M][513]
  ged. Nederduits-gereformeerd te De Waal op 27 nov 1667 wonende te Den Hoorn (Texel) (getuigen: doopgetuigen waren Cornelisje Reijer en Hendrik Reijersz Vlaming (vader)). 

1028.  Meijert Meijertsz. Boon[V][M][514]
  geb. te Oosterend wonende te De Waal (Texel) circa 1656, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Burgemeester van de Waal en Pachter van de Eierlandse kwelder, 
  Ovl. (Ongeveer 55 jaar oud) te Texel in nov 1711, Meijert Meijertsz was burgemeester van de Waal op Texel. Tevens was hij van 1703 tot zijn door in november 1711 pachter van de "Quelderboerderij" en de "Westgronden van het Eierland" (eveneens op Texel). Daarnaast bezat hij land onder de Waal waarop zijn koeien graasden. Verder hield hij de nodige schapen en jongvee, jaagde hij in het najaar op konijnen en verzamelde hij in het voorjaar eieren die hij aan de grote steden verkocht (zie o.a. tekst bij zijn zoon Pieter Meijertsz Boon).
De nazaten van Meijert Meijertsz kwamen op een eigenaardige manier aan hun familienaam Boon. Meijert Meijertsz, in 1656 te Oosterend gedoopt als posthume zoon van zijn op een buitenlandse reis gestorven vader Meijert Albertsz, trouwde in 1687 met Trijntje Cornelis Boon uit de Waal en vestigde zich aldaar. Zijn schoonvader Cornelis Pietersz Boon, die o.a. burgemeester van de Waal is geweest, werd eens in een akte door een notaris "Fabius" genoemd (faba is de latijnse naam voor boon). Merkwaardig is dat zowel de afstammelingen uit zijn huwelijk met Trijntje Cornelis boon als de afstammelingen uit zijn tweede huwelijk met Anna Cornelis uit Den Hoorn zich Boon noemden. De meeste boerenfamilies rond de Waal waren doopsgezind. Als gegoede gereformeerde burgers hadden de Waalder Boonen herhaaldelijk het burgemeesterschap van dit dorp en het lidmaatschap van de texelse schepenbank in handen. Pieter Meijertsz Boon heeft het in deze functie de baljuw Balthazar Huijdecoper zeer moeilijk gemaakt
  kerk.huw. (resp. ongeveer 38 en ongeveer 24 jaar oud) (2) in 1694 
  met Anna Cornelis Beens (Rebel) (dochter van Cornelis Simonsz Beens)
  geb. te Den Hoorn in 1670, 
  ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Texel in 1733. Uit dit huwelijk 5 kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 29 jaar oud) (1) te Oosterend op 3 feb 1687 
  met 

1029.  Trijntje Cornelis Boon[V][M][514]
  geb. te De Waal Wonende te De Waal (Texel) circa 1658, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  ovl. (hoogstens 36 jaar oud) voor 12 apr 1694. 

1032.  Jan Spigt[516]
  geb. circa 1665, De naam Spigt is mogelijk een verbastering van Specht; in Noord Holland werd ook enkele malen Spegt geschreven. De familie begint met drie omstreeks 1700 geboren broers: Arie Jansz Spigt, boer in De Koog op Texel, Claas Jansz Spigt in Haringhuizen bij Schagen en Gerrit Jansz Spigt, boer in de Kaag, eveneens bij Schagen. Alle drie waren Rooms Katholiek en dat zij broers waren blijkt uit het feit dat zij en hun vrouwen over en weer als dooppeten optraden bij de dopen van hun kinderen. Hun vader, die Jan Spigt geheten moet hebben, kon niet worden teruggevonden, noch op Texel, nog in de buurt van Schagen. (Bron: Texelse Geslachten II)

1034.  Pieter ?[517]
  geb. circa 1675. 

1036.  Cornelis Jacobs Dijcker[V][M][518]
  geb. te Oosterend wonende te Oost (Texel) circa 1650, 
  Kaagschipper en Boer, 
  ovl. (minstens 53 jaar oud) na 1703, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 51 en ongeveer 25 jaar oud) (2) (ref) te Oosterend op 10 apr 1701, 
  (gesch. te Texel in 1704), Met zijn tweede vrouw lag Cornelis nogal eens overhoop. Na verschillende grote ruzies besloten ze in 1704 om de boedel te verdelen. Trijn kreeg het huis in Oost, verschillende stukken land en de 30 schapen. Cornelis hield ook wat land en het kaagschip 
  met Trijn Cornelis
  geb. circa 1676 (?). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 19 jaar oud) (1) (ref) te Oosterend op 13 jan 1675 
  met 

1037.  Dieuwertje Nannes[V][518]
  geb. te Oosterend circa 1656, 
  ovl. (hoogstens 45 jaar oud) voor 10 apr 1701. 

1048.  Jan Wijts[524]
  geb. circa 1666, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) in 1695 
  met 

1049.  Aachje Pieters[524]
  geb. circa 1672. 

1060.  Hendrik Jansz Stark[V][M][530]
  ged. Nederlands Gereformeerd te Oosterend op 17 nov 1669 (getuige: Alijd Alberts), 
  Wonende te Oosterend (Texel), De familie Stark betreft een gereformeerde familie van zeelieden in Oosterend op Texel welke in het begin van de achttiende eeuw al vrij uitgebreid was. Jan Jansz Stark (geboren rond 1643), een kofschipper, had een zoon Jacob (geboren in 1683), die schepen en burgemeester van Oosterend is geweest. Hendrik Jansz Stark, de waarschijnlijke broer van deze Jacob Stark, had in de achttiende eeuw nog nakomelingen in en rond Oosterend. Zijn kleinzoon Dirk Jacobsz Stark (geboren in 1742) vestigde zich op het vasteland in Andijk
  tr. (resp. ongeveer 42 en 41 jaar oud) (2) op 17 jul 1712 
  met Dieuwer Jacobs
  geb. op 1 mrt 1671, Dochter van Jacob Willems Boon en Trijn Kors. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 24 jaar oud) (1) te Oosterend op 22 nov 1699 
  met 

1061.  Trijn Gerrits Graaf[V][M][530] Ook genoemd Trijntje Gerrits Graaf
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 25 nov 1674, 
  ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 17 jul 1712. 

1062.  Arie Nannings (Nansz) Hoek[V][532][531] Ook genoemd Arian Nannesz Hoek
  geb. in 1672, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 21 feb 1672 (getuige: doopgetuige was Trijn Gerrits), 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 20 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) gereformeerd te Oosterend op 8 feb 1699 
  met 

1063.  Neeltje (Neeltje Cornelis) Cornelis[532][531]
  geb. in 1679, 
  ged. in 1679. 

1064.  = 1062 Arie Nannings (Nansz) Hoek[V][532][531] Ook genoemd Arian Nannesz Hoek
  tr. 
  met 

1065.  = 1063 Neeltje (Neeltje Cornelis) Cornelis[532][531]

1066.  Nan Klaasz Kok[533]
  geb. circa 1691, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 20 jaar oud) gereformeerd te Oosterend op 1 mei 1712 
  met 

1067.  Martje Jacobs Boon[V][M][533]
  ged. gereformeerd te Oosterend op 18 nov 1691. 

1072.  Gerrit Simonsz Vlaming[V][M][536]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend wonende te Oost (Texel) op 3 apr 1667 (getuige: Hendrik Gerritsz Vlaming (oud oom)), 
  Schipper, Schepen, Weesmeester en Burgemeester, 
  Oost
  ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Texel circa 1735, Gerrit Simonsz werd op 3 april 1667 te Oosterend (Texel) gedoopt als zoon van Symon Pietersz en Trijntje Willems Boon, van Oost. Zijn vader Symon Pietersz was een zoon van schepen Pieter Symonsz Smit en Neel Gerrits Vlamingh en is omstreeks 1670 op vrij jeugdige leeftijd overleden. Bij het huwelijk van Gerrit Vlaming in 1695 trad zijn oudere broer Willem Simonsz Boon als getuige op.
Zijn vrouw, Jantje Pieters Mossel werd bij het huwelijk geassisteerd door haar vader Pieter Meijertsz Mossel (geb. 1640). Van hun vijf gedoopte kinderen zijn de eerste vier waarschijnlijk zeer jong gestorven. In een testament van Grietje Pieters Mossel, een zuster van Jantje, werd alleen Simon Gerritsz Vlaming als zoon van Jantje Pieters genoemd (R.A.H. 4865, 17-2-1745).
Gerrit Vlaming wordt genoemd als schipper van het schip "De Beeck" (R.A.H. 4834, 16-7-1703); in een andere akte is sprake van het vaartuig van Gert Simonsz Vlaming. Volgens de akte van 13-2-1723 (R.A,H, 4856) was hij voor 1/8 eigenaar van het schip genaamd "de Jonge Vlaming". Voorts bezat hij vrij veel land in de omgeving van Oost en Oosteren.
Dat hij een man van aanzien was, blijkt wel uit zijn vele publieke functies. Omstreeks 1720 was hij verscheidene malen schepen, in 1729 weesmeester en in 1731 burgemeester van Oosterend. Verder bekleedde hij de functie van ouderling in de gereformeerde kerk. In 1734 werd over hem gesproken als"De eersamen oud Burgemeester en ouderling Gerrit Vlaming, oud van dagen". Korte tijd later moet hij zijn overleden
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 26 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Oosterend op 9 jan 1695 (getuigen: Willem Simons Boon (broer van de bruidegom) en Pieter Meijertsz Mossel (vader van de bruid)) 
  met 

1073.  Jannetje Pieters Mossel[V][M][536]
  geb. te Oost, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 30 sep 1668 Naan Jans

1074.  Biem Maartensz[V][M][537]
  geb. in 1665, 
  ged. te Oosterend op 21 feb 1665, 
  ovl. (ongeveer 73 jaar oud) te Oosterend op 30 sep 1738, 
  begr. te Oosterend Nederlands-Hervormde kerk Biem maartensz en Pietertje IJsbrands liggen begraven in een gemeenschappelijk graf in het achterportaal bij de achteringang van de Nederlands-Hervormde kerk, toen nog Nederduits Gereformeerde kerk te Oosterend. De tekst op hun steen is als volgt: "Hier leyt begraven/ Biem Maartensz is/ gestorven den 30 sep/tember anno 1738. / Hier leyt begraven/ Pietertje Ysbrands is/ gestorven den 8 Maart/ Anno 1742/ G.B.-1779". In het zelfde graf ligt naar alle waarschijnlijkheid nog iemand begraven met de initialen G.B. welke in 1779 overleden is. Het graf is nog steeds aanwezig
  kerk.huw. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 27 jaar oud) te Oosterend op 20 dec 1699 
  met zijn achternicht 

1075.  Pietertje IJsbrands Snip[V][M][537]
  geb. in 1672, 
  ged. te Oosterend op 13 mrt 1672, 
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Oosterend op 8 mrt 1742, 
  begr. te Oosterend "Nederlands-Hervormde Kerk" Biem Maartensz en Pieterje IJsbrands liggen begraven in een gemeenschappelijk graf in het achterportaal bij de achteringang van de Nederlands Hervormde kerk, toen nog Nederduits Gereformeerde kerk te Oosterend. De tekst op hun steen is als volgt: Hier leyt begraven/ Biem Maartensz is/ gestorven den 30 Sep/tember anno 1738. / Hier leyt begraven/Pietertje Ysbrands is/gestorven den 8 Maart/Anno 1742/G.B. 1779. In het zelfde graf ligt naar alle waarschijnlijkheid nog iemand begraven met de initialen G.B. welke in 1779 overleden is. Het graf is nog steeds aanwezig

1076.  Simon Pietersz Mossel[V][M][538]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 24 jul 1672 (getuige: doopgetuige was Trijntje Willems), 
  otr. (ongeveer 29 jaar oud) te Sevenhuisen op 1 mrt 1702 
  met 

1077.  Tetje Cornelis[538], Zij is afkomstig van Zevenhuizen. In het ng trouwboek Oosterend komt zij voor als Tetje Cornelis Jager, hetgeen waarschijnlijk onjuist is, gezien haar doop niet is gevonden

1078.  Klaas Jacobsz Saris[V][M][539]
  ged. te Oosterend op 13 okt 1686 doopgetuige was Geertje Klaas
  Oesterschipper en Kaagschipper, 
  ovl. (ongeveer 74 jaar oud) te Oosterend in sep 1761, Klaas Jacobsz gebruikte de naam Saris als familienaam. Hij kreeg deze naam niet van zijn vader Jacob Elmertsz, maar via zijn moeder Martje Claas, die vrijwel zeker een dochter van Claas Sarisz was
  tr. (ongeveer 17 jaar oud) (1) te Texel in mrt 1704 
  met Vrouwtje Pieters
  ovl. voor 1715. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 27 jaar oud) (2) in 1715 
  met 

1079.  Trijntje Gerrits Brouwer[V][M][539]
  ged. te Oosterend op 3 aug 1687 (getuige: doopgetuige was Aaltje Cornelis), 
  ovl. (ongeveer 74 jaar oud) in 1762. 

1080.  Jan Cornelisz Smit[540] ook genaamd Jan Cornelisz Bakker
  geb. circa 1687, 
  otr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 23 jaar oud) te Texel voor de kerk op 25 jun 1715 
  met 

1081.  Aafje Jacobs[540] ook genaamd Antie Jacobs
  geb. circa 1692. 

1082.  Maarten Claesz Mossel[V][M][541]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 22 sep 1700 (getuige: doopgetuige was Biem Maartens), 
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 23 jaar oud) te Oosterend op 10 aug 1727 
  met 

1083.  Vrouwtje Dirks Breroo[541]
  geb. circa 1704 wonende te Oosterend (Texel)

1084.  Jan Hendriksz (De) Lange[V][M][542]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 4 nov 1696 (getuige: doopgetuige was Aafje Maartens), 
  tr. 
  met 

1085.  Cornelisje Maartens[542]

1104.  Jacob Pietersz Hartog[552]
  geb. circa 1651 Wonende te Nieuwe-Tonge
  begr. te Nieuwe-Tonge op 8 mei 1711, 
  tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 24 jaar oud) te Oude-Tonge op 20 nov 1681 
  met 

1105.  Esther Boelhouwer[552] ook genaamd Esther Boulhouwers
  ged. te Sommelsdijk op 21 okt 1657 wonende te Nieuwe-Tonge
  begr. te Nieuwe-Tonge op 5 mei 1723. 

1106.  Willem Leendertsz Hagenaar[553]
  geb. te Oud Gastel circa 1649, 
  ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Ooltgensplaat in 1705, 
  tr. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 37 jaar oud) te Ooltgensplaat op 8 nov 1693 
  met 

1107.  Aertje Maartens Noppe[V][M][553]
  ged. te Nieuwe-Tonge op 19 mrt 1656, 
  ovl. te Nieuwe-Tonge. 

1108.  Isaac Simontszn van den Boogaart[554] ook genaamd Isaac Boogaart
  geb. te St. Annaland voor okt 1681, 
  ovl. (ongeveer 25 jaar oud) voor jun 1707, 
  tr. (resp. minstens 20 en minstens 19 jaar oud) te St. Annaland op 2 okt 1701 
  met 

1109.  Catje Abrams[554]
  geb. voor okt 1682, 
  ovl. (minstens 22 jaar oud) na mei 1705. 

1110.  Willem Jansz Buth[V][M][555]
  ged. te Sommelsdijk op 9 aug 1671 (getuigen: doopgetuigen waren Heijndrick Willemsen en Stijnjen Pieters), 
  otr. te Sommelsdijk op 27 apr 1692, 
  tr. (beiden ongeveer 20 jaar oud) te Sommelsdijk op 26 mei 1692 
  met 

1111.  Josina Wittekoek[V][M][555]
  ged. te Sommelsdijk op 11 aug 1671. 

1112.  Philip Jasz van der Mast[V][556]
  geb. te Spijkenisse voor 1631, 
  ged. doopsgezind te Spijkenisse op 2 okt 1651, 
  Bouwman, 
  ovl. (minstens 72 jaar oud) te Spijkenisse op 10 jun 1703, 
  begr. te Spijkenisse, 
  tr. (resp. minstens 41 en ongeveer 22 jaar oud) te Spijkenisse op 5 jun 1672 Uit het Civiel Register van Spijkenisse:
"Ten wettelijcken requisitie van Philp Janssen van der Mast, jonghman in Spijckenis, ende Geertruijt Visscher, Jonghedochter woonenden Spijckenis, hebbe ick Onderget Secretaris van Spijckenis ende Brabant, henluijden gegeven haere drije Sondaeghse proclamatien ende geboden te weten Het eerste geboth op den 22 Meij 1672 Het tweede geboth op den 29 Meij 1672 en het derde ende laatste geboth op den 5e juni 1672"
 
  met 

1113.  Geertrui Ariens Visser[V][M][556]
  geb. te Spijkenisse circa 1650, 
  ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Spijkenisse op 2 dec 1714. 

1114.  Rochus Ariensz Knegt[V][M][557] ook genaamd Rokus Knegt en Rokus Visser
  ged. te Hoogvliet op 7 okt 1668, 
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Hoogvliet op 18 aug 1740, 
  tr. (resp. ongeveer 55 en ongeveer 52 jaar oud) (2) te Hoogvliet op 6 okt 1724 
  met Aaltje Willems Voogt
  geb. te Hoogvliet circa 1672, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) te Hoogezand op 4 feb 1732, 
  begr. te Hoogvliet op 6 feb 1732. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 26 jaar oud) (1) te Rozenburg op 16 apr 1691 
  met 

1115.  Maritje Hendriks (Maartje) Besemer[V][M][557]
  ged. te Rozenburg in aug 1664 wonende te Hoogvliet
  ovl. (ongeveer 55 jaar oud) te Hoogvliet op 23 okt 1719. 

1118.  Jan de Grijp[559]
  geb. te Geervliet voor 1671, 
  ged. in jan 1671, Jan de Grijp was lidmaat te Geervliet en in 1697 aldaar woonachtig in de Tolstraat
  tr. (resp. minstens 20 en minstens 17 jaar oud) circa 1691 
  met 

1119.  Neeltje Lambrechts[559]
  geb. wonende te Geervliet voor jan 1673. 

1128.  Rijcke Jans Boykema[V][M][564] ook genaamd Rijcke Beukema
  geb. te Vierhuizen wonende te Leens (Gr) tussen 1659 en 1668, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Landbouwer, 
  ovl. (58 jaar oud) te Leens vermoedelijk 25 dec 1717 Als datum van zijn overlijden wordt 25 december 1717 genoemd, de dag van de "Kerstvloed" waarbij in heel Noord Groningen dijken doorbraken en velen verdronken. Het lijkt er dus op dat Rijcke Jans Boykema één van de slachtoffers was. Als overlijdensjaar wordt ook 1711 genoemd. Aangezien zijn compareerreeks voor de landdag der Ommelanden stopt in 1711 hoeft dit niet onwaarschijnlijk te zijn. Temeer daar zijn vrouw Metje Peters in november 1717 als "lidmaat op/omtrent Verhildersum" wordt genoemd en dan weduwe van Rijcke Jans Bojckema zou zijn, Rijcke Jans Boykema was sinds 1668 landbouwer op "De Groote Ronde" te Grijssloot, een gehucht bij Leens. Zijn boerderij stond tegenover de uitrit van de borg "Verhildersum". Rijcke Jans Boykema was eigengeërfde boer. Verder was hij tussen 1696 en 1711 voor Leens landdagcomparant der Ommelanden. Als zodanig wordt hij genoemd in 1696, 1697, 1699, 1701, 1703, 1705, 1707, 1709 en 1711
  tr. (resp. hoogstens 29 en ongeveer 20 jaar oud) (1) te Niekerk op 5 feb 1688 
  met Trijntje Oetses
  geb. te Houwerzijl circa 1668 afkomstig uit Houwerzijl (Gr)
  ovl. (hoogstens 25 jaar oud) te Niekerk voor 1693, 
  (Trijntje tr. (ongeveer 6 jaar oud) (1) te Niekerk op 25 nov 1674 met Geert Claessen.). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. hoogstens 34 en minstens 16 jaar oud) (2) te Leens in 1693 
  met 

1129.  Metjen Peters[564]
  geb. voor 1677, 
  Metjen Peters werd op 1 september 1693 lidmaat te Leens

1146.  Jan Sickes[573]
  tr. 
  met 

1147.  Aefke Dercks[573]

1168.  Wulphert Jansz van der Maath[584]
  geb. circa 1661, 
  tr, Op 6 mei 1718 kochten Wulphert Jansz van der Maath "als in huwelijck hebbende Neeltje Jordens, eerder weduwe van Volcken Adriaens en in die qualiteit momber en voogd over de nagelaten kinderen van Arien Volckertsz van 't Geijn, de voorzoon van de gemelde Neeltje Jordens, geprocreëerd bij Cornelia van Raalt, de gewezen huisvrouw van Arien Volckertsz van 't Geijn, van Hendrick Barentsen, grutter en Johanna Damen, echteluijden en burgers alhier, een huis en erve met kleine woning daarachter annex, nu tot een stal gemaakt wezende een grutterije, van ouds genaamd de oude grutmolen met sijne meelbacken, schepsels en maten, sacken kleijn en groot, toon en voetbanck, harp en zeven, staende alhier op Havick op den hoek van den Vijver" 
  met 

1169.  Neeltje Jordens[584] ook genaamd Neeltje Jordens en Neeltgen Jordens Dr
  geb. wonende te Amersfoort (Ut)
  tr. (2) 
  met Volcken Adriaens
  ovl. voor 1718. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

1170.  Johannes van Donckelaer[585]
  geb. circa 1666. 

1184.  Willem Zandersz Muijs[V][M][592] ook genaamd Willem Sandersen Muijs
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 10 apr 1687, 
  otr. te Amersfoort op 8 apr 1707, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 25 apr 1707 
  met 

1185.  Pietertje Aelten van Bremen[592] ook genaamd Pietertjen Aalten van Bremen
  geb. te Barneveld circa 1682. 

1186.  Wouter Hendriksz van Diemen[V][M][593] ook genaamd Wouterus Hendriksz van Diemen
  ged. Oud-Katholiek te Amersfoort (Oud-Katholieke parochie 't Zand bij de Blomendalse Poort) op 16 aug 1676, 
  otr. te Amersfoort op 6 mei 1701, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 24 jaar oud) (Nederduits-gereformeerd) te Amersfoort op 31 mei 1701 
  met 

1187.  Aertje Tomas van Binnendijk[593] ook genaamd Adriaentje Thomas van Binnendijk
  geb. wonende te Amersfoort circa 1677. 

1188.  Aart Petersen van Schendel[594] ook genaamd Aart Petersen Otten
  ged. Rooms Katholiek te Schijndel op 5 okt 1660, 
  ovl. (minstens 66 jaar oud) na 1727, Aart Petersen van Schendel vestigde zich op 3 januari 1687 te Amersfoort en was aldaar in 1727 nog woonachtig
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 25 jaar oud) (1) (Oud-Katholiek) te Amersfoort getrouwd in de Oud Katholieke kerk 't Zand op 4 jan 1687 
  met Cornelia Wessel Hendricksen
  geb. wonende te Amersfoort circa 1662, 
  ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 4 apr 1699. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Amersfoort op 4 apr 1699, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 38 en ongeveer 29 jaar oud) (Oud-Katholiek) te Amersfoort getrouwd in de Oud Katholieke kerk 't Zand op 18 apr 1699 
  met 

1189.  Neeltje Lamberts van de Velde[V][M][594]
  geb. circa 1670 wonende te Amersfoort

1192.  Gijsbert Geurts Arler[V][M][596] ook genaamd Ghijsbert Geurts van Arler
  geb. te Amersfoort circa 1646, 
  Bakker, 
  ovl. (hoogstens 53 jaar oud) voor 1699, 
  otr. (1) te Amersfoort op 25 nov 1670, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 3 jan 1671 
  met Aertjen Theunis van Gemen
  geb. circa 1646, 
  ovl. (hoogstens 33 jaar oud) voor 17 okt 1679, (Zij was weduwe van Anthoni Mattheusz, geboren rond 1646 (?), overleden voor 25 november 1670, hoogstens 24 jaar oud.). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Amersfoort op 17 okt 1679, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 33 en ongeveer 23 jaar oud) te Amersfoort op 27 nov 1679 
  met 

1193.  Anna Leeckens[V][596] ook genaamd Annetje Lekes en Annetje Leekes
  geb. te Wesel [Duitsland] circa 1656, 
  ovl. (minstens 43 jaar oud) na 1699, Op 10 februari 1699 leende Anna Leeckens, "weduwe en boedelharster van Gijsbert Geurts van Arler", 200 gulden van oud schepen Dirck van Ommeren. Als onderpand diende een huis staande in de Nieuwstraat op den hoek van de Muurhuizen te Amersfoort. Deze 200 gulden aan hypotheek werden op 11 augustus 1728 door haar zoon Johannes van Arler,"possesseur vant hypotheek, doorgehaald, afgelost en geroyeerd". Dit volgens verklaring van Dierik en Gerbrand Wijborgh nevens Jonn Teschemaker getrouwd met Gouda van Geijn, de enige dochter van haar moeder Aleyda van der Meulen, weduwe van Rutgervan Geijn testamentair erfgenaam van Dirk van Ommeren zaliger

1194.  Dirck Hermens Schutte[597] ook genaamd Dirck Her(s)men Schut en Dirck Harmensse Schutte
  geb. wonende te Amsterdam circa 1666, 
  tr. 
  met 

1195.  Sara Gerrits van Es[597] ook genaamd Sara van Nes

1196.  Aert Jansz Withoos[V][M][598] ook genaamd Aart Jansz Withoos
  geb. wonende te Amersfoort (Ut) circa 1664, 
  tr. 
  met 

1197.  Elisabeth Claes[598]
  geb. wonende te Amersfoort

1216.  Dirk van Wijk[V][608] ook genaamd Derck van Wijck
  ged. Nederduits-gereformeerd te Rhenen wonende te Rhenen en te Veenendaal op 18 feb 1638, 
  Beddekoper en Leijendekker, 
  tr, Dirk van Wijk en zijn vrouw Aletta Boom(s) hebben zich na 1677 maar voor 1705 in Veenendaal gevestigd. In 1705 bezocht Dominee Heurdt de lidmaten Dirck van Wijck en Aaltje Booms welke toen woonachtig waren in de Kerkstraat te Veenendaal 
  met 

1217.  Aletta Hendriks Boom[V][608] ook genaamd Aletta Booms
  geb. wonende te Rhenen en te Veenendaal
  ged. Nederduits-gereformeerd te Rhenen op 12 mrt 1643. 

