Welkom op de website van Matthijs

GENEALOGIE FAMILIE BREMER VAN TEXEL

 De gegevens op deze pagina zijn verzameld met behulp van het boek Texelse geslachten van de heren Dijt en Dijt, maar uiteraard ligt er ook veel eigen onderzoek aan ten grondslag. Uit privacy overwegingen zijn de jongste generaties niet vermeld. 

Speciale dank voor bijdragen aan het onderzoek gaan uit naar: Dan van Lunsen, Wil Braam en Aris Bremer.

Wie vragen, aanvullingen of verbeteringen heeft, kan altijd contact met mij opnemen.

-------------

Volgens het boek Texelse geslachten waren er 2 hypothesen met betrekking tot de herkomst van de naam Bremer namelijk:
- De familie is afkomstig van Breem (Breehem), een buurtschap in de omgeving van het voormalig dorp "de Westen", tegenwoordig gelegen ten noorden van Den Hoorn op Texel. De inwoners van dit buurtschap zouden regelmatig op Bremen hebben gevaren.
- De Texelse "Bremers" zijn nazaten van de broers Heinrich en Peter Bremer afkomstig uit Lexford bij Bremen welke rond 1640 schipbreuk leden voor de kust van Texel.


Deze hypothesen lijken echter geen stand (meer) te houden. Harmen Jansz Bremer was voor zijn komst naar Texel woonachtig op Vlieland waar hij 2 keer getrouwd is. Het lijkt dan ook meer voor de hand te liggen dat Harmen Jansz Bremer zelf of met zijn ouders naar Noord Nederland is getrokken. Dit gebeurde in die tijd vaak omdat het economische klimaat hier veel beter was door de voorspoed van de VOC en de walvisvaart en Nederland een tolerante houding kende tegenover verschillende godsdiensten.

De familie Bremer afkomstig van Texel valt in twee stammen uiteen waarvan de onderlinge samenhang onzeker is.

De stamvader Harmen Jansz Bremer, zelf gereformeerd, was na een onbekend huwelijk voor de 2e keer getrouwd met Tjitske Broers, een rooms-katholieke vrouw (ondertrouw in Bolsward, huwelijk op West-Vlieland). Hun kinderen werden katholiek gedoopt. In 1706 hertrouwde hij in Den Burg (gereformeerd) met Engeltje Willems. Dit echtpaar was in 1726 vader en moeder van het algemeen gasthuis. Harmen Jans Bremer was enkele jaren pachter van bieren en wijnen. Zijn zoon Barend en zijn kleinzoon Leendert Barendsz Bremer waren kapiteins op de grote vaart. Een andere kleinzoon, Jacob Johannesz Bremer (1733-1799) trouwde met Guurtje Pieters Boon, dochter van de burgemeester van De Waal. Hij was Commandeur op Groenland. De walvisvaart heeft hem geen windeieren gelegd. Hij was zeer vermogend en heeft als schepen deel uitgemaakt van de Texelse vroedschap. In de 19e eeuw waren zijn afstammelingen bakkers en boeren in en rond Oosterend.

De afkomst van Harmen Jansz Bremer zelf is nog onbekend. Gezien zijn eerste 2 huwelijken lijkt het voor de hand te liggen dat hij afkomstig was van West-Vlieland. Rond 1600 was West-Vlieland een belangrijke plaats voor de scheepvaart naar de Oostzee en de walvisvaart (naar Groenland). Het lijkt aannemelijk dat hij of zijn voorouders uit Bremen afkomstig waren en zich hier vestigden voor de scheepvaart. Gezien zijn functies op Texel was hij vermogend en was ook de afstand tot Vlieland klein. Of hij dan ook van oorspring van Texel kwam en tijdelijk op West-Vlieland heeft gewoond dan wel dat hij later naar Texel is getrokken blijft vooralsnog onduidelijk. Wel is duidelijk dat vanaf 1680 West-Vlieland langzaam aan de zee ten prooi viel en de economische betekenis al sinds de verzanding van het Eyerlandse Gat afnam. Het zou dus ook kunnen dat die ontwikkeling Harmen Jansz Bremer naar Texel deed verhuizen

De andere tak begint met Claas Willemsz Bremer, die in 1705 in Den Burg (gereformeerd) trouwde met Fijtje Jans Kloet. In 1742 woonde hij als oud zeeman in De Koog. Mogelijk was hij de zelfde als Claas Breem, zoon van Neeltje Jans van Bremen, die in 1702 in het weeshuis van Den Burg kwam. Dit is te meer waarschijnlijk omdat ook Fijtje Jans Kloet in dit weeshuis werd gebracht. Jan Claasz Bremer, die in De Koog woonde, was Commandeur op straat Davis. Zijn broer Adam was schipper. Hij trouwde met een doopsgezinde vrouw uit De Waal. Zijn afstammelingen waren doopsgezind. Ook in de latere generaties waren zeemansberoepen overwegend. Pas in de 19e eeuw zochten de Bremer's het land op en werden zij boer, bakker en schilder. (bron: Texelse Geslachten)

De oudste vermelding op Texel: Gereformeerd trouwen:
7 maart 1627 sijn Jan Jansz van Bremen, jongeman en **Lijsbeth Cornelis jongedogter. Bijden woonen aan de Burg, aan de Burg getrouwt.
Van Bremen wordt specifiek als achternaam gebruikt. Met daarna "jongeman van"

(20 GAT 1232) 1693, 10 maart in het weeshuis gekomen Feijtje Jans en Adam Jans. Kinderen van Jan Adams Klaas/Klaat/Kloet uit Oudeschild.

"Feijtje uit 6 april 1702". In het boek "Texelse Geslachten"van de heren Dijt, wordt vermeld, dat Feijtje in 1702 IN het Weeshuis kwam. Dit moet UIT zijn. Als alles normaal verlopen is, dan is zij op dat moment ca. 20 jaar oud. Idem voor Claas Breem.

(22 GAT 1232) 1702 "Claas Breem, soon van Neel Jans van Breemen UIT 't Weeshuis gegaan".

 

LAATSTE AANPASSING  08.10.2016