1220.  Teunis Cornelissen van Holten[610]
  geb. circa 1638, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Veenendaal op 19 aug 1685 (getuige: Dennis van Lunsen) 
  met Catharijntje Jansen
  geb. Afkomstig uit "Erfelt uit de Phals" circa 1660, weduwe van Teunis Jansen, afkomstig uit Duisburg (Duitsland). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 25 jaar oud) (1) te Renswoude op 29 mrt 1668 
  met 

1221.  Cornelisje Paulussen[610]
  geb. circa 1643, 
  ovl. (hoogstens 42 jaar oud) te Veenendaal voor 19 aug 1685. 

1232.  Jacob van Schuijlenburg[V][M][616]
  geb. Wonende te Rhenen
  ged. te Wijk bij Duurstede op 10 sep 1643, 
  Schipper, 
  otr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 29 jaar oud) te Rhenen Jacob van Schuijlenburg en Aaltje Willems van Eede woonden te Rhenen "in de Mars" op 16 okt 1670 
  met 

1233.  Aaltje Willems van Eede[V][M][616] ook genaamd Aeltien Willemsen van Ede
  geb. Wonende te Rhenen circa 1641. 

1234.  Hendrik Aartsen van Stuijvenberg[V][617] ook genaamd Hendrik Aartsz van Stuijvenberg
  geb. te Veenendaal circa 1636, 
  ovl. (minstens 54 jaar oud) na 20 feb 1690, 
  begr. Hendrik Aartsen van Stuijvenberg was eigenaar van graf nummer 6 op het koor in de kerk van Veenendaal. Dit graf had eerst toebehoort aan Lambert Claasz (zijn oom?). Op 20 februari 1690 ging het eigendomsrecht van het graf over op Rijk Gerritsen maar op 24 september 1690 kreeg de weduwe van Jan Lamberts de helft van het graf omdat hij de enige erfgenaam was van zijn moeder welke getrouwd was geweest met Lambert Claasz.
Hendrik Aartsen van Stuijvenberg kreeg ook de eigendom van graf nummer 7 op het koor van de kerk van Veenendaal als enige nagelaten zoon van zijn vader. Dit gebeurde op verzoek van zijn vrouw op 20 februari 1690. Op 18 januari 1701 ging dit graf over op Willem van Schuijlenburg (zie nr.1256) die getrouwd was met Hendrikje Stuijvenberg (zie nr.1257), dochter van Hendrik Aartsen van Stuijvenberg. Deze overdracht gebeurde met toestemming van zijn zwager Helmert Stuijvenberg
  tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 20 jaar oud) circa 1670 
  met 

1235.  Jacobje Helmerts Kits[617]
  geb. circa 1650, 
  ovl. (minstens 40 jaar oud) na 20 feb 1690. 

1236.  Jacob Jansen van Holten[V][M][618]
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1634, 
  Veenraad, Buurtmeester en Ouderling, Jacob Jansen van Holten was veenraad, buurtmeester en ouderling te Veenendaal. Hij was eigenaar van 5 morgen land gelegen aan het pannehuijs. Dit land was afkomstig van zijn schoonvader Jan Cornelissen Michielsen, zijnde erfpachtgoed. Deze Jan Cornelissen Michielsen was de vader van Maria Jansen van Veenendaal, zijn tweede vrouw. Hij verkreeg op 24 september 1694 graf nummer 18 in de kerk van Veenendaal van zijn schoonvader Jan Cornelisz van Veenendaal met toestemming van zijn zwager Rijk Besselsen die getrouwd was met Aaltje Jansen van Veenendaal
  kerk.huw. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 23 jaar oud) (2) te Veenendaal op 15 mrt 1673 
  met Maria Jansen van Veenendaal Maria Janse, dr. van Jan Cornelissen van Veenendaal en Maria Gerritsen, 
  geb. circa 1650 Wonende te Veenendaal
  ovl. (hoogstens 54 jaar oud) te Veenendaal voor 17 feb 1704, 
  (Maria Jansen kerk.huw. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 30 jaar oud) (1) in 1670 (getuige: Dennis van Lunsen) met Paulus Jansen van der Poel.). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 23 jaar oud) (1) in 1660 
  met 

1237.  Fijtje Cornelissen[618] ook genaamd Sijtje Cornelis, Fytien Cornelisse en Sophia Cornelissen
  geb. circa 1637, 
  ovl. (hoogstens 36 jaar oud) te Veenendaal voor 15 mrt 1673. 

1238.  Harmen Dirksen Turen[V][619] ook genaamd Harmen Dirks Turen
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1631, 
  Onderschout van Veenendaal, 
  begr. te Veenendaal op 4 jan 1686, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 30 jaar oud) in 1670 
  met 

1239.  Anneke Henricks Slotboom[V][M][619] ook genaamd Anneke Hendriks Slotboom en Annetien Hendriksen Slotboom
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1640, 
  ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Veenendaal op 13 apr 1704, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 30 jaar oud) (2) te Veenendaal op 18 sep 1687 
  met Willem Lambertsen van Hardeveld Willem Lambertsz van Hardeveld, zn. van Lambert van Hardeveld en Teuntje Willems, 
  geb. circa 1657, 
  ovl. (minstens 53 jaar oud) na 1710, 
  (Willem Lambertsen kerk.huw. (resp. ongeveer 47 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Veenendaal op 13 apr 1704 met Cornelia Jansen Horst.). Uit dit huwelijk geen kinderen. 

1240.  Hendrik Jansen[V][M][620] ook genaamd Hendrick Janszen en Hendrik Jansen Hardeman
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1638, 
  ovl. tussen 1 januari 1689 en 20 september 1693
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 26 jaar oud) in 1665 
  met 

1241.  Maychien Aarts Hardeman[V][M][620] ook genaamd Maijgje Aartsen Hardeman
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1639, Maychien Aarts Hardeman kreeg op 19 februari 1690 samen met haar broer Hendrik en zuster Metje het graf nummer 50 in de kerk van Veenendaal als erfgenaam van haar moeder Petertje Hendriks. Het graf werd later geboekt op naam van haar neef Hendrik Hardeman en haar schoonzoon Willem Hendriksen. Ze kreeg ook een deel van de rechten op graf nummer 98 in dezelfde kerk.
(bron: Eigenaren van de graven in de kerk van Veenendaal, blz.29)
  relatie (2) 
  met Hermen Cornelissen
  geb. circa 1639. Uit deze relatie geen kinderen. 

1242.  Teunis Teunissen Drost[V][M][621] ook genaamd Teunis Teunisz Drost en Teunis Teunissen van Roijen ("de Roijen")
  geb. te Veenendaal wonende te Veenendaal circa 1646, 
  Veenendaal, Teunis Drost werd ook wel "de Roijen" genoemd. Wellicht heeft dit betrekking gehad op de kleur van zijn haar
  kerk.huw. (beiden ongeveer 28 jaar oud) (1) in 1674 
  met Gerritien Passchiers Gerritje Passchiers
  geb. circa 1646, 
  ovl. (hoogstens 28 jaar oud) voor 5 jul 1674. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 23 jaar oud) (2) te Veenendaal op 5 jul 1674 
  met 

1243.  Marritien Janse[621] ook genaamd Marietje Janse, Marretje Jansen en Marretien Janse
  geb. te Veenendaal wonende te Veenendaal circa 1651. 

1244.  Jan Rutgers van Elst[622]
  geb. wonende te Elst (Utrecht) circa 1651, 
  tr. (2) 
  met Evertjen Everts
  geb. circa 1651, 
  ovl. (hoogstens 27 jaar oud) voor 2 nov 1678. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (1) te Rhenen op 2 nov 1678, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 21 jaar oud) te Amerongen op 24 nov 1678 
  met 

1245.  Rijckje Geurts[622] ook genaamd Rijckje Gerrits
  geb. wonende te Rhenen circa 1657, 
  ovl. (hoogstens 35 jaar oud) voor 13 feb 1692, Rijckje Geurts was woonachtig "op de Scheur" onder Rhenen

1270.  Hendrik Gerritsen de Bree[V][635]
  geb. circa 1650. 

1272.  Jacobus Thomassen Veenendaal[V][M][636]
  ged. te Amersfoort op 11 mrt 1665, 
  otr. (1) te Amersfoort op 24 apr 1682, 
  tr. (resp. ongeveer 17 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 17 mei 1682 
  met Sophia van Osch
  geb. wonende te Amersfoort circa 1657, 
  ovl. (hoogstens 31 jaar oud) voor 13 jan 1688, dochter van Aart van Osch. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (2) te Amersfoort op 13 jan 1688, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 19 jaar oud) te Amersfoort op 29 jan 1688 
  met 

1273.  Anna Margrieta Nieuwenburg[V][M][636]
  ged. te Amersfoort op 7 jan 1669. 

1274.  Johannes Jansen van Ravenswaaij[V][639][637]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1644, 
  ovl. (minstens 72 jaar oud) na 17 dec 1716, Johannes Jansen van Ravenswaaij woonde aan de westzijde van de Kerkstraat te veenendaal. Hij zou mogelijk op attestatie uit Renswoude gekomen zijn
  otr. te Veenendaal op 22 feb 1673, 
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) te Veenendaal op 15 mrt 1673 
  met 

1275.  Lijsbeth Teunissen Raap[V][639][637] ook genaamd Elisabeth Anthonis Raap en Lijsbeth Raep
  geb. wonende te Veenendaal circa 1650, 
  ovl. (minstens 66 jaar oud) na 17 dec 1716. 

1276.  Gijsbert Cornelissen Ros[638]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1650, 
  tr. 
  met 

1277.  Trijntje Jansen[638]
  geb. circa 1656 wonende te Veenendaal

1278.  = 1274 Johannes Jansen van Ravenswaaij[V][639][637]
  tr. 
  met 

1279.  = 1275 Lijsbeth Teunissen Raap[V][639][637] ook genaamd Elisabeth Anthonis Raap en Lijsbeth Raep

1664.  Henrich Lüdecke[V][832]
  ged. te Hofgeismar [Duitsland] in 1655, 
  ovl. (ongeveer 84 jaar oud) te Hofgeismar [Duitsland] op 30 jan 1739. 

Generatie XII

2052.  (Dirk) Remmertsz Plaatsman[V][1026]
  geb. wonende te Den Hoorn (Texel) circa 1635, Dirk Remmertsz Plaatsman wordt vermeld als (kandidaat) ouderling in Den Hoorn in 1670, 1675, 1689 en 1697

2054.  Hendrik Reijersz Vlaming[V][M][1027]
  geb. wonende te Texel voor 1644, 
  kerk.huw. (minstens 40 jaar oud) (2) (Nederduits-gereformeerd) te Oosterend op 15 okt 1684 
  met Dieuwer Pieters. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (beiden minstens 20 jaar oud) (1) (Nederduits-gereformeerd) te Oosterend op 21 dec 1664 
  met 

2055.  Dieuwer Gerrits[1027]
  geb. voor 1644, 
  ovl. (ongeveer 40 jaar oud) voor 15 okt 1684. 

2056.  Meijert Albertsz. Boon[1028]
  geb. te Zevenhuizen circa 1605, 
  Zeeman, 
  ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Texel circa 1656 Zou op een buitenlandse reis zijn overleden. bron: Texelse Geslachten deel 2, blz.33
  tr. (resp. ongeveer 50 en ongeveer 25 jaar oud) circa 1655 
  met 

2057.  Anna Simons Waijop[V][1028]
  geb. circa 1630, 
  tr. (ongeveer 33 jaar oud) (2) te Oosterend in 1663 
  met Jacob Jansz
  geb. te Oost. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

2058.  Cornelis Pietersz Boon[V][M][1029] ook genaamd Cornelis Pietersz Fabius
  geb. te Texel Wonende aan de Waal (Texel) in 1632, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Burgemeester van de Waal, 
  tr. (resp. ongeveer 54 en ongeveer 21 jaar oud) (2) te Oosterend op 13 okt 1686 
  met Maartje Dirks
  geb. circa 1665. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 23 jaar oud) (1) te Oosterend op 30 jan 1656 
  met 

2059.  Trijn Gerrits[V][M][1029]
  geb. te Texel Wonende aan de Waal (Texel) circa 1633, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) op 13 okt 1686. 

2072.  Jacob Lammerts Dijcker[V][1036]
  geb. te Oosterend wonende te Oosterend (Texel) circa 1625 (?)
  ovl. (minstens 78 jaar oud) na 1703, Jacob Lammerts Dijcker was ontvanger van de verponding van Oosterend
  tr. 
  met 

2073.  Dieuwertje Cornelis[1036]
  geb. wonende te Texel circa 1624 (?)

2074.  Nan Alberts[1037]
  geb. wonende te Texel (NH) circa 1624. 

2120.  Jan Alberts Stark[1060]
  geb. te Zevenhuizen Wonende te Zevenhuizen (Texel) in 1620, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Kofschipper, Jan Albertsz was voor zijn huwelijk met Aefje Jacobs weduwnaar van een onbekende vrouw en woonachtig in het gehucht Zevenhuizen. De naam Stark werd voor het eerst op Texel gebruikt door de kinderen en kleinkinderen van Jan Albertsz. De familie kwam voornamelijk voor in Oosterend. Zij waren lidmaten van de Nederlands Gereformeerde kerk in Oosterend waar ook alle dopen plaats vonden
  tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 24 jaar oud) te Oosterend op 8 nov 1654 
  met 

2121.  Aefje Jacobs[1060]
  geb. te De Waal Afkomstig van De Waal in 1630. 

2122.  Gerrit Jacobs Graaff[1061]
  geb. wonende te Texel
  tr. 
  met 

2123.  Neeltje Jacobs[1061]
  geb. wonende te Texel

2124.  Nan Albertsz Hoek[1062]
  geb. wonende te Texel circa 1642, 
  ged. in 1642, 
  tr. te Oosterend (26 feb 1659)
  kerk.huw. (beiden ongeveer 28 jaar oud) in 1670 
  met Vrouw Gerrits, dr. van Gerrit Dirks en Neel Adriaens, 
  geb. wonende te Texel in 1642, 
  ged. in 1642. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

2134.  Jacob Reijersz Boon[1067]
  ged. in 1661, 
  kerk.huw. (beiden ongeveer 25 jaar oud) in 1686 
  met 

2135.  Vrouwtje IJsbrands[1067]
  ged. in 1661. 

2144.  Symon Pietersz (Simon, Pieters) Vlaming[V][M][1072]
  geb. te Texel Wonende te Oost (Texel) in 1645, 
  ovl. (ongeveer 25 jaar oud) te Texel in 1670, 
  otr. (resp. ongeveer 19 en ongeveer 25 jaar oud) te De Waal op 16 jan 1664, Het huwelijk wordt op dezelfde datum ook in Oosterend vermeld 
  met 

2145.  Trijntje Willems Boon[V][M][1072]
  geb. te Spang Afkomstig uit Spang (Texel), wonende te Oost (Texel) circa 1639. 

2146.  Pieter Meijertsz Mossel[1073][2164][1076]
  geb. te Oost circa 1640, 
  ovl. (ongeveer 83 jaar oud) circa 1723, De familie Mossel is een oud gereformeerd geslacht van zeelieden in Oost. De stamvader, Pieter Meijertsz Mossel, werd daar rond 1640 geboren. Misschien was hij een broer van Cornelis Meijertsz Koning, van wie op Texel de families Koning en Keijser afstammen (zie Texelse Geslachten I en schema Mossel op blz.218). Zijn dochter Jannetje werd de stammoeder van het geslacht Vlaming (TG I blz.221). Alle Mossel's waren in de 18e eeuw zeelieden, in het bijzonder kaagschippers. In de 19e eeuw nam hun aantal snel af. Uit die tijd was de boodschappenloper Simon Cornelisz Mossel (1821 1895) uit Oosterend een bekende figuur op het eiland. De laatste Mossel's op Texel waren Neeltje en Jannetje Mossel (overleden in 1940 en 1948), dochters van Cornelis Cornelisz Mossel en Bregje Simons Hemelrijk (zie TG I blz.296). In Enkhuizen woonde in de 17e eeuw een aanzienlijk geslacht Mossel, dat erfde van Texels verwanten. Een familierelatie met de Mossel's uit Oost is dus niet uitgesloten. De naam is mogelijk ontleend aan het beroep van Mosselvisser en is in dit opzicht vergelijkbaar met Dogger en Salm. (Bron: Texelse Geslachten deel II)
  otr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 25 jaar oud) te Oosterend op 17 jan 1666, 
  kerk.huw. (Nederduits-gereformeerd) 
  met 

2147.  Engeltje Jacobs Vos[V][M][1073][2164][1076]
  geb. wonende te Oost (Texel) circa 1641. 

2148.  Maarten Cornelisz[V][1074] ook genaamd Maarten Keessen
  geb. afkomstig uit Oost (Texel) circa 1631, 
  otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) te Oosterend op 19 dec 1660, 
  kerk.huw. (Nederduits-gereformeerd) 
  met 

2149.  Naan Biems[V][1074]
  geb. afkomstig uit Oost (Texel) circa 1637. 

2150.  IJsbrand Jacobsz[M][1075]
  geb. wonende te Texel circa 1632, 
  otr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 17 jaar oud) te Texel voor de kerk op 12 mei 1655, 
  kerk.huw. (Nederduits-gereformeerd) 
  met 

2151.  Reijnoutje Alberts[V][1075]
  geb. circa 1638. 

2152.  = 2146 Pieter Meijertsz Mossel[1073][2164][1076]
  otr. 
  met 

2153.  = 2147 Engeltje Jacobs Vos[V][M][1073][2164][1076]

2156.  Jacob Elmertsz Brouwer[V][1078]
  geb. te Oosterend, 
  tr. te Oosterend op 12 feb 1673 
  met 

2157.  Martje Claas Saris[V][M][1078]
  geb. te Oosterend. 

2158.  Gerrit Maartensz Brouwer[V][M][1079]
  geb. te Oudeschild in 1646 of 1647
  tr. (ongeveer 21 jaar oud) (1) te Oosterend op 20 feb 1667 
  met Antje Willems Boon
  geb. te Texel, 
  ovl. voor 18 sep 1678. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (ongeveer 32 jaar oud) (2) te Oosterend op 18 sep 1678 
  met Meijs Jacobs
  geb. te Texel, 
  ovl. voor 30 jan 1684. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (ongeveer 38 jaar oud) (3) te Oosterend op 30 jan 1684 
  met 

2159.  Aaght Jans[1079]
  geb. te Texel. 

2164.  Claes Pietersz Mossel[V][M][1082]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Oosterend op 26 sep 1670 (getuige: doopgetuige was Jantje Jans), 
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 24 jaar oud) te Oosterend op 13 jan 1697 
  met 

2165.  Aaf Maartens[1082]
  geb. wonende te Oosterend (Texel) circa 1673. 

2168.  Hendrik Maartensz Lange[V][M][1084]
  geb. Wonende aan De Waal (Texel) in 1663, 
  ged. Nederduits-gereformeerd op 21 okt 1663 (getuige: doopgetuige was Michiel Pieters), 
  Schoolmeester Hendrik Maartensz Lange was schoolmeester in De Waal waar hij ook woonachtig was
  tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 16 jaar oud) te Oosterend op 24 nov 1686 
  met 

2169.  Vrouwtje Nannes Hoek[1084] Ook genoemd Froutje Nannes
  geb. wonende De Waal (Texel) circa 1670. 

2214.  Maarten Pieters Noppe[V][M][1107]
  geb. circa 1622 wonende te Nieuwe Tonge
  begr. te Nieuwe-Tonge op 19 jun 1686, 
  tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 39 jaar oud) circa 1650 
  met 

2215.  Keuntje Teunis[1107]
  geb. circa 1611 wonende te Nieuwe Tonge
  ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Nieuwe-Tonge in 1665. 

2220.  Jan Willemszn Buth[V][M][1110]
  geb. wonende te Sommelsdijk in 1636, 
  ovl. (minstens 39 jaar oud) na 2 jan 1675, 
  tr. (2) 
  met Dingna Batiaensdr
  geb. wonende te Sommelsdijk
  ovl. voor 1671. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (ongeveer 34 jaar oud) (1) circa 1670 
  met 

2221.  Cornelia Cornelisdr[1110] ook genaamd Cornelia Cornelisdr Ratte (?)
  geb. wonende te Sommelsdijk

2222.  Jacob Corneliszn Wittekoek[1111]
  geb. wonende te Sommelsdijk
  tr. 
  met 

2223.  Maria Berentsdr Plokhoij[1111]
  geb. wonende te Sommelsdijk

2224.  Jan van der Mast[1112]
  geb. wonende te Spijkenisse

2226.  Arijen Dircksse Visser[1113]
  geb. circa 1618 wonende te Spijkenisse
  tr. 
  met 

2227.  Annetge Leenderts[1113]
  geb. circa 1624 wonende te Spijkenisse

2228.  Ary Claasz Visscher[V][M][1114] ook genaamd Arien Claasz Visser
  ged. te Hoogvliet op 7 jan 1629 (Poortugaal?)
  begr. te Hoogvliet op 25 jan 1712 (25 januari 1711?)
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 28 jaar oud) te Poortugaal op 22 aug 1655 
  met 

2229.  Lijsbeth Jacobsdr Visser[V][M][1114]
  ged. te Poortugaal op 22 aug 1627, 
  begr. te Poortugaal op 23 aug 1693. 

2230.  Heijndrick Pietersz Besemer[V][M][1115] Ook genaamd Hendrik Pieters Besemer
  geb. te Blankenburg wonende te Rozenburg in 1628, 
  ovl. (minstens 80 jaar oud) na 12 feb 1708, Heijndrick Pietersz, woonde Rozenburg, overl. na 12 februari 1708, huwde voor 14 oktober 1663 met Pietertje Pieters, overl. na 20 april 1698
  tr. (resp. hoogstens 35 en hoogstens 25 jaar oud) voor 14 okt 1663 
  met 

2231.  Pietertje Pieters[1115]
  geb. circa 1638 (?)
  ovl. (minstens 60 jaar oud) na 20 apr 1698 minstens 60 jaar oud

2256.  Jan Boijkema[V][M][1128] ook genaamd Jan Boickum
  geb. te Vierhuizen circa 1625, 
  Landbouwer en Kerkvoogd Jan Boykema en Koertje Rijpkes waren landbouwers op de boerderij noordelijk van Beusem (Vierhuizen). Veel later heette deze boerderij "Beukemoa's Ploatske". Jan Boykema was mogelijk een zoon van Rijke Hindriks (Boykema) die voor hem landbouwer op "Beusem" was. Verder was Jan Boykema kerkvoogd (in Vierhuizen) en compareerde hij bij volmacht voor de landdag der Ommelanden in 1683, 1687, 1691, 1693 en 1695
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Vierhuizen op 11 mei 1696, 
  begr. te Vierhuizen Jan Boykema werd op 16 mei 1696 in de kerk van Vierhuizen begraven. Later werd zijn grafsteen naar het kerkhof verplaatst (aan de oostzijde van de kerk). Op deze grafsteen staat vermeld:
"Anno 1696, den 11 mayus, is de eersame Jan Boyckema seer christelycken in de Heere ontslapen en leyt alhier begraven, verwachtende een vrolycke opstandingen door Jesum Christus".
Verder zou op de grafsteen vermeld staan:
"Gelukkigh is de mensch, die hoopt om beter leven.
Dat na dit strydigh dal hem eeuwigh wort gegeven.
Het lichaem leyt hier neer, die ziele gaet na boven.
Daer d'engelen met gesangh haer schepper eeuwigh looven."
Op de grafsteen staat tevens het wapen van de familie Boykema afgebeeld.
De huidige steen is een kopie uit omstreeks 1950. De originele steen zou hier nog onder moeten liggen
op 16 mei 1696 In de kerk
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 24 jaar oud) te Vliedorp op 26 dec 1654 
  met 

2257.  Koertje Rijpkens[V][M][1128] ook genaamd Koertje Rijpkens en Courtjen Rijpkes
  geb. te Vierhuizen in 1630, 
  ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Vierhuizen op 3 jan 1686, Koertje Rijpkes werd in 1674 lidmaat te Vierhuizen

2368.  Sander Willemsz Muijs[V][M][1184] ook genaamd Zander Willemze Muijs
  geb. te Amersfoort Wonende te Amersfoort in 1657, 
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 28 mei 1657, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) op 17 jan 1722, 
  otr. te Amersfoort op 22 apr 1681, 
  tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 25 jaar oud) te Amersfoort op 13 mei 1681 
  met 

2369.  Geertruid Gerrits van Donselaar[1184] ook genaamd Gerritje Gerrits van Donselaar en Geertruijd Geertje Geurts van Donselaar
  geb. afkomstig uit Gouda, wonende te Amersfoort in 1656, 
  ovl. (minstens 74 jaar oud) na 1730. 

2372.  Henrick Wouters van Diemen[1186]
  geb. circa 1642 (?)
  in 1671, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 17 jaar oud) in 1671 
  met 

2373.  Gerbrecht Jans Sanders[V][M][1186]
  ged. te Amersfoort op 16 feb 1653. 

2378.  Lambart Bartsen[1189]
  geb. circa 1638 (?)
  ovl. (hoogstens 79 jaar oud) voor 26 sep 1717, 
  tr. 
  met 

2379.  Ariaantje Dircx[1189]
  geb. circa 1644 (?)
  ovl. (ongeveer 73 jaar oud) op 29 sep 1717. 

2384.  Geurt Jansz[1192]
  geb. wonende te Amersfoort (Ut) circa 1610, 
  Brandewijnverkoopersknecht, Brandewijnverkoper, Zijdewerker en Ziekentrooster, 
  begr. te Amersfoort op 16 dec 1689, 
  tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 20 jaar oud) te Amersfoort op 16 mei 1633 
  met 

2385.  Annitje Gijsberts van Paesschen[1192]
  geb. afkomstig uit Amsterdam, wonende te Amersfoort (Ut) circa 1613, 
  begr. te Amersfoort op 16 dec 1689. 

2386.  Johannes Leekis[1193]
  geb. afkomstig uit Wesel (Noordrijnland-Westfalen) (Dld)

2392.  Jan Jansz Withoos[V][1196]
  geb. wonende te Amersfoort (Ut) circa 1635, 
  otr. te Amersfoort op 18 jun 1663, 
  tr. (ongeveer 28 jaar oud) te Amersfoort op 12 jul 1663 
  met 

2393.  Jannetje Pipet[1196]
  geb. wonende te Amersfoort (Ut)

2432.  Rutger van Wijk[1216]
  geb. wonende te Rhenen circa 1606. 

2434.  Hendrik Boom[1217] ook genaamd Hendrik Booms
  geb. wonende te Rhenen circa 1611 (?)

2464.  Teunis Jacobsz van Schuijlenburg[V][M][1232]
  geb. te Wijk bij Duurstede in 1615, 
  tr. 
  met 

2465.  Geertje Willems[1232]
  geb. afkomstig uit Nijmegen

2466.  Willem Roelofsen van Eede[1233]
  geb. Wonende te Rhenen (Ut) circa 1606, 
  poortwachter, Willem Roelofsen van Eede was poortwachter aan de Rijnpoort in Rhenen
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 26 jaar oud) te Rhenen op 21 sep 1634 
  met 

2467.  Dirckje Claassen de Bont[V][M][1233] Ook genoemd Derckje Claesdr de Bont
  geb. Wonende te Rhenen circa 1608. 

2468.  Aart Claassen van Stuijvenberg[V][1234] ook genaamd Aert Claessen van Stuijvenberg
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1595, Aart Claassen vanStuijvenberg was eigenaar van graf nummer 7 in de kerk van Veenendaal. Dit graf werd op 20 februari 1690 overgeboekt op zijn enige zoon Hendrik Aartsen van Stuijvenberg op verzoek van diens vrouw Jacobje Helmerts Kits. (bron: Eigenaren van de graven in de kerk van Veenendaal, blz.8)

2472.  Jan Hermensz van Holten[V][M][1236]
  geb. circa 1601, 
  Herbergier, Pachter van Accijnzen in Veenendaal en Pachter van de turfimpost in Amerongen Jan Hermensz van Holten was tevens ouderling, kerkmeester en veenraad te Veenendaal. (bron: VG 1985 blz.181 nrs.976 en 977, GN 1980 blz.322 nr.2106 "Kwartierstaat van Hunnik", VG 1984 blz.48 e.v. en VG Kwartierstatenboek deel 1 blz.40 nrs.7922 en 7923)
  ovl. (hoogstens 74 jaar oud) voor 25 okt 1675, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 24 jaar oud) in 1640 
  met 

2473.  Mechteld Jans Verwold[1236] ook genaamd Mechteld Jansen Verwold
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1616, 
  ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Veenendaal op 8 okt 1688, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 59 en ongeveer 30 jaar oud) (2) te Veenendaal op 25 okt 1675 
  met Jan Berends Hardeman
  geb. circa 1645. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

2476.  (?) Dirck Harmsen Turen[V][1238]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1599. 

2478.  Hendrick Aalberts[1239] ook genaamd Hendrik Aalbertsen
  geb. circa 1607, 
  tr. (ongeveer 29 jaar oud) te Rhenen in nov 1636 
  met 

2479.  Trijntje Sanders[1239] ook genaamd Truijtje Sanders

2480.  Jan Berendsz[1240] ook genaamd Jan Berendsz Hardeman
  geb. wonende te Veenendaal circa 1600, 
  tr. (2) 
  met Mechteld Jans Verwolde
  geb. afkomstig uit Amerongen circa 1602, dochter van Jan Verwolde. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (1) 
  met 

2481.  Anna Teunisse Raap[1240]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1606, 
  ovl. (hoogstens 68 jaar oud) voor 27 sep 1674. 

2482.  Aart  Cornelissen Hardeman[V][M][1241] ook genaamd Aart Cornelisz Hardeman
  geb. Wonende te Veenendaal circa 1607, 
  Landbouwer, 
  ovl. (hoogstens 42 jaar oud) voor 30 sep 1649 (vermoedelijk overleden in april 1644)
  begr. Aart Cornelissen Hardeman was eigenaar van graf nummer 50 in de kerk van Veenendaal
  tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 24 jaar oud) circa 1630 
  met 

2483.  Petertje Hendriks[1241] ook genaamd Petergen Hendricx Hardemans
  geb. wonende te Veenendaal circa 1606, 
  begr. te Veenendaal op 1 mrt 1673 Graf nr.50 in de kerk van Veenendaal was eigendom van Aalt Reijertsz (=Aat Reijersz), Petertje Hendriks en Cornelis Hendricksz. Op 19 februari 1690 werd het graf overgeboekt op de erfgenamen van Petertje Hendriks, te weten Hendrik Maeghje en Metje Hardeman. Dit gebeurde op verzoek van de huisvrouw van Hendrik Hardeman. (bron: Eigenaren van graven in de kerk van Veenendaal, Historische Vereniging Oud Veenendaal, blz.21, uitgave 1993)
  otr. (2) te Barneveld op 30 sep 1649, 
  tr. (resp. ongeveer 43 en ongeveer 30 jaar oud) te Veenendaal Met attestatie van Barneveld op 18 okt 1649 
  met Aart Reijersz Ook genaamd Aalt Reijersen
  geb. Afkomstig uit Barneveld circa 1619. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

2484.  Thonis Jansz Drost[V][1242]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1614, 
  tr. 
  met 

2485.  Winnichie Hendricx[1242]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1620. 

2540.  Gerrit Hendriksen de Bree[1270]
  geb. circa 1618, 
  Predikant. 

2544.  Thomas Jansen van Veenendaal[1272]
  geb. circa 1626, 
  otr. te Amersfoort op 1 feb 1655, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 20 jaar oud) te Soest op 18 feb 1655 
  met 

2545.  Susanna Packou[V][M][1272]
  ged. Nederduits-gereformeerd te Amersfoort op 14 aug 1634. 

2546.  Barend Nieuwenburg[1273]
  geb. circa 1637, 
  tr. 
  met 

2547.  Marietje Otten[1273]
  geb. circa 1643. 

2548.  Jan van Ravenswaaij[1274]
  geb. circa 1612. 

2550.  Teunis Raap[1275]
  geb. circa 1618. 

3328.  Berndt Lüdecke[1664]
  ged. te Hofgeismar [Duitsland] in 1630, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Hofgeismar [Duitsland] op 31 okt 1683. 

Generatie XIII

4104.  (?) Remmert Cornelis Plaets[V][M][2052]
  geb. wonende te Den Hoorn (Texel)

4108.  Reijer Maartensz Vlaming[V][M][2054]
  geb. wonende te Texel voor 1624, Reijer Maatensz Vlaming voerde soms de naam Kooijman wat mogelijk op zijn beroep sloeg
  tr. (2) 
  met N.N
  ovl. voor 29 dec 1658. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (beiden minstens 34 jaar oud) (1) (Nederduits-gereformeerd) te Den Burg op 29 dec 1658 
  met 

4109.  Dieuwer Jacobs[2054]
  geb. voor 1624. 

4114.  Simon Cornelis Waijop[2057]
  geb. te Zevenhuizen wonende aldaar

4116.  Pieter Hendriksz Boon[V][2058]
  geb. wonende te Texel circa 1600, 
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) circa 1629 
  met 

4117.  Maartje Jans[2058]
  geb. wonende te Texel circa 1606. 

4118.  Gerrit Dirks[2059]
  geb. wonende te Texel
  tr, Gerrit Dirks en Neel Adriaens waren in 1654 nog gehuwd 
  met 

4119.  Neel Adriaens[2059]
  geb. wonende te Texel

4144.  Lammert Maartens Dijcker[V][M][2072]
  geb. Wonende te Zevenhuizen (Texel) circa 1582, 
  Schepen van Oosterend en Burgemeester van Oosterend Lammert Maartens Dijcker was schepen van Oosterend in 1624 en burgemeester van Oosterend in 1627
  ovl. (minstens 61 jaar oud) na 1643. 

4288.  Pieter Symonsz Smit[2144]
  geb. Afkomstig uit Oost (Texel), wonende te Oosterend circa 1610, 
  Burgemeester, Schepen van Oosterend, Weegmeester en Ouderling Pieter Symonsz Smit bekleedde zijn publieke functies in Oosterend
  ovl. (ongeveer 94 jaar oud) in 1704, 
  tr. (resp. ongeveer 34 en ongeveer 26 jaar oud) te Texel circa 1644 
  met 

4289.  Neeltje Gerrits Vlamingh[V][2144]
  geb. wonende te Oosterend (Texel) circa 1618. 

4290.  Willem Jacobsz Boon[V][2145]
  geb. te Texel in 1605, 
  ovl. (ongeveer 45 jaar oud) circa 1650, 
  tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 23 jaar oud) circa 1636 
  met 

4291.  Vrouwtje Cornelis[2145]
  geb. circa 1613. 

4294.  Jacob Symonsz[2147]
  tr. 
  met 

4295.  Trijntje Cornelis[2147]
  ovl. te Oost op 18 feb 1665. 

4296.  Cornelis Meyertsz[V][2148]
  geb. wonende te Oosterend (Texel)
  Schepen. 

4298.  Biem Dirksz[2149]
  geb. wonende te Oost (Texel), Biem Dirksz uit Oost bracht zijn voornaam via zijn achterkleindochter Reinoutje Biems (1713 1769) in de Texelsche familie Vlaming. Eveneens langs vrouwelijke lijn ging zijn naam via de Texelsche families Dogger en Dekker over naar de Texelsche geslachten Lap en Bakker

4301.  Volckje Ysbrands[2150]
  geb. te Oost circa 1682. 

4302.  Albert Meyertsz[V][2151]
  geb. wonende te Texel

4312.  (?) Elmert Gerritsz[2156]

4314.  Claas Sarisz[2157]
  tr. 
  met 

4315.  Trijn Simons[2157]

4316.  Maarten Cornelisz Brouwer[V][2158]
  geb. te Oudeschild in 1615, 
  Maarten Cornelisz Brouwer was ouderling te Oudeschild
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Texel in 1685, 
  tr. 
  met 

4317.  Maartje Simons[2158]

4328.  = 2146 Pieter Meijertsz Mossel[1073][2164][1076]
  otr. 
  met 

4329.  = 2147 Engeltje Jacobs Vos[V][M][1073][2164][1076]

4336.  Maarten Jansz Lange[2168]
  geb. te Den Burg wonende te Oosterend (Texel) circa 1631 of 1632
  Nederduits-gereformeerd, 
  Collecteur en Schoolmeester Maarten Jansz de Lange was schoolmeester in Oosterend
  Wonende te Oosterend (Texel), 
  ovl. (ongeveer 84 jaar oud) circa 1715, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 17 jaar oud) te Den Burg op 1 mrt 1654 
  met 

4337.  Geertje Hendriks[2168]
  geb. wonende te Oosterend (Texel) circa 1637, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Wonende te Oosterend (Texel), 
  ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 1674. 

4428.  Pieter Noppe[2214]
  geb. circa 1590 wonende te Nieuwe-Tonge
  tr. 
  met 

4429.  Arentje Maartens[2214]
  geb. circa 1602, 
  begr. te Nieuwe-Tonge op 31 dec 1681. 

4440.  Willem Claaszn Buth[V][2220]
  geb. wonende te Sommelsdijk
  tr. 
  met 

4441.  Baeltje Hendricksdr[2220]
  geb. wonende te Sommelsdijk

4456.  Claes Cornelis Visscher[V][2228]
  geb. te Hoogvliet circa 1598 waarschijnlijk op 15 december 1596 te Poortugaal
  begr. op 20 nov 1661, 
  tr. 
  met 

4457.  Trijntje Roxus[2228] ook genaamd Trijntje Roxux
  geb. circa 1602, 
  ovl. (ongeveer 30 jaar oud) in 1632. 

4458.  Jacob Pietersz Visser[2229]
  geb. te Hoogvliet circa 1598, 
  ovl. (ongeveer 76 jaar oud) in 1674, 
  tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 25 jaar oud) te Poortugaal op 23 feb 1620 
  met 

4459.  Ingetje Centsdr[V][M][2229] ook genaamd Engeltje Centen
  geb. circa 1595 afkomstig uit Hoogvliet
  ovl. (ongeveer 81 jaar oud) in 1676. 

4460.  Pieter Willemsz Besemer[V][M][2230]
  geb. te Ijsselmonde in 1595, 
  tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 25 jaar oud) te Blankenburg in 1626 
  met 

4461.  Maartje N.N.[2230] Mogelijk betreft het hier Maartje Theunis Neuter
  geb. circa 1601. 

4512.  Rijke Jans Hindriks (Boijkema)[2256]
  geb. te Vierhuizen circa 1600, 
  tr. 
  met 

4513.  N.N.[2256]
  ged. op 12 mrt 1658 in Doop volwassene te Niekerk

4514.  Rijpke Hinrichs[2257]
  geb. circa 1600 wonende te Vierhuizen (Gr)
  tr. 
  met 

4515.  Schelte Cornelis[2257] ook genaamd Scheltje Kornelis
  geb. circa 1600 wonende te Vierhuizen (gr)
  ged. te Niekerk op 11 mrt 1658 Schelte Cornelis werd op 11 mart 1658 te Niekerk "bejaard gedoopt"
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Niekerk op 9 sep 1670. 

4736.  Willem Jorissen Muijs[2368]
  geb. te Amersfoort wonende te Soest en te Amersfoort circa 1635, 
  Verver (fabriek), 
  in 1657, 
  ovl. (hoogstens 82 jaar oud) voor 24 mrt 1717, Willem Jorissen Muijs werd op 27 maart 1657 lidmaat van de Gereformeerde St. Joriskerk. In dat jaar was hij met zijn vrouw woonachtig in "Camp Vastrick" te Amersfoort
  kerk.huw. (beiden ongeveer 20 jaar oud) Gereformeerde Gemeente kerk te Soest op 22 mrt 1655 
  met 

4737.  Willemije Sanders[V][M][2368] ook genaamd Willemgen Sanders
  geb. te Amersfoort in 1635, 
  ged. te Amersfoort op 5 mrt 1635, 
  in 1657, 
  ovl. (hoogstens 82 jaar oud) te Amersfoort voor 24 jan 1717. 

4746.  Alexander Sandersz Bredtsla[4737][2373]
  geb. te Engeland [Groot Brittanië] wonende te Amersfoort circa 1600, 
  Soldaat en Bombasijdewerker Alexander Sandersz Bredtsla was in 1628 soldaat onder de Compagnie van Kapitein Haidon (Haijdon). Op 6 september 1630 verkreeg hij tegen betaling van vier gulden, onder de naam Sander Sandersz en "geboren uijt Engelandt", de burgerrechten van de stad Amersfoort. Op 27 mei 1645 kocht hij samen met Peter Hermansz Speulman en hun huisvrouwen en erven, van Jan Stevensz, hoedenmaker, en Marritgen Dirkcx, echtelieden, een huis en hofstee in de Sint Jansstraat in Amersfoort. De hieruit voortkomende schuld werd op 12 februari 1661 door Geurt Jacobszen, "bombasijdewerker" (boombastzijdewerker) en de tweede echtgenoot van Rijcken Peters, weduwe van Sander Sanderszen, voldaan. Op 24 februari 1653 leende Alexander en zijn vrouw, beide burgers van Amersfoort, een hoofdsom van 400 gulden met daarover en losrente van 24 Caroli gulden per jaar. Als onderpand voor deze lening diende hun huis, hof en hofstede in de Coninckstraat wat zij op 8 mei 1641 van de bomezijdewerker Andries Thomasz en diens vrouw Lijsbet Hijeronymusdochter hadden gekocht. Op dat moment (1653) was Alexander "bombasijdewerker" van beroep. Op het in 1641 gekochte huis rustte een last van 11 stuivers en acht penningen welke jaarlijks aan de Lieve Vrouwenkapel betaald diende te worden. Daarnaast diende er jaarlijks nog eens 12 stuivers aan de armenpot betaald te worden. Verder kreeg Henric Heijmans van Middendorp een bedrag van 150 gulden. Deze schulden werden bij de koop voldaan. Op 16 mei 1647 doneerden Peter Hermanss, linnenwever, en Evertgen Henricx, echtelieden, en Sander Sanders en Rijcgen Peters, echtelieden, ieder voor de helft één stuiver en vier penningen per jaar aan de Lieve Vrouwekapel te Amersfoort
  ovl. (hoogstens 54 jaar oud) voor 16 jun 1654, 
  begr. in 1654, 
  geen kinderen, 
  otr. te Amersfoort op 8 mrt 1628, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 18 jaar oud) te Amersfoort op 4 apr 1628 
  met 

4747.  Rijckje Peters[V][M][4737][2373] ook genaamd Rijckgen Peters, Rijckje Pieters en Rijckie Peters
  geb. te Amersfoort wonende te Amersfoort circa 1610 (?)
  ovl. (hoogstens 72 jaar oud) voor 19 jan 1682, Op 19 september 1670 verkochten Albert Cornelissen Spijcker en zijn vrouw Gijsbertjen Thomas Echtelsz die vanwege haar moeder erfgenaam is geweest van Rijck Peterssen, linnenwever, voor de ene helft, en Rijckje Peters, weduwe van Sander Sandersen, voor de andere helft, een huis, hof en hofstede aan de Weversingel (in Amersfoort) aan de erfgenamen van Gerrit Aertsen en zijn vrouw Pleuntje Jans. Op het huis rustte een last van zes stuivers en acht penningen toekomende de Lieve Vrouwenkapel.
Op 6 mei 1673 gaven Aelt Rijcksz Puijck, backer, gehuwd met Catharina Jans, voor zich zelf en als man en voogd van Catharina en als momber en voogd van de onmondige kinderen van Jan Willems en Hendrickgen Jans, volmacht aan Dirck van Ommeren, procureur voor den Edele Gerechte van Amersfoort, om jegens Rijckgen Peters, laatst weduwe van Goort Jacobs, te procederen tot "vrijdinge ofte verseeckeringe van soodanige borchtocht als Jan Willems en Jan Ghijsberts van Deventer, ten behoeve van het Weeshuijs alhier hebben gepasseert". Het betrof hier het beëindigen van de borchtocht door het overlijden van Jan Willems.
Op 11 februari 1676 tekende Johannes Buijs, als speciale gemachtigde van Rijckje Pieters, weduwe van Sander Sandersz, een schuldbekentenis van een bedrag van 1600 gulden en 12 stuivers aan Willem Muijs "spruitende uit sake van geleverde wol, kettinggaren, verschoten penningen aan Balthasar Schouten, aen Cornelis Moijen en Joffr Ida van Diden, weduwe van Nicasius Bor". Als onderpand dienden "een huis, hof en hofstede in de Sint Jansstraat, vier huizen staende in de Coninckstraat waarvan twee op ijdere hoeck van 't Brandsteegje en de andere twee naast het huis van majoor Veenhuijzen aan de ene zijde en aan de andere zijde Melis de schoenlapper en een huis in het pisstraatje ten sijden den wal".
Op 19 januari 1682 beloofde Willem Joris Muijs, "verwer en borger van Amersfoort, als koper van de huijsinge van zijn schoonmoeder Rijckje Peters saliger, lest weduwe van Geurt Jacobsz, de 1000 gulden plus interest over zes maanden te betalen, die Jan Ghijsberts van Deventer als borge van Rijckje Peters, ten boehoeve van de heren regenten van 't Weeshuijs op haar huijsinge sprekende heeft, en dat ter minderinge van de verschuldigde penningen van de huijsinge" (Bronnen voorgaande: Genealogie Brouwer)
  otr. (2) te Amersfoort op 16 jun 1654, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 44 en ongeveer 30 jaar oud) te Amersfoort op 14 jul 1654 
  met Geurt Jacobsen van Binnendijk
  geb. circa 1624 wonende te Amersfoort
  Bombasijdewerker, 
  ovl. (hoogstens 49 jaar oud) voor 6 mei 1673. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

4784.  Jan Jansen Withoos[V][2392]
  geb. wonende te Amersfoort (Ut) circa 1600, 
  Waard Jan Jansen Withoos was waard van "In 't Valcgen", of te wel Het Valkje te Amersfoort. Hij was bevriend met bouwmeester en kunstschilder Jacob van Campen (1596 1657), die wel van een borrel hield. Naast vader van Jan Jansz Withoos (zie deze kwartierstaat) was hij tevens vader van Matthias (Matthijs) Withoos (Amersfoort 1627 Hoorn 1703). Deze Matthias Withoos was een kunstschilder van onder meer stillevens en stadsgezichten

4928.  Jacob Aartsz van Schuijlenburg[V][M][2464]
  geb. te Wijk bij Duurstede wonende aldaar in 1590, 
  tr. (ongeveer 22 jaar oud) te Wijk bij Duurstede in 1612 
  met 

4929.  Janneke van der Horst[2464]
  geb. afkomstig uit Wachtendonk, wonende te Wijk bij Duurstede

4934.  Claas Pietersz[V][2467]
  geb. te Delft circa 1572 (?)
  Nederduits-gereformeerd, 
  Mandenmakersgezel, Mandenamker en weesmeester te Rhenen en in 1652 ouderling. Claas Pietersz was ouderling van de gereformeerde kerk te Rhenen. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.170)
  Wonende te Rhenen, 
  ovl. (ongeveer 63 jaar oud) te Rhenen op 19 sep 1635, Claes Pietersz vestigde zich te Rhenen en neemt de geslachtsnaam van zijn oud oom mr. Adriaen Willemsz de Bont (ook wel de Bunt) aan. Hij was ouderling van de gereformeerde kerk te Rhenen en weesmeester. Verder was hij Raad van Rhenen. Een voordracht voor het Burgemeesterschap van Rhenen werd tot tweemaal toe door het "huis van Oranje" terzijde gelegd. De vrouw van Claes Pietersz zou jong overlijden waarna hij hertrouwde met een onbekende vrouw
  tr. (2) 
  met Fenneken Willems Snack. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  otr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 22 jaar oud) (1) te Delft op 3 jun 1601, 
  tr. te Rhenen, 
  kerk.huw. (Nederduits-gereformeerd), Na hun huwelijk vestigde het echtpaar zich te Rhenen 
  met 

4935.  Marritje Claadr van Schoonhoven[V][2467] ook genaamd Maritgen Claesdr
  geb. wonende te Rhenen circa 1579, 
  Wonende te Delft en te Rhenen. 

4936.  Claas Lambertsz van Stuijvenberg[2468]
  geb. circa 1555 (?)
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) circa 1615. 

4944.  Herman van Holten[2472] ook genaamd Hermen van Holte
  geb. circa 1569 (?)
  Schepen van Amerongen, 
  ovl. (minstens 76 jaar oud) na 20 jan 1645, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 30 jaar oud) in 1605 
  met 

4945.  Hillegonda Dircksen[2472] ook genaamd Hillegonda Dirks
  geb. circa 1575 (?)

4952.  (?) Herman Tuyren[2476]
  geb. wonende te Veenendaal in 1567 (?)

4964.  Cornelis Aerts Hardeman[V][M][2482] ook genaamd Cornelis Aertsz Hardeman
  geb. wonende te Veenendaal en te Achterberg circa 1580, 
  Voerman Uit de kerkmeestersrekeningen over de periode 1610-1625 blijkt dat Cornelis voerman was. In 1610 vervoerde hij turf, een jaar later vervoerde hij nogmaals 500 turven. In 1612 bracht hij met zijn wagen de leidekker naar Veenendaal en in 1624 voervoerde hij estrikken (plavuizen). Hij vervoerde deze zaken met eigen paard en wagen
  Wonende te Veenendaal, 
  begr. te Veenendaal op 24 jul 1633, Op 16 mei 1625 verschijnt hij met zijn vrouw Henrixcken Jacobsdochter voor de Schepenen van Rhenen. De echtelieden verklaren: "schuldig te zijn aan Alert van Harn, secretaris, eene jaarlijksche rente van 18 gulden, losbaar met de helft van 575 gulden, wegens de koop en levering van turf, ten vorigen jaar in het veen, genaamd den Goeden troost, gegraven, stellende tot onderpand een huis en hofstede gelegen Achter Berch". In 1625 was hij dus eigenaar van een huis met hofstede gelegen in Achterberg
  tr. (beiden minstens 25 jaar oud) te Veenendaal tussen 1605 en 1610 
  met 

4965.  Hendrikje  Jacobs[V][M][2482] ook genaamd Hendrikje Jacobsen, Henrixcken Jacobsdochter en Hendrickgen Jacobs
  geb. wonende te Veenendaal en te Achterberg circa 1580 (?)
  Wonende te Veenendaal, 
  ovl. (minstens 57 jaar oud) na 4 mrt 1637, Uit Register Luid-en Begraafgelden Veenendaal:
- Voorjaar 1624, kind van Cornelis Aertsz Hardeman
- September 1625, idem
- 14-3-1637, dochter van Henrickge Hardemans, dan weduwe van Cornelis Aertsz

4968.  Jan Drost[2484]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1582 (?)

5090.  Pierre Packou[2545]
  geb. te Nijmegen circa 1599 (?)
  Soldaat, 
  otr. te Amersfoort op 2 dec 1626, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) te Amersfoort op 17 dec 1626 
  met 

5091.  Merrichje Huberts[2545]
  geb. te Soest circa 1604 (?)

Generatie XIV

8208.  (?) Cornelis Jacob Plaets[4104]
  geb. te Den Hoorn circa 1570, 
  Schepen en Armenvoogd, 
  ovl. (minstens 74 jaar oud) tussen 1644 en 1658 (voor 1659), Cornelis Jacob Plaets was schepen en armenvoogd in Den Hoorn. De naam Plaatsman gaat op Texel terug tot 1621. In Den Hoorn leefde toen Cornelis Jacob Plaets. Het "man" werd pas later aan de naam toegevoegd. In 1659 woonden in Den Hoorn Remmert Cornelis Plaets, Simon Cornelis Plaets en Jacob Cornelis Plaets. Deze Hoornder familie is omstreeks 1800 uitgestorven. Het geslacht Plaatsman, waarin hoge leeftijden geen uitzondering waren, heeft veel schippers en andere zeelieden voortgebracht
  tr. 
  met 

8209.  (?) Islant Gerrits[4104]
  geb. wonende te Den Hoorn (Texel)
  Zoutverkoopster Islant Gerrits wordt als weduwe van Cornelis Jacob Plaets vermeld als zoutverkoopster

8216.  Maerten Hendriksz Vlamingh[V][4108]
  geb. wonende te Texel circa 1580, 
  ovl. (hoogstens 58 jaar oud) voor 1638, In 1637 wordt gesproken van Maerten Vlaminghs weduwe. Onder zijn afstammelingen, woonachtig in De Waal (Texel) en omgeving (Spijkerdorp, De Nes) waren zowel doopsgezinden als gereformeerden. Zijn zoons Cornelis en Reijer voerden soms de naam Kooijman wat mogelijk op hun beroep sloeg
  tr. 
  met 

8217.  Aechtie Cornelis[4108]
  geb. voor 1600. 

8232.  Hendrik Pietersz Boon[V][4116]
  geb. wonende te Texel circa 1568. 

8288.  Maarten Jacobs Dijcker[V][4144]
  geb. circa 1549 (?)
  Burgemeester van Oosterend, 
  ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 15 mrt 1618, De vader van Maarten Jacobs Dijcker (Jacob Alberts) had nog twee zoons uit een ander huwelijk, Cornelis en Albert Jacobs. Van hen voerde alleen Maarten de naam Dijcker. Het vermogen van zijn weduwe werd in 1621 geschat op f.6000,
  tr. 
  met 

8289.  Neel Cornelis Vooght[V][4144]
  geb. circa 1556 (?)

8578.  Gerrit Hendriksz Vlamingh[V][4289]
  geb. te Oosterend wonende De Waal (Texel) circa 1585, 
  Nederduits-gereformeerd, 
  Burgemeester, 
  Wonende te De Waal (Texel), 
  ovl. (ongeveer 75 jaar oud) te Oosterend circa 1660, 
  begr. te Oosterend, Gerrit Hendriksz Vlamingh was in 1635 één van de vier regerende burgemeesters van Texel. Hij was in 1657 in De Waal woonachtig

8580.  Jacob Dirksz Boon[V][4290]
  geb. wonende te Dijkmanshuizen (Texel) circa 1571 (?)
  ovl. (hoogstens 67 jaar oud) voor 1638, Het huis van Jacob Dirksz Boon, Dijkmanshuizen 7, werd bij metingen in 1616 vermeld

8592.  Meyert Cornelisz[4296][4302] wonende te Texel
  ovl. voor 1622. 

8604.  = 8592 Meyert Cornelisz[4296][4302] wonende te Texel
  relatie. 

8632.  Cornelis Brouwer[4316]

8880.  Claas (Dirckszn?) Buth[4440]

8912.  Arie Klaasz Visscher[V][4456]
  geb. vermoedelijk 1566 Wonende te Hoogvliet

8918.  Cent Jacobsz[V][4459]
  geb. afkomstig uit Hoogvliet vermoedelijk 1563, 
  tr. 
  met 

8919.  Neeltje Claesdr[4459] ook genaamd Ariaantje Claesdr
  geb. circa 1569 (?)

8920.  Willem Pieters Besemer[V][M][4460]
  geb. te Ridderkerk circa 1560, 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) te Charlois circa 1606, Op 11 mei 1589 transporteerde Willem Pietersz Besemer 1 morgen 1,5 hond land int Oude Ryderwaert in een weer van 5 morgen 4 hond en 20 roeden, gemeen met Lenaert Besemer Jacobsz.
Op 28 april 1606 verkochten de voogden van de twee kinderen van "Willem Pietersz en Fytgen Pieters, beyde zalr, aan Adryaen Lenaerts Pors, een huys, arff, bargh en schuyre etc, mitsgaders de helft van 10 hond 27 roeden vroonlandt; voogden Heynrick Pioters Cranendonck tot IJsselmonde, Cornelis Willems Romijn tot Rijderkerck, en Lenaert Jacopsz Besemer, won. in Hendricken Ambacht, vertegenwoordogd door diens zoon Jacob Lenaerts Besemer"
  otr. te Ridderkerk op 22 jan 1589 Ondertr. Ridderkerk 22 januari 1589, attest. 5 februari 1589 om te IJsselmonde te trouwen (DTB Ridderkerk)
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 27 jaar oud) te Ijsselmonde op 5 feb 1589, Op 11 mei 1589 transporteert Willem Pietersz. Besemer aan Leendert Jacobsz. Besemer 1 morgen 1½ hond land int Oude Ryderwaert in een weer van 5 morgen 4 hond en 20 roeden, gemeen met Lenaert Besemer Jacobsz. (R.A. in Zuid- Holland, Recht. Arch. Ridderkerk, inv.nr. 87, fol. 139v).
Op 28 april 1606 verkopen de voogden van de twee weeskinderen van Willem Pietersz. en Fytgen Pieters, beyde zalr, aan Adryaen Lenaerts Pors, een huys, arff, bargh en schuyre etc. mitsgaders de helft van 10 hond 27 roeden vroonlandt; voogden Heynrick Pioters Cranendonck tot IJsselmonde, Cornelis Willemsz. Romijn tot Rijderkerck, en Lenaert Jacopsz. Besemer, won. in Hendricken Arnbacht, vertegenwoordogd door diens zoon Jacob lenaerts Besemer
 
  met 

8921.  Fijtgen Pietersdr Cranendonck[V][M][4460] ook genaamd Fijntje Pietersdr Kranendonk
  geb. te Ijsselmonde in 1562, 
  ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Ijsselmonde circa 1606. 

9474.  = 4746 Alexander Sandersz Bredtsla[4737][2373]
  geen kinderen, 
  tr. 
  met 

9475.  = 4747 Rijckje Peters[V][M][4737][2373] ook genaamd Rijckgen Peters, Rijckje Pieters en Rijckie Peters
  tr. (2) 
  met Geurt Jacobsen van Binnendijk. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

9494.  Peter Harmenssen[4747]
  geb. te Amersfoort circa 1585, 
  ovl. (hoogstens 78 jaar oud) voor 1663, 
  otr. te Amersfoort op 5 feb 1606, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 24 jaar oud) te Amersfoort op 3 apr 1606 
  met 

9495.  Gerbrecht Jans[4747]
  geb. te Amersfoort circa 1582 (?)

9568.  Johannes Withoos[4784]
  geb. wonende te Amersfoort (Ut) circa 1570. 

9856.  Aart Jansz van Schuijlenburg[V][4928]
  geb. te Wijk bij Duurstede wonende te Buren en te Wijk bij Duurstede in 1550, Aart Jansz van Schuijlenburg woonde in 1585 1586 in Buren. Omstreeks 1590 vestigde hij zich in Wijk bij Duurstede hoewel hij tot 1594 nog in Tielse registers voor komt
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 21 jaar oud) te Wijk bij Duurstede in 1576 
  met 

9857.  Ottina Wijnands van Resandt[V][M][4928]
  geb. te Tiel wonende te Wijk bij Duurstede in 1555. 

9868.  Pieter Claesz[V][M][4934]
  geb. te Leiden wonende aldaar en te Delft circa 1545 (?)
  Koperslager, 
  ovl. (hoogstens 53 jaar oud) te Delft voor 28 jan 1598 Het testament van Pieter Claasz staat in "Navorscher" 1954/5. Op 10 oktober 1580 verkreeg hij het poortersrecht van Delft. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237, blz.170)
  kerk.huw. (ongeveer 25 jaar oud) in 1570. 

9870.  Claas van Schoonhoven[4935]
  geb. wonende te Rhenen circa 1547, 
  Burgemeester, 
  Wonende te Rhenen, Claas van Schoonhoven was omstreekt 1600 burgemeester van Rhenen. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.170)

9928.  Aart Cornelis Hardeman[V][4964]
  geb. wonende te Veenendaal circa 1550, 
  Voerman, Kerkmeester en Handelaar in bouwmaterialen, 
  Wonende te Veenendaal, 
  ovl. (minstens 38 jaar oud) na 1588 (vermoedelijk overleden tussen 1603 en 1644), De kerkmeester van Veenendaal betaalde aan hem een bedrag in 1589/90 voor het leien van het dak van de kerk. (bron: Eigenaren van de graven in de kerk van Veenendaal, blz.29)
  relatie 
  met 

9929.  Trijn N.N.[4964] ook genaamd Trijn Hardemans
  geb. wonende te Veenendaal circa 1554, 
  Wonende te Veenendaal, 
  begr. te Veenendaal, Trijn Hardemans had graf 98 in de kerk te Veenendaal in eigendom. Dit graf werd enkele malen verboekt. In de Gravenlegger staat dit als volgt opgetekend:
"De Erfgen(amen) van Trijn Hardemans. Dese (ver)boeckt, en overgeseth op de kinderen van Herman, Aert en de Trijntge Hardemans, sijnde geweest Erffgenamen van de bovengen(oemde) Trijn Hardemans, ende dit op 't (ver)soeck en in presentie van Corn(elis), Jacobje, ende Maeijghje Hermans Hardeman: Actum den 20en Februarij 1690".
"Van deze graffstede 1/3 (verboeckt) op Willem Hendricksen als in huwelijk hebbende Aertje Hendricx die een dochter is geweest van Maeijgje Hardeman die een dochter van Aert Hardeman is geweest mitsgaders." (verder niet ingevuld en gehele aantekening doorgehaald).
Ende sullen Hendrick Hardeman, Willem Harmensen (ende) Willem Hendricksen (ende) Jan Gijsbertsen op de caerte worden gestelt en(de) soo wel daerop can en(de) sulck op haer versoeck den 17 janu(arij) 1711.
Uit het voorgaande wordt duidelijk dat het graf van Trijn Hardemans in eigendom komt van haar achterkleinkinderen. ook worden hier de kleinkinderen van Trijn bij name genoemd. Deze kleinkinderen waren de erfgenamen van Trijn Hardeman

9930.  Jacob Dircks[4965]
  geb. in 1549 (?)
  tr. 
  met 

9931.  N.N.[4965]

Generatie XV

16432.  Hendrik Gerritsz Vlamingh[V][8216]
  geb. wonende te Texel circa 1553. 

16464.  Pieter Hendriksz Boon[V][8232]
  geb. circa 1536. 

16576.  Jacob Alberts[8288]
  geb. wonende te Texel circa 1517 (?)

16578.  Cornelis Gerrits Vooght[8289]
  geb. wonende te Texel circa 1524 (?)

17156.  Hendrik Gerritsz Vlamingh[V][8578]
  geb. circa 1553. 

17160.  Dirk Hendriksz Boon[V][8580]
  geb. wonende te Texel circa 1548. 

17824.  Klaas Visscher[8912]
  geb. circa 1534. 

17836.  Jocob Foppen[8918]
  geb. circa 1531. 

17840.  Pieter Jacobs Besemer[V][M][8920]
  geb. te Ridderkerk circa 1532, 
  Landbouwer te Ridderkerk, 
  ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Ridderkerk circa 1572, 
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 28 jaar oud) te Ridderkerk circa 1558 
  met 

17841.  Anna Willemsdr Jongkint[V][M][8920] alias Romeijn
  geb. te Ridderkerk circa 1530, 
  ovl. (minstens 70 jaar oud) te Ridderkerk na 1600. 

17842.  Pieter Pietersz Cranendonck[V][8921]
  geb. te Ijsselmonde in 1535, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) in 1600, 
  tr. 
  met 

17843.  Adriaentge (Adriaentje Gerritsdr) Gerritsdr[8921]
  geb. in 1540, 
  ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1609. 

19712.  Johan van Schuijlenburg[V][M][9856]
  geb. wonende te Wijk bij Duurstede

19714.  Gerrit Wijnands van Resandt[9857]
  geb. in 1525, 
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 20 jaar oud) in 1550 
  met 

19715.  Maria Otten[9857]
  geb. in 1530. 

19736.  Claas Andriesz[V][M][9868]
  geb. te Leiden circa 1513 (?)
  Goudsmid te Leiden, 
  ovl. (hoogstens 48 jaar oud) te Leiden voor 14 mei 1561, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 22 jaar oud) in 1545 (getuige: Dennis van Lunsen) 
  met 

19737.  Jannetje Willemsdr de Bont[V][M][9868] ook genaamd Jannetgen Willems de Bont
  geb. wonede te Leiden circa 1523, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (minstens 75 jaar oud) te Delft na 12 jun 1598. 

19856.  Cornelis Hardeman[9928]
  geb. wonende te Veenendaal voor 1524, In zijn werk "Hardeman Historie van ca. 1550 tot 1988" beschrijft G. Meijer hoe Veenendaal in 1500 nog niet bestond. Wel waren er de Rhenense, de Gelderse, de Renswoudse, de Amerongse en de Eder Veenen. De turf in deze Veenen zou geruime tijd in de energiebehoefte gaan voorzien. Voor het vervoer van deze turf werden in de vijftiende en zestiende eeuw twee griften gegraven. De nu ontstane werkgelegenheid trok velen, o.a. Vlamingen, naar het gebied en zo ontstond "Veenlandtdael", het latere Veenendaal. Volgens Meijer begint de Hardeman geschiedenis in de eerste helft van de zestiende eeuw in Veenendaal, later ook in Ede. De eerste Hardeman zou een Vlaming geweest zijn, afkomstig uit Frans Vlaanderen. Volgens andere bronnen lag er rond 1560 een boerderij met de naam Hardeman op de Veluwe (Stroe). Deze boerderij behoorde aan het landgoed "Hardemansgoed". In 1619 wordt gesproken over het "Hendrik Hardemansgoedt". Het is dus ook niet geheel uitgesloten det de familienaam Hardeman haar naam ontleend aan deze boerderij

Generatie XVI

32864.  Gerrit Simonsz Flaming[16432] ook genaamd Gherryt Zijmonsz Flaming
  geb. wonende te Oosterend (Texel) circa 1521, Hoewel de naam Vlaming gedachten aan Vlaamse herkomst oproept, behoren de Vlaming's toch tot de alleroudste Texelse geslachten. Al in 1561, dus nog voor de reformatie, toen de familienamen nog uiterst zeldzaam waren, gebruikte "Gherryt Zijmonsz Flaming 200 saijlant" in de omgeving van Oosterend (Algemeen Rijksarchief Den Haag, no. 1452, Tiende Penning). De naam kwam later ook elders in Noord Holland voor, o.a. in de Streek, maar familieverwantschap is niet aannemelijk.
In 1621 en 1622 is sprake van Maerten Hendriksz Vlamingh en Gerrit Hendriksz Vlamingh, waarschijnlijk broers die, gezien het tijdsverschil van 60 jaar met 1561, vrijwel zeker als kleinzoons van de eerstgenoemde Gherryt Zijmonsz Flaming mogen worden aangemerkt (Stadsarchief Medemblik no 990; R.A.H. 6865,20 10 1622). Gerrit Hendriksz Vlaming was in 1635 één der vier regerende Burgemeesters op Texel. Uit het kerkboek van De Waal blijkt zijn gereformeerde religie (1657). Omstreeks 1660 moet hij op vrij hoge leeftijd zijn overleden. Zijn enige zoon Hendrik Gerritsz Vlaming (o.a. schepen van Oosterend) woonde op Zevenhuizen en trouwde in 1658 met Martje Jacobs, van De Waal, maar kreeg geen kinderen. Deze Hendrik Gerritsz was in 1667 getuige bij de doop van Gerrit Symonsz Vlaming, de stamvader van het in deze kwartierstaat uitgewerkte geslacht op Texel.
Met Hendrik Gerritsz Vlaming zou de naam in deze tak zijn uitgestorven, als niet de beide kinderen van zijn zuster Neel Gerrits één van hun zoons volgens een in die dagen veel voorkomend gebruik naar hun grootvader Gerrit Vlaming hadden genoemd.
Neel Gerrits was getrouwd met Pieter Simonsz Smit, van Oost, die o.a. schepen van Oosterend is geweest. Hun zoon Simon Pietersz trouwde met Trijntje Willems Boon (van Spang) en noemde zijn zoons resp. Willem Simonsz Boon en Gerrit Simonsz Vlaming. Hun dochter Anna Pieters, getrouwd met Sijmon Cornelisz Rebel uit Den Hoorn kreeg een zoon die zij ook Gerrit Symonsz Vlaming noemde. Deze laatste was predikant in De Koog en had een zoon Simon (predikant te Valkoog, kinderloos) en een dochter Anna, gehuwd met Pieter Theunisz Bommel, wier zoon Gerrit de naam Vlaming Bommels voerde (De bewijzen voor deze eigenaardige naamsovergangen worden o.a. geleverd door akten van 22 11 1671 R.A.H. 4823 en22 3 1861 (1681?) R.A.H. 4827.
De eerder genoemde Maerten Hendriks Vlaming is niet zeer oud geworden; in 1637 wordt geproken van Maerten Vlaminghs weduwe. Onder zijn afstammelingen, woonachtig in De Waal en omgeving (Spijkdorp, De Nes) waren zowel doopsgezinden als gereformeerden. Zijn zoons Cornelis (jong overleden) en Reijer voerden soms de naam Kooijman, wat mogelijk op hun beroep sloeg. Behorend tot de meer gefortuneerden, bekleedden de Vlamingh's te De Waal dikwijls publieke functies. Maarten Reijersz Vlaming (geb ca. 1640) was Burgemeester, zijn broer Cornelis Reijersz was Schepen. Later bekleedde ook Hendrik Gerritsz Vlaming, geb. 1711 het Burgemeesterschap van De Waal. In de loop van de 18e eeuw is het aantal vertegenwoordigers van de Waalder tak van de familie Vlaming sterk afgenomen. Met Gerrit Dirksz Vlaming (1748 1830), een zoon van Dirk Gerritsz Vlaming die naar Nieuweschild was verhuisd, stierf deze tak in mannelijke lijn uit.
Een andere tak Vlaming dook in de 18e eeuw op in Den Burg. Dit waren afstammelingen van een zekere Pieter Hendriksz Vlaming die in 1685 werd geboren. Deze zou zeer goed een zoon kunnen zijn van Hendrik Reijersz Vlaming uit De Waal, en wel uit diens tweede huwelijk, met Dieuwer Pieters. De voornaam Pieter en de naam Dieuwertje van zijn oudste dochter vormen hiervoor krachtige argumenten, maar Pieter Hendriksz Vlaming is niet in De Waal gedoopt. Zijn nazaten beoefenden meestal ambachtelijke beroepen, zoals timmerman en metselaar. Tot deze tak behoorde Pieter Klaasz Vlaming (1760 1821), die in 1794 president schepen was, en Willem Jansz Vlaming (1769 1820), een deurwaarder. Hun naam werd, ook door henzelf, vaak als Vlamen geschreven. De familie Vlaming uit Den Burg nam in de loop van de 19e eeuw in aantal af, maar telde in 1900 toch nog enkele vertegenwoordigers, die inmiddels naar Oosterend waren verhuisd.
Verreweg de meeste Vlaming's stammen echter af van Gerrit Simonsz Vlaming en Jantje Pieters Mossel uit Oost, het stam echtpaar van de in deze kwartierstaat genoemde Vlaming's. Van hun drie kleinkinderen Gerrit, Pietertje en Biem Simonsz Vlaming, had Gerrit de minste afstammelingen. Pietertje, gehuwd met Jacob Reijersz Boon, kreeg via haar dochter Grietje die met Sijbrand Pietersz Keijser trouwde, de overgrote meerderheid van de uitgebreide familie Keijser tot nageslacht. Biem Vlaming (1747 1825) met zijn tien getrouwde kinderen, mag zonder overdrijving de stamvader van gereformeerd Oosterend worden genoemd. Uit de kwartierstaat blijkt ook een onderlinge verwantschap tussen de families Vlaming, Mossel, Boon en Biems.
De geschiedenis van het geslacht Vlaming loopt parallel met de geschiedenis van Oosterend. Veeteelt (schapen) en visserij waren vanouds de twee pijlers van het economisch leven. In de 18e eeuw kreeg de oestervisserij grote betekenis, Texelse oesters golden in geheel Europa als een lekkernij. Gerrit Simonsz Vlaming en Jacob Reijersz Boon vonden hun bestaan als oesterschipper. Hun broer en zwager Biem, Burgemeester van Oosterend, trad ook als voorman van de oestervissers op.
Verscheidene leden van het geslacht Vlaming kwamen door de visserij tot welstand. In de 19e eeuw, vooral na de inpoldering van Eierland (1835), gingen de oesterbanken ten gronde. Om hun beroep voort te zetten trokken ondernemende Oosterenders, onder wie Pieter en Reijer Biemsz Vlaming en leden van de familie Salm, naar Yerseke. Anderen zochten hun bestaan in de lang niet ongevaarlijke visserij buitengaats.
Dit kon de door de grote gezinnen en verbeterde medische voorzieningen sterk groeiende bevolking van Oosterend en omgeving geen voldoende werkgelegenheid geven. In de loop der jaren, vooral na 1850, hebben tallozen daarom Texel moeten verlaten zoals ook uit deze kwartierstaat blijkt. Behalve op Texel leven thans verspreid door Nederland en over de gehele wereld nog vele afstammelingen van deze familie van vissers en veehouders van Oost en Oosterend

32928.  Heijnrick Jansz Boen[16464][17160] Ook genaamd Boon
  geb. wonende De Waal (Texel) (NH) circa 1483 Ook 1504 wordt als circa datum genoemd
  Wonende te De Waal (Texel), De familienaam Boon is na de namen Bakker en Smit een der meest voorkomende namen op Texel, en tevens één van de oudste. De naam is mogelijk afgeleid van de oude voornaam Boon, men denke aan de uitdrukking "Boontje komt om zijn loontje". In een register van de 10e penning komt al in 1545 Heijnrick Jansz Boen als belastingplichtige voor in de Waal, waar hij vrij veel land bezat (de e achter de o had de betekenis van een lange oo). Hij is waarschijnlijk de stamvader van alle Texelse families Boon. Wegens het ontbreken van doop- en trouwregisters vóór 1650 is het familieverband van de oudste generaties niet met zekerheid te reconstrueren. Oorspronkelijk waren alle Boonen gereformeerd, sommigen werden later doopsgezind en enkelen, die uit gemengde huwelijken waren geboren, werden Rooms-Katholiek gedoopt. (bron: Texelse Geslachten)

34312.  Gerrit Simonsz Flaming[17156] Gherryt Zijmonsz Flaming
  geb. circa 1521, 
  Wonende te Oosterend (Texel), Hoewel de naam Vlaming gedachten aan Vlaamse herkomst oproept, behoren de Vlaming's toch tot de alleroudste Texelse geslachten. Al in 1561, dus nog voor de reformatie, toen de familienamen nog uiterst zeldzaam waren, gebruikte "Gherryt Zijmonsz Flaming 200 saijlant" in de omgeving van Oosterend (Algemeen Rijksarchief Den Haag, no. 1452, Tiende Penning). De naam kwam later ook elders in Noord-HOlland voor, o.a. in de Streek, maar familieverwantschap is niet aannemelijk.
In 1621 en 1622 is sprake van Maerten Hendriksz Vlamingh en Gerrit Hendriksz Vlamingh, waarschijnlijk broers die, gezien het tijdsverschil van 60 jaar met 1561, vrijwel zeker als kleinzoons van de eerstgenoemde Gherryt Zijmonsz Flaming mogen worden aangemerkt (Stadsarchief Medemblik no. 990; R.A.H. 6865, 20-10-1622). Gerrit Hendriksz Vlaming was in 1635 één der regerende Burgemeesters op Texel. Uit het kerkboek van De Waal blijkt zijn geregormeerde religie (1657). Omstreeks 1660 moet hij op vrij hoge leeftijd zijn overleden. Zijn enige zoon Hendrik Gerritsz Vlaming (o.a. schepen van Oosterend) woonde op Zevenuizen en trouwde in 1658 met Martje Jacobs, van De Waal, maar kreeg geen kinderen. Deze Hendrik Gerritsz was in 1667 getuige vij de doop van Gerrit Symonsz Vlaming, de stamvader van het in deze kwartierstaat uitgewerkte geslacht op Texel.
Met Hendrik Gerritsz Vlaming zou de naam in deze tak zijn uitgestorven, als niet de beide kinderen van zijn zuster Neel Gerrits één van hun zoons volgens een in die dagen veel voorkomend gebruik naar hun grootvader Geriit Vlaming hadden genoemd. Neel Gerrits was getrouwd met Pieter Somonsz Smot, van Oost, die o.a. schepen van OOsterend is geweest. Hun zoon Simon Pietersz trouwde met Trijntje Willems Boon (van Spang) en noemde zijn zoons resp. Willem Somonsz Boon en Gerrit Simonsz Vlaming. Hun dochter Anna Pieters, getrouwd met Sijmon Cornelisz Rebel uit Den Hoorn kreeg een zoon die zij ook Gerrit Symonsz Vlaming noemde. Deze laatste was predikant in De Koog en had een zoon Simon (predikant te Valkoog, kinderloos) en een dochter Anna, gehuwd met Pieter Theunisz Bommel, wier zoon Gerrit de naam Vlaming Bommels voerde (de bewijzen voor deze eigenaardige naamsovergangen worden o.a. geleverd door akten van 22-11-1671 R.A.H. 4823 en 22-3-1861 (1681?) R.A.H. 4827).
De eerder genoemde Maerten Hendriks Vlaming is niet zeer oud geworden; in 1637 wordt gesproken van Maerten Vlaminghs weduwe. Onder zijn afstammelingen, woonachtig in De Waal en omgeving (Spijkerdorp, De Nes) waren zowel doopsgezinden als gereformeerden. Zijn zoons Cornelis (jong overleden) en Reijer Voerden soms de naam Kooijman, wat mogelijk op hun beroep sloeg. Behorend tot de meer gefortuneerden, bekleedden de Vlamingh's te De Waal dikwijls publieke functies. Maarten Reijersz Vlaming (geb. ca. 1640) was Burgemeester, zijn broer Cornelis Rijersz was Schepen. Later bekleedde ook Hendrik Gerritsz Vlaming, geb. 1711 het burgemeesterschap van De Waal. In de loop van de 18e eeuw is het aantal vertegenwoordigers van de Waalder tak van de familie Vlaming sterk afgenomen. Met Gerrit Dirksz Vlaming (1748-1830), een zoon van Dirk Gerritsz Vlaming die naar Nieuweschild was verhuisd, stierf deze tak in mannelijke lijn uit.
Een andere tak Vlaming dook in de 18e eeuw op in Den Burg. Dit waren afstammelingen van een zekere Pieter Hendriksz Vlaming die in 1685 werd geboren. Deze zou zeer goed een zoon kunnen zijn van Hendrik Reijersz Vlaming uit De Waal, en wel uit diens tweede huwelijk, met Dieuwer Pieters. De voornaam Pieter en de naam Dieuwertje van zijn oudste dochter vormen hiervoor krachtige argumenten, maar Pieter Hendriksz Vlaming is niet in De Waal gedoopt. Zijn nazaten beoefenden meestal ambachtelijke beroepen, zoals timmerman en metselaar. Tot deze tak behoorde Pieter Klaasz Vlaming (1760-1821), die in 1794 president-schepen was, en Willem Jansz Vlaming (1769-1820), een deurwaarder. Hun naam werd, ook door henzelf, vaak als Vlamen geschreven. De familie Vlaming uit Den Burg nam in de loop van de 19e eeuw in aantal af, maar telde in 1900 toch nog enkele vertegenwoordigers, dien inmiddels naar Oosterend waren verhuisd.
Verreweg de meeste Vlaming's stammen echter af van Gerrit Simonsz Vlaming en Jantje Pieters Mossel uit Oost, het stam-echtpaar van de in deze kwartierstaat genoemde Vlaming's. Van hun drie kleinkinderen Gerrit, Pietertje en Biem Simonsz Vlaming, had Gerrit de minste afstammelingen. Pietertje, gehuwd met Jacob Reijersz Boon, kreeg via haar dochter Grietje die met Sijbrand Pietersz Keijser trouwde, de overgrote meerderheid van de uitgebreide familie Keijser tot nageslacht. Biem Vlaming (1747-1825) met zijn tien getrouwde kinderen, mag zonder overdrijving de stamvader van gereformeerd Oosterend worden genomed. Uit de kwartierstaat blijkt ook een onderlinge verwantschap tussen de families Vlaming, Mossel, Boon en Biems.
De geschiedenis van het geslacht Vlaming loopt parallel met de geschiedenis van Oosterend. Veeteelt (schapen) en visserij waren vanouds de twee pijlers van het economische leven. In de 18e eeuw kreeg de oestervisserij grote betekenis, Texelse oesters golden in geheel Europa als een lekkernij. Gerrit Simonsz Vlaming en Jacob Reijersz Boon vonden hun bestaan als oesterschipper. Hun broer en zwager Biem, burgemeester van Oosterend, trad ook als voorman van de oestervissers op. Verscheidene leden van het geslacht Vlaming kwamen door de visserij tot welstand. In de 19e eeuw, vooral na de inpoldering van Eierland (1835), gingen de oesterbanken ten gronde. Om hun beroep voort te zetten trokken ondernemende Oosterenders, onder wie Pieter en Reijer Biemsz Vlaming en leden van de familie Salm, naar Yerseke. Anderen zochten hun bestaan in de lang niet ongevaarlijke visserij buitengaats.
Dit kon de door de grote gezinnen en verbeterde medische voorzieningen sterk groeiende bevolking van Oosterend en omgeving geen voldoende werkgelegenheid geven. In de loop der jaren, vooral na 1850, hebben tallozen daarom Texel moeten verlaten zoals ook uit deze kwartierstaat blijkt. Behalve op Texel leven thans verspreid door Nederland en over de gehele wereld nog vele afstammelingen van deze familie vissers en veehouders van Oost en Oosterend. (bron: Texelse Geslachten)

34320.  = 32928 Heijnrick Jansz Boen[16464][17160] Ook genaamd Boon
  relatie. 

35680.  Jacob Gijsbrechtsz Besemer[V][17840]
  geb. te Gherijls-Heyndricks-Ambacht in 1498, 
  Waersman, 
  ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Rijsoord in 1542 (1540?), Jacob Gijsbrechtsz Besemer was gegoed in de Sandelingenambacht Rijsoord en de Polders Oud en Nieuw Reyerwaard (Ridderkerk). Hij was Waersman van de polder Nieuw Reyerwaard in 1536 en 1537. Een perceel land in Oud Reyerwaard werd Jacob Gijsenland genoemd
  tr. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 21 jaar oud) te Ridderkerk circa 1530 
  met 

35681.  Heyltgen Willemsdochter Jonckindt[V][M][17840] ook genaamd Heyltgen Willem Adriaensdr. Jonckint
  geb. te Sandelingen-Ambacht circa 1509, 
  ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Ridderkerk in 1580 Uit verdeling nalatenschap blijkt dat ze voor 21 april 1580 moet zijn overleden, Notitie bij Heyltgen: 21 april 1580 Verdeling nalatenschap van Heyltge Willemsdr. weduwe van Jacob Besemer.
Samengevat eigendom: 30 mergen 30 roe onder Ridderkerk, 600 roe in IJsselmonde, 1,5 mergen in Hendrik Ido Ambacht gemeen met de erfgenamen van Aert Besemer, 8 rentebrieven tesamen 42 Rhijnsgulden

35682.  Willem Goessen Adriaensz Jongkint[17841] ook genaamd Willem Goosensz Jongkint
  geb. circa 1509, 
  ovl. (ongeveer 81 jaar oud) te Ridderkerk in 1590, 
  tr. 
  met 

35683.  Neeltje Cornelisdr van Driel[V][M][17841]
  geb. circa 1512. 

35684.  Pieter Willmesz Cranendonck[V][M][17842]
  geb. te Rotterdam in 1500, 
  Hoogheemraad, Schout en Bouwman Pieter Willemsz Cranendonck was boer aan de Hordijk te IJsselmonde. Hij wordt vermeld te Oost IJsselmonde in de jaren 1543 1557. Hij gebruikte vermoedelijk 2,5 morgen eigen land in Oost Barendrecht en verder gebruikte hij rond 1555 land in Oost en West IJsselmonde. Volgens een cohier van de 10e penning van Barendrecht uit 1542 had hij aldaar 2,5 morgen land. In 1543 verkocht hij land in Oost IJsselmonde waarbij een zekere Willem Gerritsz borg voor hem was. Rond 1555 gebruikte hij land te IJsselmonde in het Oost Ambacht en 68 morgen in West IJsselmonde. Het huis wat zijn weduwe bewoonde behoorde met 3 pond tot de 10 hoogst getaxeerde van het dorp. Referenties: Kronieken 1999, bldz. 54. Hoogheemraad en schout.
Bouwman aan de Hordijck, tr. (beiden hoogstens 30 jaar oud) (1) [87] voor 1530 met
20533. Nn [1590], geb. circa 1500, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) circa 1540.
Pieter Willem Gerritsz gebruikte volgens het kohier van de 10e penning van Barendrecht uit 1542
aldaar 2,5 morgen eigen land. In 1543 verkocht Pieter Willemsz land in Oost-IJsselmonde, waarbij
een zekere Willem Gerritsz borg voor hem was. Rond 1555 gebruikte Pieter Willemsz land te
IJsselmonde in het Oost Ambacht en 68 morgen in West-IJsselmonde. Het huis, datzijn weduwe
bewoonde behoorde met 3 pond tot de 10 hoogst getaxeerde van het dorp
  ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Rotterdam op 2 jun 1557. 

39424.  (?) Aert Woutersen van Schuylenburch[19712]
  geb. wonende te Wijk bij Duurstede
  Burgemeester, 
  ovl. in 1529, 
  relatie 
  met 

39425.  (?) Judith van Byler[19712]
  geb. wonende te Wijk bij Duurstede
  ovl. op 23 dec 1530. 

39472.  Andries Huijchensen[V][M][19736] Ook genaamd Andries Huijgensz
  geb. wonende te Leiden circa 1474 (?)
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) te Leiden Overlijdensdatum moet tussen 26 november 1533 en 9 februari 1536 liggen. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.171) voor 9 feb 1536, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 25 jaar oud) (1) te Leiden in 1510 
  met Katrijn Gerbrandsdr
  geb. circa 1485, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (hoogstens 27 jaar oud) te Leiden voor 1512. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 38 en ongeveer 33 jaar oud) (2) te Leiden circa 1512 
  met 

39473.  Geertruijd Cornelissen van Delft[V][M][19736]
  geb. wonende te Leiden circa 1479 (?)
  Wonendd te Leiden, 
  ovl. (minstens 57 jaar oud) te Leiden na 9 nov 1536, Betovergrootmoeder van Rembrandt van Rijn, via zoon Cornelis Meesz Dircks uit tweede huwelijk
  kerk.huw. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 47 jaar oud) (1) in 1505 
  met Mees Dirksen, zn. van Dirk Meesz en Kerstine N, 
  geb. circa 1458, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Leiden op 22 apr 1511. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

39474.  Willem Willemsz de Bont[V][M][19737]
  geb. te Gouda wonende te Leiden circa 1483 (?)
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (ongeveer 52 jaar oud) circa 1535, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 52 en ongeveer 30 jaar oud) (2) in 1535 (getuige: Dennis van Lunsen) 
  met Pieter Aartsz
  geb. circa 1505. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 40 en ongeveer 33 jaar oud) (1) te Leiden op 19 jul 1523 
  met 

39475.  Machteld Willemsdr[V][M][19737] Ook genaamd Machtelt Willemsdr
  geb. te Schiedam wonende te Leiden circa 1490 (?)
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (ongeveer 67 jaar oud) circa 1557, Machteld Willemsdr was een zuster van Willemtgen Willemsdr die in 1524 te Leiden trouwde met Jan Heijnricxzoon. Deze Willemtje en Jan waren de ouders van de bekende Clara Jansdr van Sparwoude. Zij was zeer vermogend en liet bij testament bepalen dat haar nalatenschap zou worden verkregen door alle nazaten van haar grootouders. Deze uitkeringen liepen door tot aan het begin van de twintigste eeuw. Het betrof toen zo'n 40.000 nazaten. Een ieder kreeg toen nog een bedrag van ongeveer twintig gulden. (bron: mededeling A.J. van der Pol februari 1999, Vossenlaan 2 5581 EC Waalre)
"Een suikernicht".
Gedurende ruim drie eeuwen profiteerden leden van vele families van hun aandeel in de nalatenschap van Clara van Sparwoude. Naarmate de eeuwen verstreken breidde niet alleen de kring van gegadigden zich gestaag uit maar wisten ook steeds minder gegadigden van hun verwantschap met de erflaatster en de reden van hun rechten in haar nalatenschap. Voor het overgrote deel van deze gerechtigden was het in het begin van deze eeuw nog slechts een familietraditie om zich schriftelijk tot het Ministerie van financiën te wenden met de mededeling dat men in het huwelijk wenste te treden en daardoor in de nalatenschap van Clara van Sparwoude gerechtigd was. Zij zeiden dan tegen de ambtenaar van het Ministerie dat zij "van de elfde stam" waren, hetgeen een verbastering was van de "Delftse stam" waarmee de afstammelingen van het geslacht de Bont bedoeld werden. De ambtenaar op het Ministerie ontving enkele van deze briefjes per dag, die hij veelal met een standaard briefje beantwoorde, zoals een uitreksel uit het geboorteregister van betrokkenen, zodat hij vast kon stellen of men inderdaad in Clara's nalatenschap gerechtigd was, waarna hij tot uitkering van het vastgestelde bedrag over ging. Het krijgen van een dergelijke uitkering uit dit fonds was verworden tot een soort van familietraditie. In de 19e eeuw meenden velen van de gerechtigden af te stammen van de rijke of zelfs adelijke dame, terwijl Clara in werkelijkheid kinderloos gestorven is.
Clara Jansdr van Sparwoude werd omstreeks 1530 in de stad Leiden geboren. Haar vader was Jan Heynricxz, die in Leiden een goed belegde boterham verdiende als goudsmid. Jan trad met zijn beroepskeuze in het voetspoor van zijn vader, want ook die was in Leiden bewerker van het edele metaal. Clara stamde van vaderszijde dus uit de "gegoede burgerij" van Leiden. Haar moeder was Willemtgen Willemsdr (zuster van de hier genoemde Machtelt Willemsdr). Zij was de tweede echtgenote van Jan Heynricxz. Van deze Willemtgen is bekend dat zij stamde uit een oud Leids bierbrouwersgeslacht, waaraan Leiden tot vandaag de dag toe tastbare herinneringen bewaard. Haar moeders voorgeslacht kan dus eveneens gerekend worden tot de "gegoede burgerij" van Leiden. Clara tooide zich, voor zover bekend, voor het eerst in 1598 met de familienaam "van Sparwoude". Deze toevoeging aan haar naam, een familienaam, heeft ze ontleend aan haar grootmoeder (van vaderszijde) naar wie ze bij haar doop genoemd werd. Van deze grootmoeder, Claertgen Heijnrick Jansz, goudsmidsweduwe, is bekend dat ze afstamde van de Hollandse landadel. Dit geslacht heeft onder Haarlem, in Spaarnewoude bezittingen, mogelijk een kasteel, gehad. Al komt er in Clara's verre voorgeslacht dus wel (land)adel voor en al stamde Clara direkt uit de welgestelde burgerij van Leiden, het verklaart nog niet hoe zij zo'n grote nalatenschap kon hebben dat daar zovelen, eeuwenlang, van profiteerden.
Wat wel duidelijk is, is dat zij door haar huwelijk met de vijftien jaar oudere weduwnaar Mr. Arent Vranckensz van der Meer, Raad en secretaris der stad Delft en Hoogheemraad over Delfland, in zeer goede doen kwam. Hun huwelijk bleef echter kinderloos, terwijl Clara haar man, die in 1596 overleed, bijna twintig jaar overleefde. Haar vermogen moet in die jaren enorm toegenomen zijn, al is nooit helemaal opgehelderd hoe dat tot stand gekomen is. Uit Clara's testament blijkt uiteindelijk hoe groot haar bezit bij haar dood geweest is en, niet van minder belang, welke bestemming zij daaraan wenste te geven. De belangrijkste bepalingen uit dit testament van 28 januari 1598, gerechtelijk verzegeld en geregistreerd op 12 juni 1598 en de notariële codicillen van 31 maart 1602 en 12 augustus 1610, volgen kort hieronder. Het volledige testament is alleen te begrijpen als men haar familieralaties grondig heeft bestudeerd, want het wemelt van de namen van allerhande verre neven en nichten.
In dit testament vermaakt Clara zeven jaarlegaten aan enkele van haar naaste familieleden, in totaal 1.808, gulden per jaar. Verder schenkt zij aan het fraterhuis jaarlijks 300, met als doel voor dit geld steeds twee theologen op te laten leiden. Het oude mannen en vrouwenhuis "St, Christoffel" wordt bedacht met 36 gulden per jaar voor het houden van de jaarlijkse "Blijde maaltijd". Deze jaarlijkse uitkering werd al spoedig na haar dood door de fondsbeheerders verhoogd tot 50 gulden. Verder waren er dan nog wat kleinere legaten. Het overgrote deel van de rente van haar vermogen werd bestemd voor een zogenaamd "huwelijksfonds". Dit was bestemd:
"tot uythylikinghe van vroome ende eerlicke jongmans en jonge dochteren van mijn geslacht, die het van doen souden hebben, sonder aanschouw te nemen off dye uit wettelicken huwelicken gesproten zijn dan nyet.","met een dote van f.100, f.150, f.200, en soo tot f.300, toe".
Van dergelijke "dotes" kon je in die tijd een huisje respectievelijk flink huis aanschaffen! Clara's vermogen werd in een fonds ondergebracht, waarvan het beheer opgedragen werd aan de Weesmeesters van Delft, die daarin werden bijgestaan door een rentmeester. Toen in 1852 de wees en momboirskamers werden opgeheven, nam het Ministerie van financiën het beheer van het fonds over. Direkt na de Franse tijd, in 1813, was men gedwongen, de uitkering te verlagen tot 25 gulden. Dit niet alleen omdat het aantal gegadigden toegenomen was, maar ook omdat Napoleon, om zijn oorlogen te bekostigen, een forse greep in de kassen van fondsen als deze had gedaan. Wel werd daarbij bepaald, dat elke erfgenaam, zonder aanziens des persoons in aanmerking kwam voor een legaat. De grootte van het legaat was nu niet meer afhankelijk van de mate van welstand van de gegadigde.
Clara's vader had, voor zover bekend, uit zijn eerste huwelijk twee dochters. Uit zijn tweede huwelijk werd Clara geboren, maar verder kreeg hij tussen zijn beide huwelijken nog een "natuurlijke" dochter die Maritgen heette en waarvan de moeder onbekend is. De bepaling dat ook kinderen uit onwettige huwelijken voor een legaat in aanmerking kwamen, heeft Clara mogelijk opgenomen, omdat ze het nageslacht van deze Maritgen, een halfzuster van Clara, niet wilde vergeten. Clara zag in haar testament het begrip familie ruim. De zuster van haar moeder, de hier genoemde Machtelt Willemsdr, en dus een tante van Clara, is tweemaal getrouwd geweest. De eerste keer met Willem Willemsz de Bont en later nog met Pieter Aertsz, wiens nageslacht zich Verhoucks zou gaan noemen. Alle kleinkinderen uit de beide huwelijken van deze tante Machtelt deelden in het huwelijksfonds. Tienduizenden inwoners van de Gelderse vallei heeft dit geen windeieren gelegd, want vele gerechtigden uit deze regio stammen af van Claes Pietersz de Bont (zie nr.10054). Dit was een achterkleinzoon van de hier genoemde Machtelt Willemsdr. Zijn vader was koperslager in Delft, maar stierf jong. Claes vestigde zich als mandenmakersgezel in Rhenen. Daar trouwde hij in 1601 met Marritgen Claesdr. Claes maakte in Rhenen een behoorlijke carriere want enkele jaren later is hij een man van enig gewicht. Hij was lid van de vroedschap. Ook is hij weesmeester en ouderling van de gereformeerde gemeente. Voor dergelijke ambten moest men in die tijd een goede kruiwagen hebben en dat had Claes want zijn schoonvader was de burgemeester van Rhenen. Kennelijk was zijn keus niet op de eerste de beste gevallen en voor een leerling mandenmaker is het een bijzonder goede keuze geweest. Zijn geluk duurde maar kort want Claes zijn vrouw stierf jong. De vrouw waarmee hij hertrouwde kwam uit een eenvoudiger familie en de ster van Claes daalde mee. Een voordracht voor het burgemeesterschap van Rhenen werd door het doorluchtige "Oranjehuis" tot tweemaal toe terzijde gelegd. Van Claes veremen we daarna niets meer. Uit de drie dochters van Claes resteert in de weide omgeving van Rhenen nog wel een imposant nageslacht. Uit de nog steeds bestaande administratie van het fonds van Clara van Sparwoude blijkt dat een aanzienlijk deel van het vermogen door deze familietak geërfd werd. In het begin van de twintigerjaren van de twintigste eeuw was het fonds echter uitgeput. Het aantal gegadigden was zo toegenomen, en daarmee de grootte van de uitkeringen zodanig gedaald, dat het eigenlijk de moeite niet meer loonde om het in stand te houden. Bij Koninklijk Besluit van 14 november 1869 en 8 april 1895 was al bepaald dat de uitkering eenmaal per jaar, in december, zou plaats hebben. De beschikbare gelden werden in gelijke sommen verdeeld onder hen, die zich daartoe voor 15 november hadden aangemeld. Een enorme operatie omdat het toen inmiddels om dertig tot veertigduizend gerechtigde legetarissen ging. Er gingen dan ook steeds meer stemmen op om het fonds van Clara van Sparwoude samen met nog enkele tientallen van dergelijke fondsen, die alle in het beheer waren bij het Ministerie van financiën, maar af te schaffen. Vanzelfsprekend stuitte dergelijke "rechtsverkrachting", tot in de kamers der Staten Generaal toe, op verzet. Maar uiteindelijk zag een meerderheid de feiten onder ogen en zo kwam het dat het fonds van Clara van Sparwoude bij wet van 3 april 1922, gelijk met een aantal andere fondsen werd opgeheven. In het bijvoegsel van de Staatscourant van 21 december 1924 valt nog na te zien, hoe vele honderden hun laatste uitkering uit het fonds in ontvangst konden nemen. Deze uitkering bedroegen bedragen vanaf drie cent. Jannigje van Geenhuizen (zie nr.19) was in deze de laatste rechthebbende in onze familie. Afgezien van de eerder genoemde twee jaarlijkse uitkeringen, een van f.300, aan de voorzitter van de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit te Leiden ter verdeling onder twee studenten theologie en een van f.50, aan de regenten van het Oude Mannen en Vrouwenhuis in de Papensteeg te Delft voor "een blijde maaltijd" die gecontinueerd zouden worden, werd de rest van het kapitaal (toen nog f.528.600, nominaal en een erfpacht van f.8, 's jaars) in 1927 bestemd voor de verdeling onder de behoeftige erfgenamen. Er bleken toen nog 4.000 behoeftige liefhebbers te bestaan waarmee er een einde kwam aan de nalatenschap van deze suikernicht. Het archief van de Stichting werd in 1957 aan het gemeentearchief van Delft overgedragen.
Ter nagedachtenis van Clara van Sparwoude bevindt zich een epitaaf aan de eerste zuidpilaar van de Oude Kerk te Delft, waarop in ruitvorm haar wapen: in zwart een schuinrechts geplaatste vis van zilver, aan weerszijden vergezeld van een zespuntige ster, alsmede haar zinspreuk: "Van Herte Claer", terwijl in de consistoriekamer aldaar een geschilderd portret van haar hangt. Een identiek schilderij van haar (A.D. 1565) is aanwezig in het museum "Het Prinsenhof" te Delft.
De volledige afbeelding en tekst op het epitaaf in de "Oude Kerk" te Delft is:
"Van Herte claer".
Wapen van Sparwoude in ruitvorm met op zwart een zilveren vis schijnrechts geplaatst, vergezeld van twee gouden zespuntige sterren met de tekst:
"Alle vleesch is als gras, en alle heerlychet des menschë als een blomë des velts. I Petr. I Cap. vers 29".
"Hier leyt begraven Jouffrou Clara van Spaerwoude weduwe van Mr. Arent van der Meer in sijn leven Hoge heemraet van Delflant, raet ende secretaris deser stadt Delft, sterf den IIIIen Augustij anno XVIc vijfthien".
"Salich en heylich is hij, die deel heeft in de eerste opstadinge en desë en heeft de tweede doot geë macht. Apoc. XX vers VI".
"Wij sien nu door een spiegel in een duystere redë maer da sullen wij sien aensicht aen aensichte I Cor. Cap. XIII vers XII.".
"Van Spaerwoude"
"Op het graf van Clara van Sparwoude in dezelfde kerk is te lezen:
"Hier leggen begraven deze anborenende meer hunne nacomers, Jan Franck getr(ouwd) met Catrijn van Foreest, oudste zoon van Lambert van Tol en Alyd van Hodenpijl zijn wijf zedert genaamt Van der Meer nu mede Barendrecht".
"Arent Frankensz. schout deser stad, bailjeu en dijkgraeff van Delfland, die dit graf maken dede, starf ao. 1503 met Jacomyne Claesdr. ambagtsvr(ouw) in Pendrecht sijn wijff st(erft) 1509".
"Pieter Arensz. starf 1479 met Ledewije de Wilt van Bleiswijk Jacobsdr. sijn wijff".
"Jacob Arentsz. starf op de jacht 1482 wiens wijff was Rus van Alkemade".
"Lodewijk Arentsz. starf in den oorlog tot Overschie onder het gebied zijns vaders 1488 wiens wijve was Margaretha van Tettrode".
"Franck Pieter Arendsz schout en na burgemeester deser stad eerste bailjeu, dijkgr(aaf) en hoogheemraad van Delfland starf 1554 met Clara van Berendrecht sijn wijf 1558".
"Joost Franckensz. starf 1585; zijn wijff was Magteld van der Dussen Cornelisdr. starf 1560".
"Mr. Arend Frank ensz. licentiaet in de regten, hoogheemraad van Delfland en secretaris deser stad, die het vernieuwde dede starf 1596. Zijn wijf was Clara van Sparwoude Jansdr".
"Willem Franckensz secretaris des Konings in den Hove van Holland starff 1594 zijn wijff was Anna Sandeling Arentsdr. starf 1568".
In dezelfde kerk stond op koperen kronen te lezen:
"Mathh. 5 vs. 15, 16. Men steekt geen kaersse aen, ende set die onder een korenmate, maer op een kandelaer, ende sij schijnt allen, die in den Huijse zijn. Laet uw licht alsoo schijnen voor de menschen. Ter gedachtenisse van Vrouwe Clara van Spaerwoude, door bevel van Weesmeesteren deser stad als executeurs van desselfs uyterste wille herstelt en verbetert ao. 1679". De koperen kronen zijn helaas verkocht
  tr. (resp. ongeveer 45 en ongeveer 30 jaar oud) (2) circa 1535 
  met Pieter Aertsz
  geb. circa 1505 (?)
  Zeilmaker. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

Generatie XVII

71360.  Ghijsbrecht Heyndricksz (Heynriksz) Besemer[V][M][35680]
  geb. te Hendrik-Ido-Ambacht vermoedelijk 1467 (1472)
  Landbouwer, 
  ovl. (85 jaar oud) te Gherijls-Heyndricks-Ambacht (1552 Hendrik Ido Ambacht?) in 1552. 

71362.  Willem Adriaen Willemsz Jonckindt[V][35681]
  geb. te Ouderkerk a.d. IJssel circa 1478, 
  tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 21 jaar oud) circa 1505 
  met 

71363.  Geertje Huygensdr Besemer[V][M][35681]
  geb. te Ouderkerk a.d. IJssel circa 1484 andere bronnen spreken over ca 1490
  ovl. (hoogstens 102 jaar oud) te Ouderkerk a.d. IJssel voor 2 jun 1586. 

71366.  Cornelis Pieters van Driel[V][M][35683]
  geb. te Ijsselmonde in 1485, 
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Ijsselmonde in 1555, 
  tr. 
  met 

71367.  Soetje Jansdr van Ghiessen[V][M][35683]
  geb. te Ijsselmonde in 1500, 
  ovl. (ongeveer 61 jaar oud) te Ijsselmonde in 1561. 

71368.  Willem Gerritsz Cranendonck[V][M][35684]
  geb. te Ijsselmonde circa 1470, 
  ovl. (ongeveer 73 jaar oud) vermoedelijk te Ijsselmonde op 25 jun 1543, Willem Gerritsz Cranendonck is waarschijnlijk de stamvader van de Cranendoncks in IJsselmonde. In de rekeningen van de Nieuw Reijerwaard uit 1521, 1522 en 1524 wordt hij aangeslagen voor pacht aan de dijk aan de noordzijde van de polder. Dit is de Hordijk tussen Nieuw Reijerwaard en Oost IJsselmonde. Volgens: "De geslachten Cranendonck in Holland" zijn de vader en kinderen van Willem Gerritsz niet zeker maar wel aannemelijk
  tr. 
  met 

71369.  Beatrijs N.N.[35684]
  geb. circa 1475, 
  ovl. (ongeveer 87 jaar oud) in 1562. 

78944.  Huge Jansz[39472]
  geb. wonende te Leiden. circa 1442, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 22 jaar oud) in 1470 
  met 

78945.  N.N. Andriesdr[39472]
  geb. wonende te Leiden circa 1448, 

78946.  Cornelis Jansz van Delft[39473]
  geb. circa 1440, 
  Drapenier, 
  ovl. (minstens 61 jaar oud) na 10 nov 1501 Overleden tussen 10 november 1501 en 9 augustus 1505, Op 9 augustus 1505 werd als naast maag (voogd) van zijn kinderen genoemd Mr. Dirck Claesz van Delft, priester
  kerk.huw. (resp. ongeveer 35 en ongeveer 21 jaar oud) in 1475 
  met 

78947.  Alijt Ghijsbrecht Jan Witgenszndr.[V][M][39473] Ook genaamd Alijtgen en Aleida
  geb. circa 1454 (?)
  ovl. (minstens 81 jaar oud) na 1 nov 1535 Overleden tussen 1 november 1535 en 9 februari 1536

78948.  Willem Willemsz de Bont[39474]
  geb. te Schiedam in 1450, 
  ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Leiden in 1490, Het is opvallend dat zijn zoon Willem getrouwd was met een meisje met dezelfde naam als zijn moeder. Een vergissing?
  kerk.huw. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 25 jaar oud) in 1482 
  met 

78949.  Machteld Willemsdr[39474]
  geb. circa 1457, 
  ovl. (hoogstens 79 jaar oud) voor 20 apr 1536. 

78950.  Willem Florijszn van Thorenvliet Van Scheijdam[V][M][39475]
  geb. te Schiedam circa 1453 (?)
  Tresorier en Getijdenmester der stad Schiedam, 
  ovl. (minstens 51 jaar oud) te Schiedam na 27 jun 1504, 
  tr. (resp. ongeveer 37 en ongeveer 30 jaar oud) te Schiedam circa 1490 
  met 

78951.  Pietertje Adriaansdr[39475] Ook genaamd Pietertgen Adriaensdr
  geb. circa 1460 (?)
  ovl. (ongeveer 64 jaar oud) te Leiden circa 1524, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 45 en ongeveer 30 jaar oud) (2) in 1505 
  met Willem Willemsz
  geb. circa 1475, 
  brouwer te Leiden, 
  Wonende te Leiden. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

Generatie XVIII

142720.  Heynrick Jansz Besemer[V][71360]
  geb. te Hendrik-Ido-Ambacht vermoedelijk 1440 (1435?)
  Bouwman Heynrick Jansz Besemer was
naast bouwman wellicht landpoorter van Dordrecht en Hoogheemraad
  ovl. (80 jaar oud) te Hendrik-Ido-Ambacht in 1520, 
  tr. 
  met 

142721.  Margriet N.N.[71360]
  geb. circa 1446. 

142724.  Adriaen Willemsz Jonckindt[V][71362]
  geb. voor 1460. 

142726.  Huych Hendricksz Besemer[V][M][71363]
  geb. te Hendrik-Ido-Ambacht circa 1470, 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) circa 1528, Het voorgeslacht van Huych Hendricksz Besemer wordt verschillend aangegeven en wel:
1. zoon van Hendrik Pieter Voppensz (Besemer), zoon van Ave Besemer, dochter van Jan Ockersz Besemer.
2. zoon van Heynrick Jansz Besemer, zoon van Jan Jansz Besemer, zoon van Jan Ockersz Besemer
  tr. 
  met 

142727.  Hillegont Ockersdr Besemer[71363]
  geb. circa 1464 (?), Vermoedelijk/mogelijk dochter van Ocker Jansz (Ocker) Besemer, geboren in 1442 in Hendrik-Ido-Ambacht. Zoon van Jan Jansz Besemer geboren in 1405 in Dordrecht, zoon van Jan Ockersz Besemer

142732.  Pieter Dircksz[71366]
  geb. circa 1455, 
  ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Ijsselmonde in 1533, 
  tr. 
  met 

142733.  N.N. Cornelisdr van Driel[V][71366]
  geb. te Ijsselmonde circa 1460. 

142734.  Jan Arijens[71367]
  geb. in 1460, 
  tr. 
  met 

142735.  Ariaantje Lodewijks van (Der) Ghiessen[V][M][71367]
  geb. in 1475. 

142736.  Gerrit Roelofs Cranendonck[V][M][71368]
  geb. circa 1435, 
  Landbouwer en Heemraad Heemraad in 1497, landeigenaar in Oud-Reijerwaard, vermeld 1484/1515. "Gherit Roelofsz ende
Beatris syn wyf" vestigen een memorie in de kerk van Ridderkerk, vermeld 1545 en 1550/68. Gerrit
was in 1460 een van de "ghemeenen bueren" van Ridderkerk, die 1/3 deel van de benodigde gelden
voor deaanbesteding van een nieuwe kerk inlegden. Hij was dus al zeer jong een kapitaalkrachtig
man, hoewel zijn vader nog in leven was. De verklaring ligt waarschijnlijk in een erfenis van
moederszijde. Dit kan door verschillende afkomst van zijn landerijen aannemelijk worden gemaakt
  ovl. (ongeveer 79 jaar oud) te De Reijerwaard circa 1514, 
  begr. te Ridderkerk (in de kerk), Gerrit Roelofs Cranendonck was landeigenaar in de polder Oud Reijerwaard (vermeld 1484 1515) en in 1497 Heemraad van Oud en Nieuw Reijerwaard. "Gherit Roelofsz ende Beatris syn wyf" vestigen een memorie in de kerk van Ridderkerk (vermeld 1545 en 1550 1568). In 1460 was hij een van de "ghemeenen bueren" van Ridderkerk, die een derde deel van de benodigde gelden voor de aanbesteding van een nieuwe kerk inlegden. Hij was dus al zeer jong welgesteld hoewel zijn vader nog in leven was. De verklaring ligt waarschijnlijk in een erfenis van moeders zijde. Dit kan door verschillende afkomst van zijn landerijen aannemelijk gemaakt worden
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 21 jaar oud) circa 1460 
  met 

142737.  Beatrijs N.N.[71368]
  geb. circa 1439 (?)
  ovl. (minstens 75 jaar oud) te Ridderkerk na 1514. 

157894.  Gijsbrecht Jan Witgensz[V][M][78947]
  geb. wonende te Leiden circa 1423, 
  Drapenier, Heilige Geestmeester te Leiden, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (minstens 70 jaar oud) te Leiden na 5 okt 1493 Hij overleed te Leiden tussen 5-10-1493 en 16-3-1496
  kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 29 jaar oud) in 1450 
  met 

157895.  Katrijn Gerritsdr[V][M][78947]
  geb. wonende te Leiden circa 1421 (?)
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (minstens 84 jaar oud) na 9 aug 1505. 

157900.  Floris Hendriksz de Backer[V][M][78950] Ook genaamd Florijs Hendriksz en Florys Heynricsz
  geb. wonende te Schiedam circa 1410 (?)
  Wonende te Schiedam, 
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Schiedam circa 1480, Florijs Hendriksz was lid van de Vroedschap van Schiedam. Hij behoorde tot de 21 mannen die in het Schiedamse Handvest van 8 augustus 1463 door Graaf Philips van Bourgondië (Philips de Goede) werden aangewezen tot de Magistraatbestelling (=bestuur). (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.171)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 40 en ongeveer 24 jaar oud) in 1450 
  met 

157901.  Geertruyt Jacobsdr Muijs[V][M][78950] Ook genaamd Geertruijd Jacobsd Muijs van Holy
  geb. wonende te Schiedam circa 1426 (?)
  Drapenierster in 1490, 
  Wonende te Schiedam, 
  ovl. (minstens 75 jaar oud) te Schiedam na 1501, Geertruijd Jacobsdr Muijs Stichtte in 1501 te Schiedam een Vicarie op het altaar van St. Quirinus en St. Ursula in de St. Janskerk te Schiedam. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.171)

Generatie XIX

285440.  Jan Jansz Besemer[V][142720]
  geb. te Dordrecht in 1405, 
  ovl. te Hendrik-Ido-Ambacht, Jan Jansz Besemer is de stamvader van de Besemers van Dordrecht, Hendrik Ido Ambacht, Oud Alblas, Rozenburg, Delft, Zwijndrecht, Giesen en Papendrecht. Zijn zuster Ave Jans is de stammoeder van de Besemers van Ouderkerk en Capelle aan de IJssel, 't Gooi, Schiedam, Bergambacht, Rhijnland, Vught en Helmond

285448.  Willem Jonckindt[142724]
  geb. circa 1426. 

285452.  Hendrick Pieters Voppensz Besemer[V][M][142726]
  geb. circa 1431 (?)
  ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1497, 
  tr. 
  met 

285453.  Neelken N.N.[142726]
  geb. circa 1444. 

285466.  Cornelis Dirksz van Driel[V][142733] ook genaamd Neel van Driel
  geb. te Ijsselmonde circa 1420 (geadopt.), 
  Heemraad (1454-1465) Cornelis Dirksz van Driel was heemraad van het Westambacht van IJsselmonde met de ambachten Dirk Smeetsland en Mr. Arend van der Woudensland (1454-1465). Hij zegelde met een dubbele adelaar.
Bron: 'Drie verwante geslachten Van Driel (Zuid-Hollandse eilanden, ca.1350-1650)', ISBN 90-73240-15-8, geschreven door Ir. C. Sigmond en K.J. Slijkerman
  ovl. (minstens 66 jaar oud) te West-IJsselmonde tussen 1486 en 1493, In de zestiende eeuw ging de familienaam Van Driel in vrouwelijke lijn over op een tweetal onder patroniem levende boerengeslachten te IJsselmonde en Barendrecht. Leden van deze twee families wisten aansluiting te vinden bij het stadspatriciaat van Rotterdam en Dordrecht, terwijl andere leden behoorden tot de gegoede ingezetenen van de dorpen IJsselmonde, Barendrecht en Poortugaal, alsmede in de Hoekse Waard, met name in de dorpen Strijen, Cromstrijen, Klaaswaal, De Group en Mijnsheerenland



285470.  Lodewijck Aertz van der Ghiessen[V][142735]
  geb. circa 1430, 
  Lodewijck Aertsz van der Ghiessen ontving op 16 maart 1487 het recht op het vissen en het vangen van vogels in het Ambacht Oost Barendrecht
  ovl. (ongeveer 72 jaar oud) te Oost-Barendrecht op 1 nov 1502, 
  tr. 
  met 

285471.  Soetje Willemsdr Wijt[142735]
  geb. circa 1430. 

285472.  Roelof Jans Cranendonck[V][142736]
  geb. te Ridderkerk circa 1410, 
  Heemraad, Schout en Waarsman Roelof Jans Cranendock was:
Landpoorter van Dordrecht (1445 1450).
Heemraad van polder Reijerwaard (1454).
Schout van Ridderkerk (1459 1460)
Waarsman (= Pennningmeester) van Oud Reijerwaard (1460).
Schout en Heemraad van polder Oud Reijerwaard (1467 1470).
Het was in zijn functie van Schout of Heemraad, dat Roelof zich samen met de Waarsman Mr. Dames in 1467 namens het gemene land ging presenteren aan het hof te Den Haag bij Karel de Stoute, de nieuwe Hertog van Bourgondië. Roelof was dus een vooraanstaande inwoner van de Reijerwaard. Hij bezat er vele landerijen. Eén ervan, "Roel Cranendoncx blok", in het nieuwe land van Ridderkerk behield zijn naam tot aan de 17e eeuw
  ovl. (72 jaar oud) te Ridderkerk vermoedelijk 1482, 
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 20 jaar oud) circa 1435 
  met 

285473.  N.N. Loijnck van der Giessen[142736]
  geb. circa 1415, 
  ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Ridderkerk in 1483. 

315788.  Jan Gijsbrecht Witgensz[V][M][157894]
  geb. circa 1391 (?)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 23 jaar oud) in 1420 
  met 

315789.  Alijt Gerritsdr[V][M][157894]
  geb. circa 1397 (?)

315790.  Gerit Vink[V][157895] Ook genaamd Geryt Vinc
  geb. circa 1384 (?)
  ovl. (minstens 63 jaar oud) tussen 13 mei 1447 en 8 feb 1452 , 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 20 jaar oud) in 1415 
  met 

315791.  Baertraet N.N.[157895] Baarte N
  geb. circa 1395 (?)
  ovl. (minstens 60 jaar oud) tussen 15 sep 1455 en 17 jul 1480 . 

315800.  Hendrik Daniëls[V][157900] Ook genaamd Heynric (Heyn) Danelsz
  geb. te Vlaardingen wonende te Delft circa 1380 (?)
  Schepen van Delft en gegoed te Overschie, 
  Wonende te Delft, 
  ovl. (ongeveer 41 jaar oud) te Delft (oude kerk) in 1421, 
  kerk.huw. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 21 jaar oud) in 1400 
  met 

315801.  N. N.[157900]
  geb. circa 1379 (?)
  ovl. (ongeveer 68 jaar oud) te Delft in 1447. 

315802.  Jacob Muijs Heer van Holy[V][157901]
  geb. circa 1394, Hij werd vermeld toen hij in 1418 een buijs aan de Hoekse vloot verhuurde.
Voormalige heerlijkheid en ridderhofstad Holy. De geschiedenis van de wijk Holy is nauw verbonden met de geschiedenis van de voormalige heerlijkheid en ridderhofstad Holy. De ridderhofstad, gelegen aan de Holyweg in de Holiërhoekse en Zouteveense polder onder Vlaardinger-Ambacht, was het centrum van de heerlijkheid en bestond uit een toren, een herenhuis en een boerderij. De oorsprong van de naam Holy is afgeleid van 'Hoylede', wat een samentrekking is van 'Hoge Lede', een hoger gelegen plaats aan een lede of watering. Hiermee werd waarschijnlijk de prehistorische kreek 'de oude Vlairdingh' bedoeld, die ten oosten van de heerlijkheid lag. Onder 'heerlijkheid' verstaan we overigens het gebied van een heer, aan het bezit waarvan een titel en een aantal rechten en bevoegdheden waren verbonden
  tr. (resp. hoogstens 24 en hoogstens 18 jaar oud) voor 1418, In 1418 verhuurden Jacob Muijs en Alijt Willem Pietersdr een huis aan de Hoekse Vloot. (bron:Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.171) 
  met 

315803.  Alijt Willem Pietersdr[V][157901]
  geb. circa 1400 (?)

Generatie XX

570880.  Jan Ockersz Besemer[V][570905][285440]
  geb. te Dordrecht in 1365, 
  Leenman Jan Ockersz Besemer was Leenman van de hofstad Arkel te Giessen. Leenregister Giessen, 13 morgen land in Giessen. 25 Oktober 1421: Jan Bezemer Ockersz bij overdracht door Matthijs van Buren, te komen op Hendrik, zijn jongere zoon. 18 juli 1423: Hendrik Bezemer bij dode van Jan, zijn vader
  ovl. (hoogstens 58 jaar oud) te Oud-Alblas voor 18 jul 1423. 

570904.  Pieter Voppensz[V][285452]
  geb. circa 1398 (?)
  tr. 
  met 

570905.  Ave Jans Besemer[V][285452] ook genaamd Ffeye en Awijn Besemer
  geb. te Oud-Alblas in 1400, 
  ovl. (ongeveer 76 jaar oud) te Ouderkerk a.d. IJssel in 1476, Ave (Ffeye) Jans Besemer en haar man Pieter Voppensz komen voor in het register van de Heilige Geest renten te Ouderkerk. Ze schonken een jaarlijkse rente van 20 stuivers waarvoor ieder jaar op zondag na Pinksteren een mis moest worden opgedragen.
Ave Jans Besemer is de stammoeder van de Besemers van Ouderkerk en Capelle aan de IJssel, 't Gooi, Schiedam, Bergambacht, Rijnland, Vught en Helmond

570932.  Dirk Jansz van Driel[V][M][285466]
  geb. circa 1385, 
  ovl. (minstens 43 jaar oud) na 1428, Dirck van Driel Jansz werd in 1423 door het gerecht van Dordrecht wegens doorbreken van een vrede voor één jaar verbannen

570940.  Aernt Lodewijcksz van der Ghiessen[V][M][285470]
  geb. circa 1398, 
  ovl. (hoogstens 72 jaar oud) voor 1470. 

570944.  Jan Roelofsz van Cranendonck[V][285472]
  geb. te Dordrecht circa 1380, 
  Landeigenaar, 
  ovl. (minstens 74 jaar oud) te Ridderkerk na 1454, Jan Roelofsz van Cranendonck was landeigenaar in Nieuw Reijerwaard (vermeld 1443 1453) en landpoorter van Dordrecht. Een landpoorter is iemand die buiten de stad gevestigd is maar tegen een jaarlijkse betaling dezelfde rechten geniet als een poorter. Vermoedelijk na de grote overstromingen, waaronder de "Sint Elisabethsvloed" (1421), vestigde "Jan Roeloffs die men heet Jan Cranendonck" zich in de nieuw bedijkte polder Nieuw Reijerwaard, gelegen "after Slickerveer", waar hij 5 1/2 morgen land bezat. Nog lang na zijn dood stond dit land bekend als "Jan Roelofsz. V 1/2 mergen". Zijn weduwe erfde de helft van deze grond. De andere helft werd verdeeld onder zijn zoons Willem en Roelof Cranendock. Verder was hij in 1411 beleend met 7 morgen land in Spijk onder Emmikhoven bij dode van zijn broer Willem van Gennep.
Uit de grote overeenkomst van de wapenvoering van vele Cranendoncks is aan te nemen dat ze uit dezelfde familie stammen, waarvan Jan Roelofsz de stamvader is. Niet alle verbindingen zijn echter bewezen. De ster in de wapenvoering verwijst naar een bastaardafstamming vermoedelijk van het geslacht van Horne Altena, dat ongeveer het zelfde wapen voerde

631576.  Gijsbrecht Witgensz[315788]
  geb. te Waddinxveen circa 1359 (?)
  tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 25 jaar oud) circa 1390 (?) 
  met 

631577.  Margriete N.N.[315788]
  geb. circa 1365 (?)

631578.  Gerrit Meijnaartsz[315789]
  geb. circa 1365 (?)
  relatie 
  met 

631579.  Geertruijd N.N.[315789]
  geb. circa 1371 (?), Mogelijk heette haar ouders Govaart en Griete. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.172)

631580.  Geryt Jacob Vink[V][M][315790] ook genaamd Gerrit Jacob Vinkenz
  geb. wonende te Keulen (Noordrijnland-Westfalen), te Heidelberg (Baden-Württenmberg) (Dld) en te Leiden (ZH) circa 1352 (?)
  Ovl. (Minstens 72 jaar oud) te Leiden na 20 jan 1424, Gerrit Jacob Vink werd ingeschreven als student te Keulen tussen 20 december 1395 en 24 maart 1396 en te Heidelberg tussen 20 december 1397 en 22 juli 1398. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.172)

631600.  Daniël Hugensz[315800]
  geb. wonende te Schiedam circa 1332 (?)
  Burgemeester te Schiedam, 

631604.  Muus Hugensz Muijs Heer van Holy[V][M][315802]
  geb. circa 1362 (?)

631606.  Pieter Willemsz[315803] ook genaamd Willem Pietersz
  geb. circa 1368 (?)

Generatie XXI

1141760.  Ocker Johannesz Besemer[V][570880]
  geb. te Esslingen [Duitsland] in 1330, 
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Dordrecht in 1400, Ocker Johannesz Besemer is waarschijnlijk de stamvader van alle Nederlandse Besemers. In Esslingen zijn uit oorkondes nog drie generaties te reconstrueren welke teruggaan tot circa 1200. De Besemers zouden welgestelde wijnbouwers zijn geweest met uitgebreide bezittingen op de hellingen van de Neckar. Rond 1355 zou Ocker naar Dordrecht zijn gekomen om er een wijnhuis te vestigen met aanvoer over de Neckar en de Rijn vanuit Esslingen. Men dronk in de Middeleeuwen liever lichte Duitse witte wijn, dan de zwaardere Franse wijnen. De wijnhandel was voor Dordrecht reeds op het eind van de 13e eew een "grand commerce" nog versterkt door het stapelrecht, dat Dordrecht in 1299 van Graaf Jan van Avesnes verkreeg voor alle goederen die over de Lek en de Merwede werden aangevoerd

1141808.  Vop Hoene[570904] ook genaamd Foppe Hoene
  geb. in 1365, 
  ovl. (ongeveer 44 jaar oud) op 12 jun 1409. 

1141810.  = 570880 Jan Ockersz Besemer[V][570905][285440]
  relatie. 

1141864.  Jan Jansz van Driel[V][M][570932]
  geb. circa 1355, 
  Haverkoper en Heemraad van Sandelingenambacht (1408), 
  ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1421, 
  relatie 
  met 

1141865.  Adriana Jans[570932]



1141880.  Lodewijck Aerntsz van der Ghiessen[V][M][570940]
  geb. circa 1375, 
  Leenman van de Hofstad Altena, 
  ovl. (minstens 39 jaar oud) na 15 jan 1414, Lodewijck Aerntsz van der Ghiessen werd op 7 mei 1403 beleend met 10 morgen land in Zuidwijk (Almkerk)
  tr. (resp. ongeveer 25 en minstens 20 jaar oud) in 1400 
  met 

1141881.  Yde Loukin Florisdr van Dalem[V][M][570940] ook genaamd Yde Loukin Florisdr van Arkel en Boudijn
  geb. voor 1380, 
  ovl. (minstens 34 jaar oud) na 15 jan 1414, Yde Loukin Floriszdr werd op 17 juni 1398 door Willem van Lynden "getocht" aan tienden van "Achthoeve" in Wieldrecht. Dit doet veronderstellen dat zij eerder met deze Willem van Lynden getrouwd was. Op 15 januari 1414 wordt zij vermeld toen zij land overdroeg aan haar neef Floris van Kijkfhoek
  tr. (2) 
  met Willem van Lijnden
  ovl. voor 1400. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

1141888.  Roelof van Emmichoven[V][M][570944] Ook genaamd Roelof Cranendonck van Emmichoven en Roelof van Cranendonck
  geb. te Maarheeze circa 1330, 
  Pastoor (1638-1388), 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Maarheeze in 1388, Roelof van Emmichoven is een bastaardzoon van Dirck van Cranendonck en een dochter van Roelof van Emmichoven. Roelof wordt tussen 1368 en 1388 vermeld als Pastoor van de kerk van Maarheeze onder Cranendonck. In 1386 was hij Raad van de Heer van Horne, Altena en Kurtersem. Als Raad zegelde hij met het familiewapen van het geslacht Van Cranendonck: drie jachthoorns uit het wapen van Horne, met in een vrijkwartier twee afgewende zalmen uit het wapen van Emmichoven. Roelof had drie bastaardzonen, waarschijnlijk bij drie verschillende vrouwen: Willem van Gennip, Emond van Emmichoven en Jan van Cranendonck.
Roelof CRANENDONCK Van EMMICHOVEN, geboren ca 1330, overleden ca 1388. Hij was pastoor van
Maarheze 1368-1388. De baronie Cranendonck ligt nabij Soerendonk en Budel ten zuiden van
Eindhoven. Een heerlijkheid die vanaf het begin van de 13e eeuw in de bronnen voorkomt als bezit
van een tak van het grafelijk geslacht HORNE. Partner NN, niet getrouwd ca 1370. Partner NN,
niet getrouwd ca 1380. Partner NN, niet getrouwd ca 1385. Genoemd 1368-1388 als pastoor van Maarheeze (onder Cranendonck), raad van de heer van Horne en Altena (1386).
De twee horens in het wapen komen van het wapen van het geslacht van Horne (heeft drie horens in
haar wapen), de twee vissen (zalmen) komen van het wapen van Emmikhoven, wat weer afgeleid is van
het wapen van Altena (zie www.ngw.nl). Het wapen is dan ook het alliantiewapen van Horne-Altena.
De heerlijkheid Altena viel sinds 1242 onder Horne en Kleef. Wapen van het geslacht Cranendonck uit IJsselmonde: twee of drie rode hoorns (2 en 1) op een veld van goud, soms vergezeld van een ster, met in een groen vrijkwartier twee vertikaal geplaatste zilveren zalmen met de koppen omhoog.
Volgens CBG: Familiewapen Cranendonck. Gevierendeeld: I en IV in goud een rood ankerkruis; II en
III in zilver drie rode jachthoorns.
De naam Cranendonck lijkt te wijzen op een herkomst uit Brabant, waar de voormalige baronie
Cranendonck is te vinden. Een heerlijkheid die vanaf het begin van de 13e eeuw in de bronnen
voorkomt als bezit van een tak van het grafelijk geslacht Hoorne. De baronie Cranendonck ligt
nabij Soerendonk en Budel ten zuiden van Eindhoven. Willem, heer van Horne, Altena en Gaasbeek,
was gehuwd met Oda van Putten en Strijen, dochter van Nicolaas van Putten en Aleid van Strijen.
Roelof´s nakomelingen maakte gebruik van een wapen met hoorns en zalmen, gelijk aan het
alliantiewapen van Horne-Altena.
Roelof is bekend als de vader van "Jan Roelofsz die men heet Jan Cranendoncxz". Wellicht was
Willem Roelofsz, schout van Ridderkerk, ook een zoon van deze Roelof.
Gezien zijn wapenvoering stamt waarschijnlijk zijn moeder uit het Altenase geslacht Van Emmichoven
(2 afgekeerde zalmen), wellicht was ze een kleindochter van Roelof van Emmichoven vermeld 1300.
Zijn vader zal een wapen met 3 hoorns gehad hebben, waarschijnlijk iemand uit het geslacht Horne
of Cranendonck. Gezien het standsverschil tussen het vasallengeslacht van Emminckhoven en het
adelijke geslacht Horne/Cranendonck is hij vermoedelijk een onwettige zoon geweest van één der
zonen van Willem II van Cranendonck en Elisabeth van Steyn. Er zijn echter ook andere hypothesen
mogelijk



1263160.  Jacob Rembrandt Vinkenz[V][631580] Ook genaamd Jacob Reymbrant Vinkenz
  geb. wonende te Leiden circa 1321 (?)
  Schepen van Leiden en Heilige Geestmeester, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (minstens 71 jaar oud) te Leiden tussen 20 jul 1392 en 27 jun 1393 , Jacob Rembrandt Vinkenz was Schepen van Leiden en tevens Heilige Geestmeester aldaar. Op 31 mei 1389 splitste hij de vicarie die door zijn grootvader Geije Gouburgenz was gesticht in twee vicariën. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.172)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 24 jaar oud) in 1350 
  met 

1263161.  Margriete (Griet) N.N.[631580]
  geb. wonende te Leiden circa 1326, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (minstens 84 jaar oud) na 1410. 

1263208.  Hugo Muijs van Hoeijliede Heer van Heeckelingen en Holy[V][M][631604] Ook genaamg Hughe
  geb. circa 1330 (?)
  ovl. (ongeveer 75 jaar oud) in 1405, Vemeld in 1394. Pachter van grafelijk land te Vlaardingen russen 1400 en 1406
  kerk.huw. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 24 jaar oud) in 1360 
  met 

1263209.  Geertruyd Hughe Gerritsdr[V][631604]
  geb. circa 1336 (?)
  ovl. (hoogstens 64 jaar oud) voor 1 okt 1400, Bezit 16-09-1394 de helft van 3 morgen land in Holierhoek (Vlaardingen)

Generatie XXII

2283520.  Johan Besemer[1141760]
  geb. wonende te Esslingen (Baden-Württemberg) (Dld) circa 1298. 

2283728.  Jan van Driel[1141864]
  geb. Jan van Driel was vermoedelijk woonachtig in de Zwijndrechtse Waard circa 1325, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) circa 1385, 
  tr. 
  met 

2283729.  Margriet Meeus Meeuszdr.[1141864]



2283760.  Aernout van Ghiessen[1141880]
  geb. circa 1350, 
  ovl. (minstens 53 jaar oud) na 7 mei 1403, 
  tr. 
  met 

2283761.  Ida Huge Folpertsdr[V][1141880]
  geb. te Ridderkerk circa 1350, 
  ovl. (hoogstens 53 jaar oud) voor 7 mei 1403. 

2283762.  Laurens Florisz van Dalem[V][M][1141881] ook genaamd Loukin Florisz
  geb. circa 1356, 
  Leenman van Vianen en Arkel (1382 1388) en Ouderling van Gorinchem (1390), 
  ovl. (hoogstens 51 jaar oud) voor 1407, 
  tr. (resp. hoogstens 25 en ongeveer 20 jaar oud) voor 1381 
  met 

2283763.  Christina Jan Die Blonde[V][1141881] ook genaamd Kerstine Jan Die Blondedr
  geb. voor 1361, 
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) voor 1414. 

2283776.  Dirck van Cranendonck[V][M][1141888] ook genaamd Diederick van Cranendock
  geb. te Cranendonck circa 1305, 
  Heer van Cranendock (1340-1342) en Heer van Eindhoven Dirck, Heer van Cranendock (1340-1342) en Eindhoven, wordt vermeld op 22 juli 1331 als Willem van Horne en vijf van zijn leenmannen, waaronder Dirck zelf en Emond van Emmichoven een verklaring afleggen. Dirck was mogelijk Pastoor van Bindervelt (Limburg). Om het geslacht voor uitsterven te behoeden huwde hij, met dispensatie, zijn nicht Aleid van Horne. Zij bleven echter kinderloos. Dirck had een bastaardzoon, Roelof, bij een dochter van Roelof van Emminchoven.
(Hij was weduwnaar van Aleid van Horne, geboren rond 1305 (?), dochter van Willem V van Horne.)
  ovl. (ongeveer 38 jaar oud) te Maarheeze op 20 jul 1343, Dirk van Cranendonck (ca. 1305 - voor 20 juli 1343) was de zoon van Willem II van Cranendonck en Elisabeth van Steyn.
Hoewel er onduidelijkheid hieromtrent bestaat wordt aangenomen dat hij het was die Willem II opvolgde als heer van Cranendonck en Eindhoven, omdat van zijn broer Willem bekend is dat die al als jonge man is gestorven.
Dirk zou eerst pastoor te Binderveld zijn geweest maar, om zijn geslacht voor uitsterven te behoeden, trouwde hij met Aleid van Horne, dochter van Willem V van Horne. Hier was dispensatie voor nodig wegens hun nauwe verwantschap. Het huwelijk bleef echter kinderloos. Wel zou hij een bastaardzoon hebben verwekt bij een dochter van Roelof van Emmichoven (ca. 1275 - na 1325), een ridder uit het Land van Altena waar de families Cranendonck en Horne grote belangen hadden. Ook voor deze bastaard geldt dat ook Willem de vader zou kunnen zijn maar dat de kans aanmerkelijk groter is dat Dirk de vader is.
De bestaardzoon van Dirk was Roelof van Emmichoven (ca. 1340 - ca. 1388), vanaf 1368 pastoor van Maarheeze. In 1386 noemde hij zich raadsheer van de heren van Horne, Altena en Kurtersum (Kortessem?). Roelof had tenminste drie zonen, vermoedelijk bij drie verschillende vrouwen. Zijn zoon Edmond was in 1455 commandeur van de Maltezer Orde. Zijn zoon Jan (ca. 1385 - na 1454) vestigde zich in Dordrecht. In een akte wordt hij "de Meijer" genoemd, wat suggereert dat hij in Dordrecht en het Land van Altena de belangen van zijn adellijke neven behartigde. Pastoor Roelof voerde een wapen dat een combinatie was van dat van Horne (drie hoorns) en van Altena (twee zalmen). Jan en zijn nakomelingen zijn dat wapen blijven gebruiken. Zij werden boer in de omgeving van Ridderkerk en Dordrecht, en de naam Cranendonck komt nog steeds in die streek voor.
Na het overlijden van Dirk gingen de heerlijkheden Cranendonck en Eindhoven over op de geslachten Van Sevenborn, Van Milberg, Van Schoonvorst, Van Horne en Van Egmont om vervolgens aan het huis van Oranje te komen.
Bron: Wikipedia
  geen kinderen, 
  tr. (2) 
  met Aleid van Horne, dr. van Willem V van Horne, 
  geb. circa 1305 (?). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  relatie (1), buitenechtelijke relatie 
  met 

2283777.  N.N. Roelofs van Emmichoven[V][1141888]
  geb. te Maarheeze circa 1310, 
  geen kinderen. 

2526320.  Rembrant Vinke Geijensz[V][M][1263160] Ook genaamd Reymbrant Geyenzn
  geb. wonende te Leiden circa 1289 (?)
  Schepen van Leiden en Heilige Geestmeester, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (minstens 72 jaar oud) te Leiden na 1361, Er is van Rembrant Vinke Geijensz een zegel bekend uit 1361. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.172 en de Nederlandse leeuw 1985)

2526416.  Muys van Hoeyliede[V][1263208] Ook genaamd Muijs van Hoeyliede
  geb. circa 1298 (?)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 24 jaar oud) in 1328 
  met 

2526417.  N.N. Hugendr van Heeckelingen[V][1263208]
  geb. circa 1304 (?)

2526418.  Huge Gerritsz[1263209]
  geb. circa 1304 (?)

Generatie XXIII

4567522.  Hugo Folperts[2283761]
  geb. te Ridderkerk circa 1315. 

4567524.  Floris Lourensz van Dalem[V][2283762]
  geb. voor 1336, 
  Ridder uit het "Huis van Arkel", Rentmeester van Heusden (1364 1368) en Heer van Brouwershaven, 
  ovl. (minstens 34 jaar oud) na 24 jul 1370, Florisz Lourensz van Dalem wordt samen met zijn broer vermeld in een charter van 24 juli 1370. Hij werd bijgenaamd "Van Kijfhoek" naar het "Ambacht van Kijfhoek" wat door zijn ouders werd bedijkt
  tr. 
  met 

4567525.  N.N. Hendrik Ydo Wittensdr[V][2283762]
  geb. voor 1336. 

4567526.  Jan Die Blonde[2283763]
  Knaap, Raadslid van Holland (1345-1348), Leenman van Putten (1331-1359) en Leenman van Arkel (1357-1366)
  ovl. na 1366. 

4567552.  Willem II van Cranendonck[V][M][2283776]
  geb. te Cranendonck circa 1275, 
  Heer van Cranendonck en Heer van Eindhoven, 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) te Cranendonck circa 1321 Tussen 1316 en 1321, Was in 1289 nog minderjarig. In 1311 en 1316 zegelde hij met drie niet-omgewende hoorns.
Willem II en Elisabeth hadden drie zoons: Willem, Arnoud en Dirck, die in aanmerking zouden kunnen
komen als vader van pastoor Roelof van Emmichoven. Dirck van Cranendonck is de beste kandidaat.
10.01.1314: Willem, heer van Cranendonck, draagt aan de graaf van Gelre zijn eigendommen de hoge
rechtspraak en het brouwambt van Swalmen over, die Seger Vosken van Swalmen van hem te leen hield
en aan de graaf heeft verkocht
  tr. 
  met 

4567553.  Elisabeth van Steyn[V][M][2283776]
  geb. te Stein circa 1280, 
  ovl. (minstens 43 jaar oud) na 1323. 

4567554.  Roelof van Emmichoven[V][2283777] Vermeld op 10 februari 1300. Op basis van het familiewapen, twee afgewende zalmen, vermoedt men dat het geslacht Van Emmichoven uit het geslacht Van Altena stamt
  geb. circa 1260, 
  Pastoor van de kerk van Marrijs, 
  ovl. (ongeveer 65 jaar oud) in 1325. 

5052640.  Geije(vere) Gouburgenz[V][M][2526320]
  geb. circa 1257 * Huisbezit: een huis en erf te Leiden aan de St.Pieterskerkgracht, door hem aan zijn vicarie geschonken (W.429 f.8 en tafel)
* Landbezit: land te Koudekerke aan de Rijn, in de Hoge Waard, door hem aan zijn vicarie geschonken (voor 27-01-1325; ke 1428 V. Mieris, beschr. III 885-06, ke. 325), 2 morgen, 4 gaard land te Zoeterwoude bij de Rijn, verm. 1326-30 (Ke. 493 f.87v)
* Stichting: samen met zijn vrouw Kerstine, St. Pietersvicarie in St. Pieterskerk (voor 27-01-1325; Ke. 1428, V. Mieris, beschr. III 884, ke 325). Bron voor bovenstaande: www.janvanhout.nl
  Wonende te Leiden. 
  woont huisbezit: Huis en erf te Leiden, St. Pieterskerkgracht
  ovl. (minstens 59 jaar oud) te Leiden na 9 nov 1316, 
  begr. te Leiden St. Pieterskerk, Sticht samen met zijn echtgenote voor 27 hjanuari 1325 een vicarie in de St. Pieterskerk te Leiden. (bron: kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluse Geslachten nr.237 blz.172)
Oom van Philips van Leyden
  kerk.huw. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 25 jaar oud) in 1288, Geije Gouburgenz en zijn vrouw Kerstine N. stichtten beide voor 27 januari 1325 een vicarie in de "Sint Pieterskerk" te Leiden. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.172) 
  met 

5052641.  Kerstine Pieternella Maeszdr.[M][2526320]
  geb. in 1263, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (hoogstens 68 jaar oud) te Leiden voor 1331, 
  begr. te Leiden St. Pieterskerk begraven en memorie (W.428,f.10v)

5052832.  Claes (Claas) (Clays) van Hoeyliede[V][2526416] (van Hoeylede)
  geb. circa 1266, 
  ovl. (minstens 59 jaar oud) na 1325, 06-01-1306: Clays Hoylieden Pietersz. van Gheilhoven werd door de heer van Putten beleend met de helft van 17 morgen land in het ambacht Rotte. Hij pachtte in 1316 voor 14 lb de bier- en botteltol te Rotterdam en voor 17 lb grafelijke domeinen te Cool.
15-02-1325: Florens den Visscher en Clayse Hoylede krijgen voor 21 lb land in Schoonderloo voor 15 jaar erfpacht. (Ons Voorgeslacht 1975, 216).
Claas van Hoeijlede pachtte in 1316 de bier- en botertol te Rotterdam en de grafelijke domijnen te Cool. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.173

5052834.  Hughe van Heeckelingen[2526417]
  geb. circa 1272, 
  ridder, leenman en ambachtsheer van Hekelingen, 
  ovl. (minstens 55 jaar oud) na 3 mei 1327, Hughe van Heeckelingen was ridder, leenman en ambachtsheer van Hekelingen. Op 3 april 1315 was hij eigenaar van een molen in Hekelingen. Op 3-5-1327 verbeurde hij een halve morgen land gelegen te Overschie. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.173)

Generatie XXIV

9135048.  Laurens Herbarensz van Heukelom[V][M][4567524]
  geb. voor 1306, 
  Leenman van Voorne, 
  ovl. (minstens 33 jaar oud) na 1339, Laurens Herbarensz van Heukelom werd vermeld in 1329 en 1339. Hij was gegoed te Roemde bij Acquoy en liet het Ambacht van Kijfhoek bedijken

9135050.  Hendrik Ydo Wittensz[V][4567525]
  geb. voor 1316. 

9135104.  Willem I van Cranendonck[V][M][4567552] Hij zegelde met het wapen van Horne
  geb. te Maarheeze in 1243, 
  Heer van Cranendonck (1270-1282/1289) Willem I van Cranendonck was van 1270 tot zijn dood Heer van Cranendonck en vanaf circa 1285 tot zijn dood Heer van Eindhoven
  ovl. (hoogstens 46 jaar oud) te Cranendonck voor 1289 (overleden tussen 14 november 1282 en 1289)
  tr. 
  met 

9135105.  Gravin Katharina van Kessel[V][M][4567552]
  geb. in 1245, 
  Gravin (van Kessel), 
  ovl. (minstens 61 jaar oud) na 1306. 



9135106.  Arnold III van Steyn[V][M][4567553]
  geb. te Stein circa 1266, 
  Ridder Arnold III van Steyn nam onder de graaf van Loon in 1288 deel aan de beroemde slag van Woeringen en werd daar tot ridder geslagen
  ovl. (ongeveer 63 jaar oud) circa 1329, 
  tr. (2), 2e huwelijk van Arnold III van Steyn 
  met N.N. van Valkenburg[V], dr. van (18270214) Dirk II van Valkenborch[V][M][9135107] (Erfheer van Valkenburg (1229 1237), Heer van Valkenburg (1237 1268)), 
  geb. te Hoogloon circa 1254. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (1) 
  met 

9135107.  N.N. van Valkenborch[V][M][4567553] ook genaamd N.N. van Valkenburg
  geb. in 1255, In genealogische en historische bronnen worden ook wel Elisabeth van Valkenborch en in ander gevallen Maria van Valkenborch als partner van Arnold III van Steijn vermeld. Elisabeth en Maria waren zusters en dochters van Dirk II van Valkenborch en Berta van Limburg Monschau (dochter van Walram V (IV) van Limburg Monschau en Elisabeth Bar) of diens tweede vrouw Adelheid van Loon (Looz)(dochter van Arnold IV van Loon (Looz) en Johanna van Chiny). Maria wordt het meest frequent vermeld en lijkt ook de meest waarschijnlijke kandidate. Zij zou in 1254 in Hoogeloon geboren zijn. Elisabeth lijkt het minst waarschijnlijk omdat zij met Engelbert I van der Mark gehuwd zou zijn. Zekerheid omtrent Maria ontbreekt echter. Wel staat vast dat Arnold III van Steijn gehuwd was met een dochter van Dirk II van Valkenborch

9135108.  Stans van Emmichoven[4567554]
  geb. circa 1230. 

10105280.  Heijn Philips[5052640]
  geb. circa 1225, GA Leiden, archieven van de kerken, nr. 894, 896; * komt voor in de ontginning Boschhuijsen periode 1326-30 met 2 morgen, 4 gaard land? (ke.493.f.87v)
  kerk.huw. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 24 jaar oud) in 1255 
  met 

10105281.  Gouburg NN.[5052640]
  geb. circa 1231, Zie: Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en omstreken = Leids Jaarboekje dl. 57 (1965), p. 87, 88, dl. 64 (1972), p. 32, 40, 55, P.H.D. Leupen, Filips van Leiden. Een onderzoek naar ontstaan, vorm en inhoud van zijn traktaat 'De cura reipublicae et sorte principantis', Amsterdam 1975.; H.M. Brokken, Het ontstaan van de Hoekse en Kabeljauwse twisten Zutphen 1982, p. 270; Cas, LI 21 (zie voor deze bronnen: NL dec. 1985 no. 12. blz. 458)

10105283.  Pieternella Maesdr[5052641]
  geb. circa 1237, 
  Wonende te Leiden, 
  ovl. (hoogstens 94 jaar oud) voor 2 mrt 1331, Pieternelle Maesdr werd te Leiden vermeld op 11 maart 1312. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.173)

10105664.  Pieter van Gheiloven[V][5052832], Vermoedelijk was hij een broer (of zwager) van Didderic van Hoghelede haren Niclais sone, die ca. 1281 28 morgen land in Vlaardingerambacht hield als leenman van graaf Floris V

Generatie XXV

18270096.  Herbaren van Heukelom[V][M][9135048] ook genaamd Herbaren van Arkel
  geb. circa 1265, 
  Heer van Acqoy, 
  ovl. (ongeveer 68 jaar oud) circa 1333, Herbaren van Heukelom wordt vermeld op 12 november 1318 en 30 april 1331. Hij ontving goederen rond Acqoy bij Asperen en was stamvader van de Heren van Acqoy. Werd wordt hij vermeld als "knape" en werd hij dus tot ridder opgeleid. Hij trouwde met Agnes van Mirlaer
  tr. (resp. hoogstens 41 en hoogstens 26 jaar oud) voor 1306 
  met 

18270097.  (?) Agnes van Mirlaer[9135048] ook genaamd Agnes van Meerloo
  geb. circa 1280, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) circa 1340. 

18270100.  Witten Hendrik Ydozn[9135050]
  geb. voor 1296, 
  ovl. (minstens 35 jaar oud) na 1331. 

18270208.  Engelbertus IV van Horne[V][M][9135104]
  geb. circa 1195, 
  ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1264, Begin dertiende eeuw bezat de edelman Dirk van Altena goederen in de omgeving van Maarheeze. Ook
het gebied Hugten behoorde daartoe. In 1223 droeg Dirk van Altena zijn bezitsrechten over Hugten
over aan de Munsterabdij in Roermond. Na zijn kinderloze dood in 1242 erfde Dirks neefje
Engelbert van Horne (Engelbertus van Horne IV) de goederen. Vermoedelijk was het Engelbert die tussen Maarheeze en Soerendonk een kasteel liet bouwen. Het kasteel werd CranendonckÆ genoemd, naar de natuurlijke omstandigheden ter plaatse (kraanÆÆ van kraanvogel en donk van heuvel). Het klooster van Aken vond Engelbert, als Heer van Cranendonck, bereid voogd te zijn over haar kerkelijke goederen in
Budel. Vanuit deze positie wist Engelbert steeds meer rechten in Budel te verwerven, zoals het
aanstellen van schout en schepenen. Hiermee werd de basis gelegd voor de toevoeging van Budel aan
Cranendonck, twee eeuwen later in 1421. Vanaf dat moment bestond de hoge heerlijkheid (later
Baronie) Cranendonck uit de dorpen Maarheeze, Soerendonk en Gastel en Budel. De zoon van
Engelbert van Horne, Willem, is de eerste die zich Heer van CranenduncÆ noemt.
Engelbert zegelde in 1245 en 1257 met het wapen van Horne: drie omgewende rode hoorns in goud.
Na de dood van zijn oom Dirk II van Altena erfde Engelbert zijn bezittingen in de omgeving van Maarheeze. Engelbert liet daar het Kasteel Cranendonck bouwen tussen Maarheeze en Soerendonk. Hij verwierf de voogdij over de kerkelijke goederen te Budel van de abdij te Aken en wist deze rechten uit te breiden.
Hij was de stamvader van een zijtak van het geslacht Van Horne die Heer zou worden van Cranendonck en Eindhoven. Het wapen van Eindhoven toont dat van deze zijtak, namelijk drie witte hoorns op een rood veld. Engelberts zoon Willem I van Cranendonck was de eerste die zich Heer van Cranendunc noemde. Het geslacht werd daarom voortaan Van Cranendonck genoemd. Bron: Wikipedia
  tr. (2) 
  met Agnes van Wickerode
  geb. circa 1195. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (1), Hij was later gehuwd met Agnes van Wickerode, geboren rond 1195 (?) 
  met 

18270209.  Ermegard van Mierlo[V][M][9135104]
  geb. in 1210. 

18270210.  Willem van Kessel[V][M][9135105] Kessel is een oud Maasdorp dat ontstaan is rond een wachttoren uit de 10e eeuw. De oudste geschriften over Kessel stammen uit het eind van de elfde eeuw. De graven van Kessel, wonende in
het vroegere kasteel De Keverberg (nu een ruïne), zijn ook de stichters van de Duitse stad Grevenbroich bij Düsseldorf (omstreeks 1300). Gedwongen door geldgebrek verkocht de laatste graaf van Kessel, Hendrik V, in 1279 Kessel (alles op de linkeroever van de Maas en het kasteel) aan Reinoud I, graaf van Gelder. Het kwam dus bij het Overkwartier van Gelder en later bij Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het door Pruisische troepen bezet, en zo bleef het als deel van Pruisisch
Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814). Het geslacht van de graven van Kessel begint met graaf Bruno in 1081. bron: http://www.xs4all.nl/~ator0372/html/data/data0011.htm#I1081
  geb. circa 1210, 
  Graaf van Kessel (1236-1260), 
  ovl. (ongeveer 50 jaar oud) op 14 sep 1260, 
  tr. 
  met 

18270211.  N.N. van Limburg[V][M][9135105]
  geb. circa 1213, Volgens verschillende kwartierstaten een dochter van Walram IV van Limburg en Erseminde (Ermesinde) van Namen (van Luxemburg). Hadden twee dochters, Margaretha en Katharina. Meest waarschijnlijk is Katharina gezien het feit dat de dochter van Willem van Kessel en N.N. van Limburg Katharina heette

18270212.  Arnold II van Steyn[V][M][9135106] ook genaamd Arnold II van Stein, Stein, Stijn
  geb. circa 1215, 
  In 1273 wordt Arnold van Stein genoemd als een van de raadsheren van Walram van Valkenburg. Dit
kan ook Arnold III zijn geweest
  tr, Relatie met Arnold II van Steyn niet 100% bewezen 
  met 

18270213.  Margaretha van Grimbergen[V][M][9135106]
  geb. circa 1220, 
  vrouwe van Boorsheim (1263). 

18270214.  Dirk II van Valkenborch[V][M][9135107] (van Valkenburg)
  geb. in 1221 andere bronnen spreken van ca 1200 geboren te Houthem (Li)
  Erfheer van Valkenburg (1229 1237), Heer van Valkenburg (1237 1268) en Heer van Monschau (1266 1268)
  ovl. (ongeveer 47 jaar oud) te Keulen [Duitsland] op 15 okt 1268 gesneuveld, Dirk II van Valkenborch was Heer van Valkenburg hoewel zijn moeder in de periode tussen 1226 en 1236 als Vrouwe van Valkenbrurg optrad.
Dirk II was arbiter tussen Hendrik van Gelder, de gekozen bisschop van Luik, en Hertog Hendrik II van Brabant. Hij steunde de Keulse bevolking tegen Aartsbisschop Koenraad van Hochstaden. Familie van Aartsbisschop Koenraad had in 1257 Herman de Rode uit het geslacht Kleingedank gevangen genomen. Het geslacht Kleingedank zoch hierop vergelding bij de aartsbisschop. Deze ontvluchtte Keulen maar viel vervolgens met zijn leger de stad aan. Dirk II leidde de Keulse burgerij tegen de aartsbisschop. Bij Frechen troffen de twee legers elkaar en met zware verliezen moest de aartsbisschop zich terugtrekken.
Op 9 oktober 1261 werd Dirks broer Engelbert tot aartsbisschop van Keulen gekozen. De verhoudingen tussen de Aartsbisschop en de Keulse bevolking zouden onder Aartsbisschop Engelbert net zo vijandig zijn als onder zijn voorganger. Dirk II koos nu partij voor zijn broer. Na Engelberts nederlaag bij de "Slag bij Zülpich" werd Engelbert door Willem van Gullik drie jaar gevangen gehouden in het Kasteel van Nideggen. Dirk II viel in 1268 met hulp van Walram IV van Limburg, de heer van Heinsberg en Diederik VII van Kleef, Keulen aan. De stad werd belegerd maar wist alle bestormingen af te slaan. Toen Dirk II met een groep ridders via een onder de stadsmuur gegraven tunnel de stad probeerde binnen te dringen werd hij opgemerkt en in de erop volgende gevechten gedood. Bron: Wikipedia.
Dirk II was aanvankelijk verloofd met Margaretha van Gelre (ca.1210 ca.1250) maar die trouwde uiteindelijk met Willem IV van Gullik. Dirk II trouwde met Bertha van Limburg Monschau. Uit dit huwelijk werd een zoon, Walram "De Rosse" van Valkenburg geboren. De overige kinderen van Dirk II lijken afkomstig uit zijn tweede huwelijk met Adelheid van Loon
  tr. (1) 
  met Bertha van Limburg-Monschau, dr. van Walram V (IV) van Limburg-Monschau en Elisabeth van Bar, 
  geb. circa 1225, 
  Erfdochter van Monschau, 
  ovl. (ongeveer 29 jaar oud) op 20 apr 1254. Uit dit huwelijk 2 kinderen, 
  een dochter, 
  tr. (2) 
  met 

18270215.  Aleida van Loon[V][M][9135107] ook genaamd Aleidis van Loon
  geb. in 1230, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) in 1290. 

20211328.  Heer Niclaesz Nn (van Hoghelede)[V][10105664]
  geb. circa 1202, 
  Heer van Hoilede, Niclaesz (van Hoghelede) was leenman van Graaf Floris V en leenman in het Vlaardingerambacht van Graaf Willem II (rooms koning 1247-1256). Mogelijk was hij ridder in het gevolg van deze koning. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.173)
Hij moet een broer geweest zijn van heer Reiner, wiens zoon Didderic van Hoilede (vermeld 1269-1283) 60 morgen land hield in Vlaardingerambacht en die gehuwd was met Margriet, dr van Vranc Stoop

Generatie XXVI

36540192.  Otto I van Heukelom[V][M][18270096]
  geb. in 1225, 
  Ridder, Heer van Heukelom (1269-1272) Heer van Asperen (1269 1272) en Heer van Hagenstein, 
  ovl. (ongeveer 60 jaar oud) in 1285, Otto I van Heukelom wordt vermeld in de periode 1254 1283
  tr. (resp. ongeveer 40 en ongeveer 20 jaar oud) in 1265 
  met 

36540193.  N.N. van Heusden[V][18270096] Ook genaamd N.N. van Asperen
  geb. in 1245, 
  ovl. (ongeveer 75 jaar oud) in 1320. 

36540416.  Willem I van Horne[V][M][18270208] Heer van Horne en Heer van Helmond
  geb. circa 1170, 
  Heer van Horne van 1219 tot 1240. Was heer van van Altena (na de dood van Dirk III van Altena)
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) circa 1240, 
  tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 15 jaar oud) circa 1190 
  met 

36540417.  Margaretha van Altena[V][M][18270208]
  geb. circa 1175, 
  ovl. (ongeveer 70 jaar oud) circa 1245, Margaretha van Altena wordt vermeld van 1203 tot 1242 en is ook gehuwd geweest met Otto II van Wickevoorde

36540418.  Hendrik I van Mierlo[18270209]
  geb. circa 1195, 
  Heer van Mierlo (circa 1220-voor 1256) Hendrik I van Mierlo of Hendrik I van Rode was een van de eerste heren van Mierlo. Volgens een document uit 1256 volgde hij volgde omstreeks 1220 zijn vader Roelof Rover van Rode op als Heer van Mierlo. Zijn familie was eerder in bezit van het Graafschap Rode, wat een groot deel van Zuidoost-Brabant besloeg. In 1256 was Hendriks zoon Gooswijn Moedel van Mierlo al aan de macht. Hendrik is dus voor 1256 gestorven. Bron: Wikipedia
  ovl. (hoogstens 61 jaar oud) voor 1256, 
  tr. 
  met 

36540419.  Heilwig N.N.[18270209] ook genaamd Heilwig van Mierlo
  geb. circa 1205. 

36540420.  Hendrik IV van Kessel[V][M][18270210]
  geb. in 1160, 
  Graaf van Kessel (1189-1219), 
  ovl. (ongeveer 59 jaar oud) in 1219, 
  tr. 
  met 

36540421.  Uthelhildis (ook wel Udahildis) van Hengebach[V][M][18270210] en ook wel Othelenda van Heimback
  geb. circa 1185, 
  ovl. (ongeveer 37 jaar oud) circa 1222, Heimbach is de stad waar de burcht Hengebach (van de graven van Hengebach en later van de graven van Jülich) zich bevindt

36540422.  Walram IV (ook wel Walram III) van Limburg[V][M][18270211]
  geb. in 1180, 
  Hertog van Limburg (1221-1226), Graaf-gemaal van Luxemburg (1214-1226), 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) op 2 jul 1226, Waleran III or Walram III (1180 - 2 July 1226) was initially lord of Montjoie, then count of Luxembourg from 1214. He became count of Arlon and duke of Limburg on his father's death in 1221. He was the son of Henry III of Limburg and Sophia of Saarbrucken.
As a younger son, he did not expect to inherit. He carried on an adventurous youth and took part in the Third Crusade in 1192. In 1208, the imperial candidate Philip of Swabia died and Walern, his erstwhile supporter, turned to his opponent, Otto of Brunswick. In 1212, he accompanied his first cousin Henry I, Duke of Brabant, to Liège, then in a war with Guelders. Waleran's first wife, Cunigunda, a daughter of Frederick I, Duke of Lorraine, died in 1214 and in May he married Ermesinda of Luxembourg*, and became count there. Ermesinda claimed Namur and so Waleran added a crown to his coat of arms to symbolise this claim.
In 1221, he inherited Limburg and added a second tail to the rampant lion on his arms. This symbolised his holding of two great fiefs. In 1223, he again tried to take Namur from the Margrave Philip II. He failed and signed a peace treaty on 13 February in Dinant. He then took part in various imperial diets and accompanied the Emperor Frederick II into Italy. Returning from there, he died in Rolduc.
Waleran III or Walram III (1180 - 2 July 1226) was initially lord of Montjoie, then count of Luxembourg from 1214. He became count of Arlon and duke of Limburg on his father's death in 1221. He was the son of Henry III of Limburg and Sophia of Saarbrucken.
Hij was eerder getrouwd met Cunegonde (-1214), dochter van Ferry I van Lotharingen (Hertog van Lotharingen) en Ludmilla van Polen
  tr. (1) 
  met Cunegonde van Lotharingen
  ovl. in 1214. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 34 en 27 jaar oud) (2) in mei 1214 
  met 

36540423.  Erseminde van Luxemburg[18270211] ook genaamd Eremesinde van Luxemburg en Erseminde van Namen
  geb. in jul 1186, 
  Gravin van Luxemburg (1197-1247) en Markgravin van Aarlen, 
  ovl. (60 jaar oud) op 17 feb 1247 (december?)

36540424.  Arnold I van Steyn[V][M][18270212]
  geb. circa 1180, 
  Heer van Steyn, 
  ovl. (hoogstens 61 jaar oud) voor 1241, Treedt in 1236 op als voogd van de onmondige zoon van Oda van Grimbergen
  tr. 
  met 

36540425.  N.N. van Bloemensteyn[18270212] (van Bosinchem)
  geb. circa 1185, 
  ovl. (minstens 46 jaar oud) na 1231. 

36540426.  Arnold Bertout van Grimbergen[V][M][18270213]
  geb. in 1167, 
  Heer van Grimbergen, 
  ovl. (ongeveer 45 jaar oud) circa 1212, 
  tr, Sophia van Altena was weduwe van Leunis van Brussel) 
  met 

36540427.  Sophia van Altena[V][M][18270213]
  geb. circa 1183, 
  ovl. (ongeveer 64 jaar oud) in 1247, 
  tr. (2) 
  met Leunis van Brussel
  geb. in 1183. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

36540428.  Dirk I van Valkenborch[V][M][18270214] ook genaamd Dirk I van Valkenburg en Heinsberg en Diederik (Dirk) II (III) van Kleef
  geb. in 1192 (rond 1170?)
  Heer van Valkenburg (1212 <1228) en Heer van Heinsberg (1212 <1228), 
  ovl. (ongeveer 36 jaar oud) te Heinsberg [Duitsland] op 4 nov 1228, Dirk I van Valkenborch was een zoon van Arnold III van Kleef en wordt daarom ook als Diederik (Dirk) II (III) van Kleef vermeld. Op 28 juli 1227 nam hij aan de kant van Otto van Lippe, bisschop van Utrecht, deel aan de "Slag bij Ane" enraakte daarbij hij gewond
  tr. (2) 
  met Isolda van Limburg[V][M], dr. van (73080844) Hendrik III "de Oude" van Limburg[V][M][36540422] (Hertog van Limburg (1167-1221), Graaf van Arlon) en (73080845) Sophia van Saarbrücken[V][M][36540422]
  ovl. in 1221, 
  begr. te Heinsberg [Duitsland] (in het klooster). Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 31 jaar oud) (1) in 1221 
  met 

36540429.  Beatrix van Erenfels van Kirburg[V][M][18270214] ook genaamd Beatrix van Kyrberg Dhaun
  geb. circa 1190 (rond 1170?)
  Vrouwe van Valkenburg (1226 1236), 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) circa 1236. 

36540430.  Arnold IV (III) van Loon[V][M][18270215]
  geb. in 1206, 
  ovl. (ongeveer 66 jaar oud) op 24 nov 1272, 
  tr. 
  met 

36540431.  Johanna van Chiny[V][M][18270215]
  geb. circa 1210, 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) in 1268. 

40422656.  Didderic Hoilede[20211328]
  geb. circa 1175, Didderic van Hoilede is niet geheel zeker. Hij leefde in de eerste helft van de dertiende eeuw. (bron: Kwartierstatenboek deel 3, uitgave Veluwse Geslachten nr.237 blz.173)

Generatie XXVII

73080384.  Herbaren II van der Lede[V][M][36540192]
  geb. te Langerak in 1200, 
  Heer van der Lede (1212 1234) en Heer van Arkel (1234 1258), 
  ovl. (ongeveer 58 jaar oud) in 1258, Herbaren II van der Lede was heer van Ter Leede en vanaf 1234 heer van Arkel (Arcelo) en het omringende land. Hij was een zoon van Floris Herbaren van der Lede, die de heerlijkheid Lede nabij het hedendaagse Leerdam bezat. Herbaren ging zich tussen 1243 en 1253 heer van Arkel noemen en liet zijn domein Ter Leede na aan zijn jongere broer Jan. Hiermee werd Herbaren de stamvader van het huis Arkel.
In 1227 werd Herbaren geridderd. Verder nam hij met de Utrechtse bisschop Otto van Lippe deel aan de "Slag bij Ane" welke dramatisch verliep maar waarbij Herbaren wist te ontkomen. In 1230 kreeg hij het leengoed Heukelom toegewezen en werd hij ook genoemd als Heer van Liesveld en Nieuwpoort. In 1251 was hij betrokken bij ontginningswerk in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard om het land van Arkel uit te breiden.
Herbaren huwde met Aleid of Alveradis (zuster) van Heusden of Mabelia van Cuyk (hij is mogelijk meerdere keren getrouwd geweest) en kreeg vijf kinderen. Genealogisch wordt over het algemeen Aleida van Heusden genoemd (Bron: Wikipedia)
  tr. 
  met 

73080385.  Aleida van Heusden[36540192]
  geb. circa 1200. 

73080386.  Jan VIII van Heusden[36540193]

73080832.  Engelbertus III van Horne[V][M][36540416]
  geb. circa 1145, 
  tr. 
  met 

73080833.  N. N. Willems[36540416]
  geb. circa 1144. 

73080834.  Boudewijn I van Altena[V][M][36540417][36540427]
  geb. circa 1160, 
  Heer van Altena (1189-1200), Kruisridder (1189-1192), 
  ovl. (ongeveer 40 jaar oud) op 21 aug 1200, Boudewijn I van Altena had bezittingen in Brusthem (nabij Sint Truiden). Samen met zijn vader, Dirk II van Altena, nam hij onder Floris III van Holland deel aan de derde kruistocht (1189 1192). Voor zijn vertrek in 1189 schonk hij 1/3 van de tienden van Vreemdijke bij Terneuzen aan de Abdij van Affigem
  tr. (2) 
  met Agnes van Cranendonck
  geb. in 1140. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (1), Hij was later gehuwd met Agnes van Cranendonck, geboren rond 1140 (?) 
  met 

73080835.  Margaretha van Bornhem[V][M][36540417][36540427] ook genaamd Margaretha van Viggezele en Margaretha van Gent
  geb. circa 1139. 



73080840.  Hendrik III van Kessel[V][M][36540420]
  geb. circa 1140, 
  Graaf van Kessel (1166-1189), 
  ovl. (ongeveer 49 jaar oud) in 1189, 
  tr. 
  met 

73080841.  Alveradis van Saffenberg-Molbach[36540420]
  geb. circa 1137, 
  Tweede Abtissin van Nieder-Prüm (1210), 
  ovl. (minstens 73 jaar oud) na 1210. 

73080842.  Eberhard I van Hengebach[36540421] ook wel Eberhard van Heimbach
  geb. te Heimbach [Duitsland] circa 1155, 
  Heer van Hengebach (Hembach) (1170-1218), Voogd van Hoven (1193) Trad in 1218 in het klooster
  ovl. (minstens 63 jaar oud) na 1218, 
  tr. 
  met 

73080843.  Jutta van Jülich[36540421]
  geb. circa 1160, 
  ovl. (hoogstens 58 jaar oud) voor 1218. 

73080844.  Hendrik III "de Oude" van Limburg[V][M][36540422]
  geb. circa 1140, 
  Hertog van Limburg (1167-1221), Graaf van Arlon, 
  ovl. (ongeveer 81 jaar oud) te Kerkrade op 12 jun 1221 in de Abdij Rolduc, Histoire du Limbourg, tome troisième, 1839 Henry III (c. 1140 - 21 June 1221) was the duke of Limburg and count of Arlon from 1165 to his death. He was the son and successor of Henry II and Matilda of Saffenberg.
In 1172, he fought against the count of Luxembourg, Henry IV the Blind, and the his ally, the count of Hainaut, Baldwin V. The environs of Arlon were devastated and the duke, overcome, had to recompense the count of Luxembourg for the wrongs he had done him. In 1183, he supported the election of Fulmar as archbishop of Trier. This was opposed by the Emperor Frederick Barbarossa.
Henry had to fight his nephew, Henry I of Brabant in connection with the advocacy of the abbey of Sint-Truiden. The Brabantine duke claimed the advocacy as part of his mother's dowry. An arrangement put an end to the war in 1191 and the duke of Limburg became a vassal of the duke of Brabant. The two dukes collaborated in the internal affairs of the region (Belgium).
Henry later supported Otto of Brunswick over Philip of Swabia as German king and imperial claimant. He fought at the Battle of Bouvines in 1214. It was a disaster for Otto.
Henry III (c. 1140 - 21 June 1221) was the duke of Limburg and count of Arlon from 1165 to his death. He was the son and successor of Henry II and Matilda of Saffenberg
  tr. 
  met 

73080845.  Sophia van Saarbrücken[V][M][36540422]
  geb. circa 1152. 

73080848.  Herman van Elsloo[V][M][36540424] ook genaamd Herman van Steyn
  geb. circa 1145, 
  Kruisridder (1218-1220) De geschiedenis van het Kasteel Stein begint met Herman van Elsloo. In 1220 wordt hij in het oudste tot nu toe bekende document vermeld, als hij met toestemming van zijn leenheer Dirk van Heinsberg een derde van de Steinse tienden overdraagt aan de abdij Herckenrode bij Hasselt. Het stamhuis van de oudste heren van Stein is dus Elsloo. Herman is een jongere broer van Arnold van Elsloo, die zijn vader in de heerlijkheid Elsloo opvolgde. Herman heeft de heerlijkheid Stein als leengoed in beheer gekregen van de graaf van Loon en van de Heer van Valkenburg. In Stein heeft Herman ongetwijfeld een versterkt huis bezeten.
Als kruistochtridder nam hij in 1218 deel aan de verovering van het Egyptische Damiate. In 1220 was hij terug in zijn heerlijkheid. Na Hermans overlijden volgt zijn zoon Arnold hem op en hij noemt zich in 1230 als eerste "Heer van Stein"
  ovl. (hoogstens 85 jaar oud) voor 1230, 
  tr. 
  met 

73080849.  N.N. van Kriekenberg[36540424]
  geb. circa 1155. 

73080852.  Gerard II van Grimbergen[V][M][36540426]
  geb. circa 1135, 
  Heer van Grimbergen, Heer van Ninove, Johanniter Heer van half Grimbergen en Rumpst, Johanniter, door huwelijk heer van Ninove
  ovl. (ongeveer 53 jaar oud) circa 1188 /1189
  tr. 
  met 

73080853.  Mathilde van Ninove[V][M][36540426]
  geb. circa 1137, 
  Erfdochter van de Heerlijkheid Ninove Als Erfdochter van de heerlijkheid Ninove, vermeld 1137/75
  ovl. (ongeveer 38 jaar oud) in 1175. 

73080854.  = 73080834 Boudewijn I van Altena[V][M][36540417][36540427]
  tr. (2) 
  met Agnes van Cranendonck. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (1) 
  met 

73080855.  = 73080835 Margaretha van Bornhem[V][M][36540417][36540427] ook genaamd Margaretha van Viggezele en Margaretha van Gent



73080856.  Arnold III van Kleef[V][M][36540428] ook genaamd Arnoud III van Kleef
  geb. in 1155, 
  Heer van Valkenburg, 
  ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Kleve [Duitsland] in 1199, 
  tr. 
  met 

73080857.  Aleid Odo (Uda) van Heinsberg[V][M][36540428] ook genaamd Aleidis van Heinsberg
  geb. in 1155, 
  ovl. (hoogstens 72 jaar oud) voor 1227 (1217?)
  begr. te Heinsberg [Duitsland]. 

73080858.  Gerhard I van Kyrburg[V][M][36540429] ook genaamd Gerhard I van Dhaun Kyrburg
  geb. circa 1140, 
  Wildgraaf, 
  ovl. (minstens 58 jaar oud) na 1198, 
  tr. 
  met 

73080859.  Agnes van Wittelsbach[36540429]
  geb. circa 1141, 
  Paltsgravin, 
  ovl. (minstens 77 jaar oud) na 1218. 

73080860.  Gerard III van Loon[V][M][36540430]
  geb. in 1175, 
  ovl. (ongeveer 41 jaar oud) op 15 apr 1216, 
  tr. 
  met 

73080861.  Kundegonde van Simmerm[36540430]

73080862.  Lodewijk IV "de Jonge" van Chiny[V][M][36540431]
  geb. circa 1180, 
  Graaf van Chiny (1189-1226), 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) te Cahors [Frankrijk] in 1226 gesneuveld
  begr. te Villers-Devant-Orval [België] in de Abdij van Notre-Dame d'Orval, Lodewijk IV van Chiny was de zoon van Lodewijk III van Chiny en Sophia N. Hij volgde in 1189 zijn vader, die tijdens de kruistochten was overleden, op als graaf van Chiny en regeerde als minderjarige onder het regentschap van zijn moeder en zijn oom Diederik van Mellier. Meerderjarig geworden, nam hij deel aan de kruistocht der Albigenzen waarbij hij ook sneuvelde. Hij is begraven in de Abdij Notre Dame d'Orval (Bron: Wikipedia)
  tr. 
  met 

73080863.  Mathildis van Avesnes[V][M][36540431]
  geb. circa 1190, 
  ovl. (ongeveer 47 jaar oud) op 5 nov 1237, 
  tr. (resp. ongeveer 3 en ongeveer 33 jaar oud) (1) in 1193 
  met Nicolaas IV van Rumigny
  geb. in 1160, 
  Graaf, 
  ovl. (ongeveer 46 jaar oud) op 20 feb 1206. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

Generatie XXVIII

146160768.  Floris Herbaren van der Lede[V][M][73080384]
  geb. te Langerak circa 1170, 
  Heer van Lede (1200-1207), 
  ovl. (ongeveer 37 jaar oud) in 1207 vermoord, Floris Herbaren van Lede (latijn; Florentius de Leda) was heer van Lede van 1200 tot zijn dood. Hij was de zoon van Herbaren I van der Lede en een dochter van Willem van Altena. Floris wordt genoemd in een charter van een Gelderse kroniek uit 1204, dat hij samen met zijn jongere broer Folpert (Walpertus) de heerschappij krijgt van een klein kasteel te Asperen. Dit zelfde kasteel werd tijdens de Loonse oorlog vernietigd door Willem I van Holland. In 1207 ondertekende Floris een oorkonde tot overgave tezamen met Ada van Holland en Lodewijk II van Loon. In het zelfde jaar werd Floris door huurlingen van de Engelse koning en de graaf van Holland om het leven gebracht
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 20 jaar oud) circa 1195 
  met 

146160769.  Jacomijn van Schoonhoven[V][73080384]
  geb. in 1175. 

146161664.  Engelbertus II van Horne[V][73080832]
  geb. circa 1125, 
  Heer van Horne 1200 Engelbert van Hora (Horne) vermeerdert de bezittingen van Averbode te Neer.
De abdij brengt het vrouwenconvent van Averbode over naar Neer.
1229 maart 4 (1250 n.s.)
  ovl. (ongeveer 75 jaar oud) circa 1200, 
  tr. 
  met 

146161665.  N.N. Kessel[V][M][73080832]
  geb. circa 1125. 

146161668.  Dirk II van Altena[V][73080834]
  geb. circa 1140, 
  Heer van Altena (1169-1189), Kruisridder Onder leiding van Graaf Floris III van Holland ging Dirk II van Altena samen met zijn zoon Boudewijn op kruistocht (derde Kruistocht 1189 1192) en zou in Antiochië (de hoofdstad van de Turkse provincie Hatay op de grens met Syrië) aan de pest zijn overleden
  ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Antiochië [Turkije] in 1189, 
  tr. 
  met 

146161669.  Mathild[73080834]
  geb. circa 1140. 

146161670.  Steppo van Viggezele[V][M][73080835]
  geb. in 1105, 
  Ridder, Heer van Bornhem en Voogd van Temse, 
  ovl. (minstens 59 jaar oud) na 1164, Rond 1140 had Steppo van Viggezele een conflict met de Abdij van Affligem omdat hij meende erfelijke rechten te kunnen doen gelden op een schaapskooi te Pakinge. In 1164 schonk hij aan de Sint Pietersabdij te Gent land gelegen in "Transblide" (Beoostenblij) in "castellaria de Axla (Axel). Viggezele ligt in West Vlaanderen, noordoostelijk van Tielt
  tr. 
  met 

146161671.  Aleidis van Gent[V][M][73080835]
  geb. circa 1120, 
  Vrouwe van Gent, Erfvrouwe van de burggraafschap Gent, 
  ovl. (hoogstens 34 jaar oud) voor 1154, Aleidis wordt vermeld in 1139 als erfdochter van Burgraaf Zeger I van Gent.
(Zij was weduwe van Hugo I van Encre, Burggraaf van Gent, geboren rond 1110 (?)
  tr. (2) 
  met Hugo I van Encre
  geb. in 1110, 
  Burggraaf van Gent. Uit dit huwelijk geen kinderen. 

146161680.  Hendrik II van Kessel[V][146161665][73080840]
  geb. circa 1092, 
  Graaf van Krieckenbeck en Kessel (1224-1241), Graaf van Grevenbroich en Voogd van Sint Pantaleon, 
  ovl. (ongeveer 52 jaar oud) in 1144 Gesneuveld?
  tr. 
  met 

146161681.  Alverade (Alvarade) van Merheim[V][M][146161665][73080840] Ook genaamd Alvarade van Merum en Aleijdis van Merum, van Merheim
  geb. in 1094, 
  Erfdochter van de Waldgrafschaft Osning, Erfdochter van de Waldgrafschaft Osning

146161688.  Hendrik II van Limburg[V][M][73080844]
  geb. circa 1110, 
  Hertog van Limburg (ca. 1139-1167), Graaf van Arlon (Aarlen) Hendrik II van Limburg was een zoon van Walram II (ook wel III) "Paganus" van Limburg. Na de dood van zijn vader in 1139 verloor hij het conflict met Godfried II van Leuven om de functie van Hertog van Neder Lotharingen die zowel door Walram als door Godfrieds vader was bekleed. Hendrik erfde dus alleen het Graafschap Limburg maar noemde zich zelf wel Hertog. In 1147 erfde hij het Graafschap Arlon van zijn broer Walram. Hendrik vocht nog een oorlog uit met Hendrik I van Namen en nam deel aan de Italiaanse campagnes van Frederik I van Hohenstaufen. Hij overleed in Italië aan de gevolgen van de pest. Bron: Wikipedia
  ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Rome [Italië] op 1 aug 1167, 
  begr. te Kerkrade Abdij Rolduc
  tr. (minstens 35 jaar oud) (2) na 1145 
  met Laureta van Vlaanderen. Uit dit huwelijk geen kinderen, 
  tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 27 jaar oud) (1) in 1136 
  met 

146161689.  Mathilde van Saffenberg[V][M][73080844] ook genaamd Marthilde van Saffenberg en Maud van Saffenberg
  geb. circa 1109, 
  Erfdochter van het land van Rode Door het huwelijk van Hendrik II van Limburg met Mathilde van Saffenberg werd Kerkrade Limburgs
  ovl. (ongeveer 36 jaar oud) op 2 jan 1145, 
  begr. te Kerkrade te Abdij Rolduc

146161690.  Simon I van Saarbrücken[V][M][73080845]
  geb. in 1113, 
  ovl. (ongeveer 69 jaar oud) in 1182, 
  tr. 
  met 

146161691.  Mathilda van Sponheim[V][M][73080845] ook genaamd Mathildis van Spanheim
  geb. in 1117, 
  ovl. (ongeveer 63 jaar oud) in 1180. 

146161696.  Arnulfus van Elsloo[73080848] ook wel Arnoldus van Esloo
  geb. circa 1110, 
  Heer van Elsloo, De eerste heer van Esloo die wordt genoemd was Arnulf of Arnoldus van Elsloo. Vermeldenswaardig is dat van deze familie na een ruzie tussen twee gebroeders een van beiden uitwijkt naar het meer noordelijk gelegen Stein. Dat was dus Herman (zie 1777680) Hij laat zich daar tot heer van Stein benoemen. Het geslacht heren van Elsloo sterft rond 1285 uit
  tr. 
  met 

146161697.  Bezzulla[73080848]
  geb. circa 1120. 

146161704.  Gerard I van Grimbergen[V][M][73080852]
  geb. circa 1090, 
  Heer van Grimbergen, 
  ovl. (ongeveer 41 jaar oud) in 1131, 
  tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 20 jaar oud) in 1115 
  met 

146161705.  Oda van Aarschot[V][73080852] ook genaamd Ida van Aarschot (?)
  geb. circa 1095. 

146161706.  Gerard van Ninove[73080853]
  geb. circa 1105, 
  Heer van Ninove (Conatable van Ninove, 1130), 
  ovl. (hoogstens 62 jaar oud) voor 1167, 
  tr. 
  met 

146161707.  Gisèle van Pethegem[73080853] ook genaamd Gisela van Petegem
  geb. circa 1110, 
  Vermeld in 1137

146161712.  Diederik II van Kleef[V][M][73080856]
  geb. circa 1125, 
  Graaf van Kleef (-1172), 
  ovl. (ongeveer 47 jaar oud) op 27 apr 1172, Diederik II van Kleef was een aanhanger van de Hohenstaufen en kon zo zijn macht verder uitbouwen. Omdat er over Diederik II van Kleef weinig bekend is en Diederik I nooit graaf van Kleef is geweest beginnen sommige bronnen pas bij Diederik III te tellen. Doordat andere bronnen de oude telling aanhouden leidt dit snel tot misverstanden. Zo wordt Diederik II ook als Diederik IV vermeld
  tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 25 jaar oud) circa 1155 
  met 

146161713.  Adelheid van Sulzbach[V][M][73080856]
  geb. in 1130, 
  ovl. (ongeveer 59 jaar oud) op 19 feb 1189 (volgens andere bronnen op 10 september 1189)

146161714.  Godfried I van Heinsberg[V][M][73080857]
  geb. circa 1124, 
  ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1190, 
  tr. 
  met 

146161715.  Sophia van Horne[V][M][73080857]
  geb. circa 1130. 

146161716.  Konrad I van Kyrburg[V][73080858]
  geb. circa 1115, 
  tr. 
  met 

146161717.  Mathilde de Bar-Le-Duc[73080858]
  geb. circa 1117, 
  ovl. (ongeveer 90 jaar oud) in 1207. 

146161720.  Gerard II van Loon[V][M][73080860]
  geb. in 1140, 
  Graaf van Loon (1171-1194) en Kruisridder, 
  ovl. (ongeveer 54 jaar oud) te Akko [Israël] gesneuveld in 1194, Gerard II van Loon was de zesde graaf van het graafschap Loon. Zijn ambtsperiode liep van 1171 tot 1194.
In 1179 verwoestten troepen van de Prins Bisschop van Luik, Rudolf van Zähringen de grafelijke burcht. De graaf werd verplicht het graafschap Duras af te staan. Gerard verkoos te verhuizen naar het grafelijke slot te Kuringen, het Prinsenhof dat centraler in het gebied lag. Hij stichtte rond 1182 in Kuringen vlak bij zijn residentie, de abdij van Herkenrode. Het grondgebied, in de 13e eeuw ongeveer 3000 ha groot, was eigendom van de graaf. Hij schonk het aan een broeder met de voorwaarde er een klooster voor de Cisterciënzerinnen te stichten. Het was het eerste en werd het grootste vrouwenklooster van die orde in de Nederlanden. In Kolmont bij Tongeren liet de Gerard een tienhoekige toren met een diameter van 16 meter bouwen.
Gerard nam deel aan de derde kruistocht onder leiding van Keizer Frederik Barbarossa, Koning Filips August van Frankrijk en Koning Richard Leeuwenhart van Engeland. Gerard sneuvelde in 1194 in Akko (Israël). Zijn gebeente werd teruggebracht naar de abdij van Herkenrode alwaar hij werd begraven. Vanaf dat moment werd de abdij de officiële begraafplaats van de graven van Loon (Bron Wikipedia)
  tr. (ongeveer 35 jaar oud) in 1175 
  met 

146161721.  Adelheid van Gelre[V][M][73080860]
  ovl. na 1212. 

146161724.  Lodewijk III van Chiny[V][M][73080862] ook genaamd Ludwig III von Chiny
  geb. circa 1150, 
  Graaf van Chiny (1162-1189), 
  ovl. (ongeveer 39 jaar oud) te Belgrado [Yugoslavia] op 12 sep 1189 gesneuveld, Lodewijk III van Chiny was een zoon van Albert I van Chiny en van Agnes van Bar. Hij volgde zijn vader in 1162 op als graaf van Chiny. Lodewijk gaf vele gunsten aan de Abdij van Orval. Hij nam deel aan de derde kruistocht (1189 1192), maar stierf onderweg in Belgrado. Lodewijk was gehuwd met ene Sophia en werd de vader van Lodewijk IV van Chiny. Na de dood van Lodewijk III hertrouwde Sophia met Anseau de Garlande en daarna met Wouter van Yvoix (Bron: Wikipedia)
  tr. 
  met 

146161725.  Sophia (dame d'Yvoi) de Aspremont-en-Woëvre[V][M][73080862]
  geb. voor 1163, 
  ovl. (minstens 44 jaar oud) op 27 aug 1207, 
  tr. (resp. minstens 32 en ongeveer 31 jaar oud) (